Kanaal Leuven-Dijle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kanaal Leuven-Dijle
LocationLeuvenDijle.jpg
Lengte 30 km
Scheepsklasse II
Jaar ingebruikname 1752
Van Leuven
Naar Beneden-Dijle
Het kanaal, ter hoogte van "het Zennegat"
Het kanaal, ter hoogte van "het Zennegat"
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

Het Kanaal Leuven-Dijle is een kanaal in Vlaams-Brabant. Het vertrekt op de Vaartkom (in Leuven) en eindigt in de samenvloeiing Zenne-Dijle (bij het Zennegat). Aanvankelijk werd deze waterweg Leuvense Vaart genoemd, maar hij kreeg zijn huidige benaming toen de NV Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen het beheer overnam (1994).

Geschiedenis[bewerken]

Het Kanaal Leuven-Dijle fungeert als lateraal kanaal van de Dijle. We weten dat deze rivier al tegen 1327 bevaarbaar gemaakt werd, door middel van stuwen en sluizen.[1] Deze kanalisatie blijkt echter ontoereikend wanneer de handel toeneemt. In 1686 begint een eerste onderzoek naar een lateraal kanaal.[2] Toch wordt pas in 1749 een definitief plan aangenomen.

Leuven verkrijgt het octrooi tot de aanleg op 29 januari 1750. Op 9 februari geeft landvoogd Karel van Lorreinen de eerste spadesteek, te Wilsele. Voor deze gelegenheid worden een mooi bewerkte kruiwagen en een zilveren spade ingezet. De kruiwagen is vandaag te bewonderen in het M - Museum Leuven, maar de spade is spoorloos. Tijdens de werken moet men misrekeningen op vlak van het niveau bijsturen. Toch komt het kanaal eind 1752 gereed. Op 21 december wordt het met water gevuld.

Het oorspronkelijke kanaal telt twee enkelvoudige sluizen (Kampenhout-Sas en de Brusselpoort) en één dubbele sluis (het Zennegat). De grote hoogteverschillen leggen echter veel druk bij de sluizen en dijken. Na meerdere beschadigingen, gevolgd door overstromingen, is men genoodzaakt het aantal panden te herbekijken. In 1760-3 worden aanpassingen uitgevoerd: de sluis bij de Brusselpoort verdwijnt, drie nieuwe sluizen worden gebouwd (Tildonk, Boortmeerbeek en Battel).

Het kanaal is sindsdien weinig veranderd. Het kanaal werd verdiept (1836-7), de sluis van Kampenhout herbouwd, de overige sluizen verstevigd, de bediening van de sluisdeuren gewijzigd (oorspronkelijk d.m.v. kaapstanders, nu d.m.v. lieren), de draaibruggen vernieuwd. De draaibruggen worden nu trouwens centraal bediend, vanuit een toren in Kampenhout. De kanaalinfrastructuur is, krachtens een ministerieel besluit van 19 maart 1997, beschermd als industrieel erfgoed.

Technische gegevens[bewerken]

Het kanaal kan bevaren worden door schepen van klasse II (600 ton). Het heeft een lengte van 30,043 km en een diepgang van 3,30 m.

Sluizen[bewerken]

Het kanaal telt vijf sluizen, allen van het zeldzame type buiksas. "Buik" verwijst naar de afgeronde vorm van de uitsparingen, die aan weerszijden voorzien zijn teneinde ruimte te geven aan de geopende sluisdeuren.

Plaats Lengte x breedte (m) Verval (m)
Tildonk 52 x 7,75 2,26
Kampenhout-Sas 52 x 7,75 2,52
Boortmeerbeek 52 x 7,75 3,10
Battel 52 x 7,75 3,42
Zennegat 52 x 7,75 van 0 (bij vloed) tot 4,80 (bij eb)

Fietsweg[bewerken]

Het voormalige jaagpad is voor fietsers een zeer goede verbinding tussen Leuven en Mechelen.

Verder lezen[bewerken]

Gust Vandegoor (1998). Het kanaal Leuven-Mechelen in heden en verleden. 1750-2000, Haacht: Hagok.

Externe links[bewerken]

  1. J.B. Vifquain (1842). Des voies navigables en Belgique, Brussel: Devroye, p 26.
  2. Inventaris Onroerend Erfgoed (2017). Relict Leuvensevaart.