Klöckner & Co

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klöckner & Co SE
Klöckner & Co
Beurs Deutsche Börse: KCO
Oprichting 1906
Sleutelfiguren
  • Gisbert Rühl, (CEO)
  • Marcus A. Ketter, (CFO)
  • Karsten Lork
  • William A. Partalis
Hoofdkantoor Vlag van Duitsland Duisburg, Duitsland
Werknemers 8,700 (2017)[1]
Industrie staal- en metaaldistributeur
Omzet 5,7 Mrd. EUR (2016)[2]
Website www.kloeckner.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Klöckner & Co SE (meestal afgekort als KlöCo) is een beursgenoteerde, onafhankelijke staal- en metaaldistributeur die is gevestigd in het Duitse Duisburg. De kernactiviteit van Klöckner is de verkoop van staal en non-ferrometalen. Via zijn distributienetwerk bedient de onderneming meer dan 130.000 klanten op ongeveer 170 locaties in twaalf landen.[1]

Bedrijfsstructuur[bewerken]

Het internationale concern Klöckner & Co is actief in twaalf landen. De bedrijfsactiviteiten worden aangestuurd door de raad van bestuur en de centrale afdelingen van de holding in Duisburg, en uitgevoerd door lokale bedrijven.

De volgende bedrijven maken deel uit van Klöckner & Co:[1]

  • Buysmetal N.V. (België)
  • Klöckner & Co Deutschland GmbH (Duitsland)
  • Becker Stahl-Service GmbH (Duitsland)
  • Kloeckner Metals France (Frankrijk)
  • Kloeckner Metals UK (Verenigd Koninkrijk)
  • Kloeckner Metals ODS Nederland (Nederland)
  • Metall- und Service-Center GmbH (Oostenrijk)
  • Debrunner Koenig Holding AG (Zwitserland)
  • Bewetec AG (Zwitserland)
  • Kloeckner Metals Corporation (VS)
  • Kloeckner Metals Brasil (Brazilië)
  • kloeckner.i GmbH
  • kloeckner.v GmbH
  • Kloeckner Metals Europe GmbH (Duitsland)
  • Klöckner Shared Services GmbH

Businessmodel[bewerken]

De waardeketen van Klöckner & Co omvat inkoop, warehousing, tal van ondersteunende diensten, handel en distributie. Ook levert Klöckner & Co adviesdiensten met betrekking tot opslag, verwerking en logistiek. De internationale distributeur is volledig producentonafhankelijk.

De klanten van Klöckner & Co zijn zowel MKB-bedrijven als grote internationale ondernemingen, voornamelijk uit de bouwsector en de machine- en installatiebouw. Daarnaast levert het bedrijf productiemiddelen voor de auto-industrie, de scheepsbouw en producenten van consumentengoederen. Ongeveer driekwart van de omzet van de onderneming wordt in het buitenland gerealiseerd.[3]

Markt en concurrentie[bewerken]

De belangrijkste concurrenten van Klöckner & Co op de Noord-Amerikaanse markt zijn Reliance Steel & Aluminum Co. (VS), Ryerson Inc. (VS) en Russel Metals Inc. (Canada). In Europa zijn de BE Group (Zweden) en de distributieafdelingen van de staalproducenten Salzgitter AG (Duitsland), Tata Steel (VK), ArcelorMittal (Nederland) en ThyssenKrupp (Duitsland) de belangrijkste concurrenten.

Producten en diensten[bewerken]

Het assortiment van Klöckner & Co varieert van lange producten (stalen balken voor de bouwindustrie), platte producten (plaatstaal voor machinebouwers), holle profielen (voor de staalbouw), roestvrij staal en kwaliteitsstaal (hooggelegeerde stalen buizen voor de machinebouw), aluminium (aluminium staven voor installaties) tot speciale producten zoals kunststoffen, ijzerwaren en accessoires. In totaal levert Klöckner & Co meer dan 200.000 verschillende producten.

