Groote Heide (oorspronkelijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Groote Heide was een heidegebied dat zich uitstrekte tussen Heeze, Geldrop, Eindhoven, Valkenswaard en de Achelse Kluis. Het gebied was ongeveer 5000 hectare groot en werd begrensd door Tongelreep en Strijper Aa.

In dit gebied waren wel ontginningen te vinden, de zogenaamde kampjes, geïsoleerde, door houtwallen omgeven akkertjes. Overblijfselen hiervan vindt men in het noordoosten van het -later gevornde- Leenderbos. Ook werd de heide gebruikt voor de valkenjacht, een belangrijke broodwinning voor de inwoners van Valkenswaard en omgeving. Hiertoe waren zogenaamde tobhutten ingericht.

Vooral in het begin van de 20e eeuw vonden er grootschalige ontginningen plaats, waarbij vennen werden drooggelegd en -voornamelijk- naaldbos aangeplant. Bos werd aangeplant in een gebied dat toebehoorde aan de familie Van Tuyll van Serooskerken, kasteelheren van Heeze. Ook het Groot Huisven werd in dit kader drooggelegd en omgezet in weidegrond.

In de jaren 30 van de 20e eeuw werd het Leenderbos aangelegd, waarbij een groot deel van het heidegebied met naaldhout werd beplant. Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak werden de werkzaamheden gestaakt.

Verder vond nog versnippering plaats door de aanleg van autowegen door dit gebied, met name de A2 en de A67 (1963-1973), met het knooppunt Leenderheide (1963). Deze wegen en knooppunten zijn in de loop der jaren ook herhaaldelijk verbreed.

Aldus is de naam Groote Heide verdeeld geraakt over een aantal gebieden en een aantal eigenaren.

Al de genoemde gebieden maken tegenwoordig deel uit van een groter natuurgebied, Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux genaamd, dat op zijn beurt weer aansluit bij Belgische natuurgebieden als Hageven en Beverbeekse Heide.