Goochelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anoniem (toegeschreven aan Jheronimus Bosch). De goochelaar. Ca. 1475-1480.
Goochelaar, Département des Arts Graphiques du Musée du Louvre, ca. 1465-1516

Goochelen is de kunst van het schijnbaar onmogelijke. Het is vanouds een straat- en podiumkunst, waarbij door middel van vlugge hand- en vingerbewegingen een bedrieglijk, vaak optisch effect wordt gecreëerd. De bedoeling is dat het de toeschouwers onduidelijk blijft hoe dat effect, het 'onmogelijke', tot stand komt. Iemand die de kunst van het goochelen beoefent noemt men een goochelaar of illusionist.

Een goochelaar gebruikt bij zijn voorstelling bijvoorbeeld traditionele hulpmiddelen als speelkaarten, ringen, touw, doeken en balletjes (bijvoorbeeld Hans Kazàn) , maar ook levende have als duiven, en vuur. Spreekwoordelijk is het konijn uit de hoge hoed.

Speciale acts zijn bijvoorbeeld de ontsnappingsstunts van een legendarisch goochelaar als Harry Houdini (1874-1926), onderwateracts (bijvoorbeeld Sylvia Schuyer, Magic Unlimited ) en doorzaag- en verdwijntrucs. Dat laatste is echter meer het terrein van de illusionist. Sommige goochelaars combineren trouwens hun voorstelling met illusionisme, comedy of clownerie, of hebben zich gespecialiseerd in straatgoochelen, kaartschieten, table-act, goochelen voor kinderen, soms gecombineerd met een clowns-act, of close-upgoochelen. Een artiest als Rasti Rostelli combineert illusionisme met gebruik van hypnose en kan derhalve niet tot de echte goochelaars worden gerekend.

Ontstaan en geschiedenis van de goochelkunst[bewerken]

Het ontstaan van het goochelen als podiumkunst is niet geheel duidelijk. De meest gangbare theorie is dat het goochelen is uitgevonden door sjamanen die middels het uitvoeren van illusies hun macht binnen de gemeenschap wilden vergroten. Het gebruik van illusies wordt overigens tot op heden nog vaak gebruikt door charlatans die beweren bovennatuurlijke krachten te bezitten, zoals de eerder genoemde Rasti Rostelli en de wereldberoemde Uri Geller.

De goochelkunst zoals we die nu kennen is ontstaan rond de achttiende eeuw. Het is niet toevallig dat rond deze tijd tevens de esoterische filosofie zeer populair was. Er zijn verschillende parallellen met de esoterie en het goochelen. Beiden houden vast aan een strikte geheimhouding en lidmaatschap tot esoterische genootschappen en goochelclubs is aan voorwaarden verbonden. Het goochelen heeft zich los van de esoterie ontwikkeld en is in de negentiende eeuw tot een volwaardige podiumkunst verworden.

Tegenwoordig wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen goochelen en toveren. Toveren is bovennatuurlijk en bestaat alleen in sprookjes of voor mensen die in occultisme geloven. Goochelen bestaat uit het toepassen van handige trucs waardoor het lijkt alsof er iets onmogelijks wordt gedaan.

Dit onderscheid is lang niet altijd zo duidelijk geweest. Veel goochelaars deden geheimzinnig over hun werkwijze en werden door het bijgelovige volk als echte tovenaars beschouwd. De goochelaars lieten hen in de waan.

Goochelaars bedenken hun trucs vaak zelf maar deze zijn ook te koop in speciale goochelwinkels.

Goochelkunst in Nederland[bewerken]

In Nederland bestaan ongeveer vijfentwintig goochelverenigingen. De overkoepelende organisatie voor Nederlandse goochelaars is de Nederlandse Magische Unie (NMU), die onder meer jaarlijkse goochelcongressen organiseert, waaraan ook veel buitenlanders deelnemen. Tijdens die congressen worden tevens de Nederlandse Kampioenschappen Goochelen gehouden. Ook worden jeugdcongressen georganiseerd, met hun eigen (jeugd)kampioenschappen.

De NMU is de opvolger van de NBG (Nederlandse Bond van Goochelaars) die kort na de Tweede Wereldoorlog was opgericht door onder meer Henk Vermeyden. Voor die tijd bestond er geen organisatie voor goochelaars in Nederland. Men ging toen naar Duitsland en andere landen voor nieuwe inspiratie en nieuw materiaal. Maar sinds de NBG zijn de ontwikkelingen hard gegaan. Al in 1950 won Fred Kaps zijn eerste wereldtitel, bij het FISM-congres in Barcelona, later gevolgd door nog twee wereldtitels (1955 en 1961). Richard Ross won twee keer (1970 en 1973). Eén keer wonnen Tonny van Dommelen (1958), Ger Copper (1979) en Harry Thiery (1967) een wereldtitel. De laatst bejubelde Nederlandse goochel-wereldkampioenen (2000) waren Scott Magician & Muriel, met een combinatie van goochelillusies, slapstick-comedy en 'physical comedy'. In 2003 vond het driejaarlijkse FISM-congres plaats in Den Haag. Het laatste congres was in juli 2012 in Londen.

De NMU geeft een tijdschrift uit, getiteld Informagie, de opvolger van Hocus.

Goochelkunst in België[bewerken]

België heeft ongeveer tien goochelverenigingen. Er wordt ook een vakblad uitgegeven, onder de titel: Escamoteur.

Voorbeeld[bewerken]

Hoewel een goocheltruc er vaak onbegrijpelijk uitziet, is de verklaring vaak kinderlijk eenvoudig. Als voorbeeld volgt hieronder de truc van het zwevende meisje.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Natuurlijk ligt het meisje op een plank. Door de afhangende kleding is dat niet te zien. Maar hoe kan de goochelaar een hoepel om het meisje bewegen?

Wie goed oplet, ziet dat de goochelaar de hoepel niet direct van links naar rechts om het meisje trekt. Hij maakt er wat vreemde bewegingen mee, hij trekt de hoepel zelfs twee keer om het meisje, zogenaamd voor het showeffect, maar in werkelijkheid omdat het nodig is.

In het gordijn achter het toneel is een verticale spleet. Het meisje ligt op een T-vormige plank en de poot van de T steekt door de spleet achter het toneel, waar een machine staat om de plank omhoog te bewegen.

De goochelaar beweegt de hoepel over de voeten van het meisje, voor het publiek is dat links. Daarna houdt hij de hoepel schuin (boven de rechterheup en de linkerschouder van het meisje) en trekt hij de hoepel over haar hoofd. Het hele meisje is nu door de hoepel gegaan, maar de hoepel zit om de poot van de T-vormige plank en de goochelaar kan de hoepel niet zomaar loslaten. Nu beweegt de goochelaar de hoepel weer over haar voeten en ten slotte over haar hoofd, zodat de hoepel weer los is.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]