Bevolkingsgroei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Population growth rate 2007-de.svg

De bevolkingsgroei is de toename van het inwonersaantal in een bepaald land of gebied gedurende een bepaalde tijd. Als de toename negatief is, is er sprake van bevolkingsdaling of negatieve bevolkingsgroei. Vooral tijdens een demografische transitie kan er een zeer sterke bevolkingsgroei zijn.

Oorzaken zijn een groter geboortecijfer dan sterftecijfer, waardoor er meer mensen geboren worden dan er sterven in een bepaalde periode. Naast dit reproductie-overschot kan er ook een grotere toestroom van inwoners door immigratie zijn dan de uitstroom door emigratie. Tot veertig jaar terug waren de oorzaken van bevolkingsgroei nog onduidelijk of waren omstreden. Met name de Britse arts Thomas McKeown gaf een samenhangende visie op de demografische ontwikkeling, in het bijzonder op de bevolkingsgroei vanaf de achttiende eeuw. Hoewel McKeown's these aanvankelijk forse kritiek kreeg, staat deze inmiddels weinig meer ter discussie.[1][2]

Geschiedenis[bewerken]

Wereldwijde groei[3]
(jaarlijkse gemiddelde)
Jaar Bevolking Bbp Bbp per
capita
Export
0 - 1000 0,02% 0,01% 0,00%
1000 - 1500 0,10% 0,15% 0,05%
1500 - 1820 0,27% 0,32% 0,05%
1820 - 1870 0,40% 0,93% 0,53%
1870 - 1913
(liberale tijdperk)
0,80% 2,11% 1,30% 3,40%
1913 - 1950 0,93% 1,85% 0,91% 0,90%
1950 - 1973
(gouden tijdperk)
1,92% 4,91% 2,93% 7,88%
1973 - 1998
(neoliberale tijdperk)
1,66% 3,01% 1,33% 5,07%
Geschatte groei van de menselijke bevolking van 10.000 v.Chr. tot 2000 n.Chr.

Ten tijde van de jager-verzamelaars moest de bevolkingsgroei noodgedwongen binnen de perken blijven vanwege de beperkingen van de voedselproductie. Dit werd mede bereikt met geboorteregulering op weinig verfijnde methodes als het te vondeling leggen, verwaarlozing, abortus en kinderdoding. Ook het achterlaten van ouderen en gehandicapten zal hier onderdeel van zijn geweest. Met de overgang naar landbouw, de neolithische revolutie, werd deze beperking doorbroken. Aanvankelijk bleef dit beperkt doordat zwerflandbouw maar een kleine bevolking kan onderhouden. Toen men echter overging tot permanente landbouw en irrigatielandbouw konden veel grotere bevolkingsdichtheden ondersteund worden. Dat betekende dan ook dat de bevolking verder kon groeien, waarna er vrijwel geen weg terug meer was, ook wel ratchet effect of pal-effect genoemd. Zo lopen de schattingen voor het begin van de neolithische revolutie zo'n 10.000 jaar geleden uiteen van 1 tot 10 miljoen mensen, terwijl de wereldbevolking rond het begin van de jaartelling tot tussen de 150 en 300 miljoen was gegroeid. Dit effect zou daarna nog diverse malen optreden.

In het eerste millennium van de jaartelling was er sprake van een minimale bevolkingsgroei en ook in de eerste helft van het tweede millennium was deze beperkt, mede door hongersnoden en epidemieën. Vanaf de vijftiende eeuw begon echter een duidelijke groei in te zetten. Waar de uitwisseling van ziektekiemen desastreus was voor Amerika en Oceanië, gold daarbuiten dat epidemieën waarbij miljoenen volwassenen het leven lieten langzamerhand afnamen. Ziektes werden endemisch en troffen vooral jonge kinderen.

Geboorte- en sterftecijfers en bevolkingsomvang in Nederland van 1807 tot 2016.[4][5][6]

De pieken in de kindersterfte werden vaak gevolgd door een geboortepiek. Tijdens de industriele revolutie daalden de sterftecijfers sterker dan de geboortecijfers. De resulterende demografische transitie bracht een sterke toename van de bevolking tot een nieuw evenwicht werd gevonden tussen geboorte en sterfte. In combinatie met de nieuwe voedingsgewassen kon daardoor tussen 1450 en 1800 de wereldbevolking meer dan verdubbelen naar 900 miljoen mensen, waarvan China met 350 miljoen inwoners meer dan een derde uitmaakte. De sterke bevolkingsgroei betekende niet alleen een druk op het ecologische systeem, maar ook op het politieke. Malthus voorzag dat de bevolkingsgroei exponentieel zou toenemen en de landbouwproductie lineair, met een catastrofe tot gevolg. Uiteindelijk kwam het niet zover door verbeterde landbouwtechnieken en wist de landbouwproductie zelfs de nog veel sterkere bevolkingsgroei van de tweede helft van de twintigste eeuw bij te benen. Volgens McKeown was verbetering van de voeding de belangrijkste reden van de bevolkingsexplosie vanaf het einde van de negentiende eeuw.

