Landadel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Men verdeelt de adel in tal van staatkundige en sociologische categorieën. Zo stelt men "landadel" tegenover hofadel.

De hofadel was een groep edellieden die rond het hof verkeerde terwijl andere edelen hun landgoederen beheerden of dienst deden in het leger en het bestuur. Om aan het hof te kunnen verblijven was veel geld nodig. Daar stond tegenover dat men zich de gunst van de koninklijke familie kon verwerven en deze patronage voor de hofadel en hun familieleden goedbetaalde banen, waaronder kerkelijke functies, abdijen en sinecures opleverde.

Aan het Franse hof had in de 17e en 18e eeuw iedereen toegang voor zover men netjes gekleed was. Men kon de benodigde sabel op het voorplein huren. Alleen de leden van de oude adellijke geslachten hadden toegang tot bepaalde plechtigheden en vertrekken. Men eiste voor sommige functies en privileges een groot aantal kwartieren en adeldom, zogenaamde oeradel, die terugging tot de middeleeuwen.

Een groot aantal edelen verbleef niet, of zelden, aan het hof. Zij beheerden hun bezittingen en bestuurden de steden en dorpen. Het ontbrak hen aan geld, opvoeding, zin, kwartieren of ambitie om aan het hof te leven.

Landadel in de Nederlanden[bewerken]

In de Nederlanden heeft de hofadel, behalve aan het Bourgondische hof in Brussel, nooit een grote rol gespeeld. De Nassau's, de Oranjes en de Oranje-Nassau's voerden in Den Haag en Leeuwarden een kleine hofstaat in vergelijking tot de andere Europese prinsen en zeker in vergelijking tot de Europese koningen. De term landadel is en was in de Nederlanden niet juridisch vastgelegd.

Men noemt de vele jonkheren en baronnen die ook nu nog op hun landgoederen in Overijssel, Gelderland, en Wallonië wonen wel landadel.

Landadel in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

De Engelse "gentry" of landadel is een sociale groep die niet noodzakelijkerwijs tot de adel behoeft de behoren. Men kan een op zijn landgoed levende Britse baronet tot de landadel rekenen, een op zijn landgoed levende hertog hoort zeker niet tot de landadel, hoezeer hij het hof en zijn verplichtingen in de hoofdstad ook ontloopt. Ook baronnen behoren niet tot de gentry. De gentry heeft een eigen stijl die vaak met honden (labradors of retrievers), jacht, bestudeerd slordige kleding, jodhpurs, Volvo's en Landrovers, paarden en vossenjacht wordt gekarikaturiseerd.

In het Verenigd Koninkrijk stond de gentry tussen de adel, met een zetel in het parlement, en de yeomanry of herenboeren. Die leden van de Britse landadel die geen wapen voerden werden tot de aristocratie gerekend en de families met een wapenschild, in Engeland moet de koning toestemming verlenen voor het voeren van een wapen, worden tot de lagere adel gerekend.

Landadel in Frankrijk[bewerken]

Op het uitgestrekte Franse platteland woonden honderden edellieden op hun kastelen en kasteeltjes. Zij worden wel de ""petite noblesse" genoemd.

Landadel in Duitsland[bewerken]

In Duitsland bestond een scherpe scheidslijn tussen de hoge adel de adel en de landadel. Edellieden zonder titel en de talloze ridders waren landadel.