Jan ter Gouw
| Jan ter Gouw | ||||
|---|---|---|---|---|
Een portret van Jan Ter Gouw door Petrus Johannes Arendzen, 1884 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Pseudoniem(en) | Aurelius | |||
| Geboortedatum | 16 december 1814 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 9 januari 1894 | |||
| Overlijdensplaats | Hilversum | |||
| Nationaliteit | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | onderwijzer schrijver | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1862-1893 | |||
| Werken | ||||
| Bekende werken | De oorsprong der Nederlandsche vlag, De volksvermaken, Amsterdamsche tafereelen | |||
| Uitgeverij(en) | Carel Leonhard Brinkman | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Werken in collectie | Gelders Schuttersmuseum[1] | |||
| Links | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Jan (of Johannes) ter Gouw (Amsterdam, 16 december 1814 - Hilversum, 9 januari 1894), pseudoniem Aurelius, was een Nederlandse schoolhoofd en geschiedkundig schrijver. Hij schreef gedichten, brieven en novellen en genoot bekendheid als geschiedenisschrijver van Amsterdam. Zijn boek over de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse vlag uit 1863 groeide uit tot een van zijn populairste werken en zou in de daaropvolgende jaren een langdurige vlaggenstrijd ontketenen tussen voor- en tegenstanders van het idee om de prinsenvlag de officiële Nederlandse vlag te maken.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]
Jan ter Gouw werd in Amsterdam geboren 16 december 1814. In zijn jeugd volgde hij een opleiding tot onderwijzer en was vervolgens actief als leraar aan een aantal Amsterdamse stadstussenscholen. In 1830 trad hij enige jaren in militaire dienst, waar hij actief was bij de tiende infanterie te Utrecht. Op 16 oktober 1838 zat zijn militaire dienst erop en besloot hij om opnieuw het onderwijs in te gaan. Na 1843 was Ter Gouw opnieuw als hoofdonderwijzer bij de eerdere stadstussenscholen aan de slag gegaan. Gedurende die periode werd hij tweemaal gepromoveerd; op 1 januari 1840 (tweede ondermeester) en 23 december 1840 (eerste ondermeester aan de tussenschool C). Op 1 november 1843 werd hij door de raad tevens tot eerste leermeester van deze tussenschool benoemd, een functie die hij tot 1 mei 1866 heeft vervuld. Van 1851 tot 1863 was hij als docent verbonden aan het Nederlandsch Israëlitische Seminarie. Na zijn eervolle ontslag wijdde Ter Gouw zich geheel aan de geschiedschrijving en ging hij in 1880 in Hilversum wonen.[2] Vanwege de 'erkenning der bijzondere verdiensten... voor de historische onderzoekingen' genoot hij sinds 14 januari 1885 van een jaarlijkse toelage van 800 gulden van de stad Amsterdam.[3]
Ter ere van de viering van vijftig jaar bevrijding, publiceerde Ter Gouw in 1863 het boek De Oorsprong der Nederlandsche vlag.[4] In het boek publiceerde hij de resultaten van zijn geschiedkundig onderzoek naar het ontstaan van de Nederlandse vlag, maar benoemde ook de oorsprong van minder bekende vlaggen (zoals de Generaliteitsvlag met de Generaliteitsleeuw in het midden) en behandelde vergelijkbare literaire werken van gelijknamige historici en schrijvers als Johannes Cornelis de Jonge, Paul Charles Guillaume Guyot en D.G Muller.[5] Andere bekende werken van Ter Gouw waren De volksvermaken uit 1871, waarin hij verschillende vormen van vrije tijd en volksgebruiken binnen Nederland beschreef en Amsterdamsche tafereelen, die over de vroege geschiedenis van Amsterdam ging.[3]
Naast geschiedschrijver was Ter Gouw ook een bellettrist in algemene zin; hij schreef meerdere novellen en gedichten in almanakken en schreef historische studies over onder meer geschiedenis, oudheidkunde en stamboomonderzoek. Verder schreef hij sinds 1871 stukken voor het tijdschrift De oude tijd. Ter Gouw was zowel geliefd, voornamelijk in Amsterdam, als bekritiseerd. Hij had veel betekent voor zijn stad dankzij zijn bekentenis als geschiedschrijver van Amsterdam die zowel het vroegere als recentere van de stad kende en kosten noch moeite spaarde om zijn bronnen te vinden en te onderzoeken. Ter Gouw werd echter ook verweten dat zijn stijl zeer omslachtig was en hij te kritisch zou zijn.[3]
Ter Gouw was getrouwd met Tobina Geertruida Barendina Eyzendoorn en bevriend met Jacob van Lennep. Samen schreven zij De uithangteekens, in verband met Geschiedenis en Volksleven beschouwd; twee bundels over de geschiedenis van uithangborden (1867), gevolgd door een derde onder de titel Het boek der opschriften (1868).[3] Hij overleed in de avond van 9 januari 1894 als gevolg van een onbekende ziekte op 79-jarige leeftijd.[6]
In Naarden is de Jan ter Gouwweg naar hem vernoemd.
