Kerkasiel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kerkasiel is een gewoonterecht dat een kerk het recht geeft vluchtelingen op te vangen tijdens een godsdienstoefening binnen kerkgebouwen. Sinds de jaren 80 wordt het vaak door illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers als middel gebruikt, soms zelfs tegen de wil van de geloofsgemeenschap, om zich te verzetten tegen een gedwongen uitzetting uit het verblijfsland.

Het eerste kerkasiel in de Benelux werd in 1982 verleend aan illegaal in Nederland verblijvende en met uitzetting bedreigde Marokkanen, in de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk. Na drie jaar van acties, waaronder hongerstakingen en kerkasiel, kregen de Marokkanen alsnog een verblijfsvergunning.[1]

Tussen september 2018 en januari 2019 hielden ruim achthonderd voorgangers een marathondienst in de Haagse Bethelkapel om de uitzetting van een Armeens gezin te voorkomen. De estafettedienst van 97 dagen en nachten werd beëindigd omdat er een ruimere regeling van het kinderpardon zou komen. De actie werd gesteurd door de Protestantse Kerk in Nederland.[2][3][4]

Voorstanders[bewerken]

Voorstanders van kerkasiel beschouwen het als een middel om een toevluchtsoord te bieden aan "vervolgden", een soort onderduikadres. Ze beroepen zich op een kerkrecht uit vervlogen tijden, en heden[wanneer?] ten dage (in Nederland) op de "Algemene Wet op het binnentreden", waarvan artikel 12b, luidende:

In de gevallen waarin het binnentreden van plaatsen krachtens een wettelijke voorschrift is toegelaten, geschiedt dit buiten het geval van ontdekking op heterdaad niet: ... in de ruimte bestemd voor godsdienstoefeningen of bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, gedurende de godsdienstoefening of bezinningssamenkomst."[2][5]

de mogelijkheid biedt in de kerkgebouwen gastvrijheid te verlenen aan een ieder, ook aan niet-kerkgangers.

In België bestaat het kerkasiel wettelijk niet maar worden gewoonterechtelijke overwegingen gebruikt voor de toetsing van het recht.[6]

Uit de wet volgt dat het kerkasiel alleen geldt indien er daadwerkelijk een mis, bidstond of kerkdienst plaatsvindt; meestentijds worden er daarom gebedsdiensten gehouden, waarbij er in wisseldiensten door aanwezige gelovige vrijwilligers bijvoorbeeld een rozenkransgebed wordt gebeden.

Kerkasiel gaat soms gepaard met hongerstakingen, vastketeningen en lichamelijke toetakelingen als het dichtnaaien van de mond of ogen door de vreemdelingen. Ook vormen actievoerders soms een menselijk schild tegen een (on)aangekondigde ontruiming van het gebouw.

Tegenstanders[bewerken]

Het kerkasiel kan een belasting voor de kerkgemeenschap vormen, de priester in het bijzonder, vandaar dat de meeste bisschoppen tegenwoordig[wanneer?] het aanbieden van kerkasiel ontraden en zelfs aanraden het fysiek onmogelijk te maken. Dat leidt dan weer tot protesten van vluchtelingen- en mensenrechtenorganisaties en groeperingen als De Fabel van de Illegaal (Nederland) of UDEP (België).

"Het gezag" (de politie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (Nederland)/Dienst Vreemdelingenzaken (België)) juicht kerkasiel niet toe. Naast de tegenwerking van de bestaande procedures voor vreemdelingen veroorzaakt kerkasiel maatschappelijke onrust en mogelijk ook valse hoop voor anderen die illegaal willen immigreren en daardoor extra klandizie voor mensensmokkelaars.

Medici maken zich soms zorgen om de hygiënische omstandigheden in het kerkgebouw, de lichamelijke verzorging en de traumatische omstandigheden die mogelijk gemartelde vluchtelingen geen goed doen. De Johannes Wier Stichting[7] biedt de begeleidende artsen specifieke ondersteuning.

Meestal wordt het kerkasiel daarom toch na een bepaalde tijd door de politie beëindigd.[bron?]