Gebruiker:Ellywa/WinklerPrins

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een steekproef om te vergelijken tussen Winkler Prins Encarta (via NRC Handelsblad) en Wikipedia. Algemeen: het doorklikken bij de WiPri werkt niet zo fijn. Op basis van citaatrecht voor onderzoek zijn teksten van de Winkler Prins overgenomen.

Onderdeel Natuurkunde, vanaf de Letter E[bewerken]

Dit is een arbitraire keus natuurlijk. Artikelen in de WP. Later aangevuld met artikelen die in Wikipedia onder (sub)categorie natuurkunde staan. Vreemd dat je die bij WP niet onder Natuurkunde A-Z aantreft.

Artikel in WP Artikel in Wikipedia Mijn kwalificatie 0=gelijk, +=wikipedia beter, -=wikipedia slechter
E [natuurkunde]: E [natuurkunde] Het symbool E wordt gebruikt voor o.a. energie en voor elasticiteitsmodulus (zie elasticiteit [natuurkunde]); e is symbool voor een elektron en e voor een elementaire lading. E gelijkwaardig, maar wij hebben totaaloverzicht van de letter E 0
echo [natuurkunde]: echo [natuurkunde], de herhaling van een geluidssignaal door terugkaatsing. Goede echo's treden op bij een sterk reflecterende wand, groot ten opzichte van de golflengte van het geluid. Heeft een reflecterend object kleinere afmetingen, dan worden hoge tonen beter teruggekaatst dan lage en klinkt de echo hoger dan het oorspronkelijke geluid. Is de duur van het geluidssignaal langer dan de tijd benodigd voor heen- en terugweg van het geluid, dan ontstaat een galm. Uit het tijdverschil tussen een geluid en zijn echo kan men met behulp van de geluidssnelheid de afstand van het reflecterende object berekenen (zie echoloding). Echo (geluid) Wikipedia flink langer, maar WP geeft net iets andere info +
Eddington, Arthur Stanley Eddington, Arthur Stanley, Sir (Kendal, Westmoreland, 28 dec. 1882 – Cambridge 22 nov. 1944), Engels astronoom en fysicus, werd in 1913 hoogleraar te Cambridge en in 1914 directeur van de sterrenwacht aldaar. Zijn onderzoekingen leidden tot inzicht in de structuur van het inwendige der sterren en van hun atmosferen, in het verschijnsel van de pulserende sterren en in de toestand van de interstellaire materie. Ook op andere gebieden, als de dynamica van sterrenstelsels, de relativiteitstheorie, de theorie van het uitdijende heelal en de (dubieus gebleven) samenhang van de zgn. fysische constanten, leverde hij bijdragen van groot belang. In 1919 had hij de leiding over een expeditie naar het eilandje Principe voor het waarnemen van de totale zonsverduistering van 29 mei. Het was tijdens deze verduistering dat de schijnbare positieverandering van sterren dicht nabij de zonsrand werd gemeten. Dit verschijnsel was een van de bewijzen voor de juistheid van Einsteins algemene relativiteitstheorie. De belangstelling van Eddington richtte zich ook op kennistheoretisch en algemeen filosofisch terrein. WERK: Stellar movements and the structure of the universe (1914); Report on the relativity theory of gravitation (1918); Space, time and gravitation (1920, herdr. 1966); The mathematical theory of relativity (1923); The internal constitution of the stars (1926); Stars and atoms (1927; Ned. vert. 1928); The nature of the physical world (1927); Science and the unseen world (een in 1929 voor de Quakers gehouden lezing; Ned. vert.: Wetenschap en het onzienlijke, 1932); The expanding universe (1933; Ned. vert. 1933); New pathways in science (1935); Relativity theory of protons and electrons (1936); Philosophy of physical science (1938); The combination of relativity theory and quantum theory (1943); Fundamental theory (voor de druk klaargemaakt door Whittaker, 1946). Arthur Eddington Wiki geeft meer over zijn onderzoek. WiPri geeft een lijst met werken. WiPri geeft deze fysicus niet onder Natuurkunde (Einstein wel). Ik beoordeel Wiki als beter. Wiki heeft ook een foto. +
unificatietheorie:unificatietheorie, natuurkundige theorie die zich tot doel stelt de vier zeer verschillende onderlinge wisselwerkingen van elementaire deeltjes, namelijk de gravitationele, de elektromagnetische, de zwakke en de sterke krachten, in één model te verenigen. Albert Einstein ondernam een vergeefse poging voor wat betreft klassieke gravitatie en elektromagnetisme. Tegenwoordig gaat men uit van quantumtheorieën (zie quantummechanica) voor een beschrijving van de interacties. 1. Eerste resultaten Voor de zwakke wisselwerking stelden L. Glashow, S. Weinberg en A. Salam een ijktheorie (met groep SU(2) × U(1)) op, die tot nu toe in overeenstemming is met alle experimenten. Dit is een bescheiden unificatietheorie, omdat zij ook de elektromagnetische kracht omvat. In 1979 ontvingen zij hiervoor de Nobelprijs voor natuurkunde. De sterke wisselwerking tussen de nucleonen is een restant van de fundamentele kleurkracht tussen hun bouwstenen, de quarks (zie elementair deeltje). De kleurkracht wordt beschreven met een ijktheorie gebaseerd op groep SU(3).

