Henry Demmeni

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henry Demmeni

Henry (Jean) Demmeni (Mülhausen, 5 september 1830 - Payakumbuh, 13 december 1886) was een Nederlands generaal-majoor, gouverneur van Atjeh en onder meer commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Loopbaan[bewerken]

Demmeni trad op 18-jarige leeftijd als soldaat bij het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk in dienst en vertrok van daar in de rang van korporaal naar Indië. Hij diende een aantal jaar in ondergeschikte rangen in de gelederen van het Indische leger, waarvan in 1851 en 1852 als sergeant bij de troepen, die toen deelnamen aan de krijgsverrichtingen te Palembang. In februari 1856 werd hij tot tweede luitenant bevorderd en commandeerde in 1859 en 1860 de belangrijke militaire post op het eiland Floris te Larantoeka. Hij was vervolgens als eerste luitenant geruime tijd in garnizoen te Soerabaja, alwaar hij, bij de indertijd sterke troepenmacht in die plaats, de betrekking van plaatselijk adjudant bekleedde. Demmeni werd in 1866 benoemd tot kapitein en geplaatst op Sumatra's Westkust. Hij vertrok vijf jaar later, na bijna 23 jaar onafgebroken in Indië te hebben gediend, met twee jaar verlof naar Europa, bleef daar tot augustus 1873 en keerde in die maand met het mailstoomschip Prins Alexander, als commandant van een detachement koloniale troepen, naar Java terug. Op die zeereis kwam zijn flink en krachtdadig optreden goed uit bij het verlenen van assistentie, met zijn ondergeschikte officieren en minderen, aan een te voren vertrokken Hollandse mailboot, die in de Rode Zee schipbreuk had geleden en waarvan dientengevolge een aan boord aanwezig detachement suppletietroepen en een belangrijke - voor Indië bestemde - som specie, op de Afrikaanse kust aan de wal was gezet. Op initiatief van Demmeni werden deze troepen en rijksgelden op de Alexander overgeladen en werd vervolgens de reis naar Java voortgezet. Voor dit feit werd hij door Z.M. de Koning benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Henry Demmeni

Een jaar na zijn terugkeer in Indië werd Demmeni benoemd tot majoor en commandant van de troepen in het rijk van Deli. Ook in die betrekking bewees hij belangrijke diensten, door in dat nog maar kort aan het Nederlandse gezag onderworpen gewest de onder zijn bevelen staande troepen steeds vlug en krachtig te doen optreden. Daartoe was ook hij een van diegenen, die er veel toe bijdroeg om dat rijk met zijn zeer uitgebreide tabakscultuur te doen groeien. In 1877, 1878 en 1879 nam hij als luitenant-kolonel deel aan de vooral ook in die jaren zo vele krijgsverrichtingen te Atjeh en onderscheidde hij zich zodanig bij de veldtocht in de 22 en 26 Moekims onder generaal Van der Heijden, dat hij werd benoemd tot ridder in de Militaire Willems-orde vierde klasse. Vervolgens werd hij aangesteld als militaire commandant der Molukse eilanden met standplaats Amboina. Enkele dagen na zijn aankomt aldaar, verloste hij, door zijn bedaard en moedig gedrag, het anders zo vreedzame plaatsje van zijn inwoning van een gevaarlijke moordenaar, die op een middag als amokmaker, met een scherp mes in de hand, op de publieke weg reeds enkele mensen in woeste razernij had neergestoken en die, eindelijk opgejaagd door zijn vervolgers, het erf van Demmeni's woning was op komen rennen. Demmeni, die hem zag aankomen, haalde snel een geladen revolver uit zijn kamer, stapte daarmee kalm naar buiten de moordenaar tegemoet en legde hem, toen hij hem flink onder schot had, met een dodelijk treffend schot neer. In mei 1883 werd hij bevorderd tot kolonel en aanvankelijk bestemd voor het commando van de vesting Willem I op Java; hij werd echter in juni, door het aftreden van kolonel Schäfer, benoemd tot militaire commandant in het gouvernement van Atjeh en Onderhorigheden, alwaar toen Laging Tobias civiel gouverneur was. Deze had verzocht als zodanig te mogen aftreden en tevens in het belang van de goede zaak aan de Indische regering voorgesteld om te Atjeh het civiel bestuur, evenals vroeger, te stellen in handen van een militaire bevelhebber. Dientengevolge werd aan Demmeni, als de daartoe aangewezen persoon, in augustus 1884 bij zijn militaire functies ook de betrekking opgedragen van civiel bestuurder van Atjeh en Onderhorigheden met de titel van civiel en militair gouverneur. Vooraf had hij zich echter als militair bevelhebber in het begin van dat jaar bijzonder onderscheiden bij de expeditie tegen de radja van Tenom (westkust van Atjeh), waardoor de schepelingen van het Engelse stoomschip Nisero uit hun gevangenschap bij de inlandse vorst verlost waren. Daarvoor viel hem als beloning het ridderkruis der derde klasse van de Militaire Willemsorde ten deel. Na die tijd bracht hij met beleid en voortvarendheid de door de regering gewenste concentratie van de Nederlandse troepen te Atjeh, in haar toenmalige stelling, tot stand.

Dat zijn beleid door de Koning op hoge prijs werd gesteld bleek uit de dubbele onderscheiding, die hem bij Koninklijk Besluit van 7 april 1886 ten deel viel in een buitengewone bevordering tot generaal-majoor en commandeur der Militaire Willems-orde. Hierna bevrijdde hij onder meer de vrouw van de kapitein en van enige schepelingen van het door Toekoe Oemar geplunderde stoomschip Hok Canton. Kwaadaardige sluipkoortsen, die reeds gedurende enige weken zijn gestel sterk hadden aangetast, konden hem nauwelijks bewegen om tijdelijk het bevel te Atjeh neer te leggen en voor enkele maanden in het gezonde bergklimaat van de Padangse Bovenlanden nieuwe krachten te gaan zoeken. Echter, nauwelijks was hij in het herstellingsoord te Pajatkombo (Westkust van Sumatra) aangekomen of hij overleed aldaar. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door generaal van Teijn. Demmeni was de vader van Jean Demmeni en een broer van Hubert Cornelis Victor Amadé.

Portal.svg Portaal KNIL
Voorganger:
P.H. Laging Tobias
Gouverneur van Atjeh
1884-1886
Opvolger:
H.K.F. van Teijn
Bronnen, noten en/of referenties
  • In het archief van het Ministerie van Koloniën (Nederland), 1850-1900 berusten de:
  • 1884-1886. Militaire verslagen betreffende de Atjeh-oorlog door de commandant Demmeni.
  • 1883-1886. Militaire dagjournalen betreffende de Atjeh-oorlog door de commandant Demmeni.
  • 1886. Generaal Demmeni overleden. Nieuws van de Dag (16-12-1886)
  • 1886. C.C.P. Bij het portret van wijlen generaal H. Demmeni. Eigen Haard. Bladzijde 32-34.