Joop Wille

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johan George (Joop) Wille (Haarlem, 16 september 1920 - Haarlem, 16 januari 2009) was een Nederlands voetballer.

Wille kwam als doelverdediger uit voor het Haarlemse EDO. Op 21 april 1940 speelde hij zijn enige interland voor het Nederlands elftal. In een vriendschappelijke wedstrijd tegen België kwam Wille in de 82e minuut in het veld voor Adri van Male. Het was de laatste wedstrijd van Oranje voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de oorlog werd Wille niet meer opgesteld.

Wille verruilde in 1948 EDO voor RCH uit Heemstede, in die jaren een van de betere clubs in Nederland. In 1953 werd hij met RCH kampioen van Nederland in het Stadion Feijenoord. In een beslissingswedstrijd tegen Eindhoven waren 50.000 toeschouwers aanwezig, die RCH in de verlenging zagen winnen met 2-1. Wille beëindigde zijn actieve carrière als voetballer in 1954, vlak voor de invoering van het betaalde voetbal. Hij werd scheidsrechter en zat al snel aan de top van het amateurvoetbal. In de zestiger jaren heeft hij nog een aantal wedstrijden in het betaald voetbal gefloten. Hij moest zijn loopbaan als scheidsrechter vervroegd beëindigen, gedwongen door een slepende knieblessure.

Vanwege zijn grote verdiensten voor het Nederlandse voetbal benoemde de KNVB Wille op 1 maart 1986 tot bondsridder. Op 16 januari 2009 overleed Wille, 88 jaar oud.

Wille was lange tijd de Nederlandse international met het minste aantal speelminuten in het nationale elftal, namelijk negen.[bron?] Van 1962 tot 1974 was hij zijn record kwijt, nadat Jan Jongbloed als vervanger van Piet Lagarde zes minuten voor Oranje in actie was gekomen. Pas in 1974 kwam er een vervolg aan de interlandcarrière van Jongbloed, waarmee Wille zijn record terugkreeg. Op 16 november 2009, tien maanden na het overlijden van Wille, had Otman Bakkal een invalbeurt van zes minuten. Op dit moment is Bakkal de international met de minste interlandminuten op zijn naam.

Zie ook[bewerken]