Behalve grondstoffen en productiemiddelen verzorgt Klöckner & Co ook diensten als knippen, snijbranden, oppervlaktebehandelingen en het snijden en splitsen van staalband.[4]

Geschiedenis[bewerken]

Op 28 juni 1906 richtte de koopman Peter Klöckner in Duisburg de handelsonderneming Klöckner & Co op. Het bedrijf ontwikkelde zich al snel tot een van de grootste Duitse staalhandelaren met talrijke vestigingen en een breed productaanbod. De handelsactiviteiten ondersteunden de industriële ondernemingen van Peter Klöckner en vormden de basis van zijn industriële imperium, dat bestond uit smelterijen, installaties en fabrieken. Hieruit kwamen later Klöckner-Werke AG en Klöckner-Humboldt-Deutz AG voort. Al in het oprichtingsjaar 1906 werden meer vestigingen opgericht, waardoor Klöckner & Co vrijwel direct beschikte over een uitgebreid netwerk in heel Duitsland.[5]

De begindagen[bewerken]

Peter Klöckner werd in 1863 in Koblenz geboren en was bij de oprichting van zijn bedrijf al 24 jaar actief in de ijzer- en staalindustrie. Door diverse bedrijfssaneringen en -investeringen was hij op dat moment al een bekende naam in de branche. Hij begon de handelsonderneming Klöckner & Co in 1906 om de groeiende ijzer- en staalindustrie te kunnen bedienen. Ook na de eerste overnamen bleef Klöckner de onderneming uitbreiden. Zo werden er direct na de oprichting nieuwe verkoopkantoren geopend in Keulen en Düsseldorf.[6]

Verdere uitbreiding[bewerken]

In 1907 opende Klöckner nieuwe vestigingen in Berlijn en Magdeburg, in 1909 gevolgd door Hamburg en Dresden. Weer twee jaar later werd Klöckner met de vestiging in Mannheim ook actief in het zuidwesten van Duitsland en ontstond er een verbinding met de productielocatie in Knutange. Het wijdvertakte handels- en distributienetwerk werd binnen een paar jaar zo groot dat Klöckner de onderneming niet meer op de klassieke patriarchale basis kon leiden. De vestigingen kregen de status van autonome bedrijven, waarin de bedrijfsleiders zelfstandig beslissingen mochten nemen. Bovendien werd het assortiment uitgebreid: naast de handel in ruwijzer en de productie van staal legde Klöckner & Co zich nu ook toe op de ijzerertshandel en de verwerking van grondstoffen.[6]

Nieuwe activiteiten[bewerken]

Met de integratie van de filialen in Troisdorf en Düsseldorf in Klöckner & Co bediende het concern de productie in alle sectoren van de industrie. De handelsonderneming fungeerde als het centrum van de productieketen, die in 1912 al het hele traject van de ijzerertswinning tot de fabricage van metaaldraad en machines omvatte. In 1913 werd de onderneming ook actief in de schroothandel, die zich tot een zeer winstgevende tak van de ijzer- en staalhandel ontwikkelde.[6]

De Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Het succes van de onderneming was op zijn hoogtepunt toen zich een belangrijk keerpunt in de geschiedenis voordeed: op 1 augustus 1914 verklaarde het Duitse Rijk de oorlog aan Rusland. De industrie leed zwaar onder de oorlog, vooral omdat arbeiders massaal werden opgeroepen voor de dienstplicht. Ook voor Peter Klöckner was dit een groot probleem. Zo stonden zijn activiteiten in Knutange (Lotharingen) tijdens de oorlogsjaren op een lager pitje, omdat veel Italiaanse en Poolse werknemers na het uitbreken van de oorlog teruggingen naar hun eigen land. Ondanks deze tegenslagen werkte Peter Klöckner ook tijdens de Eerste Wereldoorlog onverstoorbaar door aan zijn levenswerk.[6]

Groei in crisistijd[bewerken]

Tijdens de economische crisis na de Eerste Wereldoorlog wist Klöckner & Co het hoofd boven water te houden. Een uitbreiding van het aantal werkterreinen compenseerde de verliezen in de staalsector en de omzet steeg. De schroothandel zat in een hausse en andere activiteiten – zoals de handel in mijnhout, steenkool en chemicaliën – zorgden voor extra winst. In de jaren 1920 en 1930 opende de handelsonderneming zijn eerste vestigingen in Europa en Noord- en Zuid-Amerika, waardoor de buitenlandse activiteiten tot ontwikkeling kwamen. Van een staalverkoper die voornamelijk in Duitsland actief was, groeide het bedrijf uit tot een internationale handelsonderneming met een uitgebreid assortiment. De opdeling van de onderneming in Klöckner-Werke AG en Klöckner & Co zorgde daarnaast voor een grotere zelfstandigheid van de handelsafdeling.

