Hendrik van Altdorf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hendrik van Altdorf (ca. 870 - na 935), bijgenaamd met de gouden wagen, was een edelman uit het geslacht van de Welfen en is te beschouwen als grondlegger van de macht van de Zuid-Duitse/Noord-Italiaanse tak van het geslacht.

Hendrik steunde keizer Arnulf van Karinthië en kreeg in ruil daarvoor uitgebreide bezittingen. Hij werd graaf van de Argengau, de Linzgau, Augtsgau, Schongau en de Ammergau. Deze gebieden vormden later de kern van het familiebezit van de Welfen. Hendrik werd een van de rijkste en machtigste edelen in Duitsland en was een belangrijke bondgenoot van Hendrik de Vogelaar. Hij verwierf nog goederen in de Vinschgau en stichtte in 935 een familieklooster te Altdorf waar later de abdij van Weingarten uit zou voorkomen.

Legende[bewerken]

Volgens de legende was Hendriks vader een trotse man die zich nooit aan de keizer had onderworpen. Hij had zijn zoon opgedragen dat ook te doen maar Hendrik dacht daar anders over. Hij bood de keizer aan hem te erkennen als leenheer, als die hem alle land in leen zou geven dat hij in een middag met een ploeg zou kunnen omgaan. De keizer stemde toe. Hendrik liet een miniatuur ploeg van goud maken en door steeds van paard te wisselen lukte het hem om een groot gebied rond te reizen. Toen zijn laatste paard uitgeput was, was de middag nog niet voorbij. Hendrik wilde toen met een merrie nog rond een berg rijden maar de merrie weigerde hem te dragen. De keizer was boos over deze list maar kon niet anders dan zijn woord houden en al het gebied waar Hendrik omheen was gereden, aan hem in leen te geven. Hendriks vader was diep beledigd en leefde de rest van zijn leven als kluizenaar. Aan deze legende dankt Hendrik zijn bijzondere bijnaam. De heren van de Welfen hebben nooit meer op een merrie gereden.

Familie en kinderen[bewerken]

Hendrik was afkomstig uit de hoogste adel:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Koenraad I van Auxerre
 
 
 
 
 
 
 
Welf
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Adelheid van Tours, dochter van Hugo van Tours
 
 
 
 
 
 
 
Eticho van de Ammergau
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ato van Hegau
 
 
 
 
 
 
 
Willa van Buchau
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hendrik
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Poppo I van Grabfeld
 
 
 
 
 
 
 
Hendrik van Babenberg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Adelinde van Babenberg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Eberhard van Friuli
 
 
 
 
 
 
 
Ingeltrude van Friuli
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gisela (dochter van Lodewijk de Vrome)
 
 
 
 
 
 

Hendriks vader Eticho (ca. 850 - na 911) was graaf van de Ammergau en voogd van de abdij Buchau. Door ontginningen breidde hij zijn bezit sterk uit. Na een breuk met Hendrik zou hij zich hebben teruggetrokken op zijn landgoederen. Hij sneuvelde tegen de Hongaren. Hendriks moeder Adelinde (ca. 855 - na 915) maakte rond 910 een pelgrimstocht naar Jeruzalem.

Hendrik was gehuwd met Ata van Hohenwart. Mogelijk is zij Ata, onechte dochter van Arnulf van Karinthië, die door de opstandige graaf Erchanger was geschaakt maar weduwe was nadat Erchanger door Beierse edelen was gedood. Ata is begraven in het klooster van Weingarten (Altdorf). Hendrik en Ata hadden de volgende kinderen:

  • Eticho, overleden zonder wettige erfgenamen, begraven in de kathedraal van Konstanz
  • Koenraad (c.900-26 december 975), 934 bisschop van Konstanz, in de twaalfde eeuw heilig verklaard
  • Rudolf (ca. 895 - ca. 950), graaf van de Linzgau, Argengau en Augstgau. Door een grote ruil van bezittingen met zijn broer Koenraad consolideert hij de kern van het familiebezit. Gehuwd met Siburgis. Rudolf en Siburgis zijn begraven in het klooster van Weingarten (Altdorf).