Hélène Swarth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hélène Swarth
Diepe Wateren (1897). Bandontwerp van L.W.R. Wenckebach.

Stephanie Hélène (Hélène) Swarth (Amsterdam, 25 oktober 1859 - Velp, 20 juni 1941) was een Nederlands dichteres die gerekend wordt tot de Tachtigers.

Hélène Swarth werd geboren als dochter van de koopman Eduard Swarth, die enige tijd consul van Portugal was, en Maria Jacoba Heijblom. Ze groeide op in Brussel en woonde tot aan haar huwelijk in Mechelen. Van 1894 tot 1910 was ze getrouwd met de Nederlandse schrijver Frits Lapidoth. Deze voor Swarth ongelukkige tijd is beschreven door Jeroen Brouwers in zijn boek Hélène Swarth. Haar huwelijk met Frits Lapidoth, 1894-1910 (1986).

Ze debuteerde met Franse, door Lamartine beïnvloede gedichten, maar schakelde op aanraden van Pol De Mont over naar het Nederlands. Haar gedichten werden warm ontvangen door Willem Kloos die haar 'het zingende hart van Holland' noemde en haar gedichten publiceerde in zijn tijdschrift De Nieuwe Gids.

Swarth was tot op hoge leeftijd productief. Haar werk is enigszins ongelijk, maar in haar beste gedichten toont zij zich de evenknie van de andere vooraanstaande Tachtigers. Door haar zuiverheid van uitdrukking bereikte zij een opvallende eenheid van vorm en inhoud, terwijl anderzijds haar grote zintuiglijke ontvankelijkheid aan haar beste werk een kosmisch-religieuze inslag geeft. Waar haar werk door critici steeds minder werd gewaardeerd, bleef zij langere tijd een grote invloed houden op haar lezerspubliek. Het was ongewoon voor een vrouwelijke dichter zich zo onverbloemd uit te spreken. Het vrouwentijdschrift De Hollandsche Lelie waarschuwde haar lezers: Ik bid U, weer allereerst zulke bundeltjes van uw boekenrekje.[1]

Gedicht[bewerken]

Sterren

O de heilige onsterflijke sterren, hoog boven mijn sterfelijk hoofd,
Waar 't geloof met zijn kindervertrouwen mij een hemel eens had beloofd,
Als deze ogen zich sluiten voor eeuwig en dit lijf wordt ten grave gebracht,
O de stille onbegrijplijke sterren! o ’t mysterieënheir van de nacht!

Lief, de dag is zo druk en zo nuchter, zo voor 't kleine en voor 't stofflijke alleen,
En de mensen verloochnen hun ziel en naar 't eeuwige leven vraagt geen.
Kom met mij waar de heilige nacht met haar ogen van sterren wenkt,
Waar een adem van liefde ons omzweeft en de Hoop met haar beker ons drenkt.

Lief, eens zullen wij sterven, wij beiden, wij samen of ieder alleen,
En het graf is zo diep en de hemel zo hoog en of God leeft weet geen.
En 'k heb niets dan de stem van mijn hart, die mij 't eeuwige leven belooft,
En de heilige onsterflijke sterren, hoog boven mijn sterfelijk hoofd.

Bibliografie[bewerken]

  • Fleurs du rêve (1879, Fr.)
  • Les printanières (1882, Fr.)
  • Eenzame bloemen (1883)
  • Blauwe bloemen (1884)
  • Beelden en Stemmen (1887)
  • Sneeuwvlokken (1888)
  • Rouwviolen (1889)
  • Fioretta: verhalen uit het meisjesleven (ca. 1890)
  • Uit het meisjesleven: novellen (1890)
  • Passiebloem (1891)
  • Poëzie (1892, verzamelbundel)
  • Verzen (1893)
  • Sprookjes (1893)
  • Kleine schetsen (1893)
  • Blanke duiven (1895)
  • Van vrouwenleven (1896)
  • Van vrouwenleed (1897)
  • Van vrouwenlot (1897)
  • Diepe wateren (1897)
  • Stille dalen (1889)
  • Profieltjes (1899)
  • Najaarsstemmen (1900)
  • Gedichten (1902)
  • Premières poésies (1902, verzamelbundel Fleurs du rêve, Les printanières en Feuilles mortes, Fr.)
  • Ernst (1902)
  • Octoberloover (1903)
  • Nieuwe Verzen (1906)
  • Louise (1907)
  • Verzwegen leed (1909)
  • Villa Vrede (1909)
  • Bleeke luchten (1909)
  • Herfstdraden (1910)
  • Avondwolken (1911)
  • Dolorosa Mara (1911)
  • Schimmetje (1912)
  • Thea Lelie (1913)
  • Eenzame paden: een bundel verzen (1915)
  • Late liefde: liederen en sonnetten (1919)
  • Nieuwe verzen (1920)
  • Late rozen: gedichten (1920)
  • Octobre en fleur (1921, Fr.)
  • Hermelijntje (1923)
  • Episoden (1924)
  • Dagen (1925)
  • Eenzamen (1925)
  • Al onder de boomen (1927)
  • Morgenrood (1929)
  • Late rozen (1929)
  • Avonddauw (1930)
  • Natuurpoëzie (1930)
  • Kinderen (1932)
  • Vrouwen: nieuwe verzen (1935)
  • Wijding: gedichtenbundel (1936)
  • Beeldjes uit vrouwenleven (1938)
  • Vrouwenleven (1939)
  • Sorella (1942)

Daarnaast leverde ze tussen 1890 en 1897 ook bijdragen aan verhalenboeken voor de jeugd. In 1909 publiceerde ze samen met Elena Văcărescu een bundel Roemeensche volksliederen en balladen naar Frans proza bewerkt.

Literatuur[bewerken]

  • Het zingende, vlammende en bloedende hart. Hélène Swarth 1859-1941 in: Schrijvende vrouwen. Een kleine literatuurgeschiedenis van de Lage Landen 1880-2010, 2010, Amsterdam University Press.

Externe link[bewerken]