Energietransitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zonnepanelen en windturbines bij een windpark in de Duitse deelstaat Rheinland-Pfalz

Energietransitie is de overgang naar een situatie waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm is dan in het huidige energiesysteem. In dit nieuwe systeem is fossiele brandstof grotendeels vervangen door duurzame energiebronnen, is er veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag en is de energievoorziening meer decentraal georganiseerd. Het met deze transitie verbonden beleidsdoel is door de internationale gemeenschap neergelegd in het Klimaatakkoord van Parijs: de toename van de wereldgemiddelde temperatuur houden tot ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau.[1] Het verdrag betekende een doorbraak.[2] De uitwerking ervan verschilt echter sterk per land, en niet alle landen onderkennen de urgentie van een energietransitie. Er is veel debat over de effecten en vormgeving van de energietransitie die sterk verschilt per land en in veel landen nog nauwelijks is begonnen. Uit een analyse van de huidige toezeggingen om de uitstoot tussen 2020 en 2030 te verminderen, blijkt dat bijna 75 procent van de klimaatbeloften gedeeltelijk of volledig onvoldoende zijn om bij te dragen aan het verminderen van broeikasgas uitstoot met 50 procent tegen 2030, en sommige van deze toezeggingen zullen waarschijnlijk niet worden gerealiseerd.[3]

In 2017 was het brandstofgebruik in de wereld 15% hernieuwbaar[4] met grote verschillen tussen landen. In Rusland 1%, Nederland 3%, de VS 8%, India 36%, Nigeria 84%. Het elektriciteitsgebruik was in de wereld 21% duurzaam, in Zuid-Korea 3%, Nederland 15%, de EU 30%, Brazilië 74%, Noorwegen 98%.[5] De CO2 uitstoot verschilt ook sterk per land en per persoon: China 11 gigaton, 7,7 ton pp; de VS 5 Gt, 16 ton pp; Duitsland 0,8 Gt, 10 ton pp; India 2,5 Gt, 1,8 ton pp; Nigeria 0,1 Gt, 0,5 ton pp.[6]

Energie- en klimaatonderzoekers van o.a. het Internationaal Energieagentschap hebben scenario's geschreven die een basis voor beleidskeuzes kunnen vormen omdat ze een beeld schetsen van verschillende denkbare ontwikkelingen, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en de organisatie van nieuwe energiesystemen.

Redenen voor een energietransitie[bewerken | brontekst bewerken]

Land/Regio Gton CO2 ton CO2 / capita
WERELD 37,1 4,9
China 10,9 7,7
Verenigde Staten 5,1 15,7
Europese Unie 3,5 7,0
India 2,5 1,8
Rusland 1,8 12,3
Japan 1,3 10,4
S-Korea 0,7 13,2
Iran 0,7 8,3
Saudi Arabië 0,6 19,4
Canada 0,6 16,6

Er zijn enkele redenen om over te schakelen op alternatieven.

Ten eerste zijn fossiele brandstoffen schadelijk voor het milieu door onder andere de CO2 die uitgestoten wordt bij verbranding. Wereldwijd was dat 32 gigaton (4,4 ton per persoon) in 2015. De mondiale temperatuur kan stijgen naar 1,5 tot 2ºC boven het pre-industriële niveau door verdere emissie in de komende decennia van totaal ca 500 tot 1000 Gt (het koolstof budget).[7]§2.1.2 In 2018 was de emissie gestegen tot 33 Gt.[8]

Niet alleen bij verbranding, ook bij het winnen en raffineren van aardolie en zuiveren van aardgas komt kooldioxide vrij, en methaan dat een sterk broeikasgas is. Inclusief deze "indirecte" uitstoot was de wereldwijde emissie 37 Gt. De tabel toont landen/regio's met de meeste broeikasgas emissie in 2017, in gigaton en in ton per persoon.[6] De "indirecte" uitstoot is inbegrepen in de verder in dit artikel vermelde kooldioxide emissies.

De kooldioxide uitstoot in 2020 kan 2,5 Gton dalen, niet door doortastend klimaatbeleid, maar door de COVID-19 pandemie.[9]

Ten tweede raken de olie- en gasreserves langzaam uitgeput. Olie en in mindere mate ook aardgas worden geïmporteerd uit landen als Saudi-Arabië en Rusland. Door die levering (dreigen) te verminderen hebben zij hier politiek druk mee in handen. Dit argument weegt voor veel West-Europese landen vooral zwaar sinds Rusland begin 2006 en 2009 de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide na wanbetalingen.

