Speelkaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Speelkaarten met Hollands beeld
Enkele speelkaarten van het Anglo-Amerikaanse standaardbeeld, dat teruggaat op het beeld van Rouen

Speelkaarten worden gebruikt bij kaartspelen, in kansspelen, door goochelaars en voor het bouwen van kaartenhuizen. Een complete set speelkaarten wordt ook kaartspel, spel kaarten, zij het met meervoud kaartspellen, in Nederland stok en in het Vlaams ook wel boek[1]/bat genoemd.

In de gangbare vorm bestaat een kaartspel uit 52 'gewone' kaarten, die onderverdeeld worden in vier soorten, kleuren genoemd, van elk 13 kaarten:

  • 13 schoppen ()
  • 13 harten ()
  • 13 klaveren ()
  • 13 ruiten ()

Schoppen en klaveren zijn zwart en harten en ruiten zijn rood, maar het zijn niet deze fysieke kleuren, maar de soorten die met kleur aangeduid worden. (Er bestaan ook kaartspellen waarbij elke soort een eigen kleur heeft.) Elke soort kent

  • een 2 tot en met een 10,
  • een boer (of "zot"),
  • een vrouw (of "dame"),
  • een heer (of "koning"),
  • een aas (Oorspronkelijk 1. Op kaarten met het beeld van Parijs wordt de aas aangeduid als 1).

Daarnaast bevat een spel soms twee of drie jokers.

In Nederland is traditioneel het Hollands beeld gangbaar, met typische stadsgezichten op de azen. In België wordt met het beeld van Parijs gekaart met de typische aanduiding 1 voor de aas. Daarnaast vindt het Anglo-Amerikaanse standaardbeeld steeds meer ingang, dat gekenmerkt wordt door de versiering van de schoppenaas, dat herinnert aan de tijd, dat het monopolie op het drukken van schoppenaas in Engeland bij wet bij de overheid rustte en men schoppenaas van de Engelse fiscus moest kopen.

Bij jasspelen, zoals klaverjassen heet de troefboer wel jas en de troefnegen de nel.

Speelkaarten bestaan in twee veelgebruikte formaten. Enerzijds het bridge-formaat (56 mm x 88 mm) en anderzijds het poker-formaat (62 mm x 88 mm). Het poker-formaat is het meest gangbaar in de VS, terwijl het bridge-formaat vooral in Europa populair is.

Er zijn ook een aantal bekende merken, bijvoorbeeld de Amerikaanse; Bicycle, Tally Ho's, Bee's. Deze kaarten worden frequent door goochelaars gebruikt wegens hun standaardopdruk. Hierdoor vallen speciaal getrukeerde kaarten niet op indien ze in een spel gewone speelkaarten met dezelfde opdruk zitten. Daarnaast bestaan er ook talloze getrukeerde kaartspellen zoals het Svengali en het Stripper deck.

Naast het standaard kaartspel met de zogenaamde Franse (harten, schoppen, ruiten, klaveren) kleuren zijn er in Europa ook andere varianten bekend, zoals de kaartspellen met Duitse (harten, bladeren, bellen, eikels) en Italiaanse kleuren (bekers, stokken, munten, zwaarden), en het tarotspel.

Geschiedenis[bewerken]

Vroege geschiedenis[bewerken]

Een Chinese speelkaart gedateerd tot circa 1400 na Christus uit de Ming dynastie gevonden nabij Turpan, afmetingen 9.5 bij 3.5 cm.

Speelkaarten werden uitgevonden in keizerlijk China. Ze werden gevonden in China zo vroeg als de negende eeuw tijdens de Tang dynastie (618-907). De eerste referentie naar kaartspelen dateert uit de negende eeuw, wanneer de Collection of Miscellanea at Duyang, geschreven door Su E, beschrijft hoe Prinses Tongchang (dochter van keizer Yzong van Tang) het "blad spel" speelt in 868 met leden van de Wei clan, de familie van haar man. De geleerde Ouyang Xiu (1007-1072) beweerde dat het spelen met kaarten op z'n minst sinds de mid-Tang dynastie bestaat en associeerde hun uitvinding met de gelijktijdige ontwikkeling van het gebruik van papier in plaats van papierrollen als schrijfmiddel. Het eerste bekende boek over kaarten genaamd Yezi Gexi was naar verluidt geschreven door een vrouw uit het Tang tijdperk waar op werd gereageerd door Chinese schrijvers van opvolgende dynastieën.

