Kalligrafie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Letterschilder)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kalligrafie in 15e-eeuwse Bijbel
titelpagina
Schedel register.jpg
letter L; houtsnede 1488
Frysius, die wil leren schrijven met vlijt, vatte de Penne t'alder tijd, Gelijck dees figuere wijst aen, Soo sal tschrijven te beter gaen... Velde

Kalligrafie (uit het Grieks: καλός, mooi en γράφειν, schrijven) is de kunst van het schoonschrift. In China en Japan wordt Chinese kalligrafie nog steeds hoog gewaardeerd, en in islamitische culturen bestaan talloze gekalligrafeerde versies van de Koran en worden gekalligrafeerde spreuken uit de Koran vaak in tapijten verwerkt of aan de muur gehangen.

In Europa werd het kalligraferen aanvankelijk uitgevoerd door slaven (Romeinse Rijk), later na de doorbraak van het christendom door monniken in kloosters. In de latere middeleeuwen ontstonden er gilden voor kalligrafen en verluchters (zij maakten versieringen bij het letterwerk). Er zijn verschillende soorten stijlen van kalligrafie: Gotisch, Romaans, Karolisch, Beneventaans, ...

Renaissance[bewerken]

Gedurende de Renaissance omstreeks 1300 in Italie ontstaat er een beweging die probeert oude waarden te doen herleven. Wat betreft het schrift baseert men zich op de Karolingische minuskel, waarvan men in die dagen dacht dat het stamde uit de Romeinse tijd. En via pauselijke brieven verspreidden zich de vernieuwde schriften door heel Europa en daar buiten.

In 1420 ontwikkelde Niccolo Niccoli een "nieuwe" humanistische schrijfletter,[1]. In feite was het een revival en een aanpassing van de handschrift uit de tijd van Karel de Grote, dat door vele anderen in die dagen zoals: Poggio Bracciolini en Giovanni Aretino werd gebruikt. Bij het cursief van Niccoli wordt de pen veel minder van het papier genomen, door ophalen te maken en letters diagonaal met elkaar te verbinden. Zo kon men sneller schrijven, en bleef de leesbaarheid behouden.

Na de uitvinding van de boekdrukkunst raakt het beroep als copy-ist langzamerhand overbodig. Maar dat gold enkel voor de productie van grotere uitgaven, waarvan veel exemplaren nodig waren. De letters, die boekdrukkers gebruikten, waren nog altijd geheel gebaseerd op hun kalligrafische voorbeelden. In de begintijd van de boekdrukkunst werden uitgaven vaak verlucht met kalligrafische toevoegingen. In de bijbel van Johannes Gutenberg werden de initialen en andere versieringen met de hand toegevoegd. Elk exemplaar was hierdoor uniek.

Veel beroepen zoals bijvoorbeeld rechters, advocaten, notarissen etc. bleven afhankelijk van geschreven contracten. Schrijvers van boeken, toneelstukken en muziek waren nog altijd afhankelijk van manuscripten. Bij al deze zaken staat de leesbaarheid en de herkenbaarheid van al wat opgeschreven is voorop. Anders zouden acten nooit als bewijs hebben kunnen dienen.

Italiaanse schriftboeken[bewerken]

Begin zestiende eeuw ontstaan er een aantal schrift-boeken in Italie. Met daarin vele voorbeelden van de verschillende cursieve schriften, die op dat moment in gebruik zijn.

In 1522 verschijnt als eerste La Operina, de gravures zijn van Ugo da Carpi naar de modellen van Lodovico delgi Arrighi, Vicentino: de Canselarescha.[2][3] Want Arrighi was schrijver van pauselijke brieven. Een tweede boek met voorbeelden van cursieven was: Il modo de temperare le Penne, dit boek verscheen in Venetie in 1523 als aanvulling op La Operina. Daarin ook aanwijzingen hoe een pen te snijden en verschillende cursieven anders dan de cancellerescha. De graveur was: Eustachio Celebrino da Udene.

