Konstanz (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Konstanz
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Konstanz
Konstanz (stad)
Konstanz (stad)
Situering
Deelstaat Baden-Württemberg
Landkreis Konstanz
Regierungsbezirk Freiburg
Coördinaten 47° 40′ NB, 09° 11′ OL
Algemeen
Oppervlakte 55,65 km²
Inwoners (31-12-2013[1]) 81.141 (1458 inw./km²)
Hoogte 405 m
Burgemeester CDU)
Overig
Postcodes 78462–78467
Netnummers 07531, 07533
Kenteken KN
Stad Altstadt en 14 stadsdelen
Gemeentenummer 08 3 35 043
Website www.konstanz.de
Locatie van Konstanz in Konstanz
Konstanz in KN.svg
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Konstanz is een universiteitsstad in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, gelegen aan de Zwitserse grens. Het is de Kreisstadt van het Landkreis Konstanz. De stad telt 81.141 inwoners.[1] Naburige steden zijn onder andere Aach, Engen en Radolfzell am Bodensee.

Ligging[bewerken]

Konstanz ligt aan het Bodenmeer, tussen de Obersee en de Untersee. De stad ligt tegen de grens met Zwitserland aan en grenst aan het kanton Thurgau. Tegen Konstanz aan ligt de Zwitserse plaats Kreuzlingen. Op de grens zijn diverse grensovergangen en douanefaciliteiten.

Op de zuidoever van de Rijn bevindt zich de historische binnenstad inclusief spoorwegstation. Aan de noordkant van de Rijn zijn de nieuwere stadsdelen.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook het artikel Rijksstad Konstanz

Er bevond zich reeds een nederzetting voor het begin van de jaartelling. Tijdens de regeringsperiode van de Romeinse keizer Augustus werden de Kelten, die zuidelijk van de Donau leefden, onderworpen en bij het Romeinse Rijk ingelijfd. Omstreeks 40 na het begin van de jaartelling vestigden de Romeinen een militaire versterking op de linkeroever van de Rijn, daar waar deze het Bodenmeer verlaat. De Romeinen noemden deze nederzetting Constantia naar keizer Constantius I Chlorus of naar zijn kleinzoon keizer Constantius II. De stenen resten van het laat-Romeinse fort werden in 2003 ontdekt.

In 585 werd Konstanz bisschopszetel, wat het gedurende ongeveer 1200 jaar zou blijven. In de late Middeleeuwen was ongeveer een kwart van de zesduizend inwoners van Konstanz vrijgesteld van belasting op grond van kerkelijke rechten. Naast belangrijk geestelijk centrum was Konstanz ook een belangrijk centrum van handel en ambacht, waaronder de productie van linnen van hoge kwaliteit. In 1192 kreeg Konstanz de status van keizerlijke stad. Voortaan was de stad uitsluitend en rechtstreeks onderworpen aan de keizer van het "Heilige Roomse Rijk der Duitse natie", wat in de praktijk een grote mate van autonomie en vrijheid inhield. Toen de economische macht van de stad het grootst was, werd een groot pakhuis gebouwd aan de haven. Dit in 1388 in gebruik genomen gebouw was het grootste van de hele stad. In dit gebouw vond tussen 1414 en 1418 het Concilie van Konstanz plaats. Tijdens dit concilie, waar honderden hoogwaardigheidsbekleders uit heel Europa aan deelnamen, werd de Tsjechische theoloog en reformator Johannes Hus, die gezien werd als een bedreiging voor de eenheid en leer van de Rooms-katholieke Kerk, ter dood veroordeeld en levend verbrand. Dit ondanks een vrijgeleide die hij van keizer Sigismund had gekregen. Zijn dood leidde tot de jarenlange Hussietenoorlogen in Bohemen. Het was ook tijdens het Concilie van Konstanz dat het decennialange pauselijke schisma tot een einde kwam met de afzetting van de drie met elkaar rivaliserende pausen en de verkiezing van Martinus V tot nieuwe paus. Dit was het enige pauselijke conclaaf ooit dat noordelijk van de Alpen werd gehouden. De rijkelijk geïllustreerde kroniek van Ulrich von Richental over het Concilie van Konstanz geeft een beeld van alle belangrijke gebeurtenissen tijdens het concilie en laat bovendien het alledaagse leven van het middeleeuwse Konstanz zien. Het gebouw waar het concilie werd gehouden is tot de dag van vandaag behouden gebleven. Dichtbij, aan de haven, staat het beeld van vrouwe Imperia, met in de palm van haar ene hand de Duitse keizer en in de palm van haar andere hand de paus, beide in de gedaante van dwergen met een kroon. Dit kunstwerk van Peter Lenk uit 1993 herinnert aan het concilie, dat de eenheid van de kerk nog ongeveer een eeuw – tot het optreden van Maarten Luther in 1517 – in stand wist te houden.

