Pedofilie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Seksuele en genderdiversiteit
Lijn

Algemeen
gender · sekse/geslacht
seksuele geaardheid
genderidentiteit
holebi · lgbt

Sekse/geslacht
vrouw · intersekse · man
transseksualiteit

Genderidentiteit
androgynie
cisgender
genderqueer
queer
transgender
travestie

Voorkeur op basis van geslacht
autoseksualiteit
biseksualiteit
heteroseksualiteit
homoseksualiteit
lesbianisme
panseksualiteit
polyseksualiteit

Voorkeur op basis van leeftijd
efebofilie
gerontofilie
hebefilie
pederastie
pedofilie

Voorkeur op basis van gedrag of objecten
bdsm
fetisjisme
infantilisme

Overige voorkeuren
aseksualiteit
polyamorie
parafilie

Pedofilie (woord afkomstig uit het Grieks; pais (παις, wortel paid- = 'knaap', 'kind') en philía (φιλία, 'vriendschap')) is een term, die wordt gebruikt voor het zich seksueel aangetrokken voelen van volwassenen tot kinderen tot en met de prepuberteit (in het algemeen dertien jaar of jonger).

Meisjes zijn gemiddeld op hun dertiende geslachtsrijp (op z'n vroegst is dat mogelijk vanaf 10 jaar) en jongens gemiddeld op hun veertiende (in sommige gevallen al vanaf hun elfde).[bron?] Een volwassene die zich aangetrokken voelt tot een geslachtsrijpe puber wordt ook wel een efebofiel genoemd.[1]

Pedofilie wordt als psychische aandoening gezien. Pedoseksualiteit, het verrichten van seksuele handelingen met minderjarigen is een vorm van kindermishandeling en strafbaar als kindermisbruik.

Begripsafbakening

Pedofilie wordt vaak in verband gebracht met pedoseksualiteit en kindermisbruik, maar valt niet hiermee samen. Een groot deel van de pedofielen misbruikt geen kinderen en een groot deel van de kindermisbruikers is niet pedofiel.[2][3][4]

Het zich specifiek aangetrokken voelen tot pubers heet efebofilie, waarbij ook hier geldt dat niet iedere efebofiel (seksuele) relaties met pubers aangaat en niet iedere volwassene die dit doet efebofiel is. Pederastie (erotische relaties tussen mannen en jongens) wordt vaak verward met zowel pedofilie als homoseksualiteit maar is in feite wanneer de jongen minderjarig is en er daadwerkelijk seksueel contact plaatsvindt, te zien als een vorm van homoseksueel kindermisbruik.

In discussies over pedofilie maakt men ook wel een onderscheid tussen pedofilie als het 'verlangen naar seksueel contact' met kinderen en pedoseksualiteit als het 'daadwerkelijk hebben van seks' met kinderen. Dit onderscheid wordt echter in het dagelijks taalgebruik en psychiatrische omschrijvingen niet gemaakt. In de strafwetgeving komt geen van beide termen voor; er wordt aan leeftijd gerefereerd, en verlangens zijn niet strafbaar.

DSM-IV

In het internationaal gehanteerde classificatiesysteem van psychische ziektebeelden, het zogenoemde Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV), valt pedofilie onder de categorie "psychoseksuele stoornissen" en staat daar opgesomd met de andere parafilieën: fetisjisme, transvestitisme, voyeurisme, exhibitionisme, masochisme en sadisme.

De DSM-IV-criteria voor pedofilie zijn:

  • A. Gedurende een periode van ten minste zes maanden recidiverende intense seksueel opwindende fantasieën, seksuele drang of gedragingen met betrekking tot seksuele handelingen met een of meer kinderen in de prepuberteit (in het algemeen dertien jaar of jonger).
  • B. De persoon gedraagt zich naar deze aandrang of de drang of fantasieën veroorzaken duidelijk lijden of interpersoonlijke moeilijkheden.
  • C. Betrokkene is ten minste zestien jaar oud en ten minste vijf jaar ouder dan het kind of de kinderen uit criterium A.[5]

Om de diagnose pedofilie te kunnen stellen moet aan alle drie deze criteria voldaan zijn. Er hoeft geen sprake te zijn van daadwerkelijke seks met kinderen, maar het wordt ook niet uitgesloten. Onder 'gedraagt zich naar deze aandrang' kan verder ook worden verstaan het opzoeken van situaties met kinderen of het bekijken van kinderporno. Incidentele seksuele gedragingen of gevoelens van volwassenen naar kinderen worden hier als normaal beoordeeld.

