Jacques de Molay

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jacques de Molay
ca. 1240/50 - 18 maart 1314
JacquesdeMolay.jpg
Grootmeester van de Orde van de Tempeliers
Periode 1294 - 1314
Voorganger Thibaud Gaudin
Opvolger geen
Gedenksteen Jacques de Molay aan de Seine te Parijs

Jacques de Molay (Molay?, omstreeks 1240 - 1250[1] - Parijs, 11 maart 1314[2][3][4][5][6] (18 maart 1314[7])) was de laatste grootmeester van de Orde van de tempeliers.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Over zijn jeugd is bijna niets bekend. Aangenomen wordt dat Molay tussen 1240 en 1250 is geboren, meer exact wellicht tussen 1244/45 en 1248/49. Het precieze jaartal is niet bekend. Zijn vader was een Bourgondische edelman, Jean de Longwy. Zijn moeder de dochter van de Sire de Rahon. Er zijn meerdere plaatsen die de naam Molay dragen. Daarom is het niet meer dan een veronderstelling dat hij is geboren in de plaats Molay in het bisdom Besançon in de Franche-Comté.

In 1265 werd Jacques de Molay in Beaune opgenomen in de Orde van de Tempeliers. De plechtigheden bij de inwijding werden geleid door Ymbert de Peraudo en Amalric de Ruppe. Pas in 1270 wordt weer melding gemaakt van de naam Jacques de Molay. Hij zou dan in het Heilige Land verblijven.

In 1285 werd Jacques de Molay tot bevelhebber van Akko benoemd. Omdat hij in 1290 op Cyprus verbleef kon hij in 1291 niet deelnemen aan de verdediging van Akko. In 1291 vond op Cyprus een concilie van de tempelorde plaats. Naar aanleiding daarvan gaf Jacques de Molay uiting aan zijn onvrede over de toestand binnen de orde. Hij zag zichzelf als de aangewezen persoon om daar verandering in te brengen. Vanaf 1294 stond hij aan het hoofd van de tempeliers.

Gedurende het proces tegen de tempeliers in 1307 werd hij door martelingen gedwongen valse bekentenissen af te leggen en tot levenslange opsluiting veroordeeld. Nadat hij zijn bekentenissen had herroepen, werd hij op 18 maart 1314 in Parijs op de brandstapel terechtgesteld, samen met 40 andere tempeliers. Deze terechtstelling vond plaats aan de westelijke zijde van de Pont Neuf op het Île de la Cité in Parijs. Tegenwoordig geeft een kleine plaquette de plaats aan.

Het is niet met zekerheid te zeggen of de Molay de paus en de Franse koning vervloekte, zoals vaak beweerd wordt in boeken en geschriften. Anderen stellen dat de Molay verklaarde dat paus Paus Clemens V en koning Filips IV van Frankrijk nog binnen hetzelfde jaar voor Gods Gerechtshof moesten verschijnen om zich te verantwoorden. Ze zouden derhalve sterven en voorts zou de Franse koning geen vruchtbare nakomelingen krijgen. Feit is in elk geval dat de paus en de Franse koning inderdaad zeer onverwachts binnen dat jaar stierven. Wat de erfgenamen van de koning betrof: hij had zes zonen en enkele dochters. Drie zonen stierven vrij jong. De overige drie werden allemaal koning, maar geen van hen had een mannelijke nakomeling.