Tussen 1900 en 2000 groeide de wereldbevolking van 1,6 miljard naar 6 miljard mensen. Het hoogtepunt van deze groei lag rond 1970 toen het percentage boven de 2% per jaar lag. Sindsdien heeft zich een daling ingezet van het groeipercentage. Deze sterke groei werd vooral veroorzaakt door een daling van het sterftecijfer door een daling ten gevolge van infecties. Deze sterftedaling is volgens McKeown vooral te danken aan betere weerstand tegen infectie door meer en betere voeding in de negentiende eeuw, en vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw ook dankzij betere hygiene, schoon drinkwater en riolering. De wereldwijde levensverwachting steeg daardoor van minder dan 30 jaar rond 1800 naar 35 in 1900, 45 in 1950 en 67 in 2000.

Daling van de sterfte aan longontsteking tussen in New York State 1900 en 1955. De sterfte was in 1900 nog 212 per 100.000 burgers en nam af naar 34 per 100.000 burgers in 1946, toen penicilline op de markt kwam. De sterftepiek in 1918 hing sterk samen met de voedselschaarste en Spaanse griep.

Omdat de sterfte aan infectieziektes na de Tweede Wereldoorlog al erg laag was, is de bijdrage van vaccinatie en antibiotica aan de sterftedaling en bevolkingsgroei gering.[7][1][8] Het totaal aantal vroegtijdige doden in de twintigste eeuw door oorlog, genocide, politieke zuiveringen en hongersnoden lag mogelijk tussen de 180-190 miljoen mensen en maakte daarmee ongeveer 4% uit van het totaal aantal doden. De enorme aantallen slachtoffers konden daarmee deze groeitrend niet keren.

Migratie[bewerken]

Verschillen in bevolkingsgroei konden door migratie deels worden opgevangen. Economische groei deed ook de vraag naar mensen toenemen. Landen met een kleine bevolkingsgroei en grote economische groei moesten arbeid importeren. In de jaren zestig was dan ook een migratie te zien naar West-Europa vanuit Zuid-Europa, Turkije en Noord-Afrika. Tien jaar later was ook Zuid-Europa een importeur van mensen. Zo was de al lang bestaande beweging van mensen uit Europa na vierhonderd jaar omgedraaid. In het Midden-Oosten importeerde men zoveel arbeid dat de lokale bevolking vrijwel geen handwerk meer deed. Tussen 1975 en 1983 was er ook een grote migratie richting het olierijke Nigeria. In de Verenigde Staten vervijfvoudigde de legale immigratie tussen 1965 en 1995, vooral bestaand uit hoger opgeleide Aziaten. Daarnaast was er een illegale immigratie van miljoenen uit Midden-Amerika. In Canada verdubbelde de immigratie in deze periode. De migratie verlichtte de nood op plaatsen met een sterke bevolkingsgroei, maar ook in de landen met arbeidstekorten. Hoewel de economie profiteerde in de laatste landen, gold dit niet voor de werknemers waarvan de lonen laag konden worden gehouden. Cultuurverschillen waren ook oorzaak dat immigranten over het algemeen een koele ontvangst kregen. Het zou in vele landen nog de nodige immigratieproblematiek tot gevolg hebben.

De grafiek die de bevolkingsgroei laat zien vertoont overeenkomst met de hockeystickcurve die vaak wordt gebruikt bij de huidige klimaatverandering.

Literatuur[bewerken]

  • Drukker, J.W.; Tassenaar, V. (1997): 'Paradoxes of modernization and material well-being in the Netherlands during the nineteenth century' in: Steckel, R.H.; Floud, R.: Health and Welfare during Industrialization, University of Chicago Press
  • Horlings, E. (1993): De ontwikkeling van de Nederlandse bevolking in de negentiende eeuw, 1795-1913
  • Mackenbach, J.P.; Looman, C.W. (1988): 'Secular trends of infectious disease mortality in The Netherlands, 1911-1978. Quantitative estimates of changes coinciding with the introduction of antibiotics' in International Journal of Epidemiology 17(3), p. 618–624
  • Maddison, A. (2006): The World Economy, Volumes 1-2, OECD Publishing
  • Magill, T.P. (1955): 'The immunologist and the evil spirit' in Journal of Immunology 74, p. 1-8
  • McKeown, T. (1976): The Role of Medicine. Dream, Mirage or Nemesis?, Nuffield Trust
  • McKeown, T. (1988): The Origins of Human Disease, Basil Blackwell
  • McNeill, J.R.; McNeill, W.H. (2003): The Human Web, A Bird's Eye View of World History, Norton, New York

Noten[bewerken]

  1. a b McKeown (1976)
  2. McKeown (1988)
  3. Maddison (2006)
  4. Horlings (1993)
  5. Drukker; Tassenaar (1997)
  6. CBS StatLine
  7. Magill (1955)
  8. Mackenbach; Looman (1988)