Tegenstanders van de opname van pedofilie in de DSM-IV wijzen vaak, naast de algemene kritiek op de DSM-IV, op de verwijdering van homofilie van deze lijst in 1973. Zij zien pedofilie als een vergelijkbare normale variant op seksualiteit. Voorstanders van opname op de lijst leggen het verband met objectivering, lijden, vernedering en niet-instemmende personen, die ook bij de andere parafilieën van toepassing zijn.

Cijfers over pedofilie

Wegens het taboe op het onderwerp zullen er weinig mensen vrijwillig toegeven dat zij zich seksueel tot kinderen aangetrokken voelen. Het grootste gedeelte van de personen die uiteindelijk therapie krijgen, is tegen de lamp gelopen tijdens een politieonderzoek en heeft een delict gepleegd op het gebied van kindermisbruik. De schaamte over pedofiele gevoelens, de onwetendheid over het juiste hulpadres en angst voor de gevolgen die het vrijwillig om hulp vragen met zich meebrengt, zijn doorgaans zo groot, dat er een enorm verschil bestaat tussen geregistreerd misbruik en het werkelijke aantal gevallen die nooit aan het licht zullen komen. Dit laatste wordt in de criminologie "dark number" genoemd. Hier komt het gegeven bij dat kindermisbruik en pedofilie niet samenhangen: een groot deel van het kindermisbruik komt voor rekening van niet-pedofiele daders (asociale- en gelegenheidsplegers), terwijl het zijn van pedofiel niet hoeft te betekenen dat men overgaat tot kindermisbruik.

Kinderpornografie

Internet biedt door de relatieve anonimiteit en grotere communicatiemogelijkheden ook mogelijkheden voor pedofielen. Pedofiele behoeften op het internet kan variëren van het bekijken en verspreiden van kinderporno tot het via chatboxen contact zoeken met minderjarigen, eventueel om deze ooit echt te ontmoeten. Aan de andere kant kan internet ook als contactmedium gebruikt worden voor mensen die worstelen met hun pedofiele geaardheid, en een bron zijn van voorlichtingsmateriaal.

Sommigen menen dat het bekijken van kinderporno als uitlaatklep voor verlangens kan dienen waardoor een pedofiel geen kinderen zal misbruiken. Kinderporno kan hen echter in aanraking met justitie brengen, waarbij ook het bezwaar geldt dat men door kinderporno te bekijken indirect de productie hiervan (en dus kindermisbruik) steunt. Anderen menen dat kinderporno kindermisbruik kan stimuleren.

Hulpverlening

In het veld van de hulpverlening zijn allerlei instanties op dit terrein actief. Onderscheid moet gemaakt worden in:

  • vrijwillig aangegane hulp dan wel opgelegde hulpverlening aan pedofielen/-seksuelen (door justitie veroordeelde pedoseksuelen krijgen in alle gevallen hulpverlening opgelegd);
  • hulpverlening aan slachtoffers.

Laagdrempelige hulpverlening wordt geboden door:

  • in België de verschillende centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW);
  • in Nederland sinds april 2012 de hulplijn Stop it Now!, een anonieme, laagdrempelige telefoonlijn die zich richt op volwassenen, vanuit de gedachte dat het voorkomen van seksueel kindermisbruik een verantwoordelijkheid van volwassenen is. Het is een hulplijn voor mensen die zich zorgen maken over hun eigen gevoelens voor kinderen, of om het gedrag van iemand in hun omgeving.

Daarnaast wordt hulp geboden door het Bureau Vertrouwensartsen, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Stichting Ambulante Fiom, kortweg Fiom.

