Orgelbouwer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Orgelbouwer tijdens werkzaamheden in de Nicolaïkerk (Utrecht)
De Duitse orgelbouwer Jürgen Ahrend aan het werk
Stellwagen-orgel in de Marienkirche (Stralsund) in de steigers tijdens restauratie

Een orgelbouwer of orgelmaker ontwerpt en fabriceert pijporgels in de vorm van kerkorgels voor kerkgebouwen en concertorgels voor concertzalen, en ook kleinere kabinetorgels en kistorgels.

Gezien het zeer arbeidsintensieve werk heeft een orgelbouwer meestal meerdere mensen in dienst. Alle onderdelen worden met de hand gemaakt. Het is een eeuwenoud ambacht waarin in de loop van de geschiedenis diverse ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Muzikale kwaliteiten zijn vereist, maar daarnaast dient de orgelbouwer vakman te zijn in hout- en metaalbewerking.

Vroeger werden veel orgels gebouwd door grote namen. Orgelbouwers waren vaklieden met veel kennis en aanzien, vaak werd de stiel in de familie voortgezet. Nog steeds fleurt hun naamplaquette het klavier op als een met respect gedragen signatuur.

Orgelbouwers maken niet alleen nieuwbouworgels, maar stemmen, onderhouden, repareren, verbouwen, restaureren en renoveren ook bestaande orgels.

Experimentele orgelbouw[bewerken]

Afwijkend van de traditionele orgelbouw ontwierp de Nederlandse beeldend kunstenaar Hans van Koolwijk een bamboe-orgel met meer dan honderd fluiten, dat hij de naam Bambuso sonoro gaf.

Literatuur[bewerken]

  • Wolfgang Adelung: Einführung in den Orgelbau. Breitkopf & Härtel, Wiesbaden 1991
  • Poul-Gerhard Andersen: Organ Building and Design. Vertaling Joanne Curnutt. New York: Oxford / London: Allen & Unwin, 1969.
  • George Ashdown Audsley: The Art of Organ-Building: A Comprehensive Historical, Theoretical, and Practical Treatise on the Tonal Appointment and Mechanical Construction of Concert-Room, Church, and Chamber Organs. 2 dln. New York, 1905. Repr. New York: Dover, 1965.
  • J. van Heurn: De Orgelmaaker. Dordrecht, 1804-1805, fotografisch herdrukt, Buren. 1989; Arnhem Gijsbers en Van Loon z.j.; en in de V.S., Nadu Press 2011.
  • Hans Klotz: Das Buch von der Orgel. Bärenreiter Verlag, 2012 (14e druk)
  • Walter & Thomas Lewis: Modern Organ Building: Practical Explanation and Description of Organ Construction with Especial Regard to Pneumatic Action and Chapters on Tuning, Voicing, etc. 3e druk, London: Reeves, 1939, repr. 1956.
  • Johann Julius Seidel: Die Orgel und ihr Bau: ein systematisches Handbuch für Cantoren, Organisten, Schullehrer, Musikstudirende &c., so wie für Geistliche, Kirchenvorsteher und alle Freunde der Orgel und des Orgelspiels. Breslau, 1843. Repr. Amsterdam: Knuf, 1962.

Externe links[bewerken]