Zeerijp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeerijp
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Zeerijp
Zeerijp
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Vlag Loppersum Loppersum
Coördinaten 53° 20' NB, 6° 45' OL
Algemeen
Oppervlakte 0,85 km²
Inwoners (2012) 440
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Zeerijp (Gronings: Riep of Zairiep) is een dorp in de gemeente Loppersum in de Nederlandse provincie Groningen. De plaats telt 440 inwoners (CBS 2012) en het postcodegebied 537 inwoners (2011).

Geografie[bewerken]

Dorp[bewerken]

Zeerijp bestaat voor een groot deel uit lintbebouwing langs drie hoofdwegen; de Borgweg (vroeger: Hoofdweg), de Eenumerweg en de Molenweg. Daarnaast is er enige komvorming ten noorden van de Borgweg; rond 'De Kamp' (Kampweg), de Kwekersweg en de Noorderstraat. De huizen dateren voor de helft van voor de Tweede Wereldoorlog en voor de helft van daarna. Ongeveer 70% van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. Huurwoningen (onder andere woningwetwoningen en bejaardenwoningen) werden met name in de jaren 1950 tot 1990 gebouwd rond de Noorderstraat. Een van de oudste woningbouwprojecten is de woning Kampweg 14-16 van woningstichting 't Zandt uit 1919.

Voor voorzieningen is het dorp grotendeels aangewezen op Loppersum en omstreken. Voorzieningen in het dorp zelf zijn een basisschool, een dorpshuis, een molen, een cafetaria, een kapster, twee B&Bs en een graanbedrijf. Verder zijn er nog tamelijk veel particulieren. Van de beide kerken wordt de grote hervormde Jacobuskerk zo'n twee keer per maand gebruikt voor diensten en het wordt vaak gebruikt voor orgelconcerten. De kleinere doopsgezinde kerk is ingericht als bed & breakfast en wordt verhuurd als zaaltje voor feestjes en bijeenkomsten.

Binnen het postcodegebied van het dorp liggen de gehuchten Ozingeweer, Terhorn (ook Molenhorn of Schatsborg) en De Groeve (ook Grou).

Vervoer[bewerken]

Het Zeerijpermaar gezien vanaf de Schippershuistil met links het opslagterrein, waar nu vooral vrachtwagens worden geparkeerd.

Het dorp ligt te midden van de dorpen Loppersum, Westeremden, Garsthuizen-Startenhuizen, 't Zandt, Godlinze, Leermens en Eenum. Zeerijp ligt op enkele kilometers van de belangrijkste uitvalswegen; de N46 (Groningen-Eemshaven) in het westen en de N360 (Groningen-Delfzijl) in het oosten. Zeerijp heeft een busverbinding met Holwierde en Loppersum (lijn 45).

De belangrijkste waterweg is het Zeerijpermaar ten oosten van het dorp, dat naar het zuiden toe via achtereenvolgens het Eenumermaar en het Oosterwijtwerdermaar aansluit op het Damsterdiep en naar het noorden toe via het Garsthuizermaar in het Oude Maar. Bij het dorp werd in 1855 de Zeerijpstertil of Hartmanstil aangelegd over de Zeerijpermaar, toen de weg van Zeerijp naar Terhorn door de provincie verhard werd tot een grindweg. De brug werd in 1940 vervangen door een nieuwe brug, die in 1982 werd gerestaureerd. De tegenwoordige brug wordt Schippershuistil genoemd. De brug is voorzien van sierlijke gietijzeren balusters. Bij de brug werd in 1976 een opslagplaats aangelegd, die nu dienstdoet als parkeerplaats voor vrachtwagens. Tot begin 19e eeuw was er een haventje in het dorp bij de molen, die aansloot op het Zeerijpermaar.

Bestuur[bewerken]

Zeerijp ligt op de plek van de oude dijk die ooit werd aangelegd in de Fivelboezem. Het dorp vormde in de middeleeuwen onderdeel van het Westerambt, een onderkwartier van Fivelgo. Tijdens de Republiek vormde het onderdeel van het onderkwartier Oosterdeel van Fivelingo. Gerechtelijk behoorde Zeerijp tot de rechtstoel 't Zandster Eesterrecht. De zetel daarvan bevond zich soms ook in Zeerijp in het Regthuys (later herberg, Borgweg 12). Ook was er een drosternij in het dorp. Langs de Woldweg ten zuiden van het dorp zijn skeletten van mensen gevonden die mogelijk door een der rechtstoelen terechtgesteld zijn. Waterstaatkundig vormde het kerspel Zeerijp de 'Zeerijpster eed' die onderdeel vormde van de derde schepperij (Loppersum) van het Dorpster zijlvest.

