Meedhuizen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Meedhuizen
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Meedhuizen
Meedhuizen
Situering
Provincie Groningen
Gemeente Delfzijl
Coördinaten 53° 17′ NB, 6° 55′ OL
Algemeen
Inwoners (2010) 420
Overig
Postcode 9937
Detailkaart
Het dorpscentrum (donkergroen) en het statistische district (lichtgroen) van Meedhuizen in Delfzijl.
Het dorpscentrum (donkergroen) en het statistische district (lichtgroen) van Meedhuizen in Delfzijl.
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Meedhuizen (Gronings: Mijhoezen of Midhoezen), ook wel Midhuizen genoemd, is een wierdedorp in de gemeente Delfzijl in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp heeft ruim 400 inwoners en bestaat voornamelijk uit lintbebouwing. De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit arbeiders- en burgerwoningen uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Het dorp telt onder andere een supermarkt, café, openbare basisschool en een sportcomplex.

Geografie[bewerken]

Huizen langs het Afwateringskanaal met links de brug

Meedhuizen ligt ten zuiden van de stad Delfzijl, tussen de dorpen Tjuchem in het westen en Wagenborgen in het zuidoosten. Het dorp is via twee uitvalswegen verbonden met de N362; naar het oosten via de Ideweersterweg en naar het noorden via de Meedhuizerweg. Meedhuizen heeft een busverbinding met Delfzijl en Appingedam. Het dorp ligt aan het Afwateringskanaal van Duurswold, dat naar het noorden toe naar Farmsum stroomt en naar het westen toe naar het Schildmeer. De brug over het afwateringskanaal werd bij de bevrijding van Delfzijl in 1945 opgeblazen door de Duitsers en werd daarop vervangen door een nieuwe brug, die in de jaren 1980 werd vervangen door de huidige brug.

Onder Meedhuizen vallen de gehuchten Opmeeden, Wilderhof, Schaapbulten en Ideweer. De 'Hoeve Grashuis' aan de Essenlaan ten westen van Meedhuizen wordt soms ook een gehucht genoemd, hoewel er nooit meer dan één boerderij heeft gestaan. Tussen Delfzijl en Meedhuizen liggen verder de wierdedorpen Amsweer en Geefsweer, die voor 1800 onder Farmsum vielen. Ook Schaapbulten en Ideweer hoorden vroeger bij Farmsum en vielen alleen kerkelijk onder Meedhuizen. Datzelfde gold voor Wilderhof, dat bestuurlijk bij Siddeburen hoorde.

Meren en omgeving[bewerken]

Meedhuizen ligt in een van de laagstgelegen delen van Groningen. Vroeger lag Meedhuizen in een moerassig gebied te midden van drie meren: het Midhuister- of Meedhuizermeer, het Kleine of Farmsumermeer en het Proostmeer. In de eerste helft van de negentiende eeuw gold de omgeving van deze meren als een ideaal gebied voor vissen en vogelvangst vanuit schuilhutten (hutjen). De drie meren ontstonden deels door uitvening en zijn deels eind 19e en deels begin 20e eeuw met poldermolens en een stoomgemaal drooggemalen. Het grootste was het Meedhuizermeer (108 ha), waar het Afwateringskanaal van Duurswold vroeger doorheen liep. Het meer werd omgevormd tot de polder Nieuw Oosterbroek. Het Proostmeer (60,5 ha) werd reeds in 1873 drooggelegd en het Kleine Meer (11 ha) na 1900. In de omgeving lagen vroeger nog meer meren, zoals het Woldmeer (12 ha) en het Opwierdermeer (12 ha).

In de jaren 1960 werd het landschap van Duurswold rond Meedhuizen door grootschalige ruilverkavelingen compleet veranderd. Verschillende gehuchten, wegen en sloten verdwenen van de kaart of werden rechtgetrokken, waardoor het landschap sterk eenvormig werd, op een soortgelijke wijze als in het Oldambt gebeurde. Ook van de structuur van de meeste vroegere meren is weinig meer te herkennen. Bij de ruilverkavelingen werden ook verschillende houtopstanden aangeplant rond Meedhuizen ten behoeve van de groenvoorziening.