Ten derde wordt door verbranding van kolen, hout en afval ook roet en fijnstof uitgestoten. Deze luchtverontreiniging veroorzaakt jaarlijks miljoenen doden. In China is dit een belangrijke reden voor schone energiebronnen.

Kosten[bewerken | brontekst bewerken]

De gemiddelde productiekosten van duurzame elektriciteit in de wereld waren in 2018, in dollarcent per kWh:[10]Table 1

waterkracht 4,7; zonnepanelen 8,5; wind op zee 12,7; wind op land 5,6.

Meer dan driekwart van de wind- en vier-vijfde van de zonne-energie die in 2020 in gebruik wordt genomen, zou goedkoper elektriciteit moeten produceren dan met fossiele brandstof. Cruciaal is dat ze dit doen zonder subsidie (blz.3).

De kosten van integratie in het energiesysteem (opslag, extra transmissie) zijn niet inbegrepen.

Opslag[bewerken | brontekst bewerken]

Energieopslagtechniek wordt gebruikt om vraag en aanbod van elektriciteit in het elektriciteitsnet te balanceren. De energiebronnen zon en wind zijn onregelmatig beschikbaar zodat veel energieopslag nodig is. Pompcentrales worden hiervoor het meest gebruikt, maar ook accu's, zoals de Vanadium-redox-accumulator.[11]

Maar elektriciteit opslaan en later weer gebruiken gaat niet zonder verlies. Er zijn andere manieren om elektriciteitsvraag en -aanbod te balanceren zoals reguleren van de vraag (smart grid) en uitwisselen van aanbod met andere landen of gebieden. Het weer is niet overal hetzelfde dus er kan daar tekort zijn als er hier overschot is, of omgekeerd. Er is dan minder opslag nodig.

Elektrische aandrijving en verwarming[bewerken | brontekst bewerken]

De transportsector in de wereld gebruikte in 2017 48% van de fossiele brandstof en maar 2% van de elektriciteit.[5]p.60 Elektrificering van het vervoer kan de kooldioxide uitstoot sterk verminderen mits ook elektriciteit duurzamer opgewekt wordt. In het wegtransport groeit het aantal EVs (elektrische voertuigen) sterk, in 2018 tot 5 miljoen waarvan bijna de helft in China. Dit is nog niet 1% van het totale aantal voertuigen. Consumentenvoorkeuren voor SUV's kunnen de voordelen van elektrische auto's neutraliseren. Het aantal elektrische tweewielers groeide tot 300 milioen, bijna allemaal in China. In lucht- en scheepvaart is het percentage elektrisch vrijwel nul.[12]

Industrie en landbouw in de wereld gebruikte in 2017 32% van de fossiele brandstof voor motoren en verwarming. In gebouwen werd 13% verstookt.[5] Elektromotoren en elektrische warmtepompen zijn veel efficiënter.

Energietransitie in Europa en Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Hernieuwbare energie in de Europese Unie

In de EU28 is de uitstoot van kooldioxide afgenomen van 4,2 Gt in 2005 tot 3,5 Gt in 2017 (7 ton per persoon). In vergelijking met 1990 is de emissie in 2017 met 20% afgenomen.[6]p.29 Verwacht wordt dat de EU ook twee andere doelstellingen voor 2020 zal halen: tenminste 20% hernieuwbare energie en 20% energiebesparing. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80-95% te verminderen met mijlpalen van 40% en 60% reducties in 2030 en 2040.[13]p.9

Zie ook Lijst van windmolenparken in de Noordzee en North Sea Wind Power Hub.

Landen in volgorde van kooldioxide-emissie in 2017:

in Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-uitstoot in Rusland was in de periode 2005-2017 ongeveer constant 1,7 gigaton (12 ton per persoon) per jaar.[6]p.183

Elektriciteit opwekking was in 2017 voor 64% fossiel, 19% nucleair en 17% met waterkracht.[5]p.391 Windenergie is nauwelijks ontwikkeld maar er is een begin: Siemens Gamesa Renewable Energy zal in 2020 een paar grote windparken bouwen in zuid-Rusland.[14]

Rusland heeft zelfs nog niet zijn plan ingediend om de uitstoot te verminderen volgens het Klimaatakkoord.[3]

in Duitsland[bewerken | brontekst bewerken]

Scenario voor elektriciteitsopwekking in Duitsland van 2005 tot 2050 in Terawattuur per jaar. De schaalverdeling van de grafiek wijkt af vanaf 2030.

