Fossiele brandstof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Steenkool, een fossiele brandstof.

Fossiele brandstoffen zijn koolwaterstofverbindingen die zijn ontstaan uit resten van plantaardig en dierlijk leven in het geologisch verleden van de aarde, vooral in het Carboon maar ook uit andere tijdperken. Hieronder vallen aardolie, aardgas, steenkool en bruinkool. Ook turf gewonnen uit hoogveen en laagveen zijn producten in deze reeks, die echter nog niet aan de extremen van druk en temperatuur diep in de aardkorst hebben blootgestaan, die tot de vorming van kolen, olie en gas hebben geleid. Naast koolwaterstoffen bevatten de meeste fossiele brandstoffen ook zwavelverbindingen.

Voordelen[bewerken]

Het winnen van fossiele brandstoffen is veelal relatief eenvoudig en het gebruik vereist geen hoogstaande techniek. Traditioneel heeft men daarom veel gebruikgemaakt van deze energiebronnen.

Geopolitieke effect[bewerken]

Door de grote afhankelijkheid van de wereldeconomie van fossiele brandstoffen en het gegeven dat er slechts een beperkt aantal locaties is waar commercieel winbare fossiele brandstofreserves aanwezig zijn, zijn deze reserves bij uitstek onderwerp voor (internationale) machtspolitiek.

Zo kan het aanleggen van pijpleidingen voor het transport van olie vanuit de wingebieden rond de Kaspische Zee grote politieke invloed opleveren voor de staten over wiens grondgebied de pijpleiding loopt.

Ook wordt door critici van het Amerikaanse buitenlandbeleid vaak gesteld dat de interventies in het Midden-Oosten er slechts op gericht zijn de toevoer van olie uit deze regio voor Amerika veilig te stellen.

Het winnen van fossiele brandstoffen is heel eenvoudig en het gebruik is geen hoogstaande techniek. Traditioneel hebben ze daarom veel gebruikgemaakt van deze energiebronnen. Pas na tijde van de industriële revolutie werd duidelijk, dat de grootschalige verbranding het milieu sterk kan beïnvloeden. Een voorbeeld is de beruchte smog in Londen in die tijd.

Als de brandstoffen van ver moeten komen, vindt er kapitaal-export en verzwakking van de lokale economie plaats.

Milieu[bewerken]

Verbranding[bewerken]

Door het grootschalige gebruik van fossiele brandstoffen komt veel koolstofdioxide vrij. In grote hoeveelheden draagt dit gas bij aan het broeikaseffect. Het versterkte broeikaseffect draagt voor een belangrijk deel bij aan de opwarming van de Aarde.

Ook komen er, afhankelijk van het type brandstof en het verbrandingsproces, bij de aanwending van fossiele brandstoffen andere verbrandingsproducten in de lucht zoals roet en fijnstof, maar ook zwavel- en stikstofverbindingen. Dit kan tot luchtvervuiling en zure regen leiden. Al ten tijde van de industriele revolutie werd duidelijk, dat grootschalige verbranding het milieu sterk kan beïnvloeden. Een voorbeeld is de beruchte smog in Londen in die tijd.

Winning[bewerken]

Bij de winning van fossiele brandstoffen wordt in meer of mindere mate schade aan het milieu veroorzaakt. Soms wordt het risico van ongelukken en milieuschade verschillend ingeschat door de industrie enerzijds en milieubewegingen anderzijds. Enkele voorbeelden:

  • Bij de bruinkoolwinning worden grote gebieden afgegraven, inclusief dorpen en infrastructuur in de betreffende gebieden, bijvoorbeeld in het oosten van Duitsland.
  • Bij het boren naar olie en gas kunnen moeilijk te controleren lekkages optreden
  • Mijnbouw voor kolenwinning is ook in de moderne tijd gevaarlijk voor de arbeiders

Fossiele zonne-energie[bewerken]

Schertsend kan men zeggen dat fossiele brandstoffen een vorm van zonne-energie zijn die miljoenen jaren geleden opgeslagen is in plantaardige en dierlijke koolstofverbindingen. De discussie over het gebruik van fossiele brandstoffen betreft echter niet de eigenlijke energie, maar enerzijds de schadelijke verbrandingsproducten en anderzijds de eindige voorraad en de milieu-problemen bij de winning van de brandstoffen.

Zie ook[bewerken]