Geldautomaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geldautomaat anno 2004

Een geldautomaat, bankautomaat, pinautomaat of giromaat is een apparaat waarmee een klant met een bankpas geld kan opnemen.

Geschiedenis[bewerken]

Een eerste mechanische biljetuitgifteapparaat, dat men een geldautomaat zou kunnen noemen, dateert uit 1939. Het werd ontwikkeld en gebouwd door Luther George Simjian en geïnstalleerd bij de City Bank of New York, in New York, nu de Citibank. De automaat werd echter door de klanten niet geaccepteerd en na zes maanden weer verwijderd. Daarna heeft de ontwikkeling van de geldautomaat 25 jaar stilgestaan.

De eerste elektronisch aangestuurde geldautomaat is ontwikkeld door de firma De La Rue (Engeland) en werd in Noord Londen (Enfield Town) op 26 juni 1967 bij Barclays bank geplaatst. Aan de Engelsman John Sheperd-Baron wordt de uitvinding daarvan toegeschreven. In 2005 werd hij ten minste daarvoor koninklijk onderscheiden. Op 4 juni 1973 zijn door Donald Wetzel en twee andere ingenieurs van de firma Docutel in de Verenigde Staten mondiale patenten geregistreerd. Wereldwijd kwamen na 1980 bij financiële instellingen geldautomaten steeds meer in gebruik.

Nederland[bewerken]

Eerste geldautomaat en pinpas[bewerken]

In Nederland verschenen, op 15 september 1976 bij de Gemeentegiro Amsterdam in het bijkantoor aan de Van Swindenstraat in Amsterdam-Oost, de eerste online geldautomaten Dit waren Automatic Teller Machines. Dit nadat in de jaren 1960 als proef voor een korte periode offline cash dispensers waren geplaatst. Verspreid over verschilende bijkantoren in Amsterdam werden door de Gemeentegiro Amsterdam|Gemeentegiro]] in aanleg totaal 13 geldautomaten van het type NCR770 geplaatst. Naast geld opnemen kon men er ook geld storten en saldoinformatie krijgen. Tevens vond bij die introductie in Nederland de uitreiking plaats van de eerste bank- of giropas met magneetstrip en pincode. Deze eerste pinpas werd Geldkaart genoemd en had een zilveren kleur met blauwe letters. De geplaatste geldautomaten van de Gemeentegiro stonden voor het opnemen van geld, saldo informatie en het storten van geld, ter beschikking van al haar rekeninghouders. Bij de aanvang waren dat circa 350.000 particuliere en zakelijke rekeninghouders.

Eerste bank-of giropas met magneetstrip en gebruik van pincode

De geldautomaat bij een bank werd op 22 april 1982 in gebruik genomen bij de toenmalige Rabobank Pey en Maria Hoop in de gemeente Echt, op initiatief van de directeur van de plaatselijke Rabobank. Ondanks de tegenwerking van Rabobank Nederland en de bezwaren van de Nederlandse Bankiersvereniging, plaatste de plaatselijke Rabobank de automaat. Rabobank Nederland besloot toen mee te werken. De Nederlandsche Bank eiste dat de benaming gelduitgifte-automaat) werd gewijzigd in geldautomaat, omdat alleen deze instantie het recht heeft geld uit te geven. De succesvolle plaatsing van de geldautomaat bij Rabobank Pey en Maria Hoop resulteerde in een voorsprong van de Rabobankorganisatie ten opzichte van andere banken bij het plaatsen van geldautomaten. Nog steeds heeft de Rabobank het grootste aantal automaten van alle banken in Nederland.[bron?]

Op 17 juni 1986 werd de eerste Giromaat van de Postbank, een Diebold geldautomaat onder Philipslabel, op het Postkantoor in Tilburg operationeel. Ruim acht maanden eerder, op 4 november 1985 was door Neelie Kroes, minister van V&W, op het Aral benzinestation in Geldrop de eerste betaalautomaat, ontwikkeld door Philips, officieel in gebruik genomen.