Geschiedenis

Tot aan de 18e en 19e eeuw heerste in sommige plattelandsgebieden in Europa en Iran het fabeltje dat men "van een venerische ziekte kon genezen door de bijslaap (seksuele penetratie) met een dier of een klein meisje", zoals onder de staatshoofden Mbeki en Zuma in Zuid-Afrika in het geval van een hiv-besmetting of aids beweerd werd.

Dergelijke praktijken hingen mede samen met de algemene mening dat kinderen kleine volwassenen waren, die alleen wat moesten groeien, maar verder precies hetzelfde behandeld konden worden. Dit betekende dat zij ook zwaar werk moesten doen zoals volwassenen, en dat seksuele toenadering tot een kind niet als misdadig of schade toebrengend werd gezien. Pas na de opkomst van de (kinder)psychologie in de 19e en 20e eeuw veranderde dit beeld.

In de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw waren er vele organisaties die zich actief bezighielden met het propageren van pedofilie en de acceptatie ervan. Zo had de NVSH een Werkgroep Pedofilie die jarenlang het tijdschrift Naar Integratie Kinderseksualiteit (NIKS) uitbracht. De Dordtse uitgever Joop Wilhelmus heeft in die periode meerdere kinderpornografische tijdschriften uitgegeven zoals het blad Lolita. De Vereniging MARTIJN was de bekendste organisatie die zich in Nederland bezighield met de acceptatie van pedofilie. Op 27 juni 2012 heeft de rechtbank in Assen de vereniging verboden. Ook de voormalige Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit was pro-pedofilie, en werd hierom in de volksmond zelfs aangeduid als de 'pedopartij'. Overigens vormen de voorstanders geen homogeen blok en bestaan er verschillende zienswijzen over hoe pedofilie een plaats zou moeten hebben in de samenleving, zoals:

  • Pedofilie accepteren als seksuele geaardheid (dus niet als ziekte of afwijking), zonder aanpassing van de wetgeving. Met andere woorden: pedofielen dienen in de samenleving te worden geaccepteerd maar moeten zich aan de bestaande zedenwetgeving houden;
  • Bepleiting van meer openheid betreffende de seksualiteit van kinderen;
  • Voorstellen tot het verlagen of schrappen van leeftijdsgrenzen voor vrijwillig seksueel contact. In de meest vergaande voorstellen wordt ieder seksueel contact tussen kinderen en volwassenen acceptabel bevonden zolang er geen dwang of geweld aan te pas komt;
  • Voorstellen tot het gedeeltelijk of geheel legaliseren van kinderpornografie. Vaak wordt hier het argument aangehaald dat kinderpornografie als uitlaatklep kan dienen zodat men niet overgaat tot daadwerkelijk kindermisbruik.

In de jaren zeventig zette dr. Edward Brongersma zich in voor de verlaging van de minimumleeftijd voor seksuele contacten. Dr. Theo Sandfort publiceerde de onderzoeken Jongens over vriendschap en seks met mannen (1986) en Het belang van de ervaring (1988), waarin zijn conclusie was dat homoseksuele pedofiele contacten niet in alle gevallen schadelijk zijn voor het kind. Vergelijkbare conclusies werden getrokken door de Amerikaanse wetenschappers R. Bauserman, B. Rind en Ph. Tromovitch die een meta-analyse uitvoerden van bekende gegevens over seksuele ervaringen van jongens met mannen.[6] Dit rapport werd door het Amerikaanse House of Congress formeel afgekeurd, wat tot heftige wetenschappelijke en morele discussies leidde.