Hierna volgen vele andere boeken :

  • Giovanantonio Tagliente, Lo presente libro insegna, Venetie, 1524
  • Ugo da Carpi, Thesauro de Scrittori, 1525
  • Eustachio Celebrino da Udene: Il modo d'imparare de scrivere lettera Merchantescha, 1525
  • Giovambattista Palatino, Libro nuovo d'impparare a scrivere, Rome, 1540
  • Vespasiano Amphiareo, Opera nella quale si insegna a scrivere, Venetie, 1554
  • Giovan Francesco Cresci, Essemplare de piu sorti letteri, Rome. 1560
  • Giovambattista Palatino, Compendio del gran volume, Rome, 1566
  • Augustina da Siena, Opera del reverendo, Venetie, 1568

Inkt recept[bewerken]

In het schrijfboek van Augustino Da Siena is een recept te vinden, hoe inkt te maken. Goede inkt dient lange tijd kleurecht te blijven en mag ook niet na een tijd verbleken.[4]

  • Neem dertig ons van goede witte wijn.
  • Neem drie ons van de kleine Istrische gal-noten, van de goed gerimpelde soort,
  • Breek deze galnoten, maar maal ze niet fijngemalen tot een puree.
  • Doe de gebroken galnoten in de wijn.
  • Laat alles een 12 dagen staan, een paar dagen meer of minder kan geen kwaad.
  • Roer de galnoten in de wijn 4 tot 6 keer elke dag.
  • Alleen de laatste dag en daarna mag er niet meer worden geroerd.
  • Zeef de oplossing door een doek, om de galnoten te verwijderen.
  • Voeg daarna 2 ons Romeins vitriool (ijzer(II)-sulfaat) toe, om de inkt zwart te maken.
  • Roer de inkt een "Miserere" lang
  • Week een ons in stukken gebroken arabische gom, een dag in witte wijn
  • Dan mengt de gom zich later beter met de inkt
  • Wacht twee tot drie weken, tot alles perfect zwart is.

In plaats van witte wijn, kan ook gekookt regenwater worden gebruikt. Een nadeel van deze inkt, is dat het ijzermoleculen bevat, en die kunnen op den duur de papiervezels aantasten. De vezels onder de inkt verpulveren dan langzaam, en het hele document kan dan uiteindelijk verloren gaan.

Herleving kalligrafie in de 19e eeuw[bewerken]

Sinds 1850 herleefde de belangstelling voor de kalligrafie. Eerst als hobby, maar allengs ontwikkelde de kalligrafie zich tot een zelfstandige kunstvorm.

Toch ging het mis met de kwaliteit van schrijven gedurende de 19e eeuw. In Engeland ontstaat er begin 20ste eeuw een beweging, om het schrift-onderwijs aan jonge kinderen op de lagere school op een hoger plan te brengen. Onder het motto: "Jong geleerd is oud gedaan." De motor van dit alles vormden onder andere: Edward Johnston, Alfred Fairbank en Marion Richardson. Met het oefenen de patronen op de "writing-cards" werden de kinderen aangemoedigd tot creativiteit in een aaneengesloten schrift.

Vaak wordt bij het kalligraferen gebruikgemaakt van een 'brede pen', een pen die in dwarse richting een smalle, maar in lengterichting een brede streep trekt. De brede pen is afgeleid van de vorm van de rietpen (gebruikt op papyrus tot ongeveer 300 na Chr.) en de ganzenveer (gebruikt op perkament en vellum, vanaf ongeveer 300) die een vergelijkbaar schrijfgedrag heeft, maar veel vaker in de inkt moet worden gedoopt en waarvan de lijn meer varieert met de hoeveelheid inkt die er nog op zit. Tegenwoordig wordt ook wel de trekpen als schrijfgereedschap gebruikt. Veelgebruikte inktsoorten zijn Oost-Indische inkt en lichtechte gepigmenteerde inkten die watervast opdrogen.

Door kalligrafen veel gebruikte lettertypen zijn: de Romeinse kapitaal, de middeleeuwse unciaal, de Karolingische minuskel (en de gotische varianten daarvan), de cursief (italic) en het kanselarijschrift.

In Nederland bevinden zich de belangrijkste (historische) collecties op het gebied van de kalligrafie in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en in de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. De Universiteitsbibliotheek van Amsterdam beheert ook het Schriftmuseum J.A. Dortmond.

