Jo Juda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jo Juda
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Juda Juda
Geboren Amsterdam, 7 september 1909
Overleden Laren, 20 januari 1985
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Genre(s) klassieke muziek
Beroep violist, concertmeester
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Juda (Jo) Juda (Amsterdam, 7 september 1909 - Laren, 20 januari 1985) was een Nederlands violist van Joodse afkomst. Hij was 1e concertmeester van het Amsterdamse Concertgebouworkest van 1963 tot 1974.[1]

Jeugd[bewerken]

Juda Juda, roepnaam Jo, was de zoon van de diamantslijper Meijer Juda en Leentje Snoek. Zijn jeugd speelde zich af in diverse Joodse wijken in Amsterdam. Jo was de oudste van drie zonen, na hem kwamen Arnold en Charles. Arnold speelde piano en Charles was een cellist. Het drietal trad regelmatig op.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in juli 1940, werd Jo Juda, samen met andere intellectuelen, door de Duitsers opgepakt en naar het concentratiekamp Buchenwald getransporteerd.[2] Met hen behoorde hij tot de eerste groep Nederlandse gegijzelden, samen met de Indische gegijzelden.[3] Later, in oktober 1940, werd nog een groep van vooraanstaande politici en intellectuelen opgepakt; van hen zou vooral Willem Drees bekend worden.

Hoewel de levensomstandigheden van de gevangenen naar verhouding nog redelijk waren, stierven er in de winter van 1940-1941 veertien van hen. De daarop volgende periode werden er regelmatig enkelen vrijgelaten en nieuwe gevangenen aan de groep toegevoegd. Uiteindelijk werd de groep - die op dat moment uit 238 man bestond - in juni 1941 naar Noord-Brabant gebracht. Velen van hen verbleven tot september 1944 in Sint-Michielsgestel.

In het boek Jantje Paganini omschrijft Jo Juda de omstandigheden waarin zij leefden, en de enkele keren dat hij ternauwernood aan de dood ontsnapt. Met gevaar voor eigen leven steelt de eigenwijze Jo tijden lang kolen van de Duitsers, aangezien hij de vioolstudie niet stil wil leggen. Dit leverde huiveringwekkende scenario's op in zijn boek die gelukkig met een sisser aflopen.

Jo en Arnold zijn de enige twee van zijn gezin, die de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd. De moeder van Jo stierf net voor de oorlog. De vader van Jo is samen met Charles naar Auschwitz vervoerd. Bij aankomst werd Charles aangeboden in het kamporkest te spelen (velen van deze musici hebben de oorlog overleefd), maar aangezien zijn vader zo angstig was alleen te blijven, heeft hij dat verzoek afgewezen. Kort daarna zijn zij beiden omgekomen. In de trein op weg naar het concentratiekamp heeft de vader van Jo nog een briefje uit de trein gegooid, met zijn laatste woorden naar de buitenwereld. Deze is nu in het bezit van de familie Juda.

Werkzaamheden[bewerken]

Naast zijn concertpraktijk was hij als vioolpedagoog werkzaam, onder andere aan het Sweelick Conservatorium in Amsterdam. Ook bijvoorbeeld André Rieu studeerde bij hem. Hij schreef een aantal boeken waarin hij het tijdsbeeld en zijn inzichten en levensloop beschrijft.

Juda ontving zelf zijn opleiding bij Oskar Back[4] en bij Carl Flesch.

Juda maakte vele cd's en opnamen, zowel als solist als in kamermuziekverband. Ook was hij van 1983 tot aan zijn dood vaste dirigent van onder andere de mede door hem opgerichte Orkestvereniging Musica Instrumentalis uit Hilversum, met wie hij 4 concerten dirigeerde.[5] Daarnaast dirigeerde hij ook enige jaren vanaf de oprichting in 1978 het Universiteitsorkest te Maastricht.

Jo Juda speelde vele premières van werken van onder andere Hendrik Andriessen, Alban Berg, Sem Dresden, Paul Hindemith, Anton Webern en anderen. Hij componeerde ook werken voor strijkorkest, viool solo, cello, fluit en koor.

Zijn broer was pianist Arnold Juda (die na de oorlog naar de Verenigde Staten verhuisde), met wie hij lange tijd als duo optrad. Jo Juda was ook concertmeester van andere orkesten dan het Concertgebouworkest. Zo werkte hij in de jaren 60 ook bij het Radio Filharmonisch Orkest en het Utrechts Symfonie Orkest als concertmeester.

Privé[bewerken]

Jo Juda was getrouwd met Olga Juda-Haenen (19 december 1930 - Laren, 6 mei 2009), met wie hij vijf kinderen kreeg; Marjolein, Olaf, Iris, Joachim en Anne Moon. Zijn dochter Iris Juda is ook een violiste; zij is getrouwd met de Oostenrijkse violist Lukas Hagen.

Trivia[bewerken]

  • Jo Juda reed ooit met zijn auto over zijn vioolkist, zonder enige beschadiging aan zijn viool. Hij was nogal verstrooid en legde na afloop van een repetitie eens zijn vioolkist op het schuin aflopende dak van zijn Saab om de autodeur makkelijker te kunnen openen. Daarna keek hij in zijn agenda, zag dat het tijd werd te gaan en stapte in. Vervolgens reed hij een beetje naar voren waardoor de kist van de auto af gleed, schakelde daarna naar de achteruit en hobbelde over de vioolkist heen. Na opening van de kist bleek er niets aan de viool te mankeren. Dit in tegenstelling tot de onfortuinlijke violist David Garrett, die viel op zijn zeldzame, dure Guadagnini, gemaakt in 1772, waardoor deze aan splinters ging. Garrett kocht deze viool ooit voor het bedrag van 1 miljoen dollar.
  • Jan van Herpen schreef en redigeerde het boek Herinneringen van Jo Juda, violist[6] waarin Juda op verrassende en soms intrigerende wijze terugkijkt op zijn rijke muzikale leven.

Bibliografie[bewerken]

  • De Zon stond nog laag. Uitg. Heuff, Nieuwkoop, 1975, 230 p.
    • Eerste deel van een autobiografie met zijn jeugdherinneringen tegen de achtergrond van Amsterdam circa 1910 tot 1930.
  • Voor de duisternis viel. Uitg. Heuff, Nieuwkoop, 1978, 398 p.
    • Tweede deel, behandelt de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog (1930-1940).
  • Jantje Paganini, Häftling 2613. Uitg. Heuff, Nieuwkoop, 1979, 293 p.
    • Derde deel, verhaalt over Juda's leven tussen 1940 en 1945 en zijn concentratiekampervaringen in Kamp Vught.
  • Mens en viool, vioolpedagogische ervaringen en beschouwingen. Uitg. Wereldbibliotheek, Amsterdam / Antwerpen, z.j. [1964]. 156 p.