Duurswold (streek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
LocatieDuurswold.png

Duurswold of de Woldstreek is een landstreek, gelegen in het centrale gedeelte van de Nederlandse provincie Groningen. Oorspronkelijk was het een van de drie onderkwartieren van Fivelingo. Duurswold valt grotendeels samen met de gemeente Slochteren. Na het graven van het Eemskanaal en door recentere ontwikkelingen rond Hoogezand-Sappemeer en de stad Groningen hebben er echter de nodige grenscorrecties plaatsgehad.

Beschrijving[bewerken]

Het landschap wordt gevormd door een boogvormige rug van keileem en dekzand, waarop acht lintdorpen zijn gelegen: Harkstede, Scharmer, Kolham, Froombosch, Slochteren, Schildwolde, Hellum en Siddeburen. Zeven daarvan waren zelfstandige kerspelen. Duurswold werd daarom rond 1900 ook wel Zevenwolden genoemd.

Duurswold bestond in de middeleeuwen uit negen of tien kerkdorpen. Aan de westkant verdween het veenontginningsdorp Heidenschap, aan de oostkant Oostwold. Harkstede bestond oorspronkelijk uit twee kerkdorpen. In de lager gelegen buitengebieden vinden we verder de negentiende-eeuwse dorpen Lageland, Overschild, Steendam en Tjuchem en de gehuchten Woudbloem, Schaaphok, Denemarken, Blokum, Luddeweer, De Hammen, De Paauwen, Graauwedijk, De Hole, Wilderhof, Leentjer, Veendijk en Eelshuis. De buurtschappen Schildhuizen, Huisweren, De Zanden en Oosterweren zijn nagenoeg verdwenen.

Naam[bewerken]

Duurswold komt pas in 1406 voor als Duirtswold, daarna in 1428 als Diurdiswolde, 1435 als Dyurdtswolt, 1457 als Dyverdtswolt, 1486 als Duyrdeswolde en 1506 als Duyrs-wolde. De verklaring is onzeker. Taalkundige Wobbe de Vries veronderstelde een wortel met het Oudfriese diar ('dier'), hetgeen naar de wilde dieren in het ontginningsgebied zou verwijzen. Anderen denken aan de persoonsnaam Diurt en de familienaam Diurdisma (1326). Mogelijk is de naam ontleend aan de ontginningsnederzetting Diurardasrip, die omstreeks het jaar 1000 wordt vermeld. De naam Woldjers onderscheidde de bewoners van de Kleikers uit de wierdedorpen in het noorden. De naam van het Friese dorp Duurswoude (Fries: Duerswâld) werd tot in de negentiende eeuw geregeld gespeld als Duurswold.

Geschiedenis[bewerken]

Middeleeuwen[bewerken]

De naam Duurswold doet denken aan een bosrijke omgeving, maar in werkelijkheid kenmerkte het landschap zich door uitgestrekte veengebieden met moerasbos (wold), die vanaf de tiende eeuw zijn ontgonnen. De bewoners meeste vestigden zich uiteindelijk op de dekzandrug, die zich door akkerpercelen met houtwallen en eikenhakhout kenmerkte. Het centrale deel van Duurswold bestond daarentegen eeuwenlang uit moerassig hooiland. In het achterland bevonden zich intacte hoogveenpaketten die pas vanaf de zestiende eeuw werden ontgonnen. Het gebied ten zuiden van Siddeburen dat nu ruim een meter beneden de zeespiegel ligt, werd om die reden niet overstroomd door de Dollard. Nog bij de Allerheiligenvloed van 1570 raakte hier een hoogveenbank met een huis op drift.

De eerste bewoners kwamen van verschillende kanten. De oudste nederzettingen waren waarschijnlijk randveenontginningen bij De Paauwen, Tjuchem en Meedhuizen. Grootschalige ontginning had plaats vanaf de oevers van de Slochter- en Scharmer Ae, waarna de kolonisten langs het Schildmaar dieper landinwaarts trokken. Rond Siddeburen kwamen de kolonisten uit het noorden, terwijl ze in Oostwold mogelijk vanaf de oevers van de Siepsloot hun werk begonnen. Hellum kwam kennelijk als laatste aan bod. Tussen Hellum en Schildwolde lag dan ook de grens tussen de decanaten Loppersum en Farmsum. Door het aftappen van het Schildmeer via het Garreweerstermeer en later De Groeve kon de waterstand drastisch worden verlaagd.

Hoewel de hoofdlijnen van de ontginning zich op oriëntatiepunten als de kerken van Loppersum en de wierde van Marsum oriënteerden, lijkt men de verdeling van het nieuwe land toch vooral vanaf de oevers van het Schild en de Borgsloot te hebben aangevat. De kolonisten vestigden zich vrijwel direct op de waterscheiding die de onderliggende dekzandruggen markeerde. Het hele gebied was met een metersdik veenpakket bedekt, dat echter snel verteerde. Vanaf de dertiende eeuw had men te kampen met toenemende wateroverlast. Om dit te beteugelen werden de Graauwedijk en de Borg aangelegd. Uiteindelijk werd het gebied ten noorden van het Schildmeer en rond Tjuchem grotendeels verlaten; het diende vooral als hooiland voor de wierdendorpen in het noorden.

Pas in 1435 trad Duurswold voor het eerst als een zelfstandig district op; een document van 1437 vermeld de hoofdelingen, rechters en meene meente.