Het is opmerkelijk dat alle krachten beschreven worden door ijktheorieën. Hierdoor konden H. Georgi en S. Weinberg in 1974 een ijktheorie (groep SU(5)) opstellen, die de elektro-, de zwakke en de kleurkrachten unificeert. 2. Eigenschappen Deze en andere (bijv. met grotere groepen) 'Grand Unified Theories' hebben twee algemene eigenschappen:1. de geünificeerde kracht is werkzaam over zeer kleine afstanden (≤ 10-30m), wat overeenkomt met hoge interactie-energieën (≥ 1014 GeV; 1 GeV = 109 elektronvolt), terwijl bij lagere energieën de drie waargenomen krachten zich uitsplitsen; 2. quarks en leptonen worden gelijkelijk behandeld door de geünificeerde kracht, zodat de empirische behoudswetten van baryon- en leptongetal geschonden worden. Deze unificatietheorieën kunnen drie problemen verklaren: 1. het feit dat elektrische lading gequantiseerd is; 2. de experimentele waarde van de 'Weinberghoek', een vrije parameter in de Weinberg-Salamtheorie die de 'verhouding' tussen het foton en W0 beschrijft; 3. het waargenomen overschot van materie over antimaterie in het heelal, dat gecreëerd werd toen het heelal zó heet was dat de geünificeerde krachten werkzaam waren (T » 1014 GeV » 1027 Kelvin; tijd » 10 -35 s). 3. Voorspellingen Twee belangrijke voorspellingen zijn: 1. Protoninstabiliteit. Hoewel de unificatiekracht zeer zwak is bij lage energieën, kan zij een bijzondere reactie veroorzaken tussen twee quarks in een proton, zodat dit vervalt, bijv. in e+ en p0. De berekende halfwaardetijd is zeer groot (tp » 1030-1033 jaar), de huidige experimentele limiet ligt bij tp ≥ 1032 jaar. 2. Magnetische monopolen. In tegenstelling tot een gewone magneet, die een noord- en zuidpool heeft (dipoolveld), heeft dit hypothetische deeltje een geïsoleerde magnetische lading (monopoolveld). De berekende massa (» 1016 GeV » 10-8 g) is ongeveer gelijk aan die van een amoebe! De monopolen zijn dus te zwaar om in versnellingsmachines gemaakt te worden, maar dit kon misschien wel in het vroege heelal. De voorspellingen van de unificatietheorie op de groep SU(5) worden niet bevestigd door de huidige experimenten; men neemt daarom aan dat de SU(5)-ijktheorie niet juist is. Een ijktheorie die meer opgeld doet, is supersymmetrie, die uitgaat van de symmetrie tussen fermionen en bosonen. Al deze theorieën zijn niet in staat om ook de zwaartekracht met de andere drie krachten te unificeren. Er wordt echter verwacht dat alle vier de krachten overgaan in één kracht bij een energie die de Planck-massa (1019 GeV) wordt genoemd.

