Friso de Zeeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Friso de Zeeuw
Friso de Zeeuw 2016.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Willem Cornelis Theodorus Friso de Zeeuw
Geboren 11 januari 1952
Partij Tot 01-01-2016:PvdA, daarna partijloos
Politieke functies
1978-1980 Gemeenteraad Monnickendam
1980-1987 Wethouder Monnickendam
1988-1993 Provinciale Staten Noord-Holland
1993-1998 Gedeputeerde Noord-Holland
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Friso de Zeeuw (Rotterdam, 11 januari 1952) is een Nederlands jurist, projectontwikkelaar, bestuurder, adviseur, hoogleraar, publicist, DDR-deskundige en oud-politicus.

Biografie[bewerken]

Friso de Zeeuw studeerde, na het behalen van zijn gymnasium-Beta- diploma, staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij werkte van 1976 tot 1979 bij een stedenbouwkundig bureau. Daarna was hij werkzaam bij de gemeente gemeente Amsterdam en was tegelijkertijd wethouder van de toenmalige gemeente Monnickendam (1980-1987). Van 1987 tot 1993 was hij senior organisatieadviseur bij Berenschot. Van 1993 tot 1998 was hij vervolgens gedeputeerde van de provincie Noord-Holland. Van 1998 tot 1 mei 2016 was hij directeur Nieuwe Markten van BPD (voorheen Bouwfonds Ontwikkeling).
Vanaf 2006 is De Zeeuw parttime praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft.
De Zeeuw verricht advieswerk voor overheden en bedrijven, houdt regelmatig voordrachten, treedt op als voorzitter en neemt deel aan podiumdiscussies.
Verder bekleedt hij een tiental bestuursfuncties en commissariaten. [1]
Ook schreef De Zeeuw een drietal boeken, waarvan twee over gebiedsontwikkeling en een over de DDR.
Hij publiceert een groot aantal artikelen over uiteenlopende onderwerpen. [2]

Focus werkzaamheden bij BPD (Bouwfonds)[bewerken]

Bij BPD (voorheen Bouwfonds Ontwikkeling) richtte hij zich onder meer op de ‘voorwaartse integratie’ van het bedrijf, wat inhoudt dat het in een vroeg stadium de regie neemt over concept- en planvorming en grondexploitatie van grote en kleine woongebieden, inclusief alle daarbij horende voorzieningen. Dit is een vorm van gebiedsontwikkeling. Het gaat hier om een veelomvattend proces, waarbij de inzet van excellente marktkennis, ontwerpcreativiteit, een goede samenwerkingsrelatie met de gemeente, de voortdurende interactie met de omgeving (omwonenden) en de voorbereiding van het bestemmingsplan een rol spelen. In dit model draagt BPD in de fase van de gedetailleerde deelplan-uitwerking het stokje over aan uitvoerende bouwbedrijven. [3] [4]

BPD ambieert in dat verband de rol van 'master-developer', wat specifieke eisen stelt aan de kennis en kunde van de medewerkers, met name de ’ontwikkelingsmanagers’. Volgens De Zeeuw moeten zij ondernemerschap combineren met inhoudelijke deskundigheid op verschillende vakgebieden, uiteenlopende belangen met elkaar kunnen ‘verbinden’ en organisatiekracht aan de dag leggen. Hij heeft deze competenties verdiept en leidde jonge mensen daarin op, ook buiten het eigen bedrijf. [5] De Zeeuw is een van de grondleggers van het magazine van BPD over gebiedsontwikkeling, NAW, dat inmiddels sinds 2001 meer dan 50 edities kent. [6] Hij is een van de auteurs van de geschiedenis van het bedrijf waarin de betaalbare koopwoningen voor de gewone mensen de rode draad vormt. [7]

Op 22 april 2016 nam Friso de Zeeuw na 18 jaar afscheid van BPD met een grote happening in het Cobra Museum te Amstelveen waar hij onder meer werd toegesproken door minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst. [8] Vijfentwintig gasten lieten zich op film openhartig interviewen over de sterke en zwakken kanten van De Zeeuw. [9]

Relatie met overheden en Omgevingsrecht[bewerken]

De Zeeuw onderhoudt intensief contact met de Rijksoverheid, provincies, gemeentes en waterschappen. Bij het delen van kennis met overheden en het reflecteren op hun voorstellen, benut hij zijn praktijkervaring over en kennis van de gebiedsontwikkeling van alledag. Schakelen tussen overheid en bedrijfsleven is voor hem essentieel. [10]
Friso de Zeeuw bepleit het "werkbaar houden" van het omgevingsrecht en het "kritisch toetsen van alternatieve verdienmodellen op hun realiteitswaarde". Vandaar ook zijn intensieve en positief-kritische bemoeienissen met de nieuwe Omgevingswet. [11] [12]
In de ruimtelijke ordening bepleit hij een goede balans tussen transformaties van de bestaande voorraad, binnenstedelijk bouwen en uitbreidingslocaties. [13]
De Zeeuw vraagt bij overheden regelmatig aandacht voor de invloed van de ruimtelijke economie op de stedelijke ontwikkeling die bepalend zijn voor de groei of krimp-regio’s. Hij introduceerde het inmiddels algemeen gebruikte begrip 'rompertje' voor het (qua contouren op een rompertje gelijkende) deel van Nederland dat economisch en demografisch het sterkst is. [14]
Hij kantte zich tegen het dogma van 'De Randstad versus de rest van Nederland' en bracht de krachtige ontwikkeling van de Brabantse steden als een van de eersten in beeld. [15]

Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling[bewerken]

Friso de Zeeuw is sinds 2006 praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. In de leeropdracht van zijn leerstoel staat 'goed opdrachtgeverschap bij gebiedsontwikkeling' centraal. De focus ligt daarbij op de samenwerking tussen overheid en marktpartijen. Als tweede accent geldt 'duurzame gebiedsontwikkeling en marktkwaliteit'. De leerstoel verzorgt onderwijs, doet onderzoek en agendeert actuele kwesties (‘maatschappelijke activiteiten’). [16] De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG) ondersteunt de praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling financieel en inhoudelijk. Daaraan nemen meer dan 20 publieke en private organisaties deel die tezamen het bestuur vormen. [17] Drs. Agnes Franzen is directeur van de SKG. [18]

Omgaan met onzekerheden[bewerken]

Omdat gebiedsontwikkeling per definitie procesmatig en inhoudelijk complex is, stelt dat hoge eisen aan en sturing opdrachtgeverschap. Met zijn ploeg op de universiteit deed hij hiernaar onderzoek. Een van de onderwerpen die zij daarbij van belang achtten, is ‘het menselijk tekort’. Door de lange doorlooptijd en veelheid van actoren, moet de opdrachtgever soepel kunnen omgaan met onzekerheden. Een gebiedsontwikkeling heeft daarom meer kans van slagen als het geleid wordt door ervaren, professionele mensen en als hun betrokkenheid van continue aard is, zo stelt De Zeeuw. [19] [20]

Wat gebiedsontwikkeling specifiek maakt[bewerken]

Gebiedsontwikkeling is de kunst van het verbinden van functies, belangen, disciplines en geldstromen met het oog op de (her-)ontwikkeling van een gebied. Het gaat altijd om een multifunctionele opgave waarbij meerdere actoren betrokken zijn. Dat is de definitie van Friso de Zeeuw. Hij meent dat gebiedsontwikkeling als vakgebied een verscherpte positionering nodig heeft. Er bestaat verwarring over gehanteerde begrippen. Gebiedsontwikkeling lijkt met projectontwikkeling gefuseerd en zelfs het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad wordt ten onrechte gebiedsontwikkeling genoemd, zo vindt de hoogleraar. Hij vindt dat men scherper onderscheid moet maken tussen gebiedsontwikkeling, projectontwikkeling en kavelontwikkeling. Echter, de verscherpte begripsafbakening betekent niet dat gebiedsontwikkeling niet verandert, vindt De Zeeuw. Het ‘dichtgetimmerde masterplan’ met het ‘vacuüm gezogen bestemmingsplan’ moet worden losgelaten. De Zeeuw pleit voor ‘lange lijnen’, met een visie over het gebied en de basisinfrastructuur van wegen, water en groen. Daarbinnen ontstaat de ‘kleine korrel’: de uitwerking en investeringen op kleine schaal, bij voorbeeld op buurtniveau. Gebiedsontwikkeling heeft wat hem betreft tot doel een groter gebied met verschillende locaties en functies te veranderen, waardoor commerciële en maatschappelijke meerwaarde kan ontstaan. Het masterplan nieuwe stijl heeft een ‘verleidelijk verhaal’ als basis, met een focus op de kernkwaliteiten van het gebied. Alleen het concept en de fysieke structuurelementen (wegen, water en groen) worden vastgelegd. Op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe, wanneer, met wie en onder welke financiële voorwaarden de verschillende plandelen tot invulling kunnen komen. Hierbij horen een grondexploitatie, publiek-private contracten en een gebieds-businesscase. Tegelijkertijd blijft er meer ruimte voor marktgerichte en gefaseerde invullingen. De aanpak biedt ook ruimte voor tijdelijke en spontane initiatieven, doordat de invulling deels openligt. Als voorbeelden van gebiedsontwikkelingsprojecten waar een masterplan nieuwe stijl is gebruikt, noemt de Zeeuw onder meer de Spoorzone in Delft, Weespersluis tussen Muiden en Weesp, de wijk Laakhaven-West in Den Haag en het Cruquiusgebied in Amsterdam. [21] [22]

Internationaal[bewerken]

Over de ruimtelijk economische ontwikkeling in West Europa heeft De Zeeuw enkele artikelen gepubliceerd. Daarin maakt hij korte metten met de ’Blauwe Banaan’. Die symboliseerde lange tijd economische ruggengraat van de EU. Volgens De Zeeuw klopt dat beeld niet. [23] Hij initieerde in 2015 en 2016 twee rondetafelconferenties over de aanpak van gebiedsontwikkeling in Nederland en Nordrhein-Westfalen, met het doel om te leren van de vergelijking. [24] Daarnaast publiceerde hij onder meer over gebiedsontwikkeling in Engeland en Singapore. [25] [26] [27]

Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling[bewerken]

De Zeeuw is voorzitter van het Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling. Volgens de analyse van De Zeeuw en zijn Actieteam wordt veel goedbedoeld overheidsbeleid opgezet vanuit één bepaalde sector of belang, zoals parkeerbeleid, brandveiligheid of beperking van geluidhinder. Door de opéénstapeling van al deze regelgeving en beleidsnota’s lopen projecten vast in de bureaucratie en ontstaan onnodig hoge kosten. De Zeeuw heeft het over het ‘drama van de goede bedoelingen’. De Zeeuw en zijn team muntten de term ‘ontslakken’: van de kant van de (gemeentelijke) overheid flexibeler, sneller en goedkoper inspelen op investerings-initiatieven van bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties. [28] Met (financiële) support van het ministerie van Binnenlandse Zaken ondersteunt het Ontslakkingsteam gemeenten (en provincies) die deze kant op willen. Dat gebeurt doorgaans aan de hand van een concreet project of een gebiedsontwikkeling die is vastgelopen of juist nog moet starten. Later heeft dit de benaming ‘living lab’ gekregen. Medio 2016 zijn zo inmiddels circa 40 gemeenten betrokken. [29] De ervaringen die het Ontslakkingsteam op deze manier opdoet, leveren volgens De Zeeuw een schat aan ervaring op die ook wetenschappelijk (maar toch voor een ieder begrijpelijk) worden bewerkt. [30]

Woningmarkt en woonvoorkeuren[bewerken]

Op basis van beschikbaar onderzoek doet Friso de Zeeuw regelmatig duidelijke en soms controversiële uitspraken over de woningmarkt en woonvoorkeuren. Een van zijn kernpunten is dat woonvoorkeuren van Nederlanders niet erg veranderen, maar juist stabiel en robuust blijken. ‘De eengezinswoning geniet nog steeds een enorme populariteit, ook al woont er vaak geen gezin in’. [31]
Op basis van rondetafelgesprekken met gemeenten en ontwikkelingsbedrijven publiceerde hij in 2016 een uitvoerig essay over de woningbouwopgaven en de ruimtelijke planning, onder de titel ‘Geef wonen de ruimte’. [32]
Tegen het verketteren van het grote Vinexwijken heeft De Zeeuw zich altijd fel verzet. De mensen wonen er tevreden en de wijken getuigen van een doordachte ruimtelijke ordening. ’Critici zijn elitair, arrogant en minachten de smaak van gewone mensen’. De Zeeuw zal de publicaties (zelfs in de Volkskrant) over het succes van de Vinexwijken in de 2016 met een glimlach hebben gelezen. [33] [34]

Functioneren openbaar bestuur[bewerken]

Ook na het afsluiten van zijn politiek-bestuurlijke loopbaan blijft Friso de Zeeuw zich met het openbaar bestuur bemoeien. In opdracht van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, deed in 1999 een commissie onder zijn voorzitterschap onderzoek naar het functioneren van kleine gemeenten in een zestal verschillende regio’s. De commissie deed in haar rapport ‘Gemeenten: meer dan lokaal bestuur’ een aantal aanbevelingen die weinig van hun actualiteit hebben verloren. [35]
De Zeeuw analyseerde de positie van gemeentelijke grondbedrijven. [36]
Over nieuwe ontwikkelingen in de wereld van het gemeentebestuur publiceert hij vaak samen met Kirsten Veldhuijzen, bij voorbeeld over de romantiek van de ’zelfkazende burger in de grootschalige comfortzone’. [37] Een uitgesproken opvatting heeft De Zeeuw over ambtelijke fusies als alternatief voor gemeentelijke herindeling. Hij verzet zich fel tegen die fusies die volgens hem een ambtelijke machtsovername impliceren. [38]

DDR-Museum[bewerken]

Het DDR-Museum van Nederland zetelt in het huis van Friso de Zeeuw te Monnickendam. Daartoe heeft hij de garage omgebouwd en uitgebreid. Het museum kwam voort uit een verzameling voorwerpen en documenten uit de voormalige DDR, die hij met zijn echtgenote sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 heeft aangelegd. [39] [40] Het museum is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig kenniscentrum. Incidenteel worden grotere bijeenkomsten georganiseerd zoals in maart 2016 in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, met 260 bezoekers. [41]

Muziek[bewerken]

Friso de Zeeuw is een van oprichters van het Meezingkoor Waterland, waarvan hij nog steeds ceremonieel voorzitter en drummer is. [42] Tevens is hij de drummer van muziekformatie Combo Monnickenwerk [43] [44]

Publicaties[bewerken]

Friso de Zeeuw heeft twee boeken over gebiedsontwikkeling gepubliceerd: "De engel uit het marmer" (2007) en "De engel uit graniet" (2009, samen met Agnes Franzen) [45], [46] Ook schreef hij een boek over de DDR: "Fascinatie DDR". [47] Talloze artikelen en columns verschenen van zijn hand. [48]

Externe links[bewerken]