Grijzemonnikenklooster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grijzemonnikenklooster
Wierde in Nederland Vlag van Nederland
Grijzemonnikenklooster
Grijzemonnikenklooster
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Delfzijl
Coördinaten 53° 17′ NB, 7° 2′ OL
Woonplaats (BAG) Termunten
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Grijzemonnikenklooster of Grijzemonniken is een wierde en voormalig gehucht ten westen van Baamsum en ten noordoosten van Lesterhuis (tussen Woldendorp en Termunten) in de gemeente Delfzijl in de Nederlandse provincie Groningen. Er staat een boerderij; Grijze Monnikenklooster. De boerderij ligt aan een meander van de Oude Ae, een restant van de Munte. Langs de boerderij loopt de Kloosterlaan.

Cisterciënzer monnikenklooster[bewerken]

Op de wierde werd in 1299 het Cisterciënzer monnikenklooster Menterne hersticht, omdat het klooster Menterwolde bij Nieuwolda niet veilig genoeg meer lag. Volgens diverse 18e- en 19e-eeuwse bronnen werd het klooster ook wel Trium Montium (Drie Bergen of Drie Heuvelen) genoemd. Ook werd het klooster, omdat het gewijd was aan Benedictus, ook wel St. Benedictusklooster (Sanctus Benedictus in Menterna) genoemd. Ten slotte werd het ook wel Grijzemonnikenklooster genoemd, naar de grijze kleur van de kappen die de Cisterciënzer monniken droegen. Het klooster was een dochter van het klooster van Aduard.

Op het kloosterterrein, dat binnen de grachten ongeveer 3 hectare omvatte, bevonden zich onder andere een korenmolen, een smederij en een achtkantig waterreservoir, terwijl zich buiten de wallen vermoedelijk een tichelwerk bevond. De abt had vermoedelijk tevens de leiding van het Termunterzijlvest. Het klooster bezat onder andere voorwerken in het iets zuidwestelijker gelegen Lesterhuis en in Rysum (Krummhörn, Rode Voorwerk), veenderijen in de Dollard (Munnikeveen) en in de omgeving van Muntendam. Het klooster bezat parochierechten in Wagenborgen en in Zwaag, waarvan de dorpskerk in 1419 werd geïncorporeerd. In Groningen bezat het klooster een refugium op de hoek ('de Horne') van het Martinikerkhof met de Sint-Jansstraat (St. Johannesstrate), daarnaast een refugium te Appingedam.

In 1407 was Boinghus (ook Boynghus, Boyng of Boyen) abt van het klooster. Hij overzag het herstel van de tucht in de kloosters in Groningen en Friesland. In 1506 werd in het klooster vergaderd over de vraag of de stad Groningen Edzard I van Oost-Friesland als heer zou moeten aannemen. Ter nagedachtenis hieraan werd later een penning geslagen.

Het klooster werd in 1569 in brand gestoken en geplunderd door watergeuzen, waarop de weerloze monniken samen met de laatste abt Arnoldus Kenninck uitweken naar Aduard. In 1577 ging het klooster bestuurlijk samen met dat van Aduard; de goederen bleven behoren tot een afzonderlijk fonds. In 1578 werd het Grijzemonnikenklooster afgebroken.

Op de plek van het klooster werden vervolgens twee boerderijen gebouwd. Eind 19e eeuw werden beide boerderijen samengevoegd tot een nieuwe boerderij. De vijver die bij de boerderijen lag werd toen ook gedempt. Delen van de funderingsmuur van het klooster werden in 1997 aangetroffen bij een archeologisch proefonderzoek.