Het is mogelijk dat het eerste pakje geprinte kaarten ooit een Chinees domino pakje was, met kaarten waarop alle 21 combinaties staan van een paar dobbelstenen. In Kuei-t'ien-lu, een Chinese tekst geschreven in de elfde eeuw, werden domino kaarten geprint tijdens de Tang dynastie, gelijktijdig met de eerst geprinte boeken. Het Chinese woord pái (牌) wordt gebruikt om zowel papieren kaarten als spel tegeltjes (zoals domino) te beschrijven. William Henry Wilkinson suggereert dat de eerste kaarten mogelijk papieren valuta was die zowel de functie had om mee gespeeld te worden als de inzet, zoals bijvoorbeeld in ruilkaartspellen.

Een van de eerste spellen waarvan de regels bekend zijn is Mǎ diào, een slagspel, welke dateert uit de Ming dynastie (1368-1644).

9 in munten, 9 in kettingen van munten (die mogelijk verkeerd geïnterpreteerd werden als stokken uit ruwe tekeningen), 9 in myriaden (van munten of uit kettingen) en 11 in myriaden van tien stuks (een myriade is 10.000). De twee laatste kleuren hadden karakters uit het Verhaal van de wateroever op zich in plaats van symbolen. Ze hadden Chinese ideogrammen om hun rang en kleur te markeren. De kleur munten is in omgekeerde volgorde met nummer 9 als laagste tot nummer 1 als hoogste kaart. Omgekeerde rangen wordt ook gevonden in het Vietnamese spel Tổ tôm en een aantal andere spellen.

Het geldkaart kleuren systeem is gebaseerd op coupure en niet op de symbolen of afbeeldingen. Munten vertegenwoordigen cijfers tot 9, kettingen viercijferige veelvouden van 1000, myriaden vijf cijferige veelvouden van 10000, en tientallen (myriaden) zes of meer cijferige veelvouden van 100000. Dit is waarom de twee middelste kleuren niet meer dan negen kaarten kunnen hebben. Een vereenvoudigd deck wordt nog steeds gebruikt door Hakka spelers, waar elke stapel maar negen kaarten in progressieve rangen heeft, en symbolen en plaatjes vervangt door labels. Een andere type van een modern deck behoudt de traditionele afbeeldingen maar laat de hoogste stapel (tientallen myriaden) zitten en verviervoudigd de rest. De ontwerpen op moderne Mahjong steentjes zijn mogelijk geëvolueerd uit dit deck.

Perzië en India[bewerken]

Perzische Ganjifeh kaarten.

Het is niet bekend wanneer speelkaarten opkwamen in Perzië. Ze zouden in Perzië gekomen kunnen zijn door handel in de zijderoute of meegebracht kunnen zijn door de Mongoolse Rijk in de dertiende eeuw. Perzische kaarten, bekend als ganjifa of Ganjafa, hebben acht kleuren. Mogolrijk brachten deze kaarten naar India in de vroege zestiende eeuw waar ze ze Ganjifa noemen. In India hebben decks gebruikt om mee te spelen hedendaags acht, tien of twaalf kleuren hoewel er ooit zelfs decks met 32 kleuren bestonden. De Indiërs hebben ook de originele rechthoekige kaarten omgezet in cirkelvormige kaarten. In Iran werden deze kaarten niet meer geproduceerd na de tweede wereldoorlog.

Ondanks de brede variëteit in Ganfija patronen, laten de kleuren een uniformiteit aan structuur zien. Elke kleur heeft twaalf kaarten waarvan de bovenste twee meestal de figuurkaarten koning en vizier zijn en de onderste tien symboolkaarten. In de spellen Hamrang en Ekrang, gebruikt de helft van de kleuren omgekeerde rangen voor hun symboolkaarten. Er zijn verschillende motieven voor de kleuren icoontjes maar sommigen hebben munten, klaveren, kannen en zwaarden die lijken op latere Mamluk en Latijnse kleuren. Michael Dummett speculeerde dat Ganjifa en Mamluk kaarten af zouden stammen van een eerder deck die bestond uit 48 kaarten verdeeld over vier kleuren waarvan elke met tien symboolkaarten en twee figuurkaarten.

Mamelukken Egypte[bewerken]

Een mamelukken speelkaart, munten 6.

Tijdens de elfde eeuw verspreidden speelkaarten zich door Azië en kwamen later in het Mamelukken-sultanaat Caïro (1250-1517). Het Mamelukken deck bevatte 52 kaarten verdeeld over vier kleuren: polo stokken, munten, zwaarden en kopjes. Elke kleur bevatte tien symboolkaarten en drie figuurkaarten, genaamd malik (koning), nā'ib malik (onderkoning) en thānī nā'ib (tweede onderkoning). De thānī nā'ib is een niet bestaande titel dus het kan zijn dat hij niet voorkwam in vroege versies; zonder deze rang, zouden de Mamelukken kleuren qua structuur hetzelfde zijn als de Ganjifa kleuren. In feite komt het woord "Kanjifah" voor in het Arabisch op de King of Swords en wordt nog steeds gebruikt in delen van het Midden-Oosten om moderne speelkaarten te beschrijven. Invloed vanuit het verre Oosten kan uitleggen waarom de Mamelukken, waarvan de meesten Centraal-Aziatische Turkse Kyptsjaken waren, hun kopjes tuman noemden wat myriade betekent in Turkse, Mongoolse en Jurchse talen. Wilkinson postuleerde dat de kopjes afgeleidt zouden kunnen zijn van het omkeren van de Chinese en Jurchse ideogrammen voor Myriade (万).

De Mamelukken figuurkaarten lieten abstracte ontwerpen zien of kalligrafie, dus geen personen, mogelijk door een religieus verbod in Soennitisch Islam, hoewel ze wel de namen droegen van militaire officieren. Nā'ib zou verbasterd zijn tot naibi (Italiaans) en naipes (Spaans), waarvan de laatste nog vaak gebruikt wordt. Net als Mǎ diào en Ganjifa, hadden de symboolkaarten in twee kleuren omgekeerde rangen, een kenmerk die veel oud Europese kaartspellen hebben zoals Ombre, Tarot en Maw.

Een bijna compleet deck van Mamelukken speelkaarten werd gevonden door Leo Aryeh Mayer in het Topkapıpaleis in Istanboel in 1939. Dit specifieke deck werd niet gemaakt voor 1400, maar het deck werd gematcht aan een fragment van privé eigendom dat terug dateert tot de twaalfde of dertiende eeuw. Het is geen compleet deck, maar er zijn kaarten uit drie decks van dezelfde stijl. Productie van deze kaarten overleefde niet de val van de Mamelukken in de zestiende eeuw. De regels om Mulûk wa-Nuwwâb (Koningen en afgevaardigden) te spelen zijn verloren maar men gelooft dat het een slagspel is zonder troeven.

Latere veranderingen in ontwerp[bewerken]

Speelkaarten werden gebruikt om politieke standpunten uit te dragen. Dit is een speelkaart uit de Franse revolutie die vrijheid van religie en broederschap uitdraagt.

In vroege spellen waren de koningen altijd de hoogste kaart in hun kleur. Echter werd er zo vroeg als de late vijftiende eeuw speciale betekenis gegeven aan de nominaal laagste kaart, nu bekend als de aas, zodat het soms de hoogste kaart werd en de 2 de laagste. De term aas komt van een dobbel term in Anglo-Norman, die zelf afstamt van het Latijnse as (de kleinste vorm van munten). Een andere dobbel term, trey (3), komt soms voor in kaartspellen. Veel regeringen wilden inkomsten genereren door het opleggen van een zegelrecht op speelkaarten. Omdat de aaskaart de meest vrije ruimte heeft, werd de kaart meestal gekozen om de stempel op te plaatsen om te bewijzen dat de belasting was betaald. Dit leidde tot ontwikkelde ontwerpen van bepaalde aaskaarten: de schoppenaas in Engeland, de klaveraas in Frankrijk, en de ruitenaas in Rusland.

Decks met hoek- en rand markeringen (bijvoorbeeld de waarde van de kaart geprint in de hoek(en) van de kaart) liet spelers toe hun kaarten dicht bij elkaar te houden in een waaier met een hand (in plaats van dat er eerst twee handen gebruikt werden). Het eerste deck dat zo was met Latijnse kleuren werd geprint door Infirerra en dateert uit 1693, maar deze karakteristiek werd pas alledaags gebruikt vanaf het einde van de achttiende eeuw. Markeringen in het Anglo-Amerikaanse deck werden gebruikt vanaf 1875, wanneer de New York Consolidated Card Company the Squeezers patenteerde, de eerste kaarten met markeringen die grote verschillen hadden, hoewel het eerste Anglo-Amerikaanse deck met deze innovatie de Saladee's patent was, geprint door Samuel Hart in 1864.

Voor deze tijd, was de laagste figuurkaart in een Engels deck officieel een Knave, maar zij afkorting ("Kn") leek te veel op de King ("K") waardoor deze term zich niet goed aanpaste aan markeringen. Hoewel vanaf de zeventiende eeuw de Knave vaak de Jack (boer) werd genoemd, een term geleend van het Engelse renaissance spel All Fours waar de Knave of troef deze naam had. All Fours werd gezien als een spel van de lagere klassen, dus de term Jack werd beschouwd als vulgair. Het gebruik van markeringen moedigde echter een formele verandering aan van Knave naar Jack in decks in Engelse talen. Andere talen kwamen dezelfde problemen tegen wanneer ze markeringen toevoegde aan hoeken. In Latijnse talen begonnen zowel de King (koning) als de Queen (koningin) met de letter "R" terwijl ze in de Germaanse en Slavische talen begonnen met de letter "K". Door Europa werd de Queen hernoemd tot Dame, Dama of andere variaties die "vrouwe" of "koningin" betekenen. Scandinavische kaarten hebben de "Kn" voor Knaves behouden.

