Hermann Bahr

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hermann Bahr, 1891

Hermann Anastas Bahr (Linz, 19 juli 1863 - München, 15 januari 1934) was een avant-gardistisch Oostenrijks schrijver en literatuurcriticus.

Leven en werk[bewerken]

Bahr studeerde klassieke talen, rechten en economie in Wenen, Tsjernivtsi en Berlijn. Tijdens een verblijf in Parijs werd zijn belangstelling echter getrokken door de kunst en literatuur. In 1890 ging hij in Berlijn aan de slag als criticus voor de Berliner Freie Bühne en later de Deutsche Zeitung. Na 1894 werkte hij in Wenen voor Die Zeit, het Neue Wiener Tagblatt en de Oesterreichische Volkszeitung. Als criticus toonde hij zich ontvankelijk voor elke nieuwe richting in de literatuur. Hij propageerde in zijn loopbaan zowel het naturalisme, het symbolisme, het impressionisme als het expressionisme.

In zijn vroege periode te Berlijn publiceerde Bahr enkele realistische romans. In Wenen zou hij vooral symbolistische werken schrijven. Hij werd er leider van de modernistische literaire groepering Jong Wenen. Later werd hij directeur van het Burgtheater, waar hij samenwerkte met Max Reinhardt en waarvoor hij ook diverse theaterstukken zou schrijven. De stof voor zijn romans en toneelstukken ontleende hij eveneens uit het theatermilieu. Zijn werken kenmerken zich door een goed doordacht intrige, degelijke karaktertekeningen, maar met een oppervlakkige schittering en een enigszins losse structuur.[1] De meeste van zijn literaire werken zijn inmiddels in de vergetelheid geraakt, met uitzondering wellicht van zijn komedie Das Konzert uit 1909. Zijn theoretische werken over kunst en literatuur worden daarentegen nog steeds gerekend tot het beste wat het Duitse taalgebied in die periode heeft voortgebracht.

Bahr was getrouwd met operazangeres Anna von Mildenburg. Hij overleed in 1934, op 70-jarige leeftijd.

Bibliografie (selectie)[bewerken]

Hermann Bahr door Emil Orlík, 1904

Kritische en theoretische werken[bewerken]

  • Zur Kritik der Moderne, 1890
  • Die Überwindung des Naturalismus, 1891
  • Russische Reise, 1893
  • Der Antisemitismus. Ein internationales Interview, 1893
  • Studien zur Kritik der Moderne, 1894
  • Renaissance. Neue Studien zur Kritik der Moderne, 1897
  • Bildung. Essays, 1900
  • Secession, 1900
  • Rede über Klimt, 1901
  • Dialog vom Tragischen, 1903
  • Dialog vom Marsyas, 1906
  • Wien, 1907
  • Buch der Jugend, 1908
  • Dalmatinische Reise, 1909
  • Austriaca, 1911
  • Inventur, 1912
  • Expressionismus, 1916
  • Summula, 1921
  • Selbstbildnis, 1923
  • Sendung des Künstlers, 1923

Proza[bewerken]

  • Die gute Schule. Seelenzustände, roman, 1890
  • Fin de siècle, verhalen, 1891
  • Dora, verhalen, 1893
  • Neben der Liebe, roman, 1893
  • Caph, verhalen, 1894
  • Theater, roman, 1897
  • Die Rahl, roman, 1908
  • Drut, roman, 1909
  • O Mensch, roman, 1910
  • Himmelfahrt, roman, 1916
  • Die Rotte Korahs, roman, 1919
  • Österreich in Ewigkeit, roman, 1929

Toneelstukken[bewerken]

  • Die neuen Menschen, 1887
  • Die Mutter, 1891
  • Das Tschaperl, 1897
  • Wienerinnen, 1900
  • Der Franzl, 1900
  • Der Krampus, 1902
  • Der Meister, 1904
  • Ringelspiel, 1907
  • Das Konzert, 1909
  • Die Kinder, 1911
  • Das Prinzip, 1912
  • Der Querulant, 1914

Literatuur en bron[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. Cf. C. De Groot, lemma in Encyclopedie van de Wereldliteratuur.