Geschiedenis[bewerken]

Middeleeuwen[bewerken]

Meedhuizen is ontstaan op een lage keileemrug in het overgangsgebied tussen het kwelderlandschap langs de Eems en een onontgonnen hoogveengebied. De eerste bewoning dateert waarschijnlijk uit de negende of tiende eeuw. Oudere vondsten zijn niet bekend. Meedhuizen hoort daarmee met De Paauwen, Tjuchem en Wagenborgen tot de eerste generatie randveennederzettingen, die zich kenmerken door een kleinschalige verkavelingsstructuur.

De dorpsgrenzen laten zien dat het gebied is ontgonnen vanuit het moederdorp Farmsum (met de dorpswierden Tuikwerd, Amsweer en Geefsweer). Vermoedelijk had de Abdij van Werden hier - net als elders in de randveengebieden - de nodige bezittingen. Later kwamen deze bezittingen in handen van de Johannieters van Oosterwijtwerd. De naam Grashuis suggereert dat zij hier een voorwerk (boerderij) hadden. Meedhuizen heeft zich echter niet verder kunnen uitbreiden. In het achterland kwamen met de Oosterweeren en het kerspel Oostwold nieuwe veenontginningen tot stand die een eigen leven gingen leiden.

De bewoners van Meedhuizen moeten al vrij stel met wateroverlast te kampen heben gehad. Ze concentreerden hun akkerland in (mogelijk omwalde) escomplexen met smalle percelen dicht bij het dorp. De typerende verkaveling bij de Essenweg is pas recentelijk verdwenen. Mogelijk heeft men ook de dorpskern opgehoogd tot er een wierde ontstond. Deze wierde zou eind negentiende eeuw weer deels zijn afgegraven, toen de wateroverlast sterk was verminderd en de handel in vruchtbare wierdegrond opkwam. Een steilrand achter de sporthal van het dorp daarvan hiervan getuigen. Het land werd slechts ten dele in grazen, grotendeels in deimten gemeten, waaruit blijkt dat er veel mager hooiland was.

De patroonheilige van de kerk van Meedhuizen, Laurentius, vormt eveneens een aanwijzing dat we hier met een van de oudere nederzettingen te maken hebben. Het dorp wordt echter pas 1306 voor het eerst genoemd als Meethusum (naar een later afschrift). Ook de vormen Methusum', Meethusen en Medthusen komen voor. De naam Meedhuizen is mogelijk een verbastering van Midhuizen, dat is 'de middelste huizen' of 'de huizen te midden van de meren'. Een andere verklaring veronderstelt dat 'meed' hier in de betekenis van meden wordt gebruikt. De betekenis zou dan 'huizen in het hooiland' (madelanden) zijn. Het omliggende gebied is ten gevolge van wateroverlast vroegtijdig verlaten.

De huidige kerk, een eenvoudig zaalkerkje, dateert uit de dertiende eeuw. Daarbij verrees in de negentiende eeuw een toren. Het dorp kwam rond 1400 samen met andere dorpen onder het gezag van de hoofdelingenfamilie Ripperda van Farmsum te staan, die hier alle macht naar zich toe trok. Voor Meedhuizen had men echter weinig aandacht. Toen men in 1435 vergat het dorp bij vredesonderhandelingen te betrekken, werden de inwoners het slachtoffer van een vete met hun buren uit het Oldambt.

Nieuwe tijd[bewerken]

In januari 1584 werd het dorp platgebrand door Staatse troepen, maar het werd herbouwd. Bij de Sint-Maartensvloed van 1686 stonden er 26 huizen in dorp, waarvan slechts 5 overbleven na de vloed. De Meedhuizer dominee Henricus Schinckel schreef hierover in het boek Het schrickelijcke oordeel Gods het volgende berijmde bericht:

Mitthuysen 't welck beston' uyt ses-en twintigh Huysen
Daer sijn geen ses geheel gebleven van dit bruysen
De and're altemael zynd wand'of vensterloos
Geworden door den wint en desen vloed seer boos
Een Huysgesin geheel alhijr verdroncken is,
Zijnd' overrompelt van dees Vloet in duysternis
Noch sagh een Man sijn Vrouw, weg slingéren door de baren
En d'Ouders, Kind'ren twee op plancken heenen varen
De dooden sijn dan ses in ons Mitthuyser loegh (loeg = dorp).