Dit werd gevolgd door de innovatie van omkeerbare figuurkaarten. Deze innovatie wordt toegeschreven aan een Franse kaarten producent uit Agen in 1745. Maar de Franse regering, die het ontwerp van speelkaarten beïnvloede, verbood het printen van kaarten met deze innovatie. In centraal-Europa (trappola kaarten), Italië (tarocchini) en in Spanje werd de innovatie aangenomen tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw. In Groot-Brittannië werd het deck met de omgekeerde figuurkaarten gepatenteerd in 1799 door Edmund Ludlow en Ann Wilcox. Het Anglo-Amerikaanse deck met dit ontwerp werd geprint rond 1802 door Thomas Wheeler. Omgekeerde figuurkaarten betekende dat spelers niet van kaarten die ondersteboven lagen de goede kant boven hoefde te houden. Voor deze aanpassing, konden andere spelers vaak een hint krijgen van welke kaarten een spelers had door te zien dat ze hun kaarten omdraaien. Deze innovatie zorgde ervoor dat er sommige ontwerp elementen werden aangepast uit de eerdere volledige lengte kaarten.

Ronde randen werden geïntroduceerd omdat rechte hoeken de waarde van de kaart konden onthullen. De eerder blanke achterkant van kaarten begon met het tonen van ontwerpen, plaatjes of foto's. Dit hielp om slijtage en scheuren te verbergen en schrijven op de achterkant te ontmoedigen.

De traditionele ontwerpen van Koningen, Koninginnen en boeren werden tijdens de Franse revolutie vrijheid, gelijkheid en broederschap. De radicale overheid van 1793 en 1794 wierp het oude regime omver en een goede revolutionair zou niet spelen met koningen of koninginnen maar met de idealen van de revolutie in zijn hand. Dit zou weer volkomen omdraaien in 1805 met de opkomst van Napoleon.

Tijdens de negentiende eeuw spleet de ontwikkeling van Tarot decks voor kaartlegging en kaartspelen uiteen nadat Etteilla het eerste Tator deck creëerde dat gewijd was aan waarzeggerij in 1791. De "lees tarots" gebaseerd op de symbolische ontwerpen van Tarot de Marseille (die uitgebreid aangepast werden om het wijd bekende Rider-Waite deck te produceren) behield de oude stijl van figuurkaarten met figuren over de volledige lengte, specifieke betekenissen voor de 21 troeven, en het gebruik van Latijnse kleuren (hoewel de meeste van de leeskaarten hedendaags in gebruikt afgeleidt zijn van de Franse Tarot de Marseille).

Aan de andere kant, had het spelen met speeltarots, in het bijzonder met degenen uit Frankrijk en Germaanse gebieden, tegen het einde van de negentiende eeuw zich ontwikkeld tot een vorm die meer lijkt op het moderne speelkaarten deck, met hoek markeringen en gemakkelijk te identificeren nummers en figuurkaarten. Het gebruik van de traditionele figuurkaarten voor de troeven werd grotendeels verworpen ten gunste van meer grillige scenes. De Tarot Nouveau is een voorbeeld van de huidige stijl van het spel van tarot, hoewel het ontwerpen van dit deck terug dateert tot de jaren 1890. De Italiaanse Tarocchi decks hebben echter grotendeels de traditionele figuur identificaties van elke troef behouden, net als de Latijnse kleuren, hoewel deze decks meest uitsluitend gebruikt worden voor kaartspelen. Tarocco Bolognese en Tarocco Piemontese zijn voorbeelden van Italiaans gekleurde tarot speelkaarten terwijl de Tarocco Siciliano de enige is die Spaanse kleuren gebruikt.

De Verenigde Staten introduceerde de joker in het dek. Het werd afgeleid van het spel van Euchre, dat van Europa naar Amerika verspreidde kort na de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. In Euchre, de hoogste troef is de Jack van de troefkleur, genaamd de right bower (van het Duitse Bauer); de tweede hoogste troef, de left bower, is het Jack van het kleur van dezelfde kleur als troef. De joker werd uitgevonden c. 1860 als derde troef, de beste bower, die hoger gerangschikt was dan de andere twee cilinders. De naam van de kaart wordt verondersteld om uit juker, een variant naam Euchre. Jokers zijn tegelijkertijd wild cards in latere kaartspellen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties