Gustaaf Adolf van den Bergh van Eysinga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gustaaf Adolf van den Bergh van Eysinga

Gustaaf Adolf van den Bergh van Eysinga (Den Haag, 27 juni 1874 - Haarlem, 26 mei 1957) was een Nederlands hervormd theoloog. Hij was van 1936 tot 1944 gewoon hoogleraar in de exegese van het Nieuwe Testament aan de Universiteit van Amsterdam. Van den Bergh van Eysinga geldt als de laatste vertegenwoordiger van de Hollandse radicale school.[1]

Van den Bergh van Eysinga bezocht het gymnasium van Sneek. In 1893 begon hij theologie te studeren aan de Universiteit van Leiden. Daar voelde hij zich aangetrokken door de Hollands radicale school, waar aangenomen werd dat niet alleen de evangeliën maar ook de brieven van het Nieuwe Testament in de tweede eeuw geschreven waren. Van den Bergh van Eysinga promoveerde in 1901 by W.C. van Manen op het proefschrift Indische invloeden op oude christelijke verhalen. Hetzelfde jaar werd hij predikant in Oss. Van 1911 tot 1915 stond hij in Helmond, daarna meer dan twintig jaar in Santpoort. In 1935 werd hij buitengewoon hoogleraar in de godsdienstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, het jaar daarna werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar in nieuwtestamentische exegese. Hij ging met emeritaat in 1944, maar bleef college geven in Utrecht tot 1957, het jaar van zijn dood.