Zeerijp vormde vroeger een kerspel dat onderdeel vormde van het Bisdom Münster. Net als Loppersum, Eenum, Garrelsweer en Zeerijp stond Zeerijp niet onder een seend (proost of deken), maar direct onder de officiaal van de bisschop van Münster. Na de instelling van het Bisdom Groningen-Leeuwarden in 1559 werd in 1562 middels een indultum (Vrijbrief) herbevestigd. Het kerspel van Zeerijp was lange tijd onderverdeeld in twee kluften (of klauwen): Een klauwboek noemt de kluft 'boven de weg' met 5 edele heerden (Guttingeheerd, Sijwerdingeheerd, Eijsmaheerd, Eelzemaheerd, Hidtsmaheerd) en de kluft 'buiten de weg' met 7 edele heerden (Fridemaheerd, Entekeheem, Enneheerd, Edzemaheerd, Pijpingheheerd of Wijninghe tijll, Duwersmaheerd, Eppingheheerd). In een ander klauwboek staat de vermelding dat het 'Lopster redgerrecht' onder andere bestond uit de 'Rijpster clauwe' met 3 edele heerden (Lyuppe Hayckensheerd, Vrouw Ulkskensheerd en 'Hoyckemaheerd over de wegh') en de 'Osingeweerster clauwe' met 3 edele heerden (Hoyckemaheerd, Jonge Sickensheerd en Godekenheerd of Sijgersmaheerd). Begin 19e eeuw, toen de gemeenten werden geformeerd, ontstond een lange discussie over de vraag of Zeerijp bij Loppersum of bij 't Zandt zou moeten behoren. Uiteindelijk werd Zeerijp in 1811 onderdeel van de gemeente 't Zandt. In 1990 werd de gemeente 't Zandt en daarmee Zeerijp echter alsnog tot onderdeel van de (vergrote) gemeente Loppersum gemaakt.

Geschiedenis[bewerken]

Naam[bewerken]

Zeerijp wordt voor het eerst vermeld als 'Ripon' in een goederenlijst van het klooster Werden van rond 1050. Jacob van Deventer gebruikt op zijn kaart van 1559 de verkorte vorm 'Ryp' ('Rijp'), die in het Gronings ook vaak wordt gebruikt. De betekenis van de naam is niet geheel duidelijk. De naam werd in het verleden wel gelijk gesteld aan 'zeeoever'[1], maar wordt tegenwoordig meestal vertaald als 'zeereep' (rijp = reep[2]); een strook zand bij de zee, in dit geval de Fivelboezem. Tegenwoordig zou het gelijkgesteld kunnen worden aan zandbank.[3] De oude betekenis '-oever' zou foutief zijn afgeleid van het Latijnse ripa ("oever"), een naam die in 1227 en 1228 in de kroniek van Bloemhof voorkomt.[4] In Friesland bevindt zich op Terschelling een plaats met de gelijkluidende naam Striep (vroeger ook wel Seerijp of Zeerijp), waarvan de betekenis echter anders is.

Riepster licht[bewerken]

In Groningen wordt het verhaal verteld van het Riepster licht licht dat af en toe in de buurt van Zeerijp zou worden gezien. Hierbij behoort de onderstaande legende:

Vroeger lag Zeerijp aan zee, er woonden Friezen. Toen Karel de Grote de Friezen had onderworpen, gaf hij koning Radboud II opdracht de geheime spreuken van hun heidense godsdienst in het Latijn op schrift te stellen. De Friezen moesten christenen worden. Tot die tijd werden deze wetten enkel mondeling overgeleverd van generatie op generatie, ze waren te heilig om opgeschreven te worden. Radboud II stelde twaalf wijzen aan om uit te zoeken welke wetten in de nieuwe tijd het best gebruikt konden worden. Ook Christus moest hierin worden verwerkt. Deze 'Wimoedes' kenden Oudfries, de taal waarin de oude wetten waren gesteld. Ze weigerden echter, waarop zij ter dood werden veroordeeld. Ze mochten kiezen uit onthoofding, levend worden begraven of op een stuurloos schip te worden achtergelaten. Ze kozen voor het laatste. Ze werden in Zeerijp op een schip gezet en de zee ingeduwd. Ze baden tot hun goden, maar dit hielp hen niet. Ten einde raad begonnen ze te bidden naar de nieuwe god, die ze niet hadden willen aanvaarden, omdat ze gehoord hadden dat deze barmhartig was. Toen ze dat deden, kwam er een lichtende man met een kromhout aan boord, die het schip besturen kon. Eenmaal aan land gooide de dertiende man het kromhout op de grond, dat meteen begon te branden. De dertiende man verdween en de Wimoedes begonnen met het vertalen van de spreuken. Het licht diende vanaf toen de zeereizigers tot baken. Nadat de haven van Zeerijp verzandde, verging het kromhout tot stof en doofde het licht. Maar nu ontstak de duivel een licht om zeelui te laten verongelukken. Dat is het Riepster licht[5][6]. Nog in de 19e eeuw gaven mensen aan het Riepster Licht gezien te hebben gezien.

De sage is een variatie op de sage van het Fries recht die werd opgetekend door de Frankische 9e eeuwse geschiedschrijver Einhard. Eggerik Beninga nam hem in de 15e eeuw op in zijn Oostfriese kroniek en Sicke Benninge in zijn Groninger kroniek. De sage is waarschijnlijk in de 17e eeuw aan Zeerijp gekoppeld door de Zeerijper priester-dominee Gerardus Alberti, die hem opschreef in het verloren gegane manuscript 'betrekkelijk Zeerijp en omstreken, die weinig om het lijf hadden en doorweven waren met spookverhalen'. De sage wordt voor het eerst genoemd door Van der Aa in 1851. De sage kan, nog afgezien van het feit dat deze mogelijk teruggaat op de Germaanse mythologie (Fosete), ook niet kloppen, aangezien Karel de Grote leefde rond 800 en Zeerijp is waarschijnlijk pas in de 10e eeuw ontstaan. Daarnaast is geenszins zeker of Zeerijp ooit wel een haven gehad heeft. Johan Dijkstra maakte een gebrandschilderd glas van het Riepster Licht, dat zich bevindt in de aula van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Dichter Jan Boer wijdde in 1937 een ballade aan het licht, waarin het licht tot een hemelhoge toren werd gemaakt 'dei mit zien lichten, zien geluden, aan ale zwaarvers ’t pad zol duden’.[7]