Eengemaakte-veld-theorie WiPri duidelijk uitgebreider en veel beter -
eenparig: eenparig, de beweging van een stoffelijk punt, waarvan de snelheid niet van grootte verandert. Afhankelijk van de soort beweging spreekt men o.a. van: 1. Eenparig rechtlijnige beweging, waarbij het punt met een constante snelheid langs een rechte lijn beweegt. Als op het begintijdstip (t = 0) het punt zich op de plaats x0 bevindt en zich met een constante snelheid van v m/s beweegt, dan wordt na t seconde de plaats gegeven door: x = v·t + x0. 2. Eenparige cirkelbeweging, waarbij het lichaam een cirkelbaan met straal r doorloopt met een constante hoeksnelheid ω. De afgelegde hoek (φ) wordt dan gegeven door de betrekking: φ = ωt + φ0. Eenparige beweging Wipri geeft betere natuurkundige formules. Wiki geeft breder kader 0
eenparig versneld: eenparig versneld, de beweging van een stoffelijk punt, indien de snelheid per seconde met een constant bedrag toe- of afneemt, dwz. dat de versnelling in grootte en richting constant blijft. Naar de baanvorm kan men onderscheiden: 1. Eenparig versnelde rechtlijnige beweging. Als de beginplaats en de beginsnelheid gegeven worden door x0 en v0 en de constante versnelling door a, dan is de plaats x en de snelheid v na de tijd t: x = yat2 + v0t + x0; v = at + v0.Een voorbeeld wordt gegeven door de vrije val, dit is de val van een voorwerp in een luchtledige ruimte van geringe hoogte boven de aarde (zie val).2. Eenparig versnelde cirkelbeweging, waarbij de hoeksnelheid ω van het zich langs de cirkel bewegende punt met een constant bedrag per seconde verandert; het bezit dus een constante hoekversnelling a. Men vindt voor de afgelegde hoek φ en de hoeksnelheid ω na de tijd t:φ = yat2 + ω0t + φ0;ω = at + ω0. geen artikel -
Ehrenfest, Paul:Ehrenfest, Paul (Wenen 18 jan. 1880 – Amsterdam 25 sept. 1933), Oostenrijks, sedert 1922 Nederlands natuurkundige, verwierf grote bekendheid door het samen met zijn vrouw, T. Ehrenfest-Afanassjewa, in 1909 geschreven artikel Begriffliche Grundlagen der statistischen Auffassung in der Mechanik. In 1912 werd hij opvolger van Lorentz te Leiden. Omstreeks 1916 formuleerde hij zijn ‘adiabatenhypothese’, een theorema dat voor de verdere ontwikkeling van de quantummechanica van groot belang gebleken is (adiabatenstelling van Ehrenfest). Ook de – in samenwerking met V. Trkal – gegeven berekening van de chemische constante, de reductie van het centrale probleem van de chemische thermodynamica tot zuivere fysica, is nog steeds van fundamenteel belang. Ca. 1930 ontwikkelde hij de theorie van faseovergangen van de tweede orde (zie fasenleer). WERK: Collected scientific papers (1959). Paul Ehrenfest Wipri langer en beter -


Ehrenfest, theorema van:Ehrenfest, theorema van, kwantitatieve formulering van het H-theorema ontwikkeld door Paul Ehrenfest, die toont dat een gas zich met een veel grotere waarschijnlijkheid naar thermodynamisch evenwicht toe beweegt, dan er vanaf gaat. ontbreekt Wipri heeft het wel -
Eigen, Manfred:Eigen, Manfred (Bochum 9 mei 1927), Duits natuurkundige en chemicus, werd in 1964 directeur van de afdeling kinetische chemie van het Max Planck Instituut voor Biofysische Chemie in Göttingen. Eigen bestudeerde de mate van ontstaan van waterstofionen uit de dissociatie van water en onderzocht voorts o.a. de mogelijkheid enzymwerkingen onder controle te brengen. Hij werd vooral bekend door zijn hiermee samenhangend onderzoek aan relaxatiesystemen; hiervoor kreeg hij in 1967 de helft van de Nobelprijs voor scheikunde, met de Britten Norrish en Porter die de andere helft kregen ‘voor hun onderzoekingen van extreem snelle chemische reacties, veroorzaakt door het verstoren van het chemisch evenwicht door zeer korte energiestoten’. In een tweedelige voordracht Die Selbstorganisation der Materie und die Evolution biologischer Makromoleküle ontwikkelde Eigen in 1970 in München een zuiver fysisch-chemisch model van het ontstaan van het leven. WERK: Das Spiel. Leben als Wechselwirkung von Zufall und Naturgesetz (samen met R. Winkler, 1975). ontbreekt Wipri heeft het wel -
