Delfstof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Delfstoffen zijn gesteenten en mineralen die kunnen worden aangewend tot nut van de mensheid en die economisch voordelig kunnen worden gewonnen.

Er wordt op zeer veel uiteenlopende terreinen gebruikgemaakt van delfstoffen, onder andere als brandstof, als bouwmateriaal en als grondstof. Of een bepaald nuttig gesteente of mineraal economisch kan worden ontgonnen, hangt af van de waarde van de delfstof, de hoeveelheid en concentratie, de geologische wijze van voorkomen, de geografische ligging en de politieke en sociaal-economische omstandigheden bij de vindplaats.

De term delfstof wordt ook gebruikt voor vloeibare en gasvormige nuttige stoffen, zoals aardolie, aardgas en zelfs water. De bekendste delfstoffen zijn ertsen, fossiele brandstoffen, zouten en water.

Veel delfstoffen worden aangewend voor bouwwerken en infrastructurele werken. Het betreft materialen als: zand, grind, klei, leem, kalksteen en natuursteen.

Een belangrijk probleem van delfstoffen is dat de voorraad ervan eindig is en vele maar één keer gebruikt kunnen worden. Dat betekent dat ze steeds moeilijker te winnen zijn en uiteindelijk niet meer (rendabel) ontgonnen kunnen worden. In de eenentwintigste eeuw moeten bijvoorbeeld ertsen ontgonnen worden met een gemiddeld veel lager metaalgehalte en moet er veel dieper geboord worden naar aardolie dan aan het begin van de Industriële revolutie.

Zie ook[bewerken]