Koningsmoord van Lissabon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Illustratie van de Koningsmoord.

De Koningsmoord van Lissabon[1] (Portugees: O Regicídio de 1908) was de moord van koning Karel I van Portugal en kroonprins Lodewijk Filips van Portugal (hertog van Bragança) in 1908 door republikeins gezinde aanslagplegers en geholpen door elementen in de Portugese Carbonária, teleurgestelde politici en anti-monarchisten.

De gebeurtenis vond plaats op 1 februari 1908 op het Praça do Comércio aan de oever van de rivier de Taag in Lissabon, dat vaak nog het Terreiro do Paço ("Paleisplein") genoemd wordt. De daders Alfredo Costa en Manuel Buiça werden meteen opgepakt door de politie en vrij kort daarna gedood, waarmee verder onderzoek naar de motivatie en organisatie van de aanslag sterk werd bemoeilijkt.

Gevolgen[bewerken]

De aanslag bracht een grote schok teweeg in Portugal en de rest van Europa. De leider van de Portugese Republikeinse Partij (PRP), Bernardino Machado, nam afstand van de aanslag en benadrukte dat men geen misdaad wilde, maar een republiek invoeren 'langs vredelievende en wettelijke weg'.[1] Niettemin werd de PRP na de aanslag in korte tijd zeer populair en slaagde op 5 oktober 1910 erin om een breed gedragen staatsgreep te plegen die bekend is geworden als de Oktoberrevolutie. De jonge koning Emanuel II, die bij de aanslag ook gewond was geraakt maar het overleefde, vluchtte naar Groot-Brittannië, en de Eerste Portugese Republiek werd uitgeroepen.[2]