De borg Boukum rond 1650. (Stellingwerff, ca. 1700)

Beginperiode[bewerken]

Zeerijp is mogelijk ontstaan door pioniers die zich mogelijk in de 10e eeuw vanuit Eenum vestigden op twee langgerekte wierden enkele honderden meters ten zuiden van het huidige dorp. Ergens na het jaar 1000 werd een dijk aangelegd over de kwelderruggen en oeverwallen van de Fivelboezem, vanaf Uithuizen via Westeremden naar Zeerijp en verder via Godlinze en Spijk naar het oosten. Deze dijk liep in Zeedijk langs de huidige Borgweg, de belangrijkste weg door het huidige dorp. Bij opgravingen bij de dorpskerk is onder de aanbouw (het vroegere schooltje) een volledig intact gemetseld verlaat gevonden dat in de tweede helft van de 12e eeuw in deze dijk moet zijn aangelegd. Nadat de Fivelboezem een flink stuk was verland werd kort daarna, nog in de 12e eeuw, ongeveer een kilometer noordelijker parallel aan deze dijk een nieuwe dijk aangelegd om de nieuwe kweldergronden, waarmee de eerste Fivelpolder ontstond. Rondom de oude dijk ontstond daarop in de vroege 13e eeuw het huidige dorp, waarbij vermoedelijk al rond 1200 een eerste kerk werd gebouwd, die mogelijk nog een oudere tufstenen voorganger kan hebben gehad. In 1227 komt deze kerk voor in de kroniek van Bloemhof, toen priester Herbrand van Zeerijp werd vermoord. Mogelijk kende het dorpje een haventje en een vuurtoren, maar hiervoor is tot op heden geen enkel archeologisch bewijs geleverd. De Fivelgronden waren erg rijk, waardoor het dorp al snel tot bloei kwam; het begin van een eeuwenlange geschiedenis als agrarische nederzetting. In de eerste helft van de 14e eeuw verrees door toedoen van de monniken van het klooster Feldwerd de grote kruiskerk van het dorp, de Jacobuskerk. Deze kerk vormt met de 15e eeuwse toren nog altijd het baken van het dorp.

In de loop der tijd werden er ten minste zes steenhuizen rond het dorp gebouwd, waarvan er vier uitgroeiden tot borgen: Boukum(a), Eelsum, Haykema en Juckema. De 17e eeuw vormde de bloeitijd voor de borgen. Veel van de inventaris van de kerk werd in die tijd geschonken door de lokale adel. In de 18e eeuw verdwenen de vier borgen of werden verbouwd tot boerderijen. De rouwborden en grafzerken in de Jacobuskerk herinneren nog aan de vroegere adellijke families zoals Clant, Grevinck, Ten Holte, Van Borck en Rengers.

Groei van het dorp[bewerken]

Gezicht op een deel van de Borgweg met links een villaboerderij in chaletstijl (1908), twee woningen, de vroegere herberg Oude Rechthuis, de hervormde pastorie en de Jacobuskerk.
Gezicht op de driesprong Borgweg-Molenweg met links de molenaarswoning, op de achtergrond koren- en pelmolen De Leeuw en rechts het voormalige café Nastrovje

Het kleine dorp moest in de eerste eeuwen vele overstromingen weerstaan. In 1590, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd het dorp net als 't Zandt en Leermens geplunderd door Staatse troepen. Lange tijd bleef het dorp vrij klein. Op de kerspelkaart van Beckeringh uit 1759 bestaat het dorp uit wat lintbebouwing langs de Borgweg en een groepje huizen op 'De Kamp' (rond de Kampweg) ten noorden van de kerk. Het dorp bestond uit een verzameling van boerderijen en boerderijtjes. De pastoor (later de dominee), de vicaris (later de koster-schoolmeester), bakker-molenaar, smid en wagenmaker hadden elk een stuk eigen grond en een stal. Op oude foto's is de oude dubbelfunctie van hun woningen nog terug te zien. Met de reformatie kreeg de kerk een aanbouw, waarin de eerste kosterschool werd gesticht. In de 18e eeuw kreeg de kosterij een eigen aanbouw om les te geven en vanaf de 19e eeuw werd les gegeven vanuit een apart schoolgebouw dat eerst op De Kamp stond, vervolgens aan de Eenumerweg en sinds de jaren 1980 aan de Kwekersweg.

De woelingen van de 18e eeuw gingen niet voorbij aan het dorp. Zo was een van de leiders van de boerenopstand van 1748, Jan Clasen Nieboer, afkomstig van de Boukumaheerd (de vroegere borg Boukum). Volgens Ter Laan vielen in 1795 in Zeerijp 2 doden en 9 zwaargewonden bij onrusten tussen oranjeklanten en patriotten[8], hoewel hij elders hetzelfde aantal doden en gewonden ook bij Westeremden aangeeft in dat jaar.[9]

Begin 19e eeuw nam de welvaart toe op het Groninger platteland. Veel boeren schakelden toen over van veeteelt naar het meer winstgevender akkerbouw. Het dorp breidde zich uit in die periode. De aardappelziekte van de jaren 1845 en 1846 zorgden daarentegen voor een emigratiegolf naar vooral Holland (Michigan). Een tweede periode van welvaart tussen 1850 en 1885 zorgde opnieuw voor een groei van de bevolking. Tot 1900 breidde het dorp zich vooral uit richting de Molenweg en de Zeerijpstertil aan oostzijde van het dorp. In die tijd werden ook de wegverbindingen met dorpen in de omgeving verbeterd. De provinciale weg naar Loppersum werd aangelegd rond 1855, de Eenumerweg richting Eenum werd in 1957 verhard tot een grindwegen en de Molenlaan richting De Groeve werd rond 1875 verhard.