Afbakening

Hoewel er, net als bij alle vormen van seksualiteit, een uitgebreide nuancering in de ‘mate van’ pedofilie te maken is, wordt in het dagelijks gebruik de term pedofilie voor het hele spectrum gebruikt. Het begrip pedofiel wordt echter ook gebruikt buiten de omschreven kaders. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Kindermisbruik in het algemeen terwijl zoals eerder vermeld pedofilie niet hiermee samenhangt;
  • Volwassen personen met een groot leeftijdsverschil;
  • Volwassen personen die zich aangetrokken voelen tot personen waarvan zij onterecht denken, op grond van duidelijke secundaire geslachtskenmerken, dat deze meerderjarig zijn (de Amerikaans-Engelse uitdrukking hiervoor is jailbait, gevangenislokaas);
  • Een jonger stel met een relatief groot leeftijdsverschil, vooral wanneer de oudere partner wel de minimumleeftijd voor vrijwillig seksueel contact heeft bereikt maar de jongere partner nog niet (bijvoorbeeld een 15-jarige met een 18-jarige);
  • Kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd die ‘doktertje spelen’ of wat oudere kinderen die met seks experimenteren;
  • Lichamelijke intimiteit tussen volwassenen en kinderen zonder seksuele intentie of schennis van de eerbaarheid;
  • Afbeeldingen van naakte kinderen in legitieme situaties (bijvoorbeeld in het zwembad of aan het strand, niveau 1 en 2 van de Copine-schaal);
  • Als scheldwoord ('pedo').

Soms is het onderscheid lastig te maken. Een onschuldige foto van ouders van hun kinderen in bad, kan in de handen van een pedofiel pornografisch materiaal worden.

Dit oneigenlijk gebruik en stereotypering van de term pedofiel heeft een aantal gevaren:

  • Het gevaar wordt zo algemeen en het beeld zo beperkt, dat men de daadwerkelijke ‘zieke’ personen en ‘strafbare’ handelingen niet meer ziet. Publieke angst richt zich vaak op reeds veroordeelde personen of op de 'enge man in de bosjes', terwijl het gevaar van misbruik uit de bekendenkring het grootst is;
  • Er kan een heksenjacht ontstaan op onschuldige personen;
  • Personen die al in de fout zijn gegaan krijgen hoegenaamd geen kans meer, ook als ze hun straf hebben uitgediend en tot inkeer zijn gekomen. Hierdoor bestaat de kans dat ze zich uit de maatschappij terugtrekken en opnieuw zedenmisdrijven zullen plegen. In de Verenigde Staten bestaat een leefgemeenschap van voormalige zedendelinquenten die elders nergens meer als buurtgenoot worden getolereerd: Miracle Village;
  • Relatief lichte vergrijpen en grensgevallen worden buitensporig zwaar afgestraft omdat ze binnen de definitie van zedenmisdrijven vallen. Men kan denken aan de eerdergenoemde relatie tussen een 18jarige en een 15jarige;
  • Vaak vindt zowel bij schuldigen als onschuldigen eigenrichting plaats, zoals naming and shaming, vandalisme, bedreiging, stalking of mishandeling;
  • Normale intimiteit met en seksualiteit van kinderen wordt taboe, hetgeen een gezonde ontwikkeling van kinderen belemmert;
  • Mensen durven uit angst voor (valse) beschuldigingen niet meer met kinderen te werken, of worden door protesten van ouders hiervan weerhouden. Een voorbeeld is de aversie tegen mannelijke kinderverzorgers na de Amsterdamse zedenzaak.[7]

Pedofielenjager

In exclusief verslag ontving Wikinews een intern FBI-document van Wikileaks dat de symbolen toont waarmee georganiseerde pedofielen zich identificeren tegenover elkaar

Een 'pedofielenjager' is een persoon, niet werkzaam bij de politie, die op zoek gaat naar pedofielen en hun foto's en gegevens vrijgeeft aan politie en/of het brede publiek via websites of flyers met als doel (toekomstige) slachtoffers te beschermen. Het vrijgeven van deze gegevens gaat in tegen de Belgische en Nederlandse privacywetgeving. Om deze reden worden foto's en begeleidende teksten vaak in buitenlandse media gepubliceerd. Journalisten en televisieprogramma's zoals Alberto Stegeman, Peter R. de Vries en het Amerikaanse To Catch a Predator stellen soms ook personen die seksueel contact met minderjarigen zoeken aan de kaak.

De grens met uitlokking en eigenrichting is evenwel zeer dun. Soms gaat het om personen die niet schuldig bevonden zijn aan strafbare feiten, of heeft de 'pedofielenjager' zelf het initiatief tot seks genomen of het gesprek een erotische wending gegeven.

Zie ook

Externe links