Het zakelijke succes van Peter Klöckner werd in december 1936 overschaduwd door een auto-ongeluk, waarbij zijn enige zoon en potentiële opvolger Waldemar om het leven kwam. Diens plaats in de top van het bedrijf werd opgevuld door Günter Henle, de echtgenoot van Peter Klöckners stiefdochter.[5]

In de greep van de politiek[bewerken]

Na de dood van Peter Klöckner op 5 oktober 1940 kreeg Günter Henle de leiding over de onderneming. Omdat Klöckner van strategisch belang was voor de Duitse wapenindustrie stond Klöckner-Werke tijdens de oorlogsjaren onder controle van de nazi's. Henle werd in 1942 door de nazi's ontslagen als directeur van de Klöckner-groep en dook korte tijd onder in Berlijn. Hij keerde echter al snel terug om de leiding over Klöckner & Co op zich te nemen. De handelsonderneming bleef ook tijdens het naziregime relatief zelfstandig. Een normale handel was in oorlogstijd echter nauwelijks mogelijk.[5]

Doorstart en het Wirtschaftswunder[bewerken]

Na de oorlog kwam Klöckner onder toezicht van de geallieerden, die de grote onderneming wilden opsplitsen. Onder deze moeilijke omstandigheden wist Klöckner & Co verrassend snel een doorstart te maken. Evenals de andere Klöckner-bedrijven profiteerde de handelsonderneming van de wereldwijd snel toenemende vraag naar ijzer en staal. Na de juridische scheiding van Klöckner-Werke AG en Klöckner-Humboldt-Deutz AG in de jaren 1950 ontwikkelde Klöckner zich tot een zeer gediversifieerde handelsonderneming. De verkoop van staal in West-Duitsland zorgde ten tijde van het Wirtschaftswunder voor hoge winsten en de vestigingen in het buitenland zorgden ook internationaal voor een grotere omzet. Ook in andere industrieën profiteerde Klöckner van de economische bloei: de activiteiten van de handelsonderneming varieerden van kunststof tot olie en van scheepvaart tot brandertechnologie.[5]

Internationalisering[bewerken]

Nadat het Wirtschaftswunder ten einde kwam, reageerde Klöckner op de fundamentele veranderingen op de staalmarkt door het leveren van meer service, een reorganisatie van de magazijnen en toenemende internationale handelsactiviteiten. De staalhandel bleef de kernactiviteit, maar daarnaast breidde het bedrijf zijn andere handelsafdelingen uit en werd het actief op andere markten. Diversificatie en internationalisering hielden de handelsonderneming twee decennia lang op koers tijdens de instabiele economie van de jaren zeventig en tachtig. Aan het einde van dat laatste decennium raakte de firma als gevolg van een mislukt termijncontract voor ruwe olie in een crisis die zijn voortbestaan bedreigde. De speculatieverliezen ondermijnden de kapitaalbasis van de onderneming. Het ‘oliedebacle’ kostte de firma 600 miljoen Duitse mark. De voor deze afdeling verantwoordelijke Peter Henle accepteerde de consequenties en trad terug als directeur.

Uiteindelijk werd Klöckner gered door de Deutsche Bank, die 400 miljoen Duitse mark beschikbaar stelde om de verliezen te dekken. Hierdoor werd een faillissement voorkomen, maar het was duidelijk dat er een grondige reorganisatie noodzakelijk was. De Deutsche Bank nam het bedrijf over en maakte er een naamloze vennootschap van. Na meer dan tachtig jaar was Klöckner geen familiebedrijf meer. In het kader van de reddingsoperatie kwam het traditierijke bedrijf in bezit van VIAG. Onder deze nieuwe leiding ontwikkelde Klöckner zich in de jaren negentig tot een moderne internationale distributiespecialist voor onder meer staal, pc-producten, chemische producten, textiel en mobielbouw. Op de staalmarkt versterkte Klöckner zijn positie in deze jaren aanzienlijk.[5]

Focus op de kernactiviteit[bewerken]

In het voorjaar van 1997 kondigde Klöckner aan dat het zich voortaan zou richten op zijn kernactiviteit: de staal- en metaalhandel. Om deze koersverandering ook naar buiten toe zichtbaar te maken, werd een nieuw logo geïntroduceerd. De Klöckner & Co-hond met het motto ‘multi metal distribution’ wordt tot op de dag van vandaag gebruikt.