Een tweede emigratiegolf uit Zeerijp, als gevolg van de Grote Depressie, vond plaats rond 1890, toen Noord-Amerika en Argentinië populair waren. Een derde golf vond plaats tijdens de Grote Depressie tussen 1929 (Zwarte Donderdag) en 1936.

In de nadagen van de oorlog werd het dorp beschadigd door aanvallen van de Batterie Nansum tijdens de bevrijding van Delfzijl. Het dorp werd bevrijd op 20 april 1945, maar de kustbatterij werd pas op 29 april tot zwijgen gebracht. Na de oorlog vond tijdens de wederopbouw in de jaren 1950 een vierde emigratiegolf plaats, toen met name Canada en Australië populair waren. In die tijd werd de bebouwing van het dorp wat verdicht, met name door nieuwbouw langs de Noorderstraat. In de jaren 1950 en 1960 nam de bevolking af als gevolg van landbouwmechanisatie en schaalvergroting, waardoor veel landarbeiders overbodig werden. Een deel van de bevolking kreeg werk in de nabijgelegen industriegebieden van Delfzijl (Oosterhorn) en bleef soms in het dorp wonen.

Bedrijvigheid[bewerken]

Café Nastrovje, dat in 2003 na een brand haar deuren sloot als laatste café van Zeerijp.

Rond 1900 had het dorp een bloeiende middenstand. Dorpsdichter Ane Kuipers (1860-1928) noemde in een gedicht over het dorp naast de dominee en schoolmeester onder andere 6 kruideniers, 6 kappers en barbiers, 5 herbergiers, 4 kleermakers, 2 smederijen, 2 ververs, 2 leerlooiers, een slager, kuiper, graanhandelaar, molenaar, mandenvlechter en een boomkweker. Met de schaalvergroting en toegenomen mobiliteit begon ook de middenstand te verdwijnen. Daardoor veranderde Zeerijp langzamerhand in een woondorp. Begin jaren 1960 telde het dorp nog 2 cafés, een levensmiddelenzaak en 2 drogisterijen, 2 bakkerijen, 2 slagerijen, 2 schoenmakers, een melkboer, een smederij, 2 schiderbedrijven, 2 rietdekkers, 1 kleine timmerfabriek, een bode, transportbedrijf, een kapper-manufacturier die tevens een winkel had voor galanterieën en schrijfbehoeften, een wagenmakerij-mechanisatiebedrijf (garagebedrijf) en een fietsenmaker die tevens loodgieter en waterfitter was en een winkel huishoudelijke goederen en speelgoed had. In de decennia erna verdwenen eerst de kappers, bakkers, schilders en schoenmakers, vervolgens de slagers en de fietsenmaker en uiteindelijk ook de molenaar, de smid en het garagebedrijf.[10] In 2006 bestond de bedrijvigheid in Zeerijp vooral uit dienstverlenende bedrijven en zzp'ers (hedendaagse plattelandsnijverheid‎), zoals een architectenbureau, een communicatieadviesbureau, bureau voor zakelijke dienstverlening en een praktijk voor persoonlijke begeleiding. Verder waren er toen enkele klussen- en transportbedrijven, een graandrogerij, wasmachineverhuurbedrijf, meubelmaker, massagepraktijk, kunstatelier en een goud- en zilversmederij.

De laatste van de drie cafés van Zeerijp was de herberg aan de driesprong van de Borgweg met de Molenweg, dat als laatste door het leven ging als café Nastrovje. In 2003 brandde dit café deels af en sindsdien is het gesloten. De recreatieve voorzieningen bestaan tegenwoordig uit het dorpshuis met cafetaria (in 2009 heropend als 'Bij Jacobus'), een recreatiebedrijf met terras en groepsaccommodatie ('De Diek'n', sinds 1997), een beeldentuin en theeschenkerij ('Eenumermaar', sinds 2004) en een bed & breakfast ('Kleine Antonius', sinds 2012).

Aardbevingen[bewerken]

Tussen Westeremden en Zeerijp vond in de nacht van donderdag op vrijdag 26 januari 2007 een lichte aardbeving plaats als gevolg van aardgaswinning. Deze had een kracht van 2,3 op de schaal van Richter. [11]. Ook latere aardbevingen in Groningen werden soms in Zeerijp gevoeld. In 2009 werd een grote scheur in de toren van de Jacobuskerk ontdekt die mogelijk te maken heeft met de aardgaswinning.[12]

Bevolkingsontwikkeling
1795 1849 1859 1869 1879 1889 1899 1909 1920 1930 1947 1971 1995 1999 2006 2012
420¹ 522¹ 143 157 178 265 297 633¹ 510 516 490 430 490 460 450 440
Data afkomstig van volkstellingen.nl & CBS. ¹inc. buiten kom

Gebouwen[bewerken]

Kerken en pastorieën[bewerken]

Jacobuskerk, pastorie en verenigingsgebouw[bewerken]