Het dorp behoorde tot 1798 tot de rechtstoel van Farmsum, waar achtereenvolgens de families Ripperda en Rengers de dienst uitmaakten. Zij benoemden ook de dorpspredikant.

Na 1800[bewerken]

De bebouwing van Meedhuizen bleef tot ver in de negentiendee eeuw beperkt tot een 40-tal woningen en boerderijen rond de kerk, ter hoogte van de huidige Hoofdstraat. De gereedkoming van het Afwateringskanaal van Duurswold in 1871 vormde een impuls voor het dorp, dat zich steeds meer uitbreidde met lintbebouwing langs de oorspronkelijke wegen Hoofdstraat en Ideweersterweg en vanaf ongeveer 1900 ook ten noorden van het kanaal, langs de Meedhuizerweg. De Hoofdstraat werd hierbij ook steeds verder verdicht. Tot in de jaren 1870 was het dorp alleen over kleiwegen te bereiken. In 1875 werden na lang beraad grindwegen aangelegd naar Steendam (via Tjuchem) en naar Farmsum. Deze wegen werden bekostigd met tollen, die er daarvoor overigens ook al waren. Bij de aanleg van een grindweg van het dorp naar Schaapbulten in 1908 werd echter besloten tot het weghalen van de tollen. Later werden deze wegen geasfalteerd.

Rond 1915 werd een telefoonlijn aangelegd naar het dorp. Eerst had alleen het lokale café Lanting een telefoon, later volgden andere bewoners in het dorp. Rond 1900 werd het dorp verlicht met petroleumlantaarns. In 1918 werden deze vervangen door elektrische verlichting.

Meedhuizen had van 1929 tot 1941, samen met Tjuchem, een station aan de Woldjerspoorweg. De spoorlijn was echter al voor de oorlog onrendabel. Het spoor werd daarop in de oorlog opgebroken en naar het Oostfront gebracht. Het stationsgebouw staat er nog wel.

In de jaren 1970 werd het dorp uitgebreid naar het zuiden met onder andere de karakteristieke A-woningen (driehoekige huizen in de vorm van de letter A) langs de Cereslaan. Het meest recent zijn de vrijstaande woningen aan de langs het kanaal verlopende weg Maarkampen. Plannen om in het kader van een dorpsvisie een nieuwe straat (de Polderstraat) met zes vrijstaande woningen te realiseren liepen in 2009 stuk op gebrek aan belangstelling.

Meedhuizen - cafe Lanting.jpg
Café Lanting
Meedhuizen - supermarkt.jpg
Supermarkt van het dorp

Bedrijvigheid[bewerken]

Het dorp had begin 20e eeuw net als zoveel dorpen een breed scala aan winkels. Zo waren er onder andere drie bakkers, een kapper, kleermaker, kuiper, manufacturier, molenaar, rijwielhersteller, schoenmaker, slager, slikwinkel (= snoepwinkel), smid en een wagenmakerij. Ook waren er drie cafés in het dorp. Vaak hadden winkels meerdere functies. Zo had het ene café er een groentewinkel bij en het andere een bakkerij. De wagenmaker maakte ook doodskisten en een van de winkels had een scheersalon, verkocht galanterieën (snuisterijen) en rond sinterklaas ook speelgoed. Veel winkels sloten in de loop van de 20e eeuw hun deuren. Momenteel heeft het dorp nog een supermarkt (Troefmarkt), een café en enkele agrarische en aanverwante bedrijven.