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Alain Demurger, The Last Templar. The tragedy of Jacques de Molay last Grand Master of the Temple, Londen, 2004, p. 2.
  2. (de) Alain Demurger, Der letzte Templer. Leben und Sterben des Grossmeisters Jacques de Molly. C.H.Beck (2015), “Nachwort zur dritten Auflage”. ISBN 978 3 406 68238 4 “Sein Scheiterhaufen wurde auf einer Seine-Insel unterhalb des Parks des Königspalasts in Höhe des heutigen Pont-Neuf errichtet, und nicht auf der Spitze des Vert-Galant, der im Mittelalter noch nicht existierte. Eine sorgfältige Studie der Chroniken, die von dem Ereignis berichteten, läßt den 11. März 1314 (den Tag vor Sankt Gregorius) als wahrscheinlicheres Datum der Vollstreckung des Urteils erscheinen als den 18. März, der üblicherweise angegeben wird (S. 269, 273).”
  3. (en) Alain Demurger, The Persecution of the Templars Scandal, Torture, Trial. Profile Books. (2018), “14 The Council of Vienne and the Burning of Jaques de Molay (1311-1314)”. ISBN 978 1 78283 329 1 “The date given in the chronicle of Guillaume de Nangis was the day after the Feast of Saint Gregory, or Monday 18 March (the feast day fell on 12 March); this is the date most often retained by historians of the Temple trial. But other chroniclers, such as Bernard Gui, have proposed the Monday before the Feast of Saint Gregory, or 11 March. We tend to agree with Bernard, since the chronology he proposes is most often very accurate.”
  4. (fr) (2020-01-01) . En quête de Jacques de Molay, dernier grand-maître de l’ordre du Temple. Medievalista . “Le Temple, dès lors, était voué à disparaître, mais, devant Notre-Dame, le 11 mars 1314, Jacques de Molay, au prix de sa vie, revint sur ses aveux. ... Ce pari sur la mémoire et la postérité, au prix du sacrifice de sa vie, lui permit d’ouvrir une brèche et de s’extraire du piège dont depuis ses aveux, arrachés sous la torture, il était captif. Le sursaut de Notre-Dame, le 11 mars 1314, n’a donc rien d’un héroïsme vain.”.
  5. (de) Karl Hans Kluncker (1989) . Die Templer: Geschichte und Geheimnis: Wolfgang Frommel zum Gedenken. Zeitschrift für Religions- und Geistesgeschichte 41 (3): 215-247 (Brill). “Der letzte, zugleich der berühmteste, war Jacques de Molay, der am 11. März 1314 für seinen Orden den Tod des Märtyrers auf den Scheiterhaufen der Inquisition fand. — Zunächst jedoch wurden „die neuen Maccabäer", „die Athleten Christi" überall begeistert gefeiert und unterstützt. ... Am 11. März 1314 sollte der feierliche Schlußakt des Inquisitionsprozesses gegen den greisen Molay und die restlichen Ordensoberen stattfinden.”.
  6. Elizabeth A. R. Brown (2015) . Philip the Fair, Clement V, and the end of the Knights Templar: The execution of Jacques de Molay and Geoffroi de Charny in March. Viator 47 (1): 229-292 . DOI: 10.1484/J.VIATOR.5.109474. “Abstract: This article revisits the generally accepted account of the execution of the Templar leaders Jacques de Molay and Geoffroi de Charny in March 1314, which derives from the continuation of the Latin Universal Chronicle of Guillaume de Nangis. Other contemporary chronicles, non-narrative evidence, and papal pronouncements cast light on the proceedings conducted by the three cardinal legates Clement V appointed to judge four Templar leaders in Paris, and suggest that the executions occurred on 11 rather than 18 March (the date given in the continuation) and, rather than being ordered by King Philip the Fair (as the continuation alleges), were the direct result of the cardinal legates’ decisions and actions.”.
  7. (en) Malcolm Barber, The Trial of the Templars, 2. Cambridge University Press. (2006), “Introduction”. ISBN 978-1-107-64576-9 “The leaders eventually came before the papal representatives on 18 March 1314 and were sentenced to perpetual imprisonment. Hugh of Pairaud and Geoffrey of Gonneville, Preceptor of Aquitaine, accepted their fate in silence, but James of Molay and Geoffrey of Charney, Preceptor of Normandy, loudly protested their innocence and asserted that the Order was pure and holy. At once the king ordered that they be condemned as relapsed heretics and, on the same evening, they were burnt at the stake on the Ile des Javiaux in the Seine.”

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Sabine Delmarti: Jacques de Molay: son histoire, sa personalité, son rôle au sein de l'ordre des Templiers, son heritage, Paris 1999 ISBN 2-7328-3442-4
  • Alain Demurger: Der letzte Templer. Leben und Sterben des Großmeisters Jacques de Molay, München 2004 ISBN 3-406-52202-5
  • Alain Demurger: Die Templer. Aufstieg und Untergang 1120-1314, München 1991 ISBN 3-406-38553-2
  • Barbara Frale: The Chinon Chart. Papal absolution to the last Templar, Master Jacques de Molay, in: Journal of Medieval History 30/2004, blz. 109-134
  • Dieter H. Wolf: Internationales Templerlexikon, Innsbruck 2003 ISBN 3-7065-1826-0
  • Christopher Knight &n Robert Lomas: "the Second Messiah / De Tweede Messias", ISBN 90-225-4156-8


Zie de categorie Jacques de Molay van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.