De Jacobuskerk met zijn vrijstaande toren vormt het belangrijkste gebouw binnen Zeerijp. De aanbouw aan rechterzijde werd in de 17e eeuw gebruikt als school.
Nuvola single chevron right.svg Hoofdartikel: Jacobuskerk (Zeerijp)

Zeerijp heeft een romanogotische kerk die werd gebouwd in de eerste helft van de 14e eeuw en sindsdien nauwelijks gewijzigd is. Het bakstenen gebouw was oorspronkelijk gewijd aan de apostel Jakobus de Meerdere en heeft een en mogelijk twee stenen voorgangers gehad. Bij de reformatie werd het doksaal verwijderd en het orgel naar haar huidige locatie verplaatst. Dit orgel werd in 1651 gebouwd door Theodorus Faber en heeft tal van verbouwingen ondergaan. De losstaande kerktoren, die in de eerste helft van de 15e eeuw gebouwd is, heeft een open doorgang. De twee grote klokken in de toren dateren uit 1502. Een grote restauratie aan de kerk vond plaats in de jaren 1960, toen de oude situatie van voor de reformatie zo veel mogelijk werd hersteld.

Zeerijp vormde na de reformatie tot 1968 een kerkelijke gemeente, waarna een fusie plaatsvond tot de gemeente Zeerijp-Eenum-Westeremden, die in 1984 fuseerde met omringende dorpen (Loppersum, Godlinze, Leermens, Oosterwijtwerd, 't Zandt en Zijldijk) tot de hervormde gemeente Maarland. Omdat deze kerkgemeente vier kerken bezit, wordt nog slechts eens in de maand op zondagmorgen een kerkdienst gehouden in het gebouw. Sinds 2006 bevindt zich ook een deel van het Archeologisch Informatiepunt Fivelboezem in het gebouw. Het gebouw is door de week vrij toegankelijk.

Ten oosten van de kerk staat de voormalige hervormde pastorie (Borgweg 10). De huidige blokvormige pastorie werd in het midden van de 19e eeuw gebouwd. Daarvoor stond er een weem met een schuur met vier paarden- en tien koeienstallen.

Tussen de hervormde kerk en pastorie staat het in 1952 gebouwde verenigingsgebouw Elthato (Oudgrieks voor '[uw Koninkrijk] kome'; uit het Onzevader), dat fungeert als leerhuis en als plek voor kringwerk, catechisatie, koorrepetities en begrafenissen. In 1984 werd er een opbaarruimte aangebouwd.

Doopsgezinde kerk, pastorie en kosterij[bewerken]

Doopsgezinde kerk

De doopsgezinden van Zeerijp kerkten tot begin 19e eeuw in een gebouw bij Terhorn. Toen herstel van dit gebouw niet meer mogelijk bleek, werd in 1847 een nieuwe vermaning gebouwd in Zeerijp. Deze zaalkerk (Borgweg 32) werd in 1904 verbouwd door architect Oeds de Leeuw Wieland. Toen kreeg het pand ook haar huidige witgepleisterde voorgevel met neogotische elementen. Voor het afsluiten van koude lucht werd voor de ingang een rotonde geplaatst. Boven de ingang bevindt zich een gevelsteen met de tekst 1847 / IN GEEST EN WAARHEID / GOD AANBIDDEN, / IS HEIL'GE CHRISTENPLIGT. / DAAR WOONT HIJ MET ZIJN GEEST / IN 'T MIDDEN, / DAAR WORDT ZIJN RIJK GESTICHT. In 1907 kreeg het kerkje een nieuwe preekstoel en een orgel. In 1965 werden de kerkbanken vervangen door stoelen uit de Paleiskerk van de doopsgezinde gemeente Den Haag. De oude banken werden toen verzaagd voor een nieuwe achterwand. In 2006 vond de laatste dienst plaats, waarop de kerkgemeente verhuisde naar de doopsgezinde kerk van Zijldijk. Kerk en kosterij werden verkocht aan een particulier, die de kerk verbouwde tot ontmoetingsruimte.[13] Het orgel werd in 2012 verbouwd tot bed (onderdeel van bed & breakfast).[14] Sinds 2013 vormt de kerk een podium voor beginnende muzikanten.[15]

De pastorie van de doopsgezinde gemeente stond tot ver in de 19e eeuw in 't Zandt. In 1887 werd door architect De Leeuw Wieland (die later de kerk zou verbouwen) de huidige neoclassicistische pastorie in Zeerijp gebouwd (Borgweg 30). Aan de andere zijde van de kerk (Borgweg 34) staat de doopsgezinde kosterij, die vermoedelijk werd gebouwd in de eerste helft van de 19e eeuw. Deze kosterij werd verbouwd in 1912 en gerestaureerd in de jaren 1990, alvorens de huidige eigenaar erin trok, die het pand wederom verbouwde. Tegenwoordig vormt het een rijksmonument.

School[bewerken]

Na de reformatie werd rond 1595 een schooltje gevestigd in de nieuwe aanbouw aan westzijde van de kerk. Vermoedelijk werd de school in de 18e eeuw verplaatst naar een aanbouw bij de kosterij tegenover de kerk (Borgweg 11). Deze kosterij was oorspronkelijk opgetrokken uit kloostermoppen. De koster was naast meester ook organist en voorzanger in de kerk. Volgens het Schoolmeestersrapport werd de kosterijschool in 1825 verbouwd.[16] Na de Nederlandse cholera-epidemie van 1866 werden de scholen onderworpen aan een inspectie op de hygiëne, waarbij de school van Zeerijp werd afgekeurd. In 1867 werd daarom een nieuw schoolgebouw los van de kosterij gebouwd, iets naar achteren aan de Kampweg. Vanaf dit moment werd het onderwijs niet langer door de kerk, maar door de gemeente verzorgd.

