Nederlandse Aardolie Maatschappij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM)
Oprichting 19 september 1947
Eigenaar 50% Shell, 50% ExxonMobil
Sleutelfiguren Johan Atema (Bestuursvoorzitter)
Hoofdkantoor Assen
Werknemers 1120 (2020)
Producten aardgas en aardolie
Omzet/jaar 1072 miljoen (2020)[1]
Winst/jaar € –315 miljoen (2020)[1]
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is een bedrijf dat zich bezighoudt met de productie van aardgas en aardolie in Nederland en op het Nederlandse continentaal plat.

De NAM is voor de helft eigendom van het Britse Shell en voor de helft van het Amerikaanse bedrijf ExxonMobil. Het hoofdkantoor van de NAM bevindt zich in Assen, andere kantoren zijn onder andere in Midden-Groningen en Den Helder. De NAM heeft ongeveer 1100 medewerkers.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Aardolie[bewerken | brontekst bewerken]

De NAM werd opgericht op 19 september 1947. Deze oprichting was het rechtstreekse gevolg van de ontdekking in 1943 van een olieveld bij Schoonebeek. Tussen 1947 en 1996 haalde de NAM met behulp van zogeheten ja-knikkers al ongeveer 250 miljoen vaten olie naar boven. Dat is een kwart van de geschatte één miljard vaten die het veld oorspronkelijk bevatte.

De oliebedrijven Shell en Esso besloten in 1947 een bedrijf te starten dat zich moest gaan bezighouden met de opsporing en winning van aardolie. Een van de redenen voor de samenwerking was de mogelijkheid om via de Amerikaanse partner de noodzakelijke installaties en boormaterialen aan te schaffen die zeer schaars waren kort na de Tweede Wereldoorlog.[2] In 1953 werd in een boring in Rijswijk de eerste winbare hoeveelheid aardolie in West-Nederland aangeboord, dit leidde tot de ontwikkeling van het Rijswijkveld, dat in 1954 in productie kwam en tot 1994 olie geproduceerd heeft. De "Rijswijkconcessie" van de NAM omvat nu het grootste deel van de provincie Zuid-Holland. Andere olieontdekkingen in de Rijswijkconcessie volgden onder andere in Wassenaar, Zoetermeer en De Lier. Alleen in Rotterdam-Schiebroek werd nog in West-Nederland op land olie gewonnen. 30 augustus 2013 werden daar de laatste negen ja-knikkers van Nederland uitgeschakeld.[3]

Aardgas[bewerken | brontekst bewerken]

Aardgas nabij Coevorden, Polygoonjournaal 1948

In 1948 boorde de NAM in Coevorden voor het eerst aardgas aan. Deze ontdekking werd gevolgd door een aantal andere kleine velden waaronder bij De Wijk. In 1959 vindt de maatschappij ook bij Slochteren aardgas. In 1960 werd ook in Delfzijl gas aangeboord in dezelfde zandsteenlaag, met dezelfde druk en samenstelling als het aardgas in Slochteren. Hierdoor groeide het besef dat er maar één groot gasveld onder een groot deel van de provincie Groningen lag; het beroemde Groningen-gasveld was ontdekt. In 1962 bepaalde de overheid dat de exploitatie van dit veld in handen zou komen van een maatschap, waarin de NAM een belang van 50% zou krijgen.[4] Deze vondst stimuleert het zoeken naar aardgas in de Noordzee en in 1961 is de NAM het eerste bedrijf in West-Europa dat op de Noordzee naar gas boort.

Op 30 december 2008 verkocht de NAM exploratie-, productie- en transportactiviteiten voor olie en gas die langs de NOGAT-pijpleiding in de Nederlandse sector van de Noordzee liggen.[5] De nieuwe eigenaar, GDF SUEZ, kreeg hiermee de NAM-belangen in de licenties F3b, L4c, L5a, L12a, L12b/L15b en L15c in handen. Verder neemt het Franse energiebedrijf ook de belangen over in het NOGAT-transportsysteem en het Nederlandse deel in de A6-F3-pijpleiding.[5] Deze olie- en gasvelden produceren jaarlijks omgerekend 3,3 miljoen vaten olie.[5] Met de transactie was een bedrag van €1075 miljoen gemoeid.

In januari 2012 maakte de NAM een nieuw gasveld bekend.[bron?] Naar schatting zit er ruim 4 miljard m³ in het reservoir en het is hiermee de grootste gasvondst op land voor de NAM sinds 1995.[6] Het gas zit ongeveer 3900 meter diep en medio 2012 is de productie gestart.

Boven het Groningenveld leidt de gaswinning tot bodemdaling en sinds 1991 ook tot geïnduceerde aardbevingen. Aanvankelijk werd door onder meer de NAM ontkend dat de aardbevingen het gevolg waren van de gaswinning. De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde dat er tot 2012 te weinig aandacht was voor de risico's van gaswinning door het ministerie van Economische Zaken en de NAM.[7] Hier kwam verandering in door de Aardbeving Huizinge 2012, met een 3,6 op de Schaal van Richter.[8] Dit vergrootte de aandacht voor de gevolgen en leidde in 2016 ook tot de beperking van de gaswinning. In de jaren daarna werd dit steeds verder beperkt met als doel het beëindigen van de gaswinnining in het Groningenveld.