De energietransitie in Duitsland, ook wel de Energiewende genoemd, is het plan om in Duitsland over te schakelen op betaalbare hernieuwbare energie. Hierbij worden ook alle kerncentrales uiterlijk tegen 2022 buiten dienst gesteld.

De jaarlijkse kooldioxide-emissie daalde in de periode 2005-2017 van 840 tot 800 megaton (9,7 ton per persoon).[6]p.104 De daling was groter geweest als in die periode de elektriciteitsopwekking met kerncentrales niet sterk gedaald was.

Het aandeel van duurzame bronnen in het elektriciteitsgebruik in Duitsland steeg van 6% in 2000 tot 36% in 2017.[15] In het eerste kwartaal van 2019 was het aandeel 45%.[16] Eind februari stond 47 GW PV vermogen opgesteld volgens het Bundesnetzagentur.[17]

Het doel is, in vergelijking met 1990, broeikas-gasemissie tenminste 55% te verminderen in 2030, 70% in 2040 en meer dan 80% in 2050. Het eindgebruik van energie moet 30% duurzaam zijn in 2030, 45% in 2040 en 60% in 2050. Voor het elektriciteits eindgebruik zijn de streefcijfers minstens 50% in 2030, 65% in 2040 en 80% in 2050.[18]

Een probleem is vooralsnog het energietransport. Windenergie wordt hoofdzakelijk opgewekt in het noorden, en zonne-energie in het oosten. Het industriële energieverbruik concentreert zich echter in het zuiden. De vier geplande gelijkstroom-hoogspanningslijnen, die ondergronds worden gelegd om weerstand van de bevolking langs de trajecten te verminderen, zijn niet toereikend voor het duurzame elektriciteit transport voorzien in 2050.[19]

in het Verenigd Koninkrijk[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-emissie in het Verenigd Koninkrijk daalde in de periode 2005-2017 van 560 naar 380 megaton (6 ton per persoon) per jaar. In 1990 was de uitstoot van kooldioxide 590 Mt.[6]p.228 De Climate Change Act 2008 introduceerde de wettelijke bindende doelstelling voor 2050 om broeikasgasemissies met ten minste 80% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.[20]

Kernenergie leverde in 2018 bijna een vijfde van de Britse elektriciteit, maar op één na zijn alle huidige kerncentrales tegen 2030 met pensioen. Slechts één nieuwe nucleaire centrale is in aanbouw. Elektriciteit werd voor 35% duurzaam en voor maar 5% met kolen opgewekt; de regering wil stoppen met kolen tegen 2025.[8]

in Italië[bewerken | brontekst bewerken]

De uitstoot van kooldioxide daalde in Italië in de periode 2005-2017 van 500 naar 360 megaton (6 ton per persoon) per jaar.[6]p.126 Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 64% fossiel, 12% waterkracht en 24% overig duurzaam.[5]p.155

De regering streeft naar verhoging van zonnestroom van 23 TWh in 2015 naar 74 TWh[21] en 30% hernieuwbaar eindgebruik in 2030.

in Frankrijk[bewerken | brontekst bewerken]

In Frankrijk is de uitstoot van kooldioxide in de periode 2005-2017 gedaald van 410 naar 340 megaton (5 ton per persoon) per jaar.[6]p.99 Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 11% fossiel, 70% nucleair en 17% duurzaam.[5]p.132

Frankrijk heeft 58 kernreactoren met totaal 63 GW elektrisch vermogen.[22] De meeste zijn aan het eind van hun levensduur. Het nucleaire aandeel in de elektriciteit zal volgens plan in 2035 verminderen tot 50%. De capaciteit van duurzame elektriciteit zal 74 GW in 2023 zijn en meer dan 100 GW in 2028.[23] Het doel is 32% hernieuwbare elektriciteit opwekking in 2030.[24]

in Polen[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-uitstoot in Polen was in de periode 2005-2017 steeds rond 320 megaton (8 ton per persoon) per jaar.[6]p.177 Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 78% met kolen, 6% met gas en 14% duurzaam.[5]p.184

Het totale hernieuwbare energiegebruik in 2016 was 11% (meest biomassa). Sinds 2012 hebben grote energiebedrijven sterk gelobbyd tegen hernieuwbare energiebronnen en meer staatssteun gevraagd voor het stabiliseren van het energie systeem. Als gevolg hiervan hebben netwerkexploitanten extra winst gