Naar inhoud springen

Graus (plaats)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Graus
Gemeente in Spanje Vlag van Spanje
Graus (Spanje)
Graus
Situering
Autonome regio Aragón
Provincie
Comarca
Huesca
Ribagorza
Coördinaten 42° 11 NB, 0° 20 OL
Algemeen
Oppervlakte 299,79 km²
Inwoners
(1 januari 2016)
3.329
(11 inw./km²)
Overig
Provincie- en
gemeentecode
22.117
Website https://www.graus.es/
Detailkaart
Graus (Aragón)
Graus
Locatie in Aragón
Foto('s)
Portaal  Portaalicoon   Spanje

Graus is een gemeente in de Spaanse provincie Huesca in de regio Aragón met een oppervlakte van 300 km². Graus telt 3.329 inwoners (1 januari 2016). Graus is samen met Benabarre de hoofdstad van de comarca Ribagorza.

Graus is met name bekend om haar longaniza, een worst. Zowel de grootste barbecue als de langste worst zijn records waar de inwoners van Graus trots op zijn.

De naam Graus is afgeleid van het Latijnse gradus (smalle pas), naar de ligging tussen twee bergen, Peña del Morral en Las Forcas. Er zijn geen sporen van Romeinse bewoning gevonden in Graus. De plaats kreeg belang als grensplaats van Al-Andalus. De Moren bouwden een wachttoren op de Peña del Morral. Ramiro I van Aragón probeerde Graus in 1063 tevergeefs in te nemen. In 1083 slaagde zijn zoon Sancho I er wel in om de plaats te veroveren. Hij wees de ontvolkte streek toe aan de abdij van San Victorián de Asán. In 1201 verleende Peter II van Aragón marktrecht en andere priviliges aan Graus teneinde de economie en de bevolkingsgroei te bevorderen. Graus werd een ommuurde stad.

De zestiende eeuw betekende een bloeiperiode voor de stad, die een grote bouwwoede en uitbreiding kende. Graus bleef tot 1571 een bezit van de abt van San Victorián de Asán. Na een rechtszaak bekwam de graaf van Ribagorza heerschappij over Graus. Dit leidde tot protest van de bevolking en tijdens een opstand werden de aanhangers van de graaf verdreven. Graus viel voortaan rechtstreeks onder de koning van Aragón.

In de zeventiende eeuw kreunde de streek onder de oorlogen tegen Frankrijk. Graus moest manschappen en graan leveren voor het Spaanse leger en werd in 1651-1652 bovendien getroffen door een zware uitbraak van de pest. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd Graus bezet door aanhangers van het huis Bourbon. Ook tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Carlistenoorlogen kende de stad oorlogsgeweld. Aan het einde van de negentiende eeuw kende Graus een stadsuitbreiding met de aanleg van de Calle Barranco.

Tot het einde van de Spaanse Burgeroorlog lag Graus in republikeins gebied. Met name de anarchisten stonden sterk in de stad en zij gaven zich over aan antiklerikaal geweld en vernielingen. Vanaf de jaren 1960 begon een leegloop van het platteland rond Graus.[1]

Graus geeft uit op de valleien van de Ésera en de Isábena in de uitlopers van de Pyreneeën.

Graus in de comarca Ribagorza

Bezienswaardigheden

[bewerken | brontekst bewerken]

De oude binnenstad van Graus werd in 1975 beschermd als Conjunto Histórico. Delen van de stadsmuur en drie van de stadspoorten (Chinchín, Linés en Barón) zijn bewaard. In de benedenstad (El Barrichós) staan enkele stadspaleizen. Op het hoofdplein (Plaza Mayor) staan huizen met arcaden in verschillende bouwstijlen. Het stadhuis op dit plein is gebouwd in een zuivere Aragonese renaissancestijl. Ander erfgoed zijn de middeleeuwse brug (Puente de Abajo) en de Basílica de la Virgen de la Peña, een kerk in renaissancestijl met oudere elementen in romaanse en gotische stijl, met bijhorend klooster. De parochiekerk van San Miguel was oorspronkelijk een romaanse kerk maar kende belangrijke bouwfases tot en met de achttiende eeuw.[2]

  • Espacio Pirineos: bezoekerscentrum over de Spaanse Pyreneeën in de voormalige jezuïetenkerk;
  • Museo de Iconos: iconenmuseum in Basílica de la Virgen de la Peña;
  • Museo de Historia y de la Tradición de Ribagorza: streekmuseum.[3]
Zie de categorie Graus van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.