De NAM is ook verantwoordelijk voor het betalen van de schade door aardbevingen en bodemdaling. In 2018 was er in verband met de (potentiële) schadeclaims enige ophef in de media en de politiek over het intrekken van de 403-verklaring door grootaandeelhouder Shell.[9]

Door de lage gasprijzen gingen er zo'n 600 banen verloren bij de NAM.[10] Van de 1300 vaste werknemers vertrekken er tussen de 200-300 door middel van een vrijwillige vertrekregeling en verder verliezen 300 ingehuurde krachten hun werkplek.[10] De banen verdwijnen over een periode van zes maanden gerekend vanaf oktober 2020.[10]

De aandeelhouders van de NAM, Shell en ExxonMobil, zijn ook aandeelhouder in GasTerra, de grootste afnemer van aardgas.

Productie en faciliteiten[bewerken | brontekst bewerken]

Ondergrondse gasopslag van de NAM bij Norg/Langelo

Tegenwoordig ligt de nadruk op de productie van aardgas. Per jaar produceert de NAM circa 20 miljard m³ gas, waarvan het grootste deel uit het Groninger gasveld en de rest uit de verschillende kleinere velden waaronder ook in de Noordzee. Hiermee produceert de NAM ongeveer 75% van het Nederlandse gas. Er wordt ook nog op kleine schaal aardolie gewonnen door de maatschappij.

Op het land heeft de NAM enige tientallen productielocaties die zich voornamelijk in Noordoost-Nederland, maar ook in Zuid-Holland bevinden. Hiernaast is er in Grijpskerk en Norg/Langelo een ondergrondse gasopslag om als reserve te dienen in tijden van grote vraag. Ook op de Noordzee heeft de NAM een aantal productieplatforms. In Den Helder bevindt zich de grootste gasbehandelingsinstallatie van Europa met een capaciteit van 19,5 miljard m³ per jaar. Hier wordt al het gas behandeld dat van het Nederlandse continentaal plat binnenkomt en doorgeleverd aan GasTerra.

Hieronder een overzicht van de NAM-productiedata.[11]

Gashoeveelheden luiden in miljarden m³
Omschrijving 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Aardgasproductie totaal 47,7 57,9 53,3 67,3 62,8 59,6 70,6 55,0 46,4 35,8 31,2 25,1 20,7 12,8
* waarvan in Groningenveld 28,9 39,4 37,6 51,2 46,8 47,8 53,9 42,4 28,1 27,6 23,6 18,8 15,6 8,0
* waarvan in kleine gasvelden 18,8 18,5 15,7 16,1 16,0 12,0 16,7 12,6 18,3 8,2 7,6 6,3 5,1 4,8
Olieproductie (×1000 m³) 359 330 323 281 431 435 598 677 346 178 418 509 413 413
Aardgascondensaatproductie (×1000 m³) 515 415 351 350 309 - - - - - - 127 127 80

De halvering van de olieproductie in 2015 komt door een lek in een watertransportleiding.[12] Over een lengte van 45 kilometer wordt een nieuwe kunststof transportleiding in de bestaande pijpleiding gebracht. De oliewinning in Schoonebeek is pas sinds medio september 2016 weer opgestart.

Projecten[bewerken | brontekst bewerken]

Herontwikkeling olieveld Schoonebeek[bewerken | brontekst bewerken]

Oliewinning in Schoonebeek

De NAM is in 2004 gestart met de herontwikkeling van een deel van het olieveld Schoonebeek. De winning uit dit veld werd in 1996 stopgezet, omdat de olieproductie met de toenmalige kennis en infrastructuur niet winstgevend was. In de bijna 50 jaar productie, is maar ongeveer een kwart (250 miljoen vaten) van de oorspronkelijk aanwezige hoeveelheid olie gewonnen. De NAM injecteert stoom in het veld waardoor de stroperige olie vloeibaarder wordt. Er worden circa 70 nieuwe putten geboord, waarvan ongeveer een derde voor de injectie van het stoom en de rest voor het oppompen van de olie. De gewonnen ruwe olie zal niet via het spoor naar Rotterdamse raffinaderijen worden vervoerd, maar worden verwerkt in een raffinaderij in Lingen te Duitsland. Het water dat bij de olieproductie vrijkomt wordt geïnjecteerd in de lege gasvelden in Twente. Maximaal kan 12.500 m³ water per dag op een diepte van 2000 meter worden geïnjecteerd.[13] De NAM verwacht de komende 25 jaar nog eens 100 à 120 miljoen vaten in totaal uit het veld te halen. De productie is in januari 2011 herstart. Energie Beheer Nederland (EBN) participeert voor 40% in dit project.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Op andere Wikimedia-projecten