Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grofsmederij Leiden aan de Zuidsingel (ca. 1925)
Grofsmederij Leiden, locatie op De Waard (ca. 1925)
Zuidsingel 66, Koninklijke Nederlandse Grofsmederij vanaf de Zijlsingel naar het noorden gezien. Foto Jan Goedeljee, ca. 1900
Gezicht op de gebouwen van de Koninklijke Nederlandse Grofsmederij, gezien vanaf de Zijlsingel, links op de achtergrond de Meelfabriek. Thans Ankerpark. 19e-eeuwse prentbriefkaart

De N.V. Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij was een metaalbedrijf in Leiden dat diverse afdelingen omvatte: naast een grofsmederij een ijzergieterij, machinefabriek, constructiewerkplaats, kettingfabriek en scheepswerf. De onderneming heeft bestaan van 1836-1978. Er bestonden twee hoofdvestigingen: de oorspronkelijke, gelegen aan de Zuidsingel nabij de binnenstad, en een in 1898 nieuw gebouwde kettingfabriek annex gieterij in De Waard. In 1913 werd een terrein aan het Buitenspaarne te Haarlemmerliede in gebruik genomen voor de bouw van casco's voor schepen.

Oprichting[bewerken]

De Grofsmederij is opgericht door William Archibald Bake. In 1836 werd er gestart met onder meer een stoommachine van 47 pk (35 kW). Uit welijzerschrot werden billets vervaardigd, die gewalst werden tot ronde, vierkante en platte staven en hoekijzers. Hiervan werden smeedstukken vervaardigd voor de scheepsbouw, die omstreeks deze tijd slechts houten schepen omvatte. Metalen onderdelen daarvan waren ankers, kettingen, roerkoningen en dergelijke. De hechten bouw en het deugdzaam ankertuig werden door de Marine-autoriteiten ten zeerste geroemd. Ook de spoorstaven, benodigd voor de aanleg van de in 1839 geopende lijn van Amsterdam naar Haarlem, in opdracht van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij, werden in dit bedrijf gesmeed. De onderneming omvatte al gauw een eigen ijzergieterij (1838) en onderging rond 1850 een verruiming van het productiepakket. Er werden begonnen met constructiewerkzaamheden en in 1851 kwam een kettingfabriek tot stand.

Diversificatie[bewerken]

De walserij was rond 1870 al sterk verouderd en bleek reeds sinds de oprichting zwaar verliesgevend. De opkomst van het Siemens-Martinstaal betekende de nekslag en sluiting van deze afdeling in 1875. Het bedrijf ging door met de vervaardiging van gietwerk zoals putdeksels, krukassen, molenassen en vuurtorens. Later kwamen daar coquilles (vormen voor het gieten van staal) bij, dat uitgroeide tot een naoorlogse specialiteit. Vanaf 1857 maakte men stoomketels naast ander constructiewerk als gashouders en inrichtingen voor gasfabrieken. Ook stoommachines hoorden sinds circa 1860 tot het productieprogramma. Na de bouw van een sleephelling in 1876 werd de scheepsbouw een steeds belangrijker onderdeel, met eind 19de eeuw een specialisatie in baggerschepen. Een halve eeuw was de scheepsbouw de belangrijkste bedrijfsactiviteit, en kon men alle onderdelen van stoomschepen in eigen bedrijf vervaardigen. Verder maakte de Grofsmederij in de loop der tijden werk als davits, sluisdeuren, roltrommelvuilniswagens, drijfstangen, hogedrukvaten en inrichtingen voor steenkoolmijnen en hoogovenbedrijven. Van 1901 tot 1920 was Ir. B.J.H. Haitink directeur van de fabriek, eerder was hij al aangesteld geweest als hoofdingenieur aldaar. In de hoogtijdagen van het bedrijf werkten er 700 mensen. Rond 1950 bestond het bedrijf uit een kettingfabriek, een gieterij met een capaciteit van 4 kton per jaar, een smederij, een constructiewerkplaats en een afdeling voor machinale bewerking. Nieuw was een flenzenafdeling, waar in het kader van de spreiding van activiteiten voor de opkomende olie-industrie pijpflenzen werden vervaardigd. Verder was de fabricage van krukassen ter hand genomen, waarvoor men over een smeedpers van 1000 ton beschikte. De bedrijfsactiviteiten werden geconcentreerd op De Waard, waarheen gieterij en constructiewerkplaats werden verplaatst.

Neergang[bewerken]

In het derde kwart van de 20e eeuw ging het bedrijf vrij snel te gronde, tezamen met veel Nederlandse zware industrie, waaronder de scheepsbouw. In 1966 werd de grofsmederij samengevoegd met de grofsmederijen van scheepswerf Wilton-Fijenoord en de Amsterdamse vestiging van Werkspoor. In het nieuwe combinatiebedrijf, de Verenigde Grofsmederijen N.V. (VGS), nam de Grofsmederij voor 30% deel, de smeedpersafdeling werd gesloten. Vanaf begin jaren zeventig ging het snel bergafwaarts en volgden diverse ontslagrondes. In 1978 werden de sluitingsplannen bekendgemaakt. Een bezetting van het bedrijf door het personeel mocht niet meer baten, faillissement volgde. De bedrijfsopstallen werden gesloopt en op het schiereiland aan de Zijlsingel werd in 1979 het Ankerpark aangelegd, waarvan de naam nog herinnert aan het product waarmee de Grofsmederij een eeuw voordien de lof van de Marine oogstte.

Galerij[bewerken]


Bronvermelding[bewerken]

  • 125 jaar Grofsmederij (1961)(Leiden)
  • 'Grofsmederij' (1952), in: Industrie Leiden Holland (Leiden), 62-78