Aan de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten vormt het schrijven een wezenlijk onderdeel van de opleiding tot letterontwerper. De gevolgde methode is ontwikkeld door Gerrit Noordzij.

Een toegepaste vorm van kalligrafie is stripboekbelettering.

De Chinese kalligrafie staat sinds 2009 vermeld op de lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid van UNESCO.

Literatuur[bewerken]

  • Edward Johnston, Writing & Illuminating & Lettering, 1906, illustraties: Johnston & Rooke. Dover Publications. ISBN 0-486-28534-0.
  • Edward Johnston, A book of Sample Scripts, Victoria and Albert Museum, London, (fascimile uitgave van origineel uit 1914)
  • Rudolf Larisch, Über Zierschriften im Dienste der Kunst. 1899. gedigitaliseerde uitgave
  • Rudolf Larisch, Beispiele künstlerischer Schrift. 5 Folgen, 1900–26.
  • Rudolf Larisch, Über Leserlichkeit von ornamentalen Schriften, Verlag Schroll & Co, Wien (1904) gedigitaliseerde uitgave
  • Rudolf Larisch, Unterricht in ornamentaler Schrift, Osterreich.Staatsdrukkerei, Wenen, (1926) (neunte veraenterde Auflage 1926) gedigitaliseerde uitgave
  • Rudolf Larisch, Der Kajak und seine Arten. 1918 (Nachdruck 2007).
  • Prof. Anna Simons, Dr. Eberhard Hölscher, Edward Johnston und die englische Schriftkunst, Verlag für die Schriftkunde Heinze & Blanckertz, Berlin-Leipzig, Monographien künstlerischer Schrift, Band 1
  • C. G. Crump & E. F. Jacob, The Legacy of the middle ages, At the Clarendon Press, Oxford, (1e uitgaaf 1926)
  • Roger Fry, E. A. Lowe, English Handwriting (S.P.E. Tract No. XXIII) with Thirty-four fascimile plates, and artistic & paleopgrahic critisisms, Clarendon Press, Oxford, (1926)
  • Rudolf Koch, Die Offenbacher Schrift. Eine Anweisung zum Schreiben einer deutschen und einer lateinischen Schrift von Rudolf Koch. Heintze & Blanckertz, Berlin 1928. (PDF)
  • Rudolf Koch, Das Schreib-büchlein, eine Anleitung zum Schreiben von Rudof Koch met Holzschnitten von Fritz Kredel, erschienen im Baerenreiter-Verlag zu Kassel-WilhelmsHoehe, (1930)
  • Hewitt Graily, Lettering for Students and Craftsmen, London: Seeley, Service & Co, (1930)
  • Alfred Fairbank, A Handwriting Manual, Leicester, The Dryad Press, 1932
  • Alfred Fairbank, The Dryad Writing cards, The Dryad Press, Leicester, (1932)
  • Marion Richardson, Writing and writing patterns, Teacher’s book, University of London Press London (1935)
  • Marion Richardson, Writing and writing patterns, Book I, II, III, IV, V + writing cards, University of London Press London (1935)
  • Rosemary Sassoon, Marion Richardson : her life and her contribution to handwriting , Bristol (2011) ISBN 978-1-8415-0543-5
  • Alfred Fairbank, Rober Bridges (editor), English Handwriting (S.P.E. Tract No. XXVIII) Continued from Tract XXIII with Thirty-one Additional Plates, Oxford University Press, Oxford, (1932)
  • Alfred Fairbank, A Roman script for schools, Ginn & Co, London
  • Alfred Fairbank, C.G. Holme; Eberhard Holscher, Anna Simons, Percy J. Smith, & R. Haughton James, Lettering Of To-Day, The Studio limited, Studio Publications inc. London, New York, (1937)
  • Alfred Fairbank, A book of Scripts, Penguin Books, Harmondsworth, Middlesex, England, 1e editie: 1949
  • Alfred Fairbank, Bertold Wolpe, Renaissance Handwriting, An Anthology of Italic Scripts, Faber and Faber Limited, 24 Russell Square, London, (1960)
