Jaap Goudsmit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jaap Goudsmit (Amsterdam, 22 juli 1951) is een Nederlands onderzoeker die vooral bekendheid heeft gekregen door zijn onderzoek naar aids en griep. De laatste jaren is zijn onderzoeksterrein verschoven naar de ziekte van Alzheimer. Jaap Goudsmit is ook schrijver van non-fictive boeken: Anderhalve Eeuw Dokteren aan de Arts (1978) ; Waarom baart een muis geen olifant (co-auteur Maarten Koopman, 1988); Lees (1989); Vrijend Virus, over de oorsprong van het AIDS virus(1999); De vondst van apenmummies in Egypte, Expeditie op Ziek naar oud DNA(2000); De Virusinvasie, over de overleving van viruses en de menselijke soort(2003); Tegen de Vlakte, een zoektocht naar kennis van zaken in Nederland(2006); Dromen van Vaccins, Dertig jaar op zoek naar de juiste reactie(2009).

In het Engels verschenen van de hand van Jaap Goudsmit: Viral Sex, the Nature of AIDS (1997); Viral Fitness, the next SARS AND West Nile in the Making (2004); Serendipity Manual (2012); The Vaccine Bug, a personal history of the World of Immunity (2013); Immorbidity, Spelling-out a Life free of dis-ease(2015).

Goudsmit ging naar de middelbare school op het Vossiusgymnasium in Amsterdam, en studeerde in 1978 cum laude af in de geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1978 kreeg hij een onderzoekspositie bij de Nobelprijswinnaar Carleton Gajdusek op de National Institutes of Health in de Verenigde Staten waar hij onderzoek deed naar de overdraagbaarheid van de ziekte van Alzheimer. . Terug in Nederland was hij betrokken bij de behandeling van een van de eerste Nederlandse aidspatiënten, wiens ziektebeeld zijn aandacht trok. In 1982 promoveerde hij aan de UvA, en werd in 1989 hoogleraar virologie aan die universiteit. Goudsmit werd bekend door de mede-ontdekking van de voorspellende waarde voor het krijgen van AIDS van de hoeveelheid virus in het bloed en zijn verklaring van de structuur en de functie van de V3-lus van de envelop van het aidsvirus. Later was hij de eerste die aantoonde dat het griep virus, dat heel snel muteert, een achilleshiel heeft, waardoor een universeel griep vaccin in zicht is gekomen. In 2013 Jaap Goudsmit vond de term " immorbidity " uit voor een leven vrij van ziektes die komen met het stijgen van de leeftijd en voor een vervroegd einde zorgen.

In 1990 liep zijn blazoen een smet op toen hij in samenwerking met professor Henk Buck van de Technische Universiteit Eindhoven in Science een onderzoeksresultaat publiceerde over een nieuwe methode om een medicijn tegen hiv te ontwikkelen. Het onderzoek bleek echter niet correct te zijn uitgevoerd en het artikel moest worden teruggetrokken. De controverse bleek een vooral Nederlandse aangelegenheid te zijn geweest, want drie jaar later werd hij in Science verkozen tot de belangrijkste aidsonderzoeker van dat moment.[1]

In 1993 nam Goudsmit een sabbatical year, dat hij besteedde aan het schrijven van een boek over de oorsprong van het aidsvirus. Hij bracht die tijd door als 'visiting professor' bij het Aaron Diamond AIDS Research Center van Rockefeller University.

Van 1995 tot 2001 was hij hoofd van de nieuwe afdeling humane retrovirologie van het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam. Tot 2013 deed hij onderzoek naar hiv en aids.

In 2001 stapte hij over naar het Nederlandse biotechbedrijf Crucell, dat onder andere onderzoek doet naar mogelijkheden om een aidsvaccin te maken. Hij werd er wetenschappelijk directeur. In deze tijd van 2001-2011 was hij deeltijdshooglerar armoede-gerelateerde infectieziekten bij de UvA. In 2016 is Jaap Goudsmit benoemd tot hoogleraar pathogenese en natuurlijk beloop van neurodegeneratieve ziekten bij het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam.

Goudsmit is een zeer productieve onderzoeker en is (mede)-auteur van meer dan 450 wetenschappelijke artikelen. Hij stond in 2001 in de lijst van de meest geciteerde wetenschappers volgens het 'Institute of Scientific Information'.