Huizinge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huizinge
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Huizinge
Huizinge
Situering
Provincie Groningen
Gemeente Loppersum
Coördinaten 53° 21′ NB, 6° 40′ OL
Algemeen
Inwoners (1-1-2014) 130
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Huizinge (Gronings: Hoezen) is een klein wierdedorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt vlak bij de Eemshavenweg. Het heeft 130 inwoners. Huizinge is een beschermd dorpsgezicht.

Geschiedenis[bewerken]

Huizinge is een oud wierdedorp in Groningen, waarvan de wierde dateert uit de Late IJzertijd of Romeinse tijd en is gelegen op een oude kwelderwal. Het wordt al in de 9e eeuw genoemd in een goederenlijst van de abdij van Fulda, samen met Middelstum. Oude namen voor het dorp zijn 'Hustinga', 'Husdingun', 'Husdongon', 'Husdungum', 'Husdingen' en 'Huizinghe'. De betekenis is afgeleid van 'dinge' of 'dynge' ("braakliggend land" of "nieuw ontgonnen land") en 'hûs' (huis; geslacht). De wierde van Huizinge is rechthoekig. Die vorm zou samenhangen met het gegeven dat de wierde is opgeworpen in de boezem van de voormalige Fivel. Midden op de wierde staat de 13e-eeuwse hervormde kerk. Aan west- en noordwestzijde van de kerk is de wierde deels afgegraven. De bebouwing is sinds 1830 nauwelijks veranderd; alleen aan noordzijde heeft er enige verdichting en vervanging van de huizen plaatsgevonden. Boerderij Melkema buiten het dorp wordt reeds genoemd vanaf de 14e eeuw en vormde in de 18e eeuw een doopsgezind bolwerk. In de 19e eeuw is er een vermaning geweest in het dorp.

Aan westzijde van het dorp ligt aan de Hoofdweg het oude haventje, dat in 1917 werd vergroot.

Bevolkingsontwikkeling
1795 1849 1859 1869 1879 1889 1899 1920 1930 1947 1971 1995 2006 2014
209 256¹ 173 192 219 183 229 193 195 207 155 140 145 130
Data afkomstig van volkstellingen.nl (¹ inc. buiten kom) & CBS

Gebouwen[bewerken]

Kerken, pastorie en diaconiewoningen[bewerken]

De huidige Janskerk, oorspronkelijk vernoemd naar Johannes de Doper dateert uit het tweede kwart van de dertiende eeuw. Het is een van de best bewaarde romanogotische kerken in de provincie. De huidige kerk is overigens niet de eerste. Er heeft ten minste een eerdere kerk gestaan, waar aan het einde van de twaalfde eeuw de latere abt van het klooster Bloemhof in Wittewierum, Emo van Bloemhof pastoor was. De lage toren dateert uit de 14e eeuw. In 1847 werd gepoogd deze te verhogen, maar in 1868 werd deze opbouw weer weggehaald en vervangen door een tentdak. In de toren hangen twee klokken; een uit 1452 en een uit 1950. De kerk werd gerestaureerd tussen 1960 en 1963 en is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.

De hervormde pastorie en kosterij (Torenstraat 8) werd in 1979 afgebroken, waarbij een aarden kan met gouden en zilveren munten en wat sieraden tevoorschijn kwam die waarschijnlijk in 1596 werd begraven en tegenwoordig deels in het Groninger Museum wordt tentoongesteld.[1] Na de instelling van de godsdienstvrijheid werd in 1815 aan de Marialaan een doopsgezinde vermaning gebouwd, die echter reeds in 1863 werd afgebroken nadat er een nieuwe vermaning in het nabijgelegen Middelstum was gebouwd. De bijbehorende paardenstal uit 1815 werd echter omgebouwd tot een dubbelhuis. De doopsgezinde voorganger woonde in het 18e-eeuwse huis aan de Torenstraat 10.