Eerste Giromaat van de Postbank

De Postbank besloot in 1986 met grote voortvarendheid het aantal geldautomaten uit te breiden. De Giromaat van deze bank kon alleen worden gebruikt worden door eigen rekeninghouders, die geen gebruik konden maken van de automaten van andere banken.

Gastgebruik geldautomaten[bewerken]

Alle bankklanten konden tegen 1990 gebruik maken van elkaars geldautomaat, behalve van de giromaten van de Postbank. Met behulp van de Eurochequepas met pincode konden zij ook al terecht bij geldautomaten van aangesloten Europese banken. Postbankklanten konden vanaf 1 april 1992 gebruik maken van NMB geldautomaten en wereldwijd bij geldautomaten aangesloten op het Cirrus- Mastercard en/of Maestro netwerk. Het volledig wederzijds gastgebruik van de geldautomaten in Nederland werd pas op 7 mei 1998 mogelijk.

In 2003 vonden er via de Nederlandse geldautomaten bijna 150 miljoen geldopnamen plaats. In totaal telde Nederland in dat jaar 7556 geldautomaten die Ec-ATM-, Cirrus/Maestro- en MasterCard-pinpassen accepteerden. Anno 2016 zijn in Nederland 8307 geldautomaten geïnstalleerd en zijn er circa 26 mln bankpassen in omloop. Sinds 2004 plaatst men in Nederland ook mobiele geldautomaten in bijvoorbeeld supermarkten en tankstations. Vanwege het gebruik van geldautomaten is het aantal bank- en postkantoren enorm afgenomen.

Laatste pinautomaat Weurt gesloten

Sinds 2008 neemt het aantal pinautomaten af. Dit komt doordat er minder vraag is naar contant geld terwijl de exploitatiekosten door veiligheidsvoorschriften zijn toegenomen. [1]

België[bewerken]

Geldautomaten in Luik (2014)

De eerste bankautomaten zagen onder de naam 'Mister Cash' in juni 1979 het licht, onmiddellijk gevolgd door de 'Bancontact-automaten'. Voorheen waren er ook al bij sommige banken beperktere systemen Bankomat genoemd. Iets later verschenen ook de eerste betaalterminals aan de kassa's in winkels, oorspronkelijk betalend, nu meestal gratis. (Bij kleine winkeliers meestal vanaf een minimumbedrag van € 10 of € 20.)

Oorspronkelijk waren dit twee verschillende systemen, ondersteund door verschillende banken, totdat ze in 1987 compatibel met elkaar werden en in 1989 echt werden gefuseerd. Vanaf dan spreekt men van 'Bancontact/Mister Cash'. In 2006 waren ook de zogenaamde 'selfbanks' (geld- en overschrijvingsautomaten in een bankkantoor, aanvankelijk enkel voor de eigen klanten) toegankelijk voor klanten van andere banken, zij het enkel voor geldopname en Proton.

Het Europese Maestro-systeem waardoor men in winkels in de EU met dezelfde bankkaart kan betalen, is in de meeste supermarkten al actief. Het is ook de bedoeling dat de Bancontact/Mister Cash-automaten de nieuwe benaming 'Maestro' krijgen.

Het elektronische betalingsverkeer werd in België beheerd door de firma Banksys, ontstaan in 1989 na de fusie van de twee concurrerende systemen. Ondertussen werd Banksys door de Belgische banken verkocht aan Atos Worldline. Sedert 2001 is CCV als eerste concurrent van Banksys en later ook Keyware met betaalterminals voor kaarttransacties in winkels en horecazaken ook actief.

Banksys registreerde voor 2004 234 miljoen geldopnamen, waarvan 79 miljoen in de openbare automaten op de straat en de rest in de selfbanks. Tevens rapporteerde Banksys in het aantal geldopnamen een dalende trend, ten voordele van het rechtstreeks in de winkel met de kaart betalen. In 2004 werd er 600 miljoen keer in winkels rechtstreeks met een bankkaart betaald.

Geldvoorraad[bewerken]

Doordat de geldautomaat wordt gevuld met geld uit de eigen kas, kan de bank zelf bepalen wanneer en met hoeveel geld de automaat wordt gevuld. Door geld uit de eigen kas te recyclen, wordt bespaard op transactiekosten en is een bezoek aan een bank minder vaak nodig. In Nederland zijn op dit moment twee partijen actief in deze markt: Moneybox en Hanco ATM.