eigentrilling:eigentrilling, trilling die een lichaam kan uitvoeren, nadat de evenwichtstoestand is verbroken en het lichaam aan zich zelf wordt overgelaten. De bijbehorende frequentie heet eigenfrequentie. Geeft men bijv. een massa, opgehangen aan een koord met lengte l, een uitwijking, dan gaat zij slingeren met de eigenfrequentie: In het algemeen wordt voor elke willekeurige harmonische trilling met krachtconstante c = -F/u (u = uitwijking, F = kracht) de eigenfrequentie gegeven door: waarin m de massa voorstelt. 1. Grondtoon en boventonen Een snaar die aan de einden is vastgeklemd, voert meestal een gecompliceerde trillende beweging uit, die een combinatie is van een groot aantal eigentrillingen (grondtoon en boventonen van de snaar). De bijbehorende eigenfrequenties verhouden zich als: 1 : 2 : 3 ... en vormen dus een harmonische reeks. Hetzelfde geldt voor de eigentrillingen van een luchtzuil in een aan beide kanten open buis. In beide gevallen blijven bij een eigentrilling enkele punten in rust: de knopen. Een trillende plaat voert eigentrillingen uit waarbij op bepaalde lijnen alle punten in rust blijven: de knooplijnen (klankfiguren van Chladni ). Het grote aantal eigenfrequenties vormt geen harmonische reeks. Bij de eigentrillingen van een bol komen knoopvlakken voor. De eigenfrequenties spelen een grote rol bij resonantie (zie resonantie [mechanica]). eigentrilling Ontbreekt bij Wiki -
Einstein, Albert:Einstein, Albert (Ulm 14 maart 1879 – Princeton, N.J., 18 april 1955), theoretisch fysicus, een van de grootste fysici aller tijden, vooral beroemd geworden door zijn relativiteitstheorie. Deze theorie bracht niet alleen een totale omwenteling teweeg in de fysica, maar had door zijn nieuwe opvattingen over ruimte en tijd ook daarbuiten enorme invloed. Einstein was van geboorte Duitser, verwierf de Zwitserse nationaliteit en studeerde aan de Technische Hogeschool te Zürich elektrotechniek. Van 1902 tot 1909 was hij werkzaam bij de Octrooiraad te Bern; daarna was hij hoogleraar in de theoretische fysica aan de Universiteit van Zürich (1909–1911), van Praag (1911–1912) en aan de Technische Hogeschool te Zürich. In 1913 werd hij gekozen tot lid van de Akademie der Wissenschaften te Berlijn. In 1914 verkreeg hij weer de Duitse nationaliteit en werd hoogleraar in de fysica aan de universiteit te Berlijn (1914–1933) en directeur van het Kaiser Wilhelm Institut für Physik. In 1920 werd hij ook bijzonder hoogleraar te Leiden, feitelijk tot tegen de Tweede Wereldoorlog, officieel tot in 1946. In 1933 bij het aan de macht komen van de nazi's, deed Einstein, jood en zionist zijnde, afstand van het Duits staatsburgerschap, trok zich terug uit de Berlijnse Akademie en vestigde zich na een kort verblijf in België en Engeland in de Verenigde Staten, waar hij hoogleraar in de theoretische fysica werd aan het Institute for Advanced Study te Princeton, N.J., tot zijn emeritaat in 1945. In 1941 werd hij genaturaliseerd tot burger van de Verenigde Staten. (Dit is alleen de biografie, er zijn nog twee secties, en wat aardige zijpaden, een geluidsopname) Albert Einstein Ondanks de aardigheden op Wipri vind ik het Wiki artikel veel uitgebreider en beter. +
einsteincoëfficiënten:einsteincoëfficiënten, de waarschijnlijkheden van de overgangen tussen toestanden in een atoom of molecule. einsteincoëfficient Ontbreekt, maar het wipri artikel is zo nietszeggend dat het er net zo goed niet had kunnen zijn. 0
elasticiteit [natuurkunde]: elasticiteit [natuurkunde], de eigenschap van sommige materialen hun oorspronkelijke vorm weer aan te nemen nadat zij door een uitwendige kracht zijn vervormd. Elastische stoffen (zoals rubber) onderscheiden zich in dit opzicht van viskeuze vloeistoffen, waarbij de aangebrachte vervorming blijvend is (zie viscositeit). Tussen zuiver elastische en zuiver viskeuze lichamen liggen de visco-elastische stoffen. Tot aan de evenredigheidsgrens is bij elastische materialen de vervorming evenredig aan de vervormende kracht (wet van Hooke). Boven de elasticiteitsgrens keert ook een elastische stof niet tot de oorspronkelijke vorm terug. In de praktijk wordt deze grens benaderd wanneer men een blijvende vervorming meet van 0, 001% (1 µm bij een proefstaaf van 0,1 m). Een maat voor de elasticiteit van een stof is zijn elasticiteitsmodulus: de verhouding tussen de trekspanning en de daarbij optredende rek per lengte-eenheid. Elasticiteit (materiaalkunde) Wipri is wetenschappelijker, Wiki is wat breder. Ik vind wipri toch beter in dat geval. -
