Slochteren (dorp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Slochteren
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Vlag van Slochteren Wapen van Slochteren
(Details) (Details)
Slochteren (dorp)
Slochteren (dorp)
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Vlag Midden-Groningen Midden-Groningen
Coördinaten 53° 13′ NB, 6° 48′ OL
Algemeen
Inwoners (1 januari 2007) 2.411
Overig
Postcode 9620 - 9621
Netnummer 0598
Belangrijke verkeersaders N387
Website slochteren.nl
Foto's
Slochteren op de topografische kaart van 1934
Slochteren op de topografische kaart van 1934
Portaal  Portaalicoon   Nederland
De Slochtertoren

Slochteren (Gronings: Slochter) is een plaats in de gemeente Midden-Groningen, in de Nederlandse provincie Groningen.

Slochteren was tot 1 januari 2018 de hoofdplaats van de gemeente Slochteren, die op die datum opging in de nieuw gevormde gemeente Midden-Groningen. Slochteren had op 1 januari 2007 2.411 inwoners. Slochteren is een van de dorpen van de “Woldstreek”, welke naam herinnert aan de bossen, die hier vroeger voorkwamen. Het is een streekdorp gelegen op een oude langgerekte zandrug door het veengebied. Het vormt met andere dorpen die op deze zandrug liggen, zoals Schildwolde, Hellum, Kolham en Scharmer een langgerekt halfrondlopend lint. Het centrum van deze halve cirkel ligt ongeveer op de plaats van het dorp Woudbloem. Slochteren is beschermd dorpsgezicht.

Slochteren is bekend door de gaswinning. Het aardgasveld van Slochteren bevat 1032 miljard kubieke meter en bevat hierbij twee derde van de Nederlandse gasreserves.

Geschiedenis[bewerken]

Slochteren is ontstaan als een hoogveenontginning aan de oevers van het riviertje de Slochter Ae, de bovenloop van de Fivel. Het dorp dateert vermoedelijk uit de negende of tiende eeuw. Het wordt voor het eerst genoemd in het tweede kwart van de 11e eeuw als Slohtoron. De naam is afgeleid van een Oudfries woord *slohtre dat 'moerassig land' betekend. Dit woord slōhtere ('modderige plek’) is ook bekend in het Oudengels.[1] Ook enkele veenriviertjes in Noord-Holland werden betiteld als Slochter. De opstrekkende verkaveling rond de kerk was gericht op Thesinge, zodat mag worden aangenomen dat de eerste kolonisten banden hadden met dat dorp.

De bewoning verhuisde al snel naar de hogere zandrug waarop het huidige dorp Slochteren te vinden is. Er liggen minstens drie bewoningslinten achter elkaar. De oudste nederzettingsrij is vermoedelijk het buurtschap Denemarken. De tweede is de Groenedijk, die in het verlengde van de Schildwolderdijk ligt; de derde de bewoning langs de Hoofdweg. Een aantal boerderijen en arbeidershuizen is nog verder in de richting van het vroegere hoogveen opgeschoven. Een handvol huizen stond bij de 15e-eeuwse veendijk, die langs de Siepsloot liep.

De kerk van Slochteren is vermoedelijk de oudste van zuidelijk Duurswold. Hij fungeerde als centrum voor de kerkelijke rechtspraak of seend in deze streek. Het huidige kerkgebouw dateert waarschijnlijk uit de dertiende eeuw. De parochie wordt genoemd in 1291, als het dorp samen met de naburige kerkdorpen in conflict raakt met de dekens te Loppersum. Slochteren moet destijds een aanzienlijke parochie zijn geweest, want de huidige kerk vormt het dwarspand van een middeleeuwse kruiskerk die oorspronkelijk groter was. Ten noordwesten van de Slochter kerk prijkt de vrijstaande, vrijwel onversierde zadeldaktoren van rond 1300, waarin een luidklok hangt uit 1373, die vermoedelijk afkomstig is van de (verdwenen) kloosterkerk te Wittewierum. De patroonheilige is niet bekend. Het parochiezegel van Slochteren toont een onbekende bisschop zonder verdere attributen.