Het komt soms voor dat er een fout wordt gemaakt bij het vullen van de geldautomaat, waardoor de verkeerde biljetten worden uitgegeven. De bank kan achteraf nagaan welk bedrag er in werkelijkheid is opgenomen en zal dat bedrag van de bankrekening afschrijven. In de landen waar met de euro betaald wordt, kan een dergelijke vergissing zich echter niet voordoen, doordat iedere coupure andere afmetingen heeft.

Problemen[bewerken]

Te veel en te weinig ontvangen[bewerken]

Pinpas van de Chase-bank

Het kan voorkomen dat een geldautomaat niet goed werkt. Daardoor kan er een onjuist bedrag worden uitgekeerd (te veel, te weinig of niets). In zo'n geval dient contact te worden opgenomen met de bank die de pas heeft uitgegeven. De bank neemt contact op met de eigenaar van de geldautomaat en verzoekt een technisch onderzoek. Indien er geen aantoonbare storing is geweest en/of geen kasverschil is, ligt de bewijslast bij de cliënt. Bij sommige geldautomaten in onder meer Duitsland wordt voor gastgebruik een transactie bedrag in rekening gebracht. Dit staat soms op de geldautomaat. Dit wordt soms alleen op het display bijgevoegd.

Ingeslikte pinpas[bewerken]

Het kan voorkomen dat de pinpas ingeslikt wordt. Dit is een beveiligingsmechanisme, dat optreedt bij meer dan drie keer verkeerd intoetsen van de pincode of doordat de bank er een blokkade op geplaatst heeft of omdat de klant te lang gewacht heeft met het uitnemen van de bankpas. In zo'n geval dient contact opgenomen te worden met de bank die de pas heeft uitgegeven. In België is er een algemeen nummer voor zulke problemen met een bankkaart, namelijk Card Stop.

Misbruik[bewerken]

Berlijnse geldautomaat na roof (2012)

Skimmen[bewerken]

Skimmen is het op onrechtmatige wijze bemachtigen en kopiëren van pinpas- of creditcardgegevens. Het is een vorm van betaalpasfraude, waarbij criminelen de magneetstrip van een pas kopiëren en de pincode bemachtigen op het moment dat er een betaaltransactie wordt verricht. Vervolgens maken de fraudeurs een kopie van de pas, samen met de pincode kunnen ze geld opnemen en betalen in binnen- en buitenland.

Roof[bewerken]

Op geldautomaten worden geregeld plofkraken gepleegd. Daarnaast is er het risico op overvallen tijdens het bijvullen.

Benamingen[bewerken]

Er zijn tal van informele benamingen voor het opnemen van geld via een geldautomaat:

  • flappen tappen - een populaire bijnaam voor de geldautomaat is dan ook: flappentap (Naam in begin 1980 bedacht door twee medewerkers van de Postgiro/Rijkspostspaarbank later de Postbank (1986))
  • geld uit de muur halen/trekken (als bij eten uit de muur)
  • pinnen (dit woord wordt ook gebruikt als er met de pinpas in een winkel wordt betaald)
  • bijtanken
  • saldo aanvullen
  • cashen

In België zijn deze termen nooit echt ingeburgerd. De termen worden dan ook gezien als typisch Noord-Nederlands en ontstaan in de jaren 90. Aangezien België sinds 1977 geldautomaten kent, zijn deze termen niet of slechts beperkt overgenomen van de noorderburen. Men spreekt in België anno 2006 meestal over geld afhalen, of soms van "naar een 'Bancontact' of 'Mister Cash' gaan". Sinds de fusie in 1989 betekenen deze twee eigenlijk hetzelfde. De officiële term van een geldautomaat is: GEA of ATM in het engels.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


  1. (nl) DNBulletin: Bereikbaarheid geldautomaten blijft goed - De Nederlandsche Bank. www.dnb.nl. Geraadpleegd op 2017-11-24