Ilja Maso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ilja Maso (Wageningen, 3 oktober 1943 - 4 mei 2011) was hoogleraar wetenschapstheorie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Hij was gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek, empirisch fenomenologisch onderzoek, toeval, parapsychologie en de demarcatie tussen wetenschap en pseudo-wetenschap.

Maso studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in Leiden op een proefschrift over etnomethodologie, Verklaren in het dagelijks leven: een inleiding in etnomethodologisch onderzoek (1984). Maso was werkzaam bij de subfaculteit Sociologie van de Universiteit Leiden (1972-1988) en de vakgroep Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam (1988-1989). Van 1989 tot 2007 was hij hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Van 1994 tot 2007 was Maso gedurende twee periodes rector van de Universiteit voor Humanistiek. Tijdens zijn hoogleraarschap was hij gedurende enige tijd Honorary Visiting Lecturer aan de Universiteit of Wales College of Cardiff en gasthoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Onderzoek[bewerken | bron bewerken]

Maso heeft originele bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van methoden voor de etnomethodologie (Verklaren in het dagelijks leven, 1985), voor kwalitatief onderzoek (Kwalitatief onderzoek, 1987, en Kwalitatief onderzoek: Praktijk en theorie, 1998) en voor de empirische fenomenologie (De rijkdom van ervaringen, 2004). Tegelijkertijd heeft hij als een van de weinigen het belang van de motieven van individuele onderzoekers benadrukt, zoals bijvoorbeeld in “The excellent researcher” (1994), “Necessary subjectivity” (2003) en “De wetenschappelijke houding als het streven naar voortreffelijkheid” (2008). In het boek Onsterfelijkheid: van twijfel naar zekerheid (2007) onderzoekt hij de filosofische argumenten die kunnen worden gegeven voor een leven na de dood. Op basis van deze argumentatie komt hij tot de conclusie er een leven na de dood moet bestaan. Dit is hem op felle kritiek vanuit humanistische kring komen te staan, met name door de vrijdenkersbeweging.

Literatuur[bewerken | bron bewerken]

Maso heeft onder meer de volgende publicaties op zijn naam staan:

  • De wetenschappelijke houding als het streven naar voortreffelijkheid. Afscheidsrede vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Amsterdam: Humanistics University Press, 2008
  • Onsterfelijkheid: Van twijfel naar zekerheid. Kampen: Ten Have, 2007.
  • "An empirical phenomenological approach to experiences." In: A.-T. Tymieniecka (red.) Analecta Husserliana XCIII. New York: Springer-Verlag, 2007, blz. 163-174.
  • "Toward a panpsychistic foundation of paranormal phenomena." European Journal of Parapsychology, jrg. 21, nr. 1, 2006, blz. 3-26.
  • “Arguments in favour of inclusive science.” In: D. Aerts, B. d'Hooge & N. Note (red.) Worldviews, Science and Us: Redemarcating Knowledge and Its Social and Ethical Implications. New Jersey: World Scientific Publishing Co, 2005, blz. 8-19.
  • (met G. Andringa & S. Heusèrr) De rijkdom van ervaringen: Theorie en praktijk van empirisch fenomenologisch onderzoek. Utrecht: Lemma, 2004.
  • "De huidige betekenis van het begrip synchroniciteit." Jaarboek van de Interdisciplinaire Vereniging voor Analytische Psychologie, nr. 20, 2004, blz. 64-87.
  • “Necessary subjectivity: Exploiting researchers’ motives, passions and prejudices in pursuit of answering ‘true’ questions.” In: L. Finlay & B. Gough (red.) Reflexivity: A Practical Guide for Researchers in Health and Social Sciences. Oxford: Blackwell Publishing, 2003, blz. 39-51.
  • (met A. Smaling) “The humanist potentialities of qualitative research.” In: A. Halsema & D. van Houten (red.) Empowering Humanity: State of the Art in Humanistics. Utrecht: De Tijdstroom, 2002, blz. 37-60.
  • "Phenomenology and ethnography." In: P.A. Atkinson, A. Coffey, S. Delamont, J.F. Lofland & L. Lofland (red.) Handbook of Ethnography. London: Sage, 2001, blz. 136-144.
  • (met S. Sombeek) Atlas van de belevingswereld (met kaarten van Louise van Swaaij en Jean Klare). Amsterdam: Dijkgraaf & Van der Veere, 1999.
  • (met A. Smaling) Kwalitatief onderzoek: Praktijk en theorie. Amsterdam: Boom, 1998.
  • De zin van het toeval. Baarn: Ambo, 1997.
  • "The excellent researcher." In: W.W. Harman with Jane Clark (red.) New Metaphysical Foundations of Modern Science. Sausalito, Cal.: Institute of Noetic Sciences, 1994, blz. 81-95.
  • "Qualitative policy research." In: K. Mesman Schultz, J.T.A. Koster, F.L. Leeuw & B.M.J. Wolters (red.) Between Sociology and Sociological Practice. Leiden: Research Center for Youth Welfare, 1993, blz. 113-121.
  • Over over de methode. Rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Wetenschapsfilosofie, Methodologie en Onderzoeksleer. Utrecht: Universiteit voor Humanistiek, 1990.
  • "The necessity of being flexible." Quality & Quantity, jrg. 23, 1989, blz. 161-170.
  • Kwalitatief onderzoek. Meppel/Amsterdam: Boom, 1987.
  • Verklaren in het dagelijks leven: Een inleiding in etnomethodologisch onderzoek. Proefschrift. Groningen: Wolters-Noordhoff, 1984.

Externe links[bewerken | bron bewerken]