elektreet:elektreet, het elektrisch analogon van een magneet; het is een isolerend lichaam dat een positieve en negatieve lading aan de uiteinden draagt en permanent een elektrostatisch veld opwekt. De eerste thermo-elektreten werden in 1920 door de Japanner Eguchi gemaakt, toen hij warme carnaubawas langzaam liet afkoelen in een sterk elektrisch veld. Na 1951 zijn op dezelfde manier van bepaalde kunststoffen en keramische materialen elektreten vervaardigd. Bij fotogevoelige diëlektrica kan het effect met licht worden ingeleid (foto-elektreten). 1. Werking Het teken van de permanente lading kan zowel tegengesteld als gelijk aan die van de formatie-elektroden zijn. De tegengesteld geladen heterolading ontstaat door de inwendige polarisatie van het diëlektricum; de gelijkgeladen homolading is een geïnjecteerde lading die uit de elektrode-overgang voortkomt. Bij de afkoeling worden beide ladingen gezamenlijk ‘ingevroren’, zodat zij naast elkaar op de elektreet voorkomen. Afhankelijk van het elektrodensysteem en de formatie-omstandigheden (temperatuur, tijd en veldsterkte) overheerst de een of de ander. De grootte van de surpluslading is altijd begrensd, doordat boven een bepaalde lading vonkoverslag optreedt. Op den duur verliest een elektreet zijn lading door in- en uitwendige neutralisatie. Sommige diëlektrica kunnen echter jarenlang geladen blijven, vooral als zij vochtvrij en tussen kortgesloten elektroden worden bewaard. In de toepassingen (bijv. in een elektreetmicrofoon) wordt het elektrische veld dat zich om de elektreet heen bevindt benut. Elektreet ontbreekt -
elektriciteit: Zeer uitgebreid en geillustreerd artikel elektriciteit Wiki is onder de maat. -
geen artikel Elektriciteitsleer Wikipedia artikel kan natuurlijk veel beter, maar WiPri heeft het helemaal niet +
geleiding, elektrische: Introductie. de voortplanting van een elektrische stroom door materie, veroorzaakt door de verplaatsing van ladingdragers, in formele zin de reciproke waarde van de (elektrische) weerstand. Het gebruik van dit begrip (minder correct ook nog wel geleidingsvermogen genoemd) is meestal beperkt tot geleiders die zich gedragen als een weerstand die voldoet aan de wet van Ohm. De soortelijke geleiding of conductiviteit (symbool: g of σ) is de reciproke waarde van de soortelijke weerstand en wordt uitgedrukt in S/m (siemens per meter). 1. Ladingdragers. De geleiding van de elektrische stroom door materie wordt veroorzaakt door de verplaatsing van ladingdragers; in metalen zijn dit vrije, beweeglijke elektronen, bij elektrolyten ionen (zie elektrolyse) en bij gassen ionen en elektronen (zie gasontlading). De geleiding hangt af van de beweeglijkheid en de dichtheid van de vrije ladingdragers en bij elektrolytische vloeistoffen tevens van de waardigheid van de ionen. De geleiding loopt sterk uiteen: zij is zeer klein bij isolatoren, groot bij geleiders, in het bijzonder bij de meeste metalen, en matig bij halfgeleiders (zie halfgeleiding). Ze kan voorts afhankelijk zijn van allerlei omstandigheden, zoals de temperatuur, mechanische spanningen, de elektrische en magnetische veldsterkte en de opvallende straling (zie foto-elektrisch effect). De quantummechanica geeft een inzicht in het mechanisme van de geleiding. 2. Geleidingselektronen In vaste stoffen ligt een groot aantal atomen dicht bij elkaar, waardoor de wederzijdse beïnvloeding zo groot kan zijn dat een aantal elektronen niet meer aan een bepaalde atoomkern gebonden is en vrij door de stof kan bewegen: geleidingselektronen of vrije elektronen. Dit is het geval bij de meeste metalen. In een geïsoleerd atoom bezetten de elektronen bepaalde discrete energieniveaus. Door de wisselwerking van de verschillende atomen in een kristalrooster ontstaat een groot aantal zeer dicht bij elkaar gelegen niveaus (energieband) in de plaats van één discreet niveau. 2.1 Valentieband. De banden zijn gescheiden door verboden zones, die niet door elektronen bezet kunnen worden. De elektronen in de hoogste energieniveaus die toch nog aan bepaalde atomen gebonden zijn, de valentie-elektronen, binden de atomen aan elkaar; deze niveaus vormen de valentieband. De geleidingselektronen bezetten de geleidingsband. Bij geleiders bestaat de verboden zone tussen valentie- en geleidingsband niet of is zeer klein, zodat de elektronen in de hoogste energieniveaus aan de geleiding kunnen deelnemen. Bij isolatoren is de verboden zone tussen beide banden door verschillende oorzaken, zoals grotere interatomaire afstanden en vastere bindingen van de elektronen aan de atomen, zo groot dat de valentie-elektronen de geleidingsband vrijwel niet kunnen bereiken, zodat er bijna geen geleiding kan optreden. (en dit is alleen pagina 1) Elektrisch geleidingsvermogen WiPri veel uitgebreider -
