Lichtgas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lichtgas of stadsgas is gas dat in een gasfabriek wordt geproduceerd door steenkool te verhitten zonder toetreding van zuurstof.

Het werd vanaf de 19e eeuw gebruikt voor verlichting, verwarming, en om te koken. De precieze samenstelling verschilde per gasfabriek, maar de brandbare hoofdbestanddelen waren steeds waterstofgas, methaan en koolmonoxide. De samenstelling van het stadsgas in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen was bijvoorbeeld 51% waterstof, 21% methaan, 15% stikstof, 9% koolmonoxide, en kleine hoeveelheden kooldioxide, hogere koolwaterstoffen en zuurstof.[1] Koolmonoxide is giftig, en brengt dus gevaar van koolmonoxidevergiftiging met zich mee bij het gebruik van stadsgas, in het bijzonder bij lekkage. Het maakte het stadsgas ook tot een veelgebruikt middel voor zelfdoding. De verbrandingswarmte van stadsgas bedraagt 17,5 à 20 MJ/m3. In de tweede helft van de twintigste eeuw (in Nederland in de jaren zestig) werd het stadsgas vervangen door aardgas.

Geschiedenis[bewerken]

Dat er gas ontstaat bij de droge destillatie van steenkool was al lang bekend. De Maastrichtenaar Jan Pieter Minckeleers, hoogleraar natuurkunde in Leuven, was de eerste die experimenteerde met lichtgas als bron voor verlichting. In 1785 gebruikte Minckeleers het om zijn auditorium te verlichten. Hoewel hij ook in de weer ging om zijn opgewekte lichtgas via buizen te verdelen, slaagde hij er niet in om een goed werkend systeem te ontwikkelen voor algemeen gebruik in huishoudens of bedrijven.

Twee Britse natuurkundigen, William Murdoch en Samuel Clegg, brachten de uitvinding een stapje verder. Murdoch volmaakte het proces van de winning van lichtgas door het zuiveren van zwaveldioxide en teer. In 1803 bouwde hij tevens de eerste gasinstallatie voor de verlichting van de fabrieken van Boulton & Watts in Londen. Zijn leerling Clegg was de grote man achter de commerciële exploitatie van lichtgas.

Als eerste stad op het vasteland kreeg Brussel in 1819 straatverlichting op stadsgas.[2] De vennootschap van Pierre-Joseph Meeus, die een concessie kreeg voor twintig jaar, bouwde een gasfabriek en gazometer in de Sint-Rochusstraat. De leidingen voedden in dat eerste jaar 72 lichtpunten, voornamelijk in de Nieuwstraat en op het Muntplein. In 1839 ging de concessie naar een Londens bedrijf, tot de stad het lichtgas in regie nam (1875).

Omstreeks 1827 bouwde de stad Gent zijn eerste gasfabriek, waarna men in Gent na twee jaar al 700 straatfakkels kon vervangen door 700 veiligere gaslantaarns. Door dat grote succes kwamen er nog twee andere fabrieken bij, waaronder de fabriek aan de Gasmeterlaan in Gent.[3] Het waren na Brussel de eerste gasfabrieken in België.

De eerste gasfabriek in Nederland werd in 1826 door het Britse bedrijf Imperial Continental Gas Association (ICGA) in Rotterdam in gebruik genomen. Een jaar hiervoor werd in Amsterdam al gas geproduceerd uit raapolie. Na vele verbeteringen werden in de tweede helft van de 19e eeuw door heel Nederland gasfabrieken gebouwd die vaak door de gemeente werden beheerd. Ook werden manieren gevonden om de afvalproducten van de gasproductie (steenkoolteer) te verwerken tot allerlei producten zoals kunstmest, zwavelzuur en veel organische producten.

Nadat in 1959 bij Slochteren in Nederland een groot aardgasveld was ontdekt, werd in Nederland en België massaal overgeschakeld op aardgas. Een van de voordelen daarvan is dat dit geen koolmonoxide bevat en dus niet giftig is. Na 1960 waren de gasfabrieken overbodig; vele werden gesloopt, waarna meestal een ernstig met polycyclische aromatische koolwaterstoffen vervuild terrein achterbleef.

Gebruik[bewerken]

Lichtgas dankt zijn naam aan de eerste toepassing, die als vervanger van lampolie, kaars en fakkel. Later werd er vooral mee verwarmd en gekookt. Het kwam in steden en dorpen in zeer veel huizen uit de gaskraan.

Verder was lichtgas een populaire vulling voor luchtballonnen, omdat het gemakkelijk verkrijgbaar was. Wegens het hoge gehalte waterstof is lichtgas daarvoor zeer geschikt. Omdat lichtgas erg brandbaar is gebruikt men tegenwoordig voor luchtballonnen liever helium.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Stadtgas, Leuchtgas und Erdgas im Gaswerk, Wiener Gasometer, gearchiveerd op 4 maart 2016
  2. C. Roman, "Cent cinquante ans d'éclairage au gaz a Bruxelles", in: Cahiers Bruxellois, nr. XXI,1976, p. 96-146
  3. Twee metalen skeletten van oude gashouders zijn bewaard gebleven. Ze staan op de site van het bedrijf "De Nieuwe Molens" en zijn als industrieel monument beschermd.