Nieuwe tijd[bewerken]

In de zeventiende en achttiende eeuw bleef Duurswold een geïsoleerd en waterrijk gebied van eenvoudige boeren, die voor het verkeer met Appingedam vooral van de scheepvaart afhankelijk waren. IN 1659 werd het Slocherdiep aangelegd. Pas door de bouw van poldermolens rond 1800 kwam het gebied weer tot bloei en werden de waterrijke hooilanden herschapen in vruchtbaar akkerland. Bij Harkstede werden ook veenderijen aangelegd.

Heden[bewerken]

Door verschillende ruilverkavelingen is de laatste decennia een open landschap ontstaan dat geschikt is voor grootschalige landbouw. Ten noorden van de zandrug ligt een klei- op veengebied dat ook tot Duurswold gerekend wordt. Dit lage kleigebied strekt zich uit van de Wolddijk bij Bedum tot aan Meedhuizen in de gemeente Delfzijl. In het oostelijk gedeelte van Duurswold ligt een uitgestrekt meer met de naam Schildmeer. Lange tijd was dit een kruispunt van schepen die klei en afgegraven wierdegrond van de kleigebieden naar de armere zand- en veengronden brachten ten zuiden en oosten van de provincie. Deze humusgrond werd gebruikt om de armere zandgronden te verrijken.

Waterstaat[bewerken]

De waterstaatkundige geschiedenis van Duurswold valt grotendeels samen met de geschiedenis vier zijlvesten: het Woldzijlvest, het Slochterzijlvest, het Scharmerzijlvest en het Oostwolderzijlvest. Daarvan was het Woldzijlvest, dat de Graauwedijk en het waterpeil van het Schildmeer controleerde, het belangrijkste. Het Slochter- en Scharmerzijlvest beheerden vooral de langerijen ten noorden van de Graauwedijk en ten zijden van de Ritzerdijk (langs het Slochterdiep).

De aanleg van het Eemskanaal (1866-1876) bracht de afstroom naar het noorden in het ongerede. In 1871 kwam het Afwateringskanaal van Duurswold gereed en brak een nieuwe periode aan. Van 1871 tot 1986 had Duurswold ook een eigen waterschap Duurswold, dat met name in 1970 in omvang groeide bij de grote waterschapshervorming van dat jaar. In 1987 ging het op in het waterschap Eemszijlvest, dat in 2000 langs het Eemskanaal werd opgesplitst tussen de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa's.

Historische verenigingen[bewerken]

In de gemeente Slochteren zijn meerdere historische verenigingen actief met tijdschriften waarin veel gegevens over de geschiedenis van Duurswold wordt gepubliceerd:

  • Vrouger: Orgaan van de Historische Vereniging Scharmer-Harkstede en Omstreken (1996).
  • Bie t Schildt: Tijdschrift van de Historische Vereniging voor de dorpen Hellum, Siddeburen, Steendam en Tjuchem (2001).
  • Het Wold: Een tijdschrift over de geschiedenis van de dorpen Slochteren, Schildwolde, Overschild, Luddeweer, Woudbloem, Froombosch en Kolham (2004).

Trivia[bewerken]

Duurswold is de naam van een flink aantal verenigingen, bedrijven en instellingen in de gemeente Slochteren en elders. Daaronder waren een spaarbank (1846-1979), een rederijkerskamer, een Coöperatieve Landbouwvereniging, een Coöperatieve Zuivelfabriek, een Brandwaarborgmaatschappij en een streekblad.

Literatuur[bewerken]

  • M. Alkemade en D. Houting, Duurswold. Fietsen rond het Schildmeer in Groningen, Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort 2004 (Cultuurhistorische routes in Nederland, dl. 41).
  • J.K. de Cock, 'Ontginningsgeschiedenis van de gemeente Slochteren', in: Groningse Volksalmanak (1967), p. 162-185.
  • O.S. Knottnerus, Natte voeten, vette klei. Oostelijk Fivelingo en het water, Profiel, Bedum 2008, 2e dr. 2015 (Archeologie in Groningen, dl. 3).
  • O.S. Knottnerus, 'Reclamations and submerged lands in the Ems River Estuary (900-1500)', in: Erik Thoen et al. (red.), Landscapes or seascapes?. The history of the coastal environment in the North Sea area reconsidered, Turnhout 2013, p. 241-266.
  • K. ter Laan, Geschiedenis van Slochteren, Groningen 1962, herdr. 2000.
  • W.A. Ligtendag, De Wolden en het water. De landschaps- en waterstaatsontwikkeling in het lage land ten oosten van de stad Groningen vanaf de volle middeleeuwen tot ca. 1870, Groningen 1995.
  • M. Schroor en J. Meijering, Golden Raand: Landschappen van Groningen, Assen 2007, p. 218-227.
  • G.N. Schutter, Borgen en hofsteden in en om Slochteren, Bedum 1996.
  • W. de Vries, Topografiese namen in en bij Duurswold, z.pl. 1934.
  • W. de Vries en G.S. Overdiep, Groninger plaatsnamen, Groningen en Batavia 1946 (met een uitvoerige bijlage over Duurswold).
  • K.J. Wildeman, 'De Wolden: landschap tussen Fivel en Siep* , in: Noorderbreedte 21 (1997), afl. 1, p. 40-47.
  • H. Woldring, 'De palaeoecologie van Duurswold (Gr.): vroeg-holocene landschapsontwikkeling', in: Paleo-aktueel 17 (2005), p. 36-44.

Externe link[bewerken]