Een van de succesvolste bedrijven uit het dorp is het bedrijf Gebroeders Borg. In 1994 richtten de gebroeders Fred en Gert Borg een slootreinigings- en kraanverhuurbedrijf op in een boerderij in Meedhuizen. Dit bedrijf werd in de loop der tijd uitgebreid met loonwerk, opslagactiviteiten en transport, waarop het bedrijf in 2001 gedeeltelijk verhuisde naar Farmsum en in 2006 volledig. In 2003 nam het bedrijf de failliete trailerverhuurder Vogelzang uit Bedum over en in 2009 ook de failliete transportfabriek Bulthuis uit Noordwolde, dat het jaar erop werd overgeplaatst naar Bedum.

Het bekendste café in het dorp was dat van Johan(nes) Lanting dat in 1909 gesticht werd. Dit café was later in handen van de families Woldringh, Van Buuren en de Vries. In 2006 werd het café weer omgedoopt in café Lanting als eerbetoon aan Johannes Lanting. In 2010 dreigde het café gesloten te worden, omdat de pachter ermee stopte. Daarop richtten inwoners uit het dorp een stichting op om het café voor het dorp te behouden. De naam is veranderd in "dorpsherberg Lanting". De herberg is en blijft een centraal ontmoetingspunt voor de dorpsbewoners.

Volksverhaal[bewerken]

Tussen naburige dorpen bestaat vaak een vorm van na-ijver. Er is een volksverhaal over de dominee van Meedhuizen, die zijn dorp wilde evangeliseren door de bewoners van het buurdorp Tjuchem voor paardenbeulen uit te maken. Hij riep vanaf de kansel: Midhoesters, Midhoesters, bekeert joe! Weest nait zo as de gòddelozen van Tjuggem! Mien mooie vòsvool zat in de sloot; de Tjugsters stonden der om tou en ze hebben hom der nait weer oethoald! En hai gaf de geest, oamen![1]

Bevolkingsontwikkeling[bewerken]

Demografische ontwikkeling tussen 1859 en 2016

██ Data afkomstig van volkstellingen.nl

██ Data afkomstig van het CBS

Gebouwen[bewerken]

Vooraanzicht van de kerk van Meedhuizen

Kerk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Hoofdartikel: kerk van Meedhuizen

De kerk van Meedhuizen staat op een verhoging in het dorp en wordt omzoomd door een rij hoge beuken. De kerk werd waarschijnlijk gebouwd in de 13e eeuw. Volgens een vervalste oorkonde van de Ripperda's in 1237, maar het jaartal 1265 wordt waarschijnlijker geacht. De kerk zou gewijd geweest zijn aan de heilige Laurentius van Rome, die althans staat afgebeeld op een 17e-eeuwse avondmaalsbeker. Rond 1700 werd de kerk sterk verbouwd en gestut met 'twee steunberen, waarvan één later weer werd verwijderd. De kerk had vroeger een klokkenstoel aan de andere kant van de weg. In 1803 werd een toren tegen de kerk gebouwd, maar was begin 20e eeuw zo scheef komen te staan, dat besloten werd om er een klamplaag omheen te metselen, zodat de oude toren zich nu eigenlijk binnen de huidige toren bevindt. In 2010 is het gebouw gerestaureerd. Sindsdien heeft het een multifunctionele bestemming.

De pastorie staat achter de kerk en wordt tegenwoordig bewoond door een kunstenares. Naast de pastorie staat het hervormde verenigingsgebouwtje Lydia uit 1935, wat vroeger een gebedshuis voor vrouwen was.

Molens[bewerken]

Aan westzijde van het dorp werd in 1862 of een aantal jaar eerder werd in opdracht van de Woltersumse molenaar Geertsema een koren- en pelmolen gebouwd in het dorp. Rond 1881 werd de molen eigendom van Abraham Pieter Begeman en vanaf 1931 van zijn zonen en opvolgers Johannes Jacob en Hero Engel. In 1917 werd de molen ondersteund door een elektromotor van 11 pk. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de molen in verval en werd verwaarloosd. In 1957 werd de molen gesloopt. De as werd hergebruikt in windmolen De Gooyer van It Fryske Gea in de Lindevallei.