De Kroniek van Wittewierum noemt rond 1290 als hoofdelingen Lubbe Hagginga en zijn familielid Ebbo Hagienga, die verwikkeld waren in een plaatselijke vete. Het is niet bekend waar zij woonden. Hun naam kan in verband worden gebracht met de Hoijnga of Heringe clauwe, het buurtschap waar de Fraeylemaborg stond. De borg wordt voor het eerst genoemd in 1445 als Fralema heert; ook is er sprake van landerijen in Fralima waldum. In 1504 was een zekere Remmert Fraylma hoofdeling van Slochteren. Het Sloechterhollt wordt genoemd in 1503. Dit betreft echter niet het Slochterbos, maar een aanduiding voor het latere buurtschap Froombosch. Het hele gebied was bosrijk; tussen de akkers op en weilanden de zandrug bevonden zich houtwalletjes en stroken eikenhakhout.

Het landschap rond Slochteren kreeg tegen het einde van de middeleeuwen te maken met steeds meer wateroverlast. Het gebied vormde omstreeks de dertiende eeuw het Slochterzijlvest, dat aanvankelijk bij Ten Post in het Damsterdiep uitwaterde. Ook de latere Overschildjerpolder ten noorden van het Schildmaar bij Schildwolde (Ickingeburen) en het gebied ten noorden van de Graauwedijk vielen hieronder. Kort na 1300 sloot het Slochterzijlvest zich aan bij het Generale Zijlvest van de Drie Delfzijlen. De landerijen ten westen van de Groenedijk kwamen grote delen van het jaar onder water te staan.

De 18e en 19e eeuw was in Slochteren tevens de tijd van de vervening. De belangrijkste laagveenreserves lagen in ’t Hooiland langs de Slochter Ae en in het Slochterveld ten oosten van het dorp. In het laatstgenoemde veld vindt men nog de petgaten, die in de 19e eeuw zijn ontstaan. Het is thans een beschermd natuurgebied, Baggerputten genaamd. De keten van de veenarbeiders stonden destijds in Froombosch. Deze buurt werd vroeger Bagelhutten genoemd. De baggerturf werd destijds met wagens naar Sappemeer vervoerd en vandaar verscheept naar Groningen. Ook het Slochterdiep, ook wel Rengersdiep genoemd, in 1659 gegraven door Osebrandt Johan Rengers, toen de heer van Slochteren, werd voor de afvoer van de turf gebruikt.

Dicht bij de plaats waar eens het haventje van Slochteren lag, treft men nog steeds het Hoogehuis aan, tot 2008 bewoond door Louise Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren, een van de dochters van Evert Jan Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (burgemeester van Slochteren van 1925 tot 1940), nadat zij in 1971 de Fraeylemaborg had verkocht. Dit 17de-eeuwse gebouw, van oorsprong een rechthuis, was jarenlang een bekende pleisterplaats voor dagjesmensen. Aan het eind van de 18de eeuw, na de komst van de Fransen, voltrok zich in de streek een grote verandering op het bestuurlijke vlak. In 1798 werd er door hen namelijk een wet uitgevaardigd, waarin een einde werd gemaakt aan de al de heerlijke rechten (zoals collatorschap, zijlvesterij, jacht- en visrecht, jurisdictie) van de heren van het dorp. Er werd een voorlopig plaatselijk bestuur ingesteld. In 1808 volgde bij Koninklijk Besluit de benoeming van het eerste gemeentebestuur van Slochteren, dat in het Hoogehuis zijn zetel kreeg en onder voorzitterschap stond van Hendrik de Sandra Veldtman. In 1811 (invoering van de burgerlijke stand) werd het gebied in drie gemeenten opgedeeld, te weten Harkstede, Slochteren en Siddeburen. Ze kregen elk hun eigen maire (burgemeester). In 1821 werd Harkstede weer bij Slochteren gevoegd. Siddeburen volgde in 1826 en vormt sindsdien weer één gemeente. De drie dorpen zijn alleen nog in kadastrale aanduidingen als drie gemeenten bekend. De ontsluiting van de streek vond plaats in de 19de eeuw met de verharding van de wegen. In Slochteren begon dit in 1846 met de weg naar Noordbroek, die toen begrind werd. In 1868 volgde de verharding van de weg van het Hoogehuis door het dorp en naar Ruischerbrug.

