Hooiberg (landbouw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hooiberg in Putten
Een 6-hoekige en 5-hoekige hooiberg op het Landgoed Mariënwaerdt bij Geldermalsen
Eenroede hooiberg in Lathum
Een open kapschuur in Engeland

Een hooiberg, steltenberg, roedenberg of paalschuur (Vlaanderen) is een vrijstaand agrarisch bouwwerk dat dient als opslagplaats van graanschoven (zaadberg), stro of hooi. De constructie bestaat ten minste uit een tot zeven palen, roeden genaamd, en een verstelbaar dak dat langs de palen op en neer kan bewegen. Het dak is traditioneel van riet. De hooiberg kwam rond 1500 in een groot deel van Nederland en Noord-Duitsland voor. Hij is nu vooral te vinden in de veeteeltgebieden van Zuid-Holland, Utrecht en Overijssel. In de polders rond Hamburg werd de hooiberg vooral gebruikt voor de opslag van graan. Er zijn meerdere bouwtypes; sommige zijn onderdeel van een opslag- of veeschuur; men spreekt dan van een schuurberg.

De hooiberg moet onderscheiden worden van de kapberg, die in de regel geen verstelbaar dak heeft. Dit is in feite een open variant van de kapschuur of het hooihuis.

In de omgeving van Mechelen spreekt men ook wel over Hollandse schuur; in historische bronnen komt daarnaast het woord mikke voor, waarmee een soort kapberg werd bedoeld. In Engeland noemt men een kapberg ook wel een Dutch barn (Hollandse schuur). In de Verenigde Staten wordt onder Dutch barn een driebeukige graanschuur verstaan.

Naam en oorsprong[bewerken]

Tot het einde van de middeleeuwen werd de hooiberg kortweg berg of barch genoemd. De oudste vermeldingen dateren uit de elfde eeuw. Het woord hangt samen met 'bergen'; een berg is een 'opslagplaats voor hooi of graan'. Het woord is slechts in de verte verwant met bergerie ('schapenboerderij'). Een oorkonde van omstreeks 1022 noemt in het Gelderse rivierengebied een 'afdak dat in de volksmond barg wordt genoemd. Uit dezelfde tijd stammen notities uit Noord-Duitsland, die spreken over een type graanschuur dat barg of barhc heet. De (hooi)berg is vermoedelijk ontstaan uit de prehistorische graanspieker.

Veevoer[bewerken]

De opslag van hooi was bedoeld om in de wintermaanden een voorraad voer voor het vee te hebben als ze op stal stond en er geen vers gras was. Men moest na het opslaan van het hooi alert zijn op hooibroei, dit kon de gehele voorraad met boerderij en al in vlammen doen opgaan door zelfontbranding. Tegenwoordig wordt 's zomers het voer meestal al ingekuild of in grote ronde balen verpakt die buiten opgeslagen liggen tot ze nodig zijn. De hooiberg is daardoor steeds meer een decoratieve opstal bij de oudere boerderijen geworden.

Onderzoek[bewerken]

De hooiberg wordt sinds het einde van de twintigste eeuw in zijn bestaan bedreigd door andere opslagtechnieken. Mede als gevolg van de dreigende teloorgang is studie op gang gekomen naar de historie, de constructie en de werking van de hooiberg. Daardoor kwamen interessante feiten naar boven zoals het regelmatig voorkomen van het bouwwerk in schilderkunst, poëzie en architectuur. De verspreiding van het bouwwerk over de wereld wordt door onderzoek steeds duidelijker. Internationale contacten leiden tot gedeeld besef dat regionale tradities rond opslag van hooi en andere landbouwproducten op de boerderij beter gedocumenteerd en bewaard dienen te worden. Hooibergen worden steeds vaker beschermd door ze op monumentenlijsten te plaatsen.

Techniek[bewerken]

Voor het op en neer bewegen van het dak worden verschillende werktuigen gebruikt, onder andere een heef(t), een rikrak (een constructie werkend met een hefboom), een lier en katrol aan de hooibergroede of een losse bergwaag met losse stoel.[1]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]