In 1950 werd een nieuwe school gebouwd aan de Eenumerweg 6. De oude school werd later een werktuigloods, maar werd uiteindelijk afgebroken en vervangen door een parkeerterrein. In 1983 werd de huidige school geopend aan de Kwekersweg 1. Het oude gebouw vormt sindsdien een woning. Naast de oude school aan de Eenumerweg staat de oude meesterswoning (Eenumerweg 4), die eveneens werd gebouwd in 1950.

Bij de ingang van het basisonderwijs in 1985 werden ook de kleuters naar de Kwekersweg verplaatst. De naam van de school is OBS 'De Wilgenstee'. Tegenwoordig vormt De Wilgenstee een eenheid met OBS 'Prinses Beatrix' uit Loppersum. In 2013 werd in verband met het sterk gestegen aantal leerlingen een noodlokaal bijgeplaatst.

Molen de Leeuw Zeerijp.jpg
Koren- en pelmolen De Leeuw
Voor- en zijgevel - Zeerijp - 20221182 - RCE.jpg
Café Oude Rechthuis aan de Borgweg in haar nadagen (1969)
Aanzicht - Zeerijp - 20221193 - RCE.jpg
De muurankers van dit huis aan de Eenumerweg 3 geven het jaartal 1663 aan (1970)

De Wilgenstee is een van de basisscholen waar de stoetboom nog door de leraar wordt uitgereikt aan kinderen op de eerste dag dat dat ze naar school gaan. Volgens het verhaal dat hen wordt verteld heeft de meester een boom op zolder, waaraan stoetjes (Gronings voor broodjes) groeien.

Molen[bewerken]

Aan de Borgweg 59 staat de koren- en pelmolen De Leeuw uit 1865. Daarvoor stond er vanaf 1662 reeds een standerdmolen, die voornamelijk dienst deed als roggemolen. De huidige achtkante stellingmolen met bakstenen onderbouw stond daarvoor tussen 1835 en 1865 in Solwerd. De molen werd gerestaureerd tussen 1974 en 1977 en tussen 2010 en 2012. In 2003 wist de vrijwillige molenaar van Zeerijp de molen naar eigen zeggen tegen brand te behoeden door de wieken te laten draaien, waardoor de rook van het brandende café Nastrovje de andere kant op werd geblazen.

Naast de molen staat de voormalige molenaarswoning (Molenweg 4) Dit molenhuis met omlijste ingang en schilddak met hoekschoorstenen werd gebouwd in het derde kwart van de 19e eeuw. De molenaar was tot 1904 tevens bakker. In 1964 werd de molenaarswoning verkocht aan de gemeente. Tussen 1974 en 1977 werd de molenaarswoning (met de molen) gerestaureerd. Net als de molen vormt het een rijksmonument. De sarrieshut stond vroeger aan de Borgweg 61, maar is later afgebroken.

Cafés en dorpshuis[bewerken]

Zeerijp heeft vroeger meerdere cafés gehad. Het belangrijkste café was herberg 'Oude Rechthuis', dat gevestigd was in het huis aan de Borgweg 12, naast de hervormde pastorie. Lange tijd werden rechtszittingen uitgevoerd in de open lucht, maar vanaf de 18e eeuw werd recht gesproken in deze herberg. Meerdere herbergiers waren tevens wedman (gerechtsdienaar). Zij moesten de dagvaardingen regelen, de gegevens voor de rechtszaken verzamelen, de rechter informeren en de vonnissen ten uitvoer brengen. Daarnaast waren ze toezichthouder bij de verkoop van onroerend goed. Begin 20e eeuw was er tevens een kruidenierszaak gevestigd. In het café werd in 1927 de vereniging 'Ons Dorpshuis' opgericht, waaruit in 1956 dorpsbelangen ontstond. In 1934 werd ook de voetbalvereniging van het dorp opgericht in het café, waarvan de wedstrijden lange tijd achter het café werden gespeeld. Het café werd rond 1970 gesloten en vormt sindsdien een woonhuis.

Het café dat het langst heeft bestaan, was het café aan de Molenweg 2, op de driesprong van de Borgweg met de Molenweg. Hier was ook reeds voor 1900 al een café gevestigd. Rond 1905 werd het huidige pand gebouwd met kruisende daken en topgevels. Begin 20e eeuw was het een bondscafé van de ANWB. De laatste eigenaar noemde het café 'Nastrovje' (van het Russische 'nas zdorovje'; "onze gezondheid"; "proost"). In 2003 brandde het café deels af. Hoewel de toenmalige eigenaar wel plannen hiertoe had, is het café nooit weer heropend. Bij het café staat een gele duikerpaal (herkenbaar aan de letters Dr.) die hier ergens tussen 1880 en 1910 werd geplaatst om aan te geven dat er een duiker onder de weg door lag. Het paaltje werd weggehaald bij de brand in 2003 en vervolgens vergeten. In 2010 werd het paaltje, dat een rijksmonument vormt, teruggevonden in een gemeenteloods en –na restauratie– in 2011 weer teruggeplaatst.[17]

In 1963 besloot dorpsbelangen om een dorpshuis te bouwen, waarop in 1968 dorpshuis 'Ons Huis' verrees tegenover de kerk. De voetbalvereniging kreeg hier ook een onderkomen. In 2004 verhuisde de voetbalclub echter naar een eigen onderkomen. Daarop werd in 2005 het dorpshuis verbouwd en werd er het Archeologisch Informatiepunt Fivelboezem gevestigd. In 2009 werd de naam van het dorpshuis gewijzigd naar 'Bij Jacobus' en werd er een snackbar gevestigd. Het dorpshuis vormt sinds het afbranden van café Nastrovje het centrale ontmoetingspunt van het dorp. Ook de meeste verenigingen komen hier samen.

