Jacob F. Hinlopen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het oude stadhuis van Amsterdam op een schilderij van Pieter Jansz Saenredam.
Het stadhuis door Jan van der Heyden 1666

Jacob Fransz. Hinlopen (15 maart 1618 - Amsterdam, 9 februari 1671) was een jurist en onder andere schepen van Amsterdam en baljuw in Purmerend. Hij was de zoon van Frans J. Hinlopen en Cornelia Oetgens. Zijn grootvader was Frans Hendricksz. Oetgens, fabrieksmeester en een berucht speculant in onroerend goed op de Lastage en elders in de stad.[1] De familie Hinlopen woonde op de Oude Schans en met Frans J. Hinlopen liep het niet goed af.

Biografie[bewerken]

In 1642 trouwde Frans met Maria, de dochter van Joan Huydecoper. Het echtpaar kreeg zeker negen kinderen.[2] In 1647 werd hij commissaris en in in 1649 kapitein in de schutterij. In dat laatste jaar stonden Geertje Dircx en Rembrandt voor hem, in zijn functie als commissaris van Huwelijkskrakeelkamer[3] en namen hij en zijn vrouw het op voor haar broer Johan Huydecoper jr. die in Zwitserland zat en geen geld meer toegestuurd kreeg van zijn vader.[4] In 1652 werd hij schepen; het jaar dat het oude stadhuis afbrandde.[5] In 1655 kwam hij in opspraak toen het nieuwe stadhuis op de Dam werd ingewijd. Hinlopen was inmiddels oud-schepen, maar behoorde niet tot de vroedschap. Daarom werd hij als enige verzocht bij de inwijding op 29 juli de stad uit te gaan.[6] Het ligt voor de hand dat hij kwaad is geweest of zochten de burgemeesters een reden?

Aanhalingsteken openen

Voorrang was een uiterst belangrijke kwestie en vele raden waren er al niet erg over te spreken, dat tresoriers en weesmeesters voor hen uit zouden lopen, maar hadden dit, op verzoek van de ceremoniemeester, Cornelis de Graeff van Zuid-Polsbroek, geslikt, daar "'t selfde niet in consequentie soude getrocken worden". Wat moest er echter gebeuren met een oud-schepen, die niet tevens tresorier, weesmeester of raad was? Dat was er maar één, Jacob Fransz. Hinlopen, en dit punt bleek onoplosbaar te zijn, zodat deze heer het dringende verzoek kreeg, of hij maar zo vriendelijk wilde zijn de dag op zijn buitenplaats te gaan doorbrengen![7]

Aanhalingsteken sluiten

De kwestie rondom zijn vroedschapslidmaatschap werd langdurig besproken, maar besloten is dat hij in Amsterdam niet als oud-schepen zou kunnen fungeren. Op 8 november 1659 werd hij benoemd in Purmerend als schout, baljuw en dijkgraaf van de Beemster, Wormer en de Purmer. Hinlopen bewoonde het slot Purmerstein voerde de titel van kastelein.[8] Zijn zwager was jalours, die verweet zijn vader dat hij niet was voorgedragen, want hij kon het geld goed gebruiken.[9] In 1660 had hij een belangrijke bibliotheek opgebouwd, de zogenaamde Bibliotheca Hinlopiana.[10] In 1660 verkocht hij zijn buitenplaats Hoffsaet bij Abcoude aan Simon van Hoorn.[11] In 1661 had hij 10.000 gulden schulden bij zijn oom Jacob J. Hinlopen.[12][13] Tot december 1667 bleef hij functie.[14] In 1668 vertrok hij als schipper naar de Oost,[15] waar hij een topfunctie bij de Raad van Justitie (?) in Batavia en schilderijen heeft verkregen.[16] De familie maakte zich zorgen om zijn levenswijze toen hij in 1671 de ene na de andere herberg werd uitgesmeten.[17] Zijn zes kinderen erfden een huis op de Oude Schans en een hofstede aan de Vecht van hun oom David D'Ablaing die in 1672 overleed.[18] en 6.000 gulden van hun tante Constantia Coymans, de schatrijke weduwe van Justus Borre van Amerongen.

Varia[bewerken]

Oudeschans met Zuiderkerk

Noten[bewerken]

  1. Geschiedenis van Amsterdam. Door Marijke Carasso-Kok, W. Frijhoff, Nienke Huizinga, M. Prak, Ester Wouthuysen, Wiard Krook
  2. Doopbewijzen (inloggen vereist).
  3. Wijnman, H. F. (1968) Een episode uit het leven van Rembrandt: De geschiedenis van Geertje Dircks, Jaarboek Amstelodamum, p. 106-19. Google Books
  4. Kooymans, L. (1997) Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw, p. 120. Google Books
  5. Amsterdam in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel ... Door Jan Wagenaar
  6. Bontemantel, H. (1897) De Regeering van Amsterdam, deel I, p. 254, 294.
  7. Eeghen, P. van (1955) 300 jaar Stadhuis-Paleis. In: Maandblad Amstelodamum, p. 81-85.
  8. Het slot Purmerstein stond ten westen van de stad en is in 1741 afgebroken. Dit kasteel op de website Nederlandse Middeleeuwse Kastelen
  9. Kooymans, L. (1997) Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw, p. 124.
  10. Catalogue des livres de la bibliothèque de M. Pierre Antoine Bolongaro-Crevenna door Pietro Antonio Crevenna Google Books
  11. https://web.archive.org/web/20131203234851/http://www.buitenplaatseninnederland.nl/Utrecht_beschrijvingen/Abcoude_Hoffsaet.html
  12. Protocollen Alphen 1659-1662[dode link]
  13. Protocollen Alphen 1679-1683[dode link]
  14. Stadsarchief Amsterdam 76-489.
  15. VOC-site
  16. De landsverzameling schilderijen in Batavia Door J. de Loos-Haaxman
  17. Gunning, J.W. (2004) Leeuwenburg en de omringende buitenplaatsen, p. 32, 78. In: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake. UU.nl
  18. David dAblaing (1622-1672?)
  19. DBNL en het gedicht
  20. Over L. Meyer en het gedicht
  21. Vaderlandsch woordenboek door Jacobus Kok, Jan Fokke
  22. DBNL over Johan Bax
  23. Sabinet.co.za (abonneren vereist).
  24. Verkoop van slaven door Aletta Hinlopen (archiefpagina).