International Tracing Service

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdingang van de International Tracing Service in Bad Arolsen, Duitsland

International Tracing Service, afgekort als ITS, is een afdeling van het Rode Kruis en is gevestigd in Bad Arolsen (Hessen). Deze afdeling beheert een archief- en documentatiecentrum over nazi-vervolging en haar slachtoffers. Het archief van deze dienst bevat ongeveer 30 miljoen documenten over zo'n 17,5 miljoen nazi-slachtoffers. Er zijn meer dan 50 miljoen naamkaarten uit ontstaan.

ontstaan[bewerken]

Direct na de Duitse capitulatie in 1945 hadden de geallieerden o.a. tot taak de ongeveer 13,5 miljoen ontheemden (waaronder kampgevangenen, dwangarbeiders en verdreven personen) te repatriëren. Een centraal bureau zou opgericht moeten worden voor de registratie van deze displaced persons en voor de opsporing van vermiste personen. Bad Arolsen was hiervoor een geschikte plek omdat deze plaats vrijwel ongeschonden uit de oorlog was gekomen en omdat daar de telefoon- en telegraafverbindingen nog werkten. [1]

Hier werden alle in beslag genomen en gekopieerde archieven en administraties van concentratiekampen, bedrijven en gemeenten verzameld en opgeslagen. Het volledige archief uit de concentratiekampen Buchenwald en Dachau is er te vinden. Het bestaat uit o.a. lijsten, inventarissen, persoonsbeschrijvingen, verslagen van medische experimenten en verordeningen. Kortom hier ligt een deel van de nauwkeurige administratie die de nazi's bijhielden voor hun terreur van dwangarbeid, deportatie en uitroeiing. Het archief bevat ongeveer 30 miljoen documenten over zo'n 17,5 miljoen nazi-slachtoffers en vult ruim 27 kilometer archiefplanken.

Van elke naam, die wordt aangetroffen, is een aparte kaart gemaakt; in het totaal zijn er 50 miljoen naamkaarten.[2] De namen worden gerangschikt: alfabetisch op naam, op geboortedatum en fonetisch; één naam kan honderden fonetische schrijfwijzen hebben.

Het archief werd in eerste instantie gebruikt voor overlevenden die bewijsmateriaal nodig hadden om een uitkering te kunnen krijgen. Het archief werd verder gesloten gehouden uit privacy-overwegingen, ook voor onderzoekers omdat de documenten gevoelige informatie bevatten over personen, zoals iemands politieke overtuiging, over Joodse collaborateurs en hoe men daartoe aangezet werd, wie luizen had, welke medische experimenten er werden uitgevoerd, de aard van een mentale handicap, wie beschuldigd werd van homoseksualiteit, incest of pedofilie. Er was ook de Duitse vrees voor rechtsprocedures als die informatie vrij zou komen. De mogelijkheid tot juridische stappen is ondertussen verjaard.[3]

openstelling archief voor onderzoek[bewerken]

In 2007 werd een Protocol opgesteld dat wetenschappers en onderzoekers tot de archieven van de deportatie tijdens de Tweede Wereldoorlog in Bad Arolsen toegang geeft. Tot de openstelling van de archieven werd besloten na onderhandelingen tussen de 11 lidstaten van het Internationale Comité van het Rode Kruis: België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Israël, Italië, Luxemburg, Nederland, Polen en de Verenigde Staten van Amerika.[4] Eind november 2007 werd het archief opengesteld voor onderzoekers en voor het algemene publiek.[5]

huidige toestand[bewerken]

De ITS is op dit ogenblik, mei 2017, gehuisvest in 4 gebouwen. Eén archief bevat alle aanvragen voor informatie, die tot nu toe zijn ontvangen, incl. de antwoorden die op de aanvragen gegeven zijn. Familieleden van oorlogslachtoffers kunnen aanvragen doen voor informatie.

Vragen komen van nabestaanden van nazi-slachtoffers en van overlevenden; o.a. dwangarbeiders, concentratiekampgevangenen en krijgsgevangenen.

Sinds 2013 is het archief opgenomen in de werelderfgoedlijst van documenten van UNESCO[6]. Ook is het archief beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek.

nieuw hoofdgebouw[bewerken]

Aangezien o.a. klimaatbeheersing ontbreekt acht men de huidige 4 gebouwen niet geschikt om de documenten in te bewaren. De documenten zullen worden verplaatst naar een, nog te bouwen, hoofdgebouw, dat in 2020 klaar moet zijn.

Externe link[bewerken]