Bijzondere huizen[bewerken]

Het huis bij de driesprong aan de Borgweg 38 werd net als de doopsgezinde kosterij en kerk gebouwd in de eerste helft van de 19e eeuw en vormt een rijksmonument. Hier was vroeger een kuiperij gevestigd en tegenwoordig een edelsmederij.

Aan de Eenumerweg 3 staat het oudste huis van Zeerijp. Volgens de muurankers werd het huis in 1663 gebouwd.

Aan de Kampweg 15 staat het vroegere armenhuis van de hervormde kerk, dat in 1908 werd gebouwd als gasthuis 'Eben Haëzer' nabij de viskenij. Er woonden twee gezinnen. Later werd het armenhuis samengevoegd tot een woonhuis. De viskenij is na de Tweede Wereldoorlog flink verkleind. Er resteert nu alleen nog een sloot.

Langs de Kwekerijweg staan een zestal krimpjes. Dit zijn landarbeiderswetwoningen die rond 1926 werden gebouwd.

Aan de Tolweg 8, aan het kruispunt met de Kinkhornsterweg staat een witgepleisterd tolhuis dat in 1885 werd gebouwd na de aanleg van de provinciale weg. Er werd hier enkele decennia tolgeheven om dit geld terug te verdienen. Bij het huisje stond daarvoor een slagboom.

Boerderijen[bewerken]

In en rondom het dorp staan enkele kenmerkende boerderijen.

Aan de Borgweg 2, tussen de Jacobuskerk en het terrein waar vroeger de borg Haykema stond, staat de monumentale boerderij Haykensheerd, die vroeger 'De Vicarie' werd genoemd.[bron?] De Zeerijper predikant Geert Aeilco Durks Wumkes bericht dat de vicarie volgens de overlevering een sterk gebouw moet zijn geweest met dikke muren.[18] Er zijn echter ook aanwijzingen dat de vicarie oorspronkelijk halverwege de Woldlaan stond.[19] De hoofdschuur van de huidige boerderij dateert evenals de stookhut grotendeels uit 1878 en de bijschuur uit 1939. Het voorhuis en de hals van de boerderij werden in 1930 vernieuwd, waardoor de huidige villaboerderij ontstond. Het voorhuis werd door architect B.K. Dertien opgetrokken in een regionale variant van de Amsterdamse School.

Aan de Borgweg 18 staat een villaboerderij met een voorhuis in chaletstijl met elementen uit de jugendstil die rond 1908 werd herbouwd. De oude boerderij stond verder naar achteren, nabij de oude gracht. Tussen 1944 en 1975 was bij de boerderij een fruitteeltbedrijf van 10 hectare gevestigd. Tussen 1962 en 1987 lag hier het landelijke observatieveld voor de kweek van nieuwe aardappelrassen. Het voorhuis is in 2009 gerestaureerd.

Aan de Garsthuizerweg 3 ten noordwesten van het dorp staat een kop-hals-rompboerderij met een voorhuis met een hoog zadeldak die mogelijk nog uit de 18e eeuw stamt. Bij de boerderij bevindt zich nog een welput met opbouw.

Op drie van de vier vroegere borgterreinen van Zeerijp staan nog boerderijen. Aan de Borgweg 20 in het dorp staat een omgrachte kop-hals-rompboerderij, iets voor de plek waar vroeger de borg Eelsum stond. De boerderij Boukumaheerd aan de Tolweg 6 ten oosten van het dorp staat op de plek van de vroegere borg Boukum. Hier is een veldoven aangetroffen, die mogelijk bij de bouw van de Jacobuskerk is gebruikt. De boerderij Juckemaheerd aan de Garsthuizerweg 1 ten noordwesten van het dorp tenslotte staat op de plek van de vroegere borg Juckema.

Sport en evenementen[bewerken]

In 1934 werd voetbalvereniging VV De Fivel opgericht in café Oude Rechthuis (toen café Dijk geheten). De wedstrijden vonden lange tijd plaats op een grasveld achter dit café. Na de Tweede Wereldoorlog sloot de club zich aan bij de KNVB, waarop het veld werd afgekeurd als 'te smal'. In 1949 werd daarom door burgemeester Jo Teenstra een nieuw sportveld geopend achter het café. In 1968 werd met het nieuwe dorpshuis ook een nieuw sportcomplex geopend. In 1979 werd aldaar het derde veld in gebruik gesteld door burgemeester Henk van der Munnik. In 2005 werd sportpark E.J. Keijer geopend, dat vernoemd is naar Eltjo Jan Keijer, die ruim 40 jaar voorzitter was van de voetbalclub. VV De Fivel is een zaterdagamateurvoetbalvereniging.

