Kieswet (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kieswet
Citeertitel Kieswet
Titel Wet van 28 september 1989, houdende nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen
Afkorting KW
Soort regeling Wet in formele zin
Toepassingsgebied Vlag van Nederland Nederland
Rechtsgebied Staatsrecht
Status Geldend
Grondslag Geen
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ingediend op 2 oktober 1987
Ondertekend op 28 september 1989
Gepubliceerd op 19 oktober 1989
Gepubliceerd in Stb. 1989, 423
In werking getreden op 1 november 1989
Geschiedenis
Wijzigingen Externe lijst
Lees online
Kieswet
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De Kieswet is een Nederlandse wet die in 1989 is vastgesteld. De wet regelt de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden.

De huidige Kieswet dateert van 1989. In 2007 is de wet gewijzigd waardoor het stemmen via stemcomputers werd verboden. Het betreft een organieke wet.

Kandidatenlijst[bewerken]

De kandidaten waaruit gekozen kan worden zijn onderverdeeld in kandidatenlijsten. In het geval dat een kandidatenlijst door een politieke partij (formeel: politieke groepering die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is) wordt ingediend kan de aanduiding daarvan op het stembiljet boven deze lijst met namen van kandidaten geplaatst worden.

Uitvoering door het ministerie van Binnenlandse zaken[bewerken]

Het ministerie BZK beheert de Kieswet en zorgt voor de landelijke opkomstbevordering. Men zet vooral in Postbus 51-spotjes in om iedereen op te roepen te gaan stemmen. Daarnaast financiert het ministerie ook de onafhankelijke Kiesraad.

Uitvoering door de Kiesraad[bewerken]

De Kiesraad adviseert de minister BZK over de Kieswet en de verkiezingen van de Tweede Kamer, Eerste Kamer en het Europees Parlement. Sinds 1951 is het ook het centraal stembureau voor de verkiezingen dat wil zeggen de Raad stelt de officiële verkiezingsuitslagen vast.

Politieke partijen die deel willen nemen aan de verkiezingen kunnen zich bij de Raad laten registreren.

Om vragen over kiesrecht en verkiezingen van ambtenaren, politieke partijen, bestuurders en burgers te beantwoorden zet de Kiesraad ondersteunende software en een callcenter in.

Uitvoering door gemeenten[bewerken]

Gemeenten zorgen bij verkiezingen voor:

  • verspreiden stempassen en kandidatenlijsten
  • de inrichting en bemensing van circa 10.000 stembureaus
  • correcte toepassing van de kieswet in de stembureaus
  • het doorgeleiden van de uitslagen per stembureau (het zgn. proces-verbaal) naar het hoofd- en centrale stembureau

Veel gemeenten zorgen ook voor mogelijkheden voor politieke partijen om campagne te voeren (bijvoorbeeld borden om posters te plakken), opkomstbevorderende maatregelen meestal in de lokale huis-aan-huisbladen en organiseren ook een verkiezingsuitslagavond in het raad- of gemeentehuis.

Gemeente Den Haag heeft een bijzondere taak nl. Nederlanders die niet ingeschreven staan bij een gemeente en zich in het buitenland bevinden kunnen schriftelijk stemmen in Den Haag. Daarvoor moet men zich wel tijdig registreren. Daardoor krijgt men het benodigde stemformulier toegezonden.

Kosten en middelen[bewerken]

Het ministerie van BZK berekende in 2005 door terugdringing van de administratieve lasten er komende jaren per verkiezing door inwoners 2.672.591 uren en € 39.361 kosten worden gemaakt. De kosten van de Kiesraad zijn voor 2010 begroot op € 2,7 miljoen waarvan € 1,7 miljoen verplicht is op grond van de Kieswet. Daarbovenop heeft het Ministerie jaarlijks nog c.a. 11% apparaatsuitgaven en wordt er extra tussen de € 1,2 en € 1,5 miljoen uitgetrokken voor opkomstbevordering Tweede Kamerverkiezingen.

In 2002 is berekend dat gemeenten samen per verkiezing € 3.6 miljoen betalen aan de vergoeding die stembureauleden ontvangen. Gemeenten geven naar schatting zeker nog eens eenzelfde bedrag uit aan bijvoorbeeld het verspreiden van stempassen en kandidatenlijsten, het huren en inrichten van stemlokalen. Een verkiezing kost de gemeenten nu dus tussen de € 8 miljoen en € 10 miljoen. De kosten zijn in 2010 eenmalig extra hoog geweest, omdat veel gemeenten moesten terugschakelen van stemcomputers naar stemhokjes met potlood.

Daarnaast maken politieke partijen nog kosten voor verkiezingen. Zo bedroegen die kosten voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006:

  • GroenLinks € 850.000
  • VVD € 1,3 miljoen
  • CDA € 1,5 à €2 miljoen
  • PvdA € 2.275.430
  • D66 € 1.246.127 (incl. gemeenteraadsverkiezingen)
  • SP € 1.823.200 (incl. gemeenteraadsverkiezingen)

Dit zijn uiteraard niet wettelijk verplichte kosten.

Tijdelijke vervanging[bewerken]

De Wet van 7 september 2006, houdende regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte heeft aan de Kieswet artikel X 10, X 11 en X 12 toegevoegd, nadat eerst de Grondwet hiervoor was gewijzigd (Grondwetsherziening 2005).

De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid naar verwachting minstens 8 weken wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen. Het lidmaatschap herleeft van rechtswege na 16 weken. De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van zo'n tijdelijk ontslag. Degene die als vervanger is benoemd houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop 16 weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap op een eerder tijdstip eindigt. De vervanging kan echter niet worden verkort vanwege het feit dat degene die tijdelijk ontslag is verleend in staat is zijn werkzaamheden te hervatten. Er kan na afloop, als betrokkene nog ziek is, op diens verzoek wel opnieuw tijdelijk ontslag verleend worden. Per lid kan het ten hoogste drie maal per zittingsperiode (gedurende al of niet aaneengesloten periodes).

De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger volgens de algemene regels voor opvolging, op basis van de verkiezingsuitslag, zoals die ook gelden bij definitief vertrek en overlijden. Iemand die tijdelijk als vervanger optreedt heeft geen recht op wachtgeld en bouwt geen pensioen op.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Voor eerdere kieswetten, zie Nederlandse Grondwet en Caoutchouc-artikel.

De vorige Kieswet (Stb. 1951, 290) had dezelfde naam.[2]

Externe links[bewerken]

Wikisource NL Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Kieswet op de Nederlandstalige Wikisource.