Ketellapper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Foto van een ketellapper door Ignacy Krieger (1817-1889)

Ketellapper is een in Nederland uitgestorven beroep. Het handwerk van de ketellapper bestond uit het repareren van keukengerei waaronder ketels. Indertijd waren dergelijke voorwerpen veelal van koper. Versleten plekken konden opgelapt worden, dat wil zeggen dat een stuk metaal, een "lap", met tin (element) over de zwakke plek gesoldeerd werd. Koperen ketels zijn van binnen voorzien van een laag tin die verhindert dat het eten met het koper in contact komt. Deze laag kon de ketellapper ook repareren.

De ketellapper was doorgaans een rondreizende zelfstandige en werd ook wel ketelboeter of pannenboeter genoemd (boeten is een oud woord voor repareren). Het verwante beroep van de koperslager richtte zich meer op het maken van nieuwe voorwerpen.

Het Engelse equivalent Tinker is een niet bepaald vleiend woord dat in Ierland en Groot-Brittannië wordt gebruikt om rondtrekkende groepen aan te duiden, zoals de zigeuners en de Ierse Travellers. De aanduiding Tinker wordt gevoeld als een scheldwoord voor rondtrekkende handelaren die overal aanbellen en mensen aanbieden om messen te slijpen en ketels te lappen. Het Engelse woord voor ketel is tin, waardoor het woord Tinker ontstond.

Zie ook[bewerken]