In de jaren 1946 en 1947 vonden de ZZ-races met motoren plaats tussen 't Zandt en Zeerijp. Na 1947 werden deze echter afgeblazen wegens een tegenvallend aantal bezoekers en omdat de motorrijders te hoge startgelden vroegen. In 2000 werden de ZZ-races nieuw leven ingeblazen. Sindsdien vinden ze om de drie jaar plaats.

Jaarlijks vindt in Zeerijp een kermis plaats. Daarnaast wordt sinds 2003 om de twee jaar de 'Passie van Riep' gehouden, waarbij inwoners van het dorp (zoals middenstanders en de beide kerken) hun 'passie' tonen aan geïnteresseerden.

Geboren[bewerken]

Krantenartikel uit de Arnhemsche Courant van 1 mei 1821 over de vondst van het 'opper-armbeen' van een 'mammouth'

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Huizing, L., G. Doornbosch-Oosting & W.J. van Neck (1993), Van Riepster licht tot Wilgenstee. Bedum: Profiel. ISBN 9789052940786
  • Steehouwer, K.J. & H. Groenendijk [red.] (2005) Zeerijp. Meanderen door wijds en hoekig land in de Fivelboezem. Amersfoort: Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. 84 p. ISBN 9789076046365

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ter Laan, K. (1954-55), "Zeerijp". In: Groninger Encyclopedie.
  2. Hier komt waarschijnlijk ook het Groningse woord riepe (stoep) vandaan
  3. Huizing (1993) en Zeerijp.info: "Een oud dorp dijkdorp". In de laatste link wordt ook verwezen naar de naam van buurdorp 't Zandt, die ook naar 'zand' zou verwijzen. Zie ook Moerman, J.. rijp. Nederlandse Plaatsnamen p. 188 (1956)
  4. Diurithasripa (Diertsrijp); onbekende plaats in Groningen. Zie diuritha en rīpa in de Geïntegreerde Taalbank. Beide namen worden door Acker-Stratingh nog wel gelinkt aan Zeerijp, al geeft hij aan dat hij dit enkel doet omdat er geen andere plaats in Fivelingo aan kan worden gekoppeld. Zie Gozewinus Acker Stratingh. Diurardasrip. Bijdragen tot de geschiedenis en oudheidkunde: inzonderheid van de provincie Groningen pp. 112-113 (1868)
  5. Cor Bruijn: Nederlandse sagen en volksverhalen. 1996, ISBN 90-266-0869-1
  6. Externe link: Het licht van Zeerijp
  7. Kooi, J. van der. het riepster licht. Verhalen van stad en streek: Sagen en Legenden in Nederland pp. 58-60 (2010)
  8. Fransen in ons land. Groninger Encyclopedie (1954-55)
  9. Oranjeklanten. Groninger Encyclopedie (1954-55)
  10. Voor een lijst van verdwenen bedrijven per huisadres zie hier
  11. Lichte aardbeving in Groningen. ANP/NU.nl (26 januari 2007)
  12. Paul Bosman. Meterslange scheur in kerktoren Zeerijp p. 13. Dagblad van het Noorden (12 mei 2009)
  13. "Gulheid en spontaniteit in Zeerijp", Dagblad van het Noorden, 28 februari 2009 (3 delen), Marijke Brouwer, link 1, 2 en 3
  14. "Slapen in het kamertje van de organist", Dagblad van het Noorden, 2 juni 2012, p. 11, Louis van Kelckhoven, link
  15. "Muziek vinden in De Kleine Antonius", Dagblad van het Noorden, 25 maart 2013, p. 50, Marijke Brouwer, link
  16. Schoolmeestersrapport Zeerijp. Groninger Archieven (1828)
  17. Authentieke mijlpaal teruggeplaatst. Lopsternijs
  18. Ter Laan, K.. Vicarie-goederen. Groninger Encyclopedie (1954-55)
  19. O.S. Knottnerus, Fivelboezem. De erfenis van een verdwenen rivier, Groningen 2006, p. 56.
  20. Staring, W.. Versteeningen uit het Diluvium. De bodem van Nederland: De zamenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland ten behoeve van het algemeen beschreven, tweede deel p. 122 (1860)

  • Aa, A.J. van der (1851), "Zeerijp". In: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Dertiende Deel, pp. 124-126.
  • Buursema, A. & M. van der Ploeg (2008), "Zeerijp". In: Groningen, Stad en Ommeland. Bedum: Profiel. p. 616.
  • Hartman, T. & F.C. Kornack (1996), "Zeerijp". In: Groningen: Gids voor cultuur en landschap. 2e druk. Bedum: Profiel. p. 175.
  • Huizing et al. (1993), Van Riepster licht tot Wilgenstee.
  • O.S. Knottnerus (2006), Fivelboezem. De erfenis van een verdwenen rivier.
  • Steehouwer & Groenendijk (2005), Zeerijp: meanderen door wijds en hoekig land in de Fivelboezem. pp. 27-28.
  • Stenvert, R. et al.. Zeerijp (gemeente Loppersum). Monumenten in Nederland. Groningen. Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Zwolle: Waanders Uitgevers (1998)
  • Zeerijp: Een oud dorp dijkdorp. Zeerijp.info Geraadpleegd op 18 mei 2013
  • Dorpsvisie Zeerijp (2006)
Kranten
  • "Zeerijp, het dorp van Eltjo Keijer", Dagblad van het Noorden, 17 december 2004, p. 10, Harry Wubs, link
  • "Hip dorpshuis voor dorp en passant", Dagblad van het Noorden, 30 november 2009, p. 11, Jantina Russchen, link