Rondom Meedhuizen hebben verschillende poldermolens gestaan. Ten westen stond tussen 1889 en 1930 de molen van de Grashuispolder, ten noorden de molens van de Amsweersterpolder (1871 tot ca. 1914) en de Polder Nieuw-Oosterbroek (1887 tot ca. 1910) en ten oosten de molens van de Meedhuisterpolder (1795-ca. 1938) en van de Geefsweerster Molenpolder (1853-ca. 1938; verplaatst in 1876 naar andere zijde Kleinemeer).

Overige gebouwen[bewerken]

Station Tjugchem-Meedhuizen, nu woonhuis. Het spoor liep aan de rechterkant.

Aan de Hoofdstraat staat de openbare basisschool Meedhuizen, waarvan het huidige drieklassige schoolgebouw dateert uit 1936. Het is sindsdien echter vele malen verbouwd. De voorganger van dit gebouw was een deels houten schoolgebouw. Bij het huidige schoolgebouw bevindt zich ook een gymlokaal. In 2010 besloot de gemeente Delfzijl tot sloop van het gymlokaal wegens het niet voldoen aan de veiligheidseisen. Het dorp wist echter te bewerkstelligen dat het gebouw werd gerestaureerd, waarop de gemeente besloot dat het gebouw mocht blijven.

Het stationsgebouw van station Tjugchem-Meedhuizen[2] aan de vroegere Woldjerspoorweg werd in 1929[3] gebouwd aan de huidige Ideweersterweg 12 ten zuiden van Meedhuizen naar een ontwerp van architect Ad van der Steur. Het behoort tot het 'Standaardtype Woldjerspoor' van de NS. Van de acht identieke exemplaren bestaan er nog vijf tot op de huidige dag. Het gebouw werd na de sluiting van de spoorlijn in 1941 verbouwd tot woning en boerderij. Boven de entree van de oude dienstruimte staat nog steeds de tekst 'stationchef' (zonder s).

Op de hoek van de Kerkhofslaan (nu Kerklaan) met de Hoofdstraat stond vroeger het armenhuis van de hervormde diaconie. Er was ruimte voor vier gezinnen of personen. In de jaren 1930 was dit gebouw reeds sterk vervallen. Later werd het afgebroken en werd er een huis gebouwd.

Borg[bewerken]

Op een verhoogde plek bij het dorp zou volgens Westendorp en Kremer (1839) een borg hebben gestaan.[4]

Boerderijen in de omtrek[bewerken]

Aan westzijde van de Meedhuizerweg staan twee fraaie boerderijen. Op nummer5 staat boerderij Nieuw Oosterbroek, die na het dempen van het Meedhuizermeer in opdracht van Johan Rengers Hora Siccama werd gebouwd. Op nummer 9 staat een fraai gedecoreerde Oldambtster boerderij uit 1911.

Sport[bewerken]

Het dorp heeft een sportcomplex in de vorm van een gymzaal aan de Hoofdstraat. Deze gymzaal wordt door een stichting van het dorp zelf beheerd en onderhouden. In 1901 werd een schaatsclub opgericht in het dorp. Geld voor de aanleg van een ijsbaan was er echter nooit. Geschaatst werd er eerst op een ondergelopen weiland van een boer en sindsdien op het afwateringskanaal. In 2006 stelde Frans Schmölzer een weiland aan de Maarkampen ter beschikking voor een ijsbaan. Sindsdien is er bijna elke winter een prachtige ijsvloer ontstaan waar met veel plezier kan worden geschaatst en wedstrijden kunnen worden georganiseerd. In 1951 werd voetbalvereniging VV Meedhuizen opgericht die momenteel in de zesde klasse speelt. Het sportcomplex is gevestigd aan de Meedhuizerweg. De voetbalvereniging kent één seniorenelftal en 4 jeugdelftallen. Tevens trainen de dames regelmatig recreatief. Ook kent Meedhuizen een succesvolle dartvereniging. Met drie teams wordt elk jaar in verschillende klassen om het kampioenschap gestreden. De thuiswedstrijden worden gehouden in dorpsherberg Lanting.

Geboren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Seidel, H. (1994), Meedhuizen en omgeving. Bedum: Profiel. Uitg. op initiatief van de IJsvereniging 'De Vriendschap'. 128 p.

Externe link[bewerken]


Beluister

(info)