ontbreekt Elektrische capaciteit Wiki heeft het wel (natuurlijk heeft wipri wel condensator, maar dat beoordeel ik niet onder de E) +
lading of elektrische lading (symb.: Q), een karakteristieke eigenschap van materie, voorkomend in twee vormen die met positief en negatief worden aangeduid; SI-eenheid: coulomb. Voor stromende elektriciteit geldt Q = I·t, waarin I de stroomsterkte en t de tijd is. Vroeger noemde men elektrische lading ook wel hoeveelheid elektriciteit. De kleinste hoeveelheid elektrische lading (elementaire lading) wordt gedragen door elementaire deeltjes, bijv. proton (positief) en elektron (negatief). Een neutron is daarentegen ongeladen (neutraal). 1. Soorten lading Aangezien alle materiële systemen opgebouwd zijn uit atomen, die weer uit neutronen, protonen en elektronen bestaan (zie atoom), kunnen deze systemen positief of negatief geladen of ongeladen (neutraal) zijn, al naar gelang de som van hun elementaire ladingen positief, negatief of nul is. Deeltjes of voorwerpen met gelijke lading stoten elkaar af, met ongelijke lading trekken zij elkaar aan (zie wet van Coulomb). Van nature zijn echter de meeste voorwerpen ongeladen, zodat op macroscopische schaal de coulombkracht niet werkzaam is (binnen ieder atoom natuurlijk wel). In bepaalde stoffen (geleiders) kunnen bepaalde geladen deeltjes (in metalen de zgn. geleidingselektronen, in plasma's de ionen en elektronen) zich vrij bewegen. Men spreekt hier van vrije ladingen in tegenstelling tot destatische lading bij isolatoren (zie verder bij geleiding). Elektrische lading Wiki duidelijk beter. Ook leuk met geschiedenis en proefje, dat bij WiPri ontbreekt +
elektrische schok zenuwprikkeling die men ervaart bij ontlading van een elektrische spanning via het lichaam. Een ontlading van statische elektriciteit van voldoende hoge spanning wordt als onaangenaam ervaren, maar is ook bij relatief hoge spanning over het algemeen ongevaarlijk door de geringe energie-inhoud. Daarentegen kan een elektrische schok door aanraking van een spanningsbron die een duurzame stroom met een spanning groter dan bijv. ca. 100 volt kan onderhouden, afhankelijk van de omstandigheden, tot letsel of elektrocutie leiden. Zie ook elektroshock(therapie) en defibrilleren. elektrische schok Wiki misschien iets beter, maar beoordeel toch gelijkwaardig. 0
spanning [elektriciteitsleer] of elektrische spanning, ook potentiaalverschil (symb.: V of U), begrip verbonden met de potentiële energie van elektrisch geladen deeltjes in een elektrisch veld (zie elektromagnetisme). .De SI-eenheid van spanning is de volt. 1. Definitie In een elektrostatisch veld hangt de potentiële energie (ten opzichte van een gekozen nulniveau) van een deeltje met lading q op een bepaalde plaats (x,y,z) alleen af van de sterkte van het veld daar. Men definieert de (elektrostatische) potentiaal V als de potentiële energie Wp per lading: V(x,y,z) = dWp (x,y,z)/dq (soms = Wp (x,y,z)/q). De elektrische veldsterkte E is in elk punt in het veld gelijk aan de negatieve gradiënt van de potentiaal: E = -grad V. Door de arbitraire keus van het nulpunt hebben alleen potentiaalverschillen praktische betekenis. Men noemt het potentiaalverschil tussen twee punten A en B ook de (elektrische) spanning tussen die punten: UAB = VA - VB. De potentiaal in elk punt van de veldruimte, dus ook de spanning tussen elk tweetal punten, is te berekenen door oplossing van de potentiaalvergelijking. 2. In een stroomkring Als twee punten waartussen een potentiaalverschil bestaat, door middel van een elektrische geleider met elkaar worden verbonden, ontstaat er ladingtransport (elektrische stroom) door de geleider van het punt met hoge energie naar het punt met lage energie. Om een elektrische stroom te onderhouden is dus altijd een bronspanning nodig. Door de weerstand van de geleider ontstaat er, zodra in de geleider een stroom loopt, een spanning tussen de uiteinden. Deze spanning maakt evenwicht met de spanning tussen de beide aansluitklemmen van de bron, de klemspanning, die door het spanningverlies dat de stroom in de bron zelf veroorzaakt, kleiner is dan de bronspanning. 