Terwijl Klöckner zijn voorraadhoudende staalhandel in Europa verder uitbreidde, begon het met de verkoop van zijn niet-kernactiviteiten. In 1997 werden de textielactiviteiten van Klöckner & Co met het oog op een verkoop overgebracht naar een niet-geconsolideerde participatiemaatschappij. Aan het einde van dat jaar droeg de onderneming het resterende belang in Thyssen Klöckner Recycling GmbH over aan de meerderheidsaandeelhouder. Begin 1998 volgde de verkoop van Klöckner Chemiehandel GmbH. Computer 2000 AG ging in de zomer over in de handen van het Amerikaanse Tech Data Corporation. Ook de betrokkenheid bij Röder Zeltsysteme und Service AG werd in de zomer van 1998 volgens planning beëindigd. Vrijwel tegelijkertijd droeg het bedrijf zijn resterende belang in Klöckner Industrie-Anlagen GmbH (INA) over aan de meerderheidsaandeelhouder.

Zo onderging Klöckner in amper vijftien maanden een complete metamorfose: de voormalige gediversifieerde onderneming was nu uitsluitend een distributeur van staal en metaal. De omzet werd gehalveerd van 18,6 miljard Duitse mark in 1997 tot 9,5 miljard Duitse mark in 1998. Ook het aantal medewerkers daalde: van 14.655 naar 10.752.

In het najaar van 1998 kondigde het toenmalige moederbedrijf VIAG aan dat het de Duisburgse staaldistributeur op de middellange termijn wilde afstoten. In 2001 werd Klöckner & Co verkocht aan de Balli Group, een Brits handelsbedrijf in materialen. Klöckner had op dat moment tienduizend medewerkers in dienst, met een jaarlijkse omzet van 4,8 miljard euro. Met de overname was ongeveer 1,1 miljard euro gemoeid. De twee Iraanse eigenaren van de Balli Group - Hassan Alaghband en Vahid Alaghband - bekenden dat ze voor de overname 47,5 miljoen euro van Klöckner & Co hadden gebruikt voor de financiering van de deal. Eerder was er al sprake van dat er 120 miljoen euro van de rekeningen van Klöckner & Co was doorgesluisd naar Zwitserland. In de hierop volgende rechtszaak werden de broers veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van anderhalf jaar en boetes tussen de 1,75 miljoen en 2,25 miljoen euro wegens kwade trouw of het aanzetten hiertoe. Tijdens het proces over de financieringsprocedure voerden de twee eigenaren ter verdediging aan dat WestLB hen een krediet van 150 miljoen euro had geweigerd, terwijl het op de hoogte was van de financieringsproblemen van de Balli Group. Zo zou het volgens het pandrecht zelf voordelig aan de aandelen van Klöckner kunnen komen, ten koste van Balli.

Twee jaar na de overname verkocht Balli 94,5% van de staal- en metaaldistributeur aan WestLB en 5,1% aan de Hamburgische Landesbank. Met een nieuwe eigenaar kreeg de onderneming ook een nieuwe directie. Dr. Thomas Ludwig werd bestuursvoorzitter, nadat hij van 1991 tot 1995 al deel had uitgemaakt van de directie van Klöckner & Co. Onder zijn leiding begon het bedrijf weer met strategische uitbreidingen.[5]

Beursgang[bewerken]

In 2005 kwam Klöckner in handen van de Amerikaanse private-equityfirma Lindsay Goldberg & Bessemer (LGB), [7] die het bedrijf in juni 2006 naar de beurs bracht en in oktober ook de meerderheid van de aandelen uitgaf. Momenteel heeft het bedrijf een free float van 100% (per augustus 2011). De aandelen zijn met aanvullende verplichtingen (Prime Standard) genoteerd aan de Frankfurter Wertpapierbörse voor handel op de gereglementeerde markt. Op 29 januari 2007 werd het aandeel Klöckner & Co volledig opgenomen in de MDAX-index van de Deutsche Börse. Sinds 21 maart 2016 is het aandeel opgenomen in de SDAX-index. Hierdoor behoort Klöckner & Co tot de 130 grootste beursgenoteerde bedrijven van Duitsland. Ondertussen is 70% van de aandelen in handen van geïdentificeerde institutionele beleggers, waarmee dit de grootste aandeelhoudersgroep is. De meerderheid van de institutionele aandeelhouders is afkomstig uit Duitsland en de Verenigde Staten. Private beleggers bezitten ongeveer 28% van de aandelen.

