Noordbroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Noordbroek
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Noordbroek
(Details)
Noordbroek (Groningen (provincie))
Noordbroek
Situering
Provincie Groningen
Gemeente Menterwolde
Coördinaten 53° 12′ NB, 6° 52′ OL
Algemeen
Inwoners (1 januari 2007) 1.960[1]
Foto's
Kerk van Noordbroek
Kerk van Noordbroek
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Kaart van de voormalige gemeente Noordbroek uit 1867.

Noordbroek (Gronings: Noordbrouk) is een Nederlands dorp, ontstaan in de vroege Middeleeuwen. Het dorp is gelegen in de Groninger gemeente Midden-Groningen. Begin 2007 had het 1.960 inwoners.[1]

Onder Noordbroek vallen de buurtschappen Stootshorn, Korengarst en Noordbroeksterhamrik, alsmede de voormalige buurtschappen Noordbroeksterveen, Veenhuizen, Westfalen en Zuiderveen. De eerste drie buurtschappen vormden sinds 1660 het kerspel Noordbroeksterhamrik. In het buitengebied onderscheidde men verder Zuiderklei (tegenover Zuiderveen), Evenreiten, Bovenland, Bovenmeerland en De Kampen. Het Noordbroekstermeer werd omstreeks 1612 drooggelegd.

Noordbroek telde in de achttiende eeuw tien buurtgilden, waaronder Broodhörn, Achteromshörn, Pijpkergilde, Torengilde en Moushörn. De eerste betrof een buurtje aan de weg naar Zuidbroek, de laatste een buurtje ten noorden van de kerk.

De lage kleigronden bij Noordbroek werden al vroegtijdig bemalen. Op het grondgebied van Noordbroek ontstonden de waterschappen Westerschemolenpolder (1798, gedeeltelijk), Evenreitstermolenkolonie (1799), Roodetilsterpolder (1799), Noordermolenkolonie (1801), Korengarst (1804/1894), Legemeedsterpolder (1842), De Bolderij (1863), Stootshorn (1885), De Kampen (1884/1888) en Waterkampen (1889).

Algemeen[bewerken]

Vanaf 1811 tot 1 juli 1965 was Noordbroek een zelfstandige gemeente. Vanaf deze datum vormde Noordbroek met Zuidbroek de gemeente Oosterbroek, die in 1989 fuseerde met Muntendam en Meeden tot de gemeente Menterwolde.

Noordbroek ligt ten noorden van de A7 en ten westen van de N33. Van 1910 tot 1934 had het dorp een spoorwegstation aan de spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij.

Geschiedenis[bewerken]

Noordbroek is een veenontginningsdorp uit de tiende of elfde eeuw, dat vermoedelijk vanaf de oevers van enkele stroompjes is ontstaan. Het woord -broek in de naam verwijst naar de bodemgesteldheid: moerassige grond. Tot ongeveer de veertiende eeuw lag Noordbroek verder oostwaarts. Vanwege wateroverlast en stormvloeden heeft men vroegtijdig de hogere gronden opgezocht. Tot omstreeks 1900 werden de zandakkers van elkaar gescheiden door begroeide houtwallen of klingen. Toch schijnen ook de lagere delen van het dorp bewoond te zijn gebleven, zelfs nadat de Dollard hier een kleilaag had afgezet.

Over een eerdere kerk is niets bekend. Acker Stratingh en Venema karteren een oud kerkhof aan de Pastorieweg. Ook het toponiem Oudehoff lijkt hierop te wijzen. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een ouder kerkgebouw te Rommelskerken bij Korengarst. Over de middeleeuwen is totdusverre weinig bekend. Er zijn geen eenduidige sporen van steenhuizen aangetroffen. Wel bevond zich vermoedelijk een steenhuis aan de Grachtlaan. Dit zal de woonplaats van een zekere Remben Gockinga zijn, die in 1441 wordt genoemd. In de zeventiende eeuw bevond zich hier een huis dat Bouckenborg werd genoemd.

In 1401 werd Noordbroek bestraft omdat het partij had gekozen voor de Gockinga's. De boerderijen werden geplunderd, de kerk in brand gestoken. Vijf gouden schrijnen werden gestolen, terwijl de miskelken en kazuifels prooi werden aan de vlammen. Een korenmulder wordt genoemd in 1548. Al in de zeventiende eeuw had het dorp twee scholen: de een aan de rand van het kerkhof, de nader midden in het dorp en voorzien van een eigen klokkentoren. Later had het dorp ook een rechthuis.

Er bevonden zich hier meerdere buitenplaatsen. De oudste was Veenhuizen te Stootshorn, genoemd omstreeks 1650, en achtereenvolgens eigendom van de families Van Hoorn, Munninghe, Van Sijsen en Gockinga. De uitgestrekte bossen en waterpartijen waren nog in de negentiende eeuw voorhanden. Ongeveer aan het begin van de Oosterstraat bevond zich het 'Noorderhof' van de familie Wolters. Verder bezat de familie De Veencamp hier in omstreeks 1750 een buitenplaats met zware eikenbomen, iepen en essen.

In de achttiende eeuw werd de ontginning van het hoogveen voortvarend ter hand genomen. Niet alleen Stootshorn ontwikkelde zich tot een klein dorpje, ook op het Zuiderveen werd - tenminste vanaf 1761 - een tiental huizen gebouwd, die meest na 1950 weer zijn verdwenen. De bebouwing volgde een laatmiddeleeuws veendijkje (Lutke Borg) langs de Burgsloot, die vanaf de Sijpe vermoedelijk doorliep in de richting van Zuidbroek.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Bekende inwoners[bewerken]

Geboren

Gewoond

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Beluister

(info)