Appingedammer Bronsmotorenfabriek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bronslogo.jpg
Bronslogo op GV-motor
Appingedam - Bronsmotorenfabriek.jpg
De fabriek aan het Damsterdiep, die in bedrijf was tussen 1907 en 2004
Brons-Motor 1.jpg
Bronsmotor
Polygoonjournaal uit 1947 over 40 jaar Appingedammer Bronsmotorenfabriek waarin Jan Brons wordt gehuldigd en wordt benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau

De Appingedammer Bronsmotorenfabriek was een Nederlandse motorenfabriek te Appingedam, die wereldfaam verwierf met haar dieselmotoren.

Geschiedenis[bewerken]

Eerste jaren[bewerken]

De fabriek werd opgericht door de uit Wagenborgen afkomstige Jan Brons. In 1890 had hij al een autobus ontwikkeld met een "petroleummotor" die op benzine had moeten lopen. Hij had het woord "petrol" verkeerd vertaald. Toch kreeg hij de motor werkend en in 1899 bouwde hij die in in een (wat toen nog zo heette) omnibus. De bus heeft een aantal jaren dienstgedaan, tot een wiel brak.

Rudolf Diesel had de dieselmotor ontwikkeld, maar de techniek die Diesel gebruikte vond Jan Brons te duur. Hij vond een inspuitsysteem uit, dat uiteindelijk de verstuiverbak genoemd zou worden. Hierdoor kon de motor zonder brandstofpomp werken. Jan Brons maakte slim gebruik van de aanzuigfase van de motor. Op dat moment is de cilinder drukloos en kon brandstof onder atmosferische druk door zwaartekracht worden toegevoerd naar een 'cup' onder in de verstuiver. Aan het einde van de compressiefase zal een klein deel van de brandstof verbranden en de resterende brandstof door de verstuivergaatjes in de 'cup' de cilinder in worden gespoten waarna de hoofdverbranding volgde. Het grote voordeel was dat dit systeem veel goedkoper was. Omdat in Nederland geen patent verleend kon worden op deze uitvinding, werd dit gedaan in Duitsland. Deze motoren werden ook wel 'bakjesknapper' genoemd. Door gebruik van verkeerde materialen in de begintijd wilden deze 'cups' of bakjes weleens scheuren.

Bronsmotorenfabriek[bewerken]

In 1907 werd door Jan Brons en de Appingedammer notabele Dirk Bonthuis Tonkes een geheel nieuwe fabriek geopend aan het Damsterdiep in Appingedam. De motoren kregen steeds hogere vermogens. Het aantal geproduceerde motoren steeg tot in de jaren twintig en nam daarna weer af.

Tijdens de crisisjaren probeerde Brons een vrachtwagenmotor te ontwikkelen. Een autobus van de DAM, waarvan Jan Brons commissaris was, heeft er enige tijd mee gereden, maar dit werd geen succes. Wel werden in totaal 49 tractoren afgeleverd. Overigens had Brons in 1911 al een zogenaamde locomobiel geproduceerd.

Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef Jan Brons motoren ontwikkelen. Hij stierf in 1954 op 89-jarige leeftijd.

Fusie en overname[bewerken]

Vanaf 1971 werkten de bedrijven Brons, NV Machinefabriek Bolnes en De Industrie te Alphen aan den Rijn samen in de Nederlandse Motoren Combinatie. Bolnes trok zich terug, zodat de turbodieselmotor ontwikkeld moest worden door Brons en De Industrie. In 1976 fuseerden beide bedrijven. Toch was dit het begin van het einde.

De fabriek werd in 1989 overgenomen door de Amerikaanse fabriek Waukesha die (onder eigen naam) nog motoren maakte in Appingedam.

Einde[bewerken]

De productie en levering van onderdelen stopte eind 2004. In een kleine 100 jaar tijd werden er meer dan 4000 "Bronsmotoren" gefabriceerd.

Sargasso Marine Service BV in Haulerwijk heeft eind 2004 de productie en levering van Bronsonderdelen overgenomen van Waukesha. Dit bedrijf voert nog steeds de reparaties en revisies uit en levert wereldwijd onderdelen voor Bronsmotoren.