In 1460 verwierf het Zwitserse Eedgenootschap het kanton Thurgau, het natuurlijke achterland van Konstanz, waarmee de Zwitserse grens opschoof tot de rand van de stad. Daarop deed de stad een poging om ook tot het Eedgenootschap toegelaten te worden, maar de Zwitserse woudkantons stemden tegen, uit angst voor een te dominante positie van Konstanz. Hierna sloot Konstanz zich aan bij de Zwabische Bond. In de Zwabische Oorlog van 1499 verloor Konstanz zijn laatste voorrechten betreffende Thurgau aan het Zwitserse Eedgenootschap. Pas met het verdrag van 1831 kreeg Konstanz een deel van deze voorrechten terug en wel in het grensgebied van Tägermoos, belangrijk voor de groenteteelt en voedselvoorziening van de stad.

Na 1520 kwam Konstanz in de greep van de Reformatie, die in de stad onder leiding stond van Ambrosius Blarer. De stad verklaarde zich al snel officieel protestant; de bisschop werd verjaagd en week uit naar Meersburg aan de overkant van het Bodenmeer. De kerken werden van katholieke ornamenten, zoals beelden, ontdaan. De stad volgde de Augsburgse belijdenis. In 1548 echter legde keizer Karel V de keizerlijk ban op aan Konstanz en de stad moest zich overgeven aan het Habsburgse Oostenrijk, dat plotseling tot de aanval was overgegaan. Daarmee verloor Konstanz de status van keizerlijke stad. De nieuwe Habsburgse heersers voerden op grondige wijze de katholieke godsdienst opnieuw door en in 1604 werd een jezuïtisch opleidingsinstituut geopend. Het bijbehorende theater, gebouwd in 1610, is het oudste theater in Duitsland waar nog altijd regelmatig wordt opgetreden. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had de stad te lijden van belegeringen door onder meer Zweedse troepen. Hier herinnert de Schwedenschanze langs de Zwitserse grens nog aan. In de tweede helft van de achttiende eeuw herstelde de stad zich weer, maar de grote economische bloei, zoals tijdens de Middeleeuwen, was voorgoed voorbij.

In 1806 kwam de stad bij het groothertogdom Baden. In 1821 werd het bisdom Konstanz definitief afgeschaft en werd de stad deel van het aartsbisdom Freiburg. Tijdens de eenwording van Duitsland werd Konstanz in 1871 deel van het Duitse Keizerrijk. Na de Eerste Wereldoorlog behoorde de stad tot de deelstaat Baden, die begin jaren vijftig met Württemberg samenging in Baden-Württemberg. Door zijn ligging pal tegen de Zwitserse grens werd Konstanz tijdens de Tweede Wereldoorlog niet gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Wat hierbij hielp was dat men 's nachts de straatverlichting aanliet, waardoor de geallieerde bommenwerpers de stad niet van de direct naastgelegen, eveneens verlichte, stad Kreuzlingen in het neutrale Zwitserland konden onderscheiden. Na de oorlog lag Konstanz in de Franse bezettingszone van Duitsland en tot 1979 was, in het kader van de NAVO, een Franse militaire eenheid in Konstanz gelegerd.

De Altstadt, die tamelijk groot is in vergelijking met de betrekkelijk geringe omvang van het moderne Konstanz, heeft vele oude, monumentale gebouwen en bochtige straten en stegen. De stad wordt gedomineerd door de majestueuze munster ("Münster Unserer Lieben Frau"), alsook door verschillende andere kerken en drie torens die nog over zijn van de middeleeuwse stadsmuur. Een van deze torens, de Rheintorturm, markeert de plaats van de voormalige middeleeuwse, houten brug over Rijn. Ten noorden van de stad werd vanaf 1966 een moderne universiteitscampus gebouwd. Deze huisvest onder andere een bibliotheek met circa twee miljoen boeken en een botanische tuin (de Botanischer Garten der Universität Konstanz). Vooral sinds 2007 heeft de universiteit van Konstanz, als een van de elf Duitse universiteiten die het meest succesvol zijn in het Exzellenz-initiatief van Duitse universiteiten, een aanzienlijke reputatie – en meer budget – gekregen als een zogenoemde "elite-universiteit".

Konstanz was de geboorteplaats van graaf Ferdinand von Zeppelin, de ontwerper en bouwer van de naar hem genoemde luchtschepen. Zijn fabriek van luchtschepen, waarvan de eerste rond 1900 vlogen, stond aan de overkant van het Bodenmeer in Friedrichshafen.

Opleidingsinstituten[bewerken]

Konstanz heeft een universiteit en een technische hogeschool.

Partnersteden[bewerken]

Bezienswaardigheden[bewerken]

Konstanz is een historische stad met vele bezienswaardigheden, waaronder:

  • de Onze-Lieve-Vrouwemunster, gewijd in 1089
  • het benedictijnenklooster Petershausen, gesticht in 983
  • het dominicanenklooster, gesticht in 1235
  • de Drievuldigheidskerk, gebouwd in 1268 als kloosterkerk
  • kerk van Sankt Johann, gebouwd in 1268
  • de Christuskerk, gebouwd tussen 1604 en 1609
  • kerk Sankt Paul
De domkerk (Münsterkerk) van Konstanz vanuit het zuiden
Het Conciliegebouw, gelegen aan de haven

Literatuur[bewerken]