In 1929 kreeg Slochteren een station aan de Woldjerspoorweg. Deze lijn werd reeds in 1941 opgeheven en opgebroken. Het stationsgebouw herbergt anno 2006 een steunpunt voor de politie en een politiepettenmuseum. Over het tracé van de Woldjerspoorlijn is de later de N387 aangelegd.

Buurtschappen[bewerken]

Het kerspel Slochteren kende in de vijftiende eeuw vier buurtgilden:

  • Westersche klauwe ... an de wester sijdt der kercken, ook up Slochter buer clauwe, Slochter clauwe toe Geewes were, Slochter Holster buurklauwe of Clauwa prima genoemd. Hier lag kennelijk het Slochterholt; vanaf het einde van de 19e eeuw werd dit gebied ook wel Froombosch genoemd; de nederzetting Geewes were zullen we wellicht tussen Luddeweer en Schaaphok moeten zoeken
  • Wester Kerckhoven clauwe ... an de wester sijdt der kercken, ook Westerkerck buer clauwe, Wester sijde kerckhove of Clauwa Secunda genoemd. Hieronder viel ook de Dijnge horne met het kerkhof, waar kennelijk de volksvergaderingen en rechtzittingen (dingen) werden gehouden
  • Oester kerckbuer clauwe ... an die oester sijdt der kercken, ook Kerck bure clauwe, Hillijge bure clauwe, Hoijnga clauwe, Heringe clauwe of Heringebuur klauw genoemd. Het gebied stond in 1781 bekend als Voorburg
  • Ritzer klauw, in de omgeving van de Ritzerdijk bij het latere Slochterdiep, met de boerderijen langs het Padje en in het buurtschap Denemarken

Op waterstaatkundig gebied onderscheidde men daarnaast de klauw van Ickingeburen, die waarschijnlijk ten noorden van het Schiltmaar in het kerspel Schildwolde lag en eveneens onder het Slochterzijlvest viel. De eerste twee klauwen werden vermoedelijk in de zestiende eeuw samengevoegd, de klauw van Ickingeburen gesplitst. De Ritzerklauw werd later in zijn geheel bij het Woldzijlvest gevoegd.

In de 17e, 18e en 19e eeuw rekende men tot Slochteren tevens de gehuchten Denemarcken, de Groene Dyck, Ruten of De Ruit en - sinds 1722 - Het Schapenhok.

Na 1800 werd het gebied onderverdeeld in een handvol waterschappen, waarvan een aantal hun naam gaven aan kadastrale secties: De Ruiten, Grootepolder, Groote en Kleine Oosterpolder, Kloosterpolder, Kooipolder en Hooilandspolder.

Monumenten[bewerken]

Het dorp Slochteren kent een aantal monumenten:

  • Landhuis de Fraeylemaborg ligt aan de Hoofdweg. Het is in de middeleeuwen ontstaan als een versterkt stenen bijgebouw (steenhuis of stins) bij een houten boerderij.
  • De Geertsemaheerd is een 18e-eeuwse herenboerderij, die vanaf 1795 door vier generaties Geertsema bewoond werd. De boerderij is gerestaureerd en herbergt drie stijlkamers in het voorhuis. In de voormalige stallen is een expositieruimte met theeschenkerij ondergebracht. Achter de boerderij is op de plaats waar een oude kapschuur stond een logiesgelegenheid gebouwd. De slingertuin bij de boerderij is de oudste van de provincie Groningen. Hij is in 1850 door Geert Vroom ontworpen.
  • Museumboerderij Duurswold is een voor de streek Duurswold typische monumentale boerderij. In de schuur is een verzameling tentoongesteld van gereedschappen en gebruiksartikelen zoals die de afgelopen eeuwen in en om de boerderij gebruikt werden. De collectie bestaat uit landbouwmachines en werktuigen, overige gereedschappen en keukengerei.
  • Slochteren is de geboorteplaats van Kornelis ter Laan. In het dorp bevindt zich een monument dat aan hem gewijd. Het is indertijd onthuld met een toespraak van K. Ter Laan zelf.
  • Langs de Groenedijk staan een drietal poldermolens die in bezit zijn van de Slochter Molenstichting. Het zijn:

Een deel van Slochteren is rijksbeschermd dorpsgezicht. Verder zijn er in de plaats verschillende rijksmonumenten.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Lijst van rijksmonumenten in Slochteren (plaats)

Geboren[bewerken]