Werken
[bewerken | brontekst bewerken]Hieronder zijn alle werken van Jan ter Gouw beschreven, inclusief werken waar hij samen met anderen aan heeft meegewerkt.[7][3]
- Geschiedenisboeken
- Amsterdam - Oorsprong en afleiding van de namen der grachten enz (1858, geschreven onder het pseudoniem Aurelius)
- Eene wandeling door Amsterdam in het midden der 17e eeuw (1859)
- Gijsbrecht van Aemstel en de opkomst van Amsterdam (1861)
- Beknopt historisch overzigt van onze nationale schoolwetgeving (1862)
- De oorsprong der Nederlandsche vlag (1863)
- De eerste April (1864)
- Amsterdamsche kleinigheden (1864)
- Studiën over zegel- en wapenkunde (1865)
- De gilden. Eene bijdrage tot de geschiedenis van ons volksleven (1866)
- In den Kalverstraat (1866)
- De uithangteekens (1867-1869)
- Kijkjes in de oude schoolwereld (2 delen) (1870-1872)
- De volksvermaken (1870)
- Amstelodamiana. Eerste deel (1874)
- Amstelodamiana. Tweede deel (1874)
- Amsterdamsche tafereelen (1876)
- Aura. Een geïllustreerd boek voor jongelui (1876)
- Nacht en morgenrood (1877)
- Geschiedenis van Amsterdam - Eerste tijdperk: De Amsterdamsche oudheid (Boek I) (1879)
- Geschiedenis van Amsterdam - Tweede tijdperk: De ontwikkeling van Amsterdam (Boek II-V) (1880-1886)
- Geschiedenis van Amsterdam - Derde tijdperk: De Spaansche tijd (Boek VI-VII) (1889-1891)
- Geschiedenis van Amsterdam - Chronologische en alfabetische registers (Boek VIII) (1893)
- Amsterdamsche verhalen (1896)
- Tijdschriften
- De oude tijd (1869-1874)
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ "De Gilden door alle eeuwen, door Jan ter Gouw"; geraadpleegd op: 14 maart 2021.
- ↑ Van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (1888-1891). Geraadpleegd op 2 mei 2026.
- 1 2 3 4 5 Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW). Huygens Instituut (Onbekend). Geraadpleegd op 2 mei 2026.
- ↑ Ter Gouw, De oorsprong der Nederlandsche vlag. Openbare Bibliotheek Amsterdam (1863). Geraadpleegd op 2 mei 2026.
- ↑ "Ingezonden", Delftsche courant, 13 november 1863. Geraadpleegd op 2 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ "Jan ter Gouw ✝", De Telegraaf, 11 januari 1894. Geraadpleegd op 2 mei 2026. – via Delpher.
- ↑ Jan ter Gouw. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (Onbekend). Geraadpleegd op 2 mei 2026.