  • Alfred Fairbank & R.W. Hunt, Humanistic Script of the fifteenth and sixteenth century, Bodleaian Library, Oxford, (1960)
  • Alfred Fairbank, Bruce Dickins, The Italic Hand in Tudor Cambridge: Forty-one Examples., Bowes & Bowes, London, Cambridge Bibliographycal Society, monograph no. 5, 1962
  • Alfred Fairbank, Augustino Da Siena, D.R. Godine, Boston USA, (1975)
  • Paul Standard, Arrighi's Running Hand: A Study of Chancery Cursive, Including a Facsimile of the 1522 "Operina" with Side by Side Translation & an Explanatory Supplement to Help Beginners in the Italic Hand, Taplinger Pub Co, (1979)
  • W. Bogtman, Het Nederlandsche Handschriift in 1600, W. Bogtman, Haarlem, (1933)
  • J. Ligter, Alphabet constructies voor schrift-lithografie, Amsterdamsche Grafische School, (1934)
  • Erhardt D. Stiebner, Walter Leonhard, Bruckmann's Handbuch der Schrift, Bruckmann, München, 1992, ISBN 3765425648
  • Eugen Nerdinger, Buchstabenbuch. Schriftenentwicklung, Formbedingungen, Schrifttechnik, Schriftsammlung., Callway Munchen (1955)
  • Oscar Ogg, The 26 Letters, E.M. Hale and Company, Eau Claire, Winconsin, USA, (1963)
  • Heinrich Hussmann, Uber die Schrift. Aufzeichnungen aus meinem Vorlesungen., Guido Pressler Verlag, Wiesbaden, (1977)
  • Jan Tschichold, Schriftkunde, Schreibübungen und Skizzieren für Setzer, Basel, Schwabe (1942)
  • Jan Tschichold, Geschichte der Schrift in Bildern, Dr. Ernst Hauswedell & Co., Hamburg, (1961)
  • Jan Tschichold, Meisterbuch der Schrift, ein Lehrbuch mit vorbildlichen Schriften aus Vergangenheit und Gegenwart für Schriftenmaler Graphiker Bildhauer-Gravüre Lithographen Verlaghersteller Buchdrucker Architecten und Kunstschulen, Otto Maier Verlag, Ravensburg, (1952)
  • Jan Tschichold, Treasures of alphabets and lettering, Omega Books, Hertfordshire, (1985)
  • Tom Gourdie, Italic Handwriting, A Studio Publication, London/New York (1955)
  • Stanley Morison, The Calligraphy of Ludovico degli Arrigahi, Parijs, 1929
  • Stanley Morison & John Dreyfus, Letterforms, typographical and scriptorial, Nattali & Maurice, London, (1968)
  • Jan Schalkwijk, De kunst van het Letter-schrijven, Druk: Vegron B.V., Den Haag (1980)
  • Timon Stevens, Kalligrafie van A tot Z, een leidraad voor het schrijven en tekenen van letters en teksten, Cantecleer BV., De Bilt, (1982)
  • Fons van der Linden, Over letters & schrift en de beginselen van het schrijven (1983)
  • drs. B. N. Leverland, Zo schreven onze voorouders, Nederlands schrift tussen 1450 en 1700, Centraal bureau voor Genealogie, 's Gravenhage, (1984)
  • Karina Meister, Kalligrafie: een persoonlijke visie (1989)
  • Sepp Jakob, Donatus Leicher, Schrift und Symbol In Stein, Holz und Metall, Callwey, G, 1984, ISBN 3766706896
  • Mels van Beusekom, Kreatieve Kalligrafie, voor links- en rechtshandigen, La Riviere & Voorhoeve, Kampen, (1988)
  • Frank E. Blokland, Kalligraferen: de kunst van het schoonschrijven (1990)
  • Julius de Goede, Kalligraferen in Cursiefschrift, Cantecleer, De Bilt, (1991), ISBN 90 213 0938 6
  • Ton Croiset van Uchelen, Vive la plume: schrijfmeesters en pennekunst in de Republiek (2005). Uitg. t.g.v. de tentoonstelling Pennekunst. Vier eeuwen schoonschrijven in Nederland, gehouden in de UB Amsterdam van 23 september t/m 23 december 2005
  • Gerrit Noordzij, The stroke: theory of writing (2005)

Externe links[bewerken]