Types motoren[bewerken]

Het eerste type Bronsmotor[bewerken]

Bronsmotor met Storkpomp, 1912

Van 1907 tot ongeveer 1920 werden een-, twee-, drie- en viercilindermotoren gemaakt van twee tot 80 pk per cilinder. Deze motoren waren alle van het type viertakt.

In 1918 is de "Jumbo", de fabrieksmotor van Brons, gemaakt, dit was een zescilindermotor met 600 pk.

Type C[bewerken]

In 1919 werden de motoren aangepast aan de tijd en werden er minder verschillende uitvoeringen gemaakt. Type C had 3 verschillende cilinderafmetingen en werd met twee, drie en vier cilinders afgeleverd. Het vermogen was tot 40 pk per cilinder.

Type D[bewerken]

Type D had 6 verschillende cilinderafmetingen en een vermogen tot 60 pk per cilinder. De productie van dit type begon in 1918-1919 en de laatste motor van dit type werd in 1946 gemaakt.

Type T[bewerken]

Het type T was een tweetaktdieselmotor, geleverd in vier uitvoeringen. Dit type werd ontwikkeld in 1926 en kwam in 1930 in productie. Het werd gemaakt tot 1960.

  • TA: 20 pk per cilinder (1 of 2 cilinders)
  • TB: 35 pk per cilinder (1 of 2 cilinders)
  • TC: 50 pk per cilinder (1, 2, 3 of 4 cilinders), ook bekend als TL
  • TD: 80 pk per cilinder (1 of 3 cilinders)

Type EA[bewerken]

Bronstractor, type 2EA, 1936

Deze viertakt dieselmotor met brandstofinspuiting is ontwikkeld voor de Bronstractor. In 1935 werd de eerste tractor opgeleverd en in 1938 besloot men om de EA ook als stationaire- en scheepsmotor te gaan verkopen.

In de tractor stond een twee- of driecilindermotor met 20 pk per cilinder bij 800 tpm. De stationaire- en de scheepsmotor werden geleverd met 25 pk per cilinder bij 1000 tpm. in 1 tot 4 cilinders.

Tussen 1935 en 1953 werden er 49 tractoren gemaakt. Tussen 1938 en 1963 werden er 239 EA-motoren gemaakt

Type AMA[bewerken]

Er werd in de crisisjaren gepoogd een andere markt aan te boren en in 1935 begon men met de ontwikkeling van een vrachtwagenmotor. In 1937 werd het project al afgeblazen. Er zijn er maar 5 van gebouwd, de rest van de onderdelen werd gebruikt voor het motortype FA. De viercilindermotor had 60 pk bij 2000 tpm.

Type ED/EF[bewerken]

Dit type was een grotere broer van de EA serie en werd gebruikt in schepen en gemalen. De ED werd gebouwd tussen 1937 en 1962 en had 3 tot maximaal 8 cilinders. Het vermogen per cilinder was 60 pk bij 320 tpm.

De EF was een opgevoerde ED die 80 pk per cilinder leverde.

Type FA[bewerken]

Voortkomend uit de serie AMA, werd dit type ontwikkeld als een scheepsmotor. Begin 2006 werd aangekondigd dat er weer een FA-motor teruggevonden is, welke gerestaureerd zal worden. Er werd altijd gedacht dat van dit type motor geen exemplaren bewaard zijn gebleven.

Type GB[bewerken]

Tussen 1953 en 1975 werd dit type tweetaktmotor gemaakt. Het werd geleverd met twee tot zes cilinders. Het vermogen van deze motoren was 100 tot 400 pk bij 350 tpm.

Type GV[bewerken]

Brons' achtcilinder-GV-motor met Heemafgenerator

het type GV is de V uitvoering van de GB lijnmotor. Tussen 1959 tot 1981 werd deze motor geproduceerd.

Het vermogen was 75 pk per cilinder bij 320 tpm. De motor op de foto is een tweetakt-V8-cilinder en voorzien van turbolader en luchtkoeler.

Type TD[bewerken]

TD staat in dit geval voor TurboDiesel. Dit is de motor die Brons samen met Industrie ontwikkelde. Deze motor was leverbaar als zes-, twaalf- en zestiencilinder in V-uitvoering met een vermogen van 300 pk per cilinder, die de motor leverde bij 600 tpm. Er zijn maar 24 motoren van deze serie gemaakt.