Borg[bewerken]

Ten noordwesten van het dorp, in het verlengde van de landweg naast de boerderij Framaheerd aan de Hoofdweg 2, stond vroeger de Fraamborg (ook Feradema, Ferawema en Frame). Deze werd in de 14e eeuw gebouwd en vormde eeuwenlang een belangrijke borg. Een bekende borgfamilie was Coenders. De bekendste bewoner was de Groninger bestuurder en alchemist Berend Coenders van Helpen (ook Barend of Bernhard), die de borg sterk uitbreidde en veel politieke macht had. Moest hij in 1643 nog vluchten bij een mislukte staatsgreep in de stad Groningen, in 1668 wist hij het tot president van de Ommelanden te schoppen. Zijn proeven met alchemie leidden tot een conflict met de lokale dominee Dirk Hamer (Didericus Hamerus), die vervolgens door zijn toedoen als gelijktijdig rechter en aanklager werd veroordeeld voor valsemunterij. De dominee werd bij verstek bij verstek ter dood veroordeeld, een straf die later werd omgezet in levenslange verbanning, waarbij diens goederen werden verkocht.[2] De borg werd na 1713 en wellicht (volgens een overlevering) in 1738 gesloopt. Bij egalisaties in 1921 werden nog restanten van de alchemieproeven van Barend Coenders aangetroffen. In 1959 werd het borgterrein volledig geëgaliseerd, zodat tegenwoordig niets meer resteert in het landschap.

Molen[bewerken]

Restant van de korenmolen van Huizinge

Huizinge had vroeger een koren- en pelmolen, die ergens voor 1828 werd gebouwd en in 1865 verbrandde, waarop hetzelfde jaar een nieuwe korenmolen werd gebouwd, die in 1896 werd ontmanteld. De bovenbouw werd toen verplaatst naar Yde, waar deze herrees als korenmolen De Windlust (in 1961 gesloopt). De onderbouw van de Huizingse korenmolen kreeg later een puntdakje en er werd een bronsmotor geplaatst. Ergens eind 20e eeuw werd ook dit dakje verwijderd en staat alleen het deels overgroeide onderstel er nog te vervallen.

Brug[bewerken]

In mei 2014 is een voetgangersbrug gebouwd over het Huizinger Maar. De brug is behalve de leuningen gemaakt van hergebruikt hout.

Brug over het Huizinger Maar, gebouwd in mei 2014.

Andere gebouwen[bewerken]

In 1877 werd aan de Torenstraat het dorpsschooltje 't Ol Schoultje (tegenwoordige naam) gebouwd, die echter reeds in 1923 weer werd gesloten, vanaf 1940 werd gebruikt als hervormd verenigingsgebouw (toen door hals verbonden met kosterswoning), in 1968 werd uitgebouwd naar achteren (toiletten) en tegenwoordig in gebruik is als dorpshuis. De onderwijzerswoning is een oude rentenierswoning uit 1847 iets verderop in de straat. Aan de Marialaan staat een in 1835 gebouwd complex van vier (hervormde) diaconiewoningen (gasthuis), die blijkens een gevelsteen werden opgericht voor arme weduwen en wezen.

Boerderijen[bewerken]

Buiten het dorp staat aan de Smedemaweg 3 de in de 16e eeuw gebouwde kop-hals-rompboerderij Melkema, die op de plaats staat van het net als de Fraamborg in de 14e eeuw genoemde (aangenomen) steenhuis Melkema (in 1326 genoemd als 'gerechtigde heerd'). De boerderij vormde het stamhuis van de doopsgezinde familie Huizinga, die het tot centrum maakten van doopsgezinde activiteiten tijdens de republiek. De boerderij werd verschillende malen verbouwd, zoals rond 1750, in 1762 (gevelsteen achterzijde; toen de grote schuur werd verlengd), 1820, 1858 en rond 1900. In de jaren 1970 was de boerderij zo erg vervallen, dat gedacht werd aan sloop, maar uiteindelijk werd gekozen voor restauratie. De singels en grachten zijn bij een recente restauratie teruggebracht in 18e-eeuwse stijl. De boerderij doet nu dienst als restaurant en partycentrum. In de boerderij staat een oude rosmolen. De kop-hals-rompboerderij 't Hoge Schot aan de Smedemaweg 5 werd in 1942 getroffen door een bom en brandde deels af, maar werd in 1949 weer hersteld. Verder staan er nog een aantal 19e-eeuwse boerderijen rond het dorp, waaronder de Oldambtster boerderij met eclectische elementen Framaheerd (1875) aan de Huizingerweg 2 en de eveneens met eclectische elementen versierde boerderij met laag dwarshuis Eenkemaheerd (ca. 1880) aan de E.L. Ubbensweg 9.

Begraafplaats[bewerken]

De begraafplaats buiten het dorp aan de E.L. Ubbensweg 4 dateert uit 1916 en vormt een monument, inclusief het markante baarhuisje (met 1 keperboog aan voorzijde en 2 aan achterzijde) en het toegangshek met jaartal.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]


Beluister

(info)