Betaalautomaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pinautomaat bij een onbemand benzinestation
Pinautomaat (links) bij een OV-bus in Nederland

Een betaalautomaat is een apparaat dat betaalkaarten accepteert om betalingen uit te voeren. Dit in tegenstelling tot een geldautomaat (of bankautomaat) waarmee met een betaalkaart en bijbehorende pincode contant geld kan worden opgenomen.

Als men bij het betalen een pincode moet intoetsen heet het in Nederland ook een pinautomaat. Het onderdeel van een pinautomaat dat door consumenten gebruikt wordt om de pincode in te voeren en de transactie te bevestigen heet ook wel een pinpad.

Systemen[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan verschillende typen betaalautomaten:

  • Combi-betaalautomaat, deze accepteert meerdere systemen: debetkaarten zoals Maestro en V PAY en creditcards zoals MasterCard en VISA
  • Dip & Go: betalen met een bankpas waarbij wel verbinding gemaakt wordt met de bank en het saldo wordt gecontroleerd, maar geen pincode wordt ingevoerd. Hierbij is er een maximumbedrag van bijvoorbeeld € 50. Het systeem beperkt de risico's van skimmen.[1]
  • Betaalautomaat voor contactloos betalen (met near field communication), zoals:
    • Als extra functie bij een betaalautomaat voor pinnen. Net als bij pinnen zendt de winkelmedewerker op verzoek van de klant de gegevens naar de automaat (gemakshalve kan de klant zeggen dat hij wil "pinnen", hoewel het dat in strikte zin niet is, want hij hoeft geen pincode in te toetsen). Het bedrag verschijnt dan op het scherm. De klant, voorzien van een betaalkaart die deze extra functie heeft, houdt de pas tegen een zijkant van de automaat of voor het beeldschermpje ervan. Na minder dan een seconde verschijnt op het scherm de tekst "Neem uw kaart", die inhoudt dat de betaling geslaagd is. Een verschil met de voormalige Chipknip is dat de handeling nog gemakkelijker is omdat de kaart niet in een gleuf gestoken hoeft te worden en ook niet voor akkoord een toets hoeft te worden ingedrukt, en dat bij contactloos betalen iedere betaling op het bankrekeningoverzicht van de klant verschijnt.
    • De kaartlezer van de OV-chipkaart in Nederland en de MoBIB-kaart in België, voor het betalen van reizen; in opkomst is het met de OV-chipkaart betalen van andere diensten dan reizen en betalen van andere aankopen
  • Mobiele betaalautomaat: heeft geen aansluiting met een kabel, de communicatie gaat via het GPRS- of GSM-netwerk. Dit systeem wordt gebruikt bij afleveringen of reparaties aan de deur, in de horeca (op terrassen) en de ambulante handel.

Chip of magneetstrook?[bewerken | brontekst bewerken]

Op de eerste bankkaarten stond enkel een magneetstrook die bij een elektronische betlaling gelezen werd. Naderhand, vooral om fraude en misbruik te voorkomen werd vanaf het begin van het millennium standaard de op de kaart geïntroduceerde contactchip gelezen, ook al was die chip in Nederland vooral gekend als de Chipknip (in België Proton) (zie EMV). Vanaf het tweede decennium kregen de betaalkaarten meer en meer een contactloze chip (NFC) voor contactloos betalen ingepland naast de zichtbare contact-chip.

Kosten[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat de winkelier vaak een abonnement betaalt bij zijn betalingsdienstaanbieder of een kost per transactie betaalt, is deze methode voor de winkelier niet gratis. Sinds 9 augustus 2018 mogen die kosten niet langer doorgerekend worden aan de Belgische klanten[2] Het voordeel voor de winkelier is dat de betaling meteen wordt uitgevoerd, zonder dat er contant geld in de kassa komt. Mogelijk spaart hij daarmee de kosten van het (beveiligd) geldtransport en is het overvalrisico kleiner. Ook voor contant geld rekenen de banken kosten voor storten en opnemen (in de vorm van muntrollen).