Expansieve acquisitiestrategie[bewerken]

Sinds de beursgang in 2006 hanteert Klöckner & Co een expansieve acquisitiestrategie en heeft de onderneming al 26 bedrijven overgenomen. Inmiddels behoort Klöckner & Co tot de tachtig grootste beursgenoteerde ondernemingen van Duitsland. In april 2007 nam Klöckner staaldistributeur Primary Steel over via zijn Amerikaanse dochteronderneming Namasco. Klöckner wist de activiteiten op de Amerikaanse markt hierdoor aanzienlijk uit te breiden, waarbij de omzet in de Verenigde Staten met zo’n 60% toenam.[8]

In april 2008 werd Ulrich Becker benoemd tot lid van de raad van bestuur. Behalve voor de operationele activiteiten van de onderneming in Europa werd Becker ook verantwoordelijk voor Klöckner Global Sourcing en de afdelingen logistiek, procesmanagement en internationaal productmanagement. Snel daarna – in augustus 2008 – werd de onderneming omgevormd tot een Europese vennootschap. Sindsdien opereert het bedrijf onder de naam Klöckner & Co SE.[9]

Klöckner reageerde op de toenemende financiële crisis na 2007 met een pakket noodmaatregelen die in oktober 2008 werden ingevoerd onder de titel ‘Wave 1’. Daarbij ging het onder meer om de tijdelijke opschorting van overnames, een kostenverlaging, het verminderen van de schuld en het afdekken van de financiering van de onderneming. In maart 2009 werd het tweede pakket noodmaatregelen (‘Wave 2’) gelanceerd. Om de sinds de beursgang van 2006 gehanteerde acquisitiestrategie een vervolg te kunnen geven, gaf Klöckner in juni 2009 converteerbare obligaties uit en werd kort daarna een kapitaalverhoging doorgevoerd.

In november 2009 volgde Gisbert Rühl Thomas Ludwig op als bestuursvoorzitter van Klöckner & Co. Naast bestuursvoorzitter (CEO) bleef Rühl ook financieel directeur (CFO) van de onderneming. Tien dagen na het aantreden van Rühl ondertekende Klöckner een intentieverklaring om de Becker Stahl-Service Gruppe (BSS) over te nemen.[10] In januari 2010 hervatte Klöckner & Co de in verband met de wereldwijde financiële en economische crisis tijdelijk opgeschorte acquisitiestrategie met de overname van Bläsi AG.[11] Op 1 maart 2010 maakte de raad van bestuur van Klöckner & Co bekend dat het ook de overname van BSS had afgerond.[12]

In april 2011 nam Klöckner Macsteel Service Centers USA over.[13] In mei van dat jaar volgde de overname van Frefer, de op twee na grootste onafhankelijke staal- en metaaldistributeur van Brazilië.[14] Ongeveer een maand later, in juni 2011, voerde Klöckner een kapitaalverhoging door. De uitgifte van 33.250.000 nieuwe aandelen leverde de onderneming netto ongeveer 516 miljoen euro op, een bedrag dat voornamelijk werd geïnvesteerd in de verdere ontwikkeling van de groeistrategie ‘Klöckner & Co 2020’. Eind 2011 werd Kloeckner Metals (Changshu) Co., Ltd. geopend, een dochteronderneming van Klöckner & Co. Dit was het eerste staalservicecentrum van de onderneming in China. Het is gevestigd in Changshu, een stadsarrondissement in het oosten van de Volksrepubliek, in de buurt van Shanghai en de provincies Shandong, Zhejiang, Jiangsu en Anhui. Vooralsnog levert Kloeckner Metals voornamelijk aan Europese machine- en installatiebouwers die actief zijn in de regio Changshu.[5]

Vanwege de afnemende vraag naar staal in Europa en de onzekere economische vooruitzichten startte de onderneming al in het najaar van 2011 met een uitgebreid reorganisatieprogramma. In het kader hiervan werden zeventig vestigingen verkocht of gesloten en werden ongeveer 2200 banen geschrapt. Eind 2013 rondde Klöckner het reorganisatieprogramma af. Dit maakte bestuursvoorzitter Gisbert Rühl op 6 maart 2014 bekend bij de persconferentie over de financiële resultaten.[15]

Digitalisering[bewerken]

Ten behoeve van zijn groeistrategie voor de lange termijn stelt Klöckner & Co zich ten doel om de gehele toeleveringsketen te digitaliseren. Om alle projecten in dit kader onder één dak samen te brengen, richtte Klöckner & Co eind 2014 kloeckner.i op. Dit is een speciaal competentiecentrum voor de digitalisering. De kantoren van dit nieuwe bedrijf zijn gevestigd in de buurt van de Rosenthaler Platz, een van de centrale locaties voor startups en de digitale economie in Berlijn. Inmiddels biedt kloeckner.i werk aan meer dan veertig medewerkers en zijn de eerste diensten – waaronder een webshop, een contractportal en een serviceplatform – online beschikbaar voor klanten van de staalonderneming.[16]

Externe links[bewerken]