3. Quasi statische benadering In een veranderlijk elektromagnetische veld werkt men ook met het begrip spanning, waarbij de verschijnselen quasi statisch worden benaderd. Men spreekt dan van wisselspanning en wisselstroom (in tegenstelling tot gelijkspanning en gelijkstroom). Dit kan uitsluitend als men te doen heeft met verschijnselen in een ruimte waarvan de afmetingen klein zijn ten opzichte van de golflengte van elektromagnetische golven in die ruimte. In de microgolftechniek bijv. is deze benadering niet toelaatbaar, maar in veel andere takken van de elektrotechniek wel. Vooral in de elektrische energietechniek, waar in Europa hoofdzakelijk een frequentie van 50 Hz (de golflengte in lucht is dan 6000 km) wordt toegepast, hanteert men algemeen het begrip wisselspanning in volkomen analogie met de (gelijk)spanning in het elektrostatische veld. Vaak komt de bronspanning die in een wisselstroomnetwerk de stroom onderhoudt, tot stand door elektromagnetische inductie. Een dergelijke bronspanning is alleen voor een gesloten kring ondubbelzinnig bepaald, en wel op grond van de wet van Faraday. Elektrische spanning Wiki wel wat duidelijker geschreven, en uitgebreider +
geen artikel Elektrische stroomdichtheid Wiki heeft wel artikel +
elektrisch veld: elektrisch veld, de invloedssfeer van een elektrische lading, zich bijv. uitend in de vorm van een kracht, uitgeoefend op een tweede elektrische lading binnen de invloedssfeer van de eerste. Elke elektrische lading is omgeven door een veld, waarvan de veldsterkte bij toenemende afstand afneemt. Het veld heet homogeen als de sterkte ervan overal even groot is (de veldlijnen lopen dan evenwijdig), bijv. midden tussen twee vlakke condensatorplaten. De grootte van de elektrische veldsterkte E wordt bepaald door het potentiaalverschil V tussen de platen en de onderlinge afstand d: E = V/d. Binnen een metalen kooi (zie kooi van Faraday) heerst geen elektrisch veld. Zie voorts veldsterkte. Elektrisch veld Wipri geeft duidelijker uitleg, maar Wiki is in dit geval wetenschappelijker 0
elektrische stroom: lang en uitgebreid artikel elektrische stroom Wiki erg beperkt -
elektriseermachine:elektriseermachine, toestel waarmee door wrijving of influentie hoogspanning (bij geringe stroomsterkte) statische elektriciteit met een hoge spanning kan worden opgewekt. Bij de reeds uit de 18de eeuw daterende wrijvingselektriseermachine (Van Marum) wordt een geïsoleerde glazen schijf snel rondgedraaid tussen twee lederen kussentjes. De positieve lading die de plaat door wrijving verkrijgt, wordt afgenomen met behulp van een koperen ring, aan de binnenzijde voorzien van scherpe punten, en bijv. naar een Leidse fles geleid. Veel hogere spanningen, tot 1 MV bij een stroom van ca. 0,5 milliampère, zijn bereikbaar met influentiemachines, zoals die van Wommelsdorf of Wimshurst, die twee schijven beziten die in tegengestelde zin roteren. Tegenwoordig zijn de influentie-elektriseermachines verdrongen door de vandegraaffgeneratoren (zie versnellingsmachine). elektriseermachine Wiki heeft aardiger artikel, met plaatje. -
elektro-optische verschijnselen: elektro-optische verschijnselen, verzamelnaam voor de optische effecten die een stof kan vertonen in een elektrisch veld, gewoonlijk ook uitgebreid tot het magnetisch veld. Ook de omgekeerde effecten, eigenlijk dus de optico-elektrische verschijnselen, worden meestal onder dit hoofd gebracht. De voornaamste elektro-optische verschijnselen zijn: zeemaneffect, starkeffect, kerreffect, faradayeffect en foto-elektrisch effect. artikel ontbreekt, ik heb niets kunnen vinden Wipri heeft dus wel een artikel -


elektrode:elektrode, een geleider waarlangs elektronen een systeem binnentreden (kathode) of het verlaten (anode). Elektroden komen voor in een groot aantal apparaten, o.a. in elektrolysecellen, galvanische elementen en elektronenbuizen; ook voor het vormen van een vlamboog en bij elektrisch lassen maakt men gebruik van elektroden. Zie voorts elektrolyse; galvanisch element. De elektrodepotentiaal is de elektrische potentiaal die een elektrode aanneemt ten opzichte van een bepaalde referentie-elektrode. De elektrodepotentiaal is onder meer afhankelijk van de concentratie van de ionen. Elektrodereacties bestaan in essentie uit de overgang van geladen deeltjes over het grensvlak tussen de twee fasen. Belangrijk is dat van een elektrode waar een netto-stroom door gaat, de elektrodepotentiaal afwijkt van die in de stroomloze toestand (de rustpotentiaal); zie polarisatie. elektrode Wiki beter, heeft ook illustratie +
redirect naar Dialyse Elektrodialyse Onderwerp is net even anders dan dialyse, Wiki beter +


elektromagneet: redelijk uitgebreid artikel, met info over types kernen bijv. elektromagneet Wipri is uitgebreider -
elektromagnetische golf: redelijk lang artikel Elektromagnetische straling Wiki is beter. In Wipri is bijv. zeer weinig aandacht voor het begrip polaristie, een uiterst belangrijke eigenschap naar mijn mening. +
elektromagnetisme: twee paginas globale beschrijving elektromagnetisme equivalent maar wel heel verschillend 0
elektron:elektron of negaton, een van de elementaire deeltjes: het lichtste deeltje met een elektrische lading. De grootte van deze lading dient als eenheid in de atoom- en kernfysica (zie elementaire lading). De massa van het elektron wordt als een eenheid van massa gebruikt, hoewel in de kernfysica hiervoor in de plaats steeds meer de energiemaat mega-elektronvolt (MeV) wordt gebruikt. In 1897 toonde J.J. Thomson aan dat een bundel kathodestralen (die zich door een ruimte met gekruiste elektrische en magnetische velden voortplant) bestaat uit deeltjes met een constante verhouding tussen elektrische lading en massa (e/m), onafhankelijk van het materiaal waaruit de kathode was opgebouwd en het residuele gas in de ruimte. In 1896 had Pieter Zeeman het later naar hem genoemde effect ontdekt van de verbreding (bij beter scheidend vermogen: splitsing) van de spectraallijnen van een lichtbron in een sterk magnetisch veld. Uit de hieropvolgende theoretische onderzoekingen van Hendrik Antoon Lorentz en Zeeman bleek dat het zeemaneffect kon worden geïnterpreteerd als de invloed van het magnetische veld op de bewegingen van negatief elektrisch geladen deeltjes in de atomen van de lichtbron, en wel van deeltjes met dezelfde verhouding e/m als voor de deeltjes waaruit de kathodestralen bestaan. Er is een zeer groot aantal sterk uiteenlopende experimenten die alle wijzen op het bestaan van een negatief elektrisch geladen deeltje: het elektron, met lading e = 1, 602176 · 10-19 C en met rustmassa m = 9, 10938189 · 10-31 kg. In het atoommodel van Bohr (zie atoom) spelen de elektronen een belangrijke rol, doordat zij successievelijk de elektronenbanen opvullen en zo de chemische eigenschappen van de elementen bepalen. In 1924 gaf Louis de Broglie aan dat de beweging van elektronen ook beschreven kan worden door een golf (golf van De Broglie). In 1927 door Davisson en Germer gedane experimenten inzake reflectie van elektronenbundels aan metallische kristallen konden met deze golfhypothese verklaard worden, evenals de in 1927 door G.P. Thomson gedane experimenten inzake elektronendiffractie. Dit duale deeltjesgolfkarakter van de elektronen (en ook van andere deeltjes) is een essentieel bestanddeel van de quantummechanica. In 1926 postuleerden George Eugene Uhlenbeck en Samuel Abraham Goudsmit dat het elektron een spin zou bezitten van de grootte h/2, zodat het elektron een fermion is. Diracs relativistische theorie van het elektron (1928), waaruit het bestaan van de spin op natuurlijke wijze volgde, voorspelde het bestaan van het antideeltje van het elektron, dat de naam positron gekregen heeft.Elektronen en positronen worden onder andere geproduceerd in processen van bètadesintegratie; het zijn leptonen. Wanneer een elektron en een positron bijeenkomen, annihileren zij onder emissie van gammastraling. In 2003 slaagden wetenschappers erin voor het eerst een enkel elektron in de tijd te volgen. Ze registreerden met radiogolven wanneer een elektron zich nestelde op een kunstmatig atoom, en wanneer een elektron dit kunstmatige atoom weer verliet (zie ook nanotechnologie). elektron Wiki artikel is wat los zand. Wipri is evenwichtiger en daardoor beter leesbaar. -
elektronegativiteit:elektronegativiteit, het vermogen van een atoom dat een binding aangaat met een andersoortig atoom, om de elektronen van de binding aan te trekken, door Robert Sanderson Mulliken gedefinieerd als het gemiddelde van de elektronenaffiniteit (de energie die vrijkomt als een atoom een elektron opneemt) en de ionisatiepotentiaal (de energie die nodig is om een elektron uit het atoom te verwijderen). Het verschil in elektronegativiteit tussen de atomen van twee elementen bepaalt in sterke mate het karakter van hun chemische binding. Elektronegativiteit Wiki is aanzienlijk beter +
elektronenbuis: twee pagina's. elektronenbuis Ik beoordeel het Wiki artikel als veel beter. het is geschreven door een kenner/enthousiasteling. +

Beoordeling totaal Natuurkunde E[bewerken]

  • Wiki beter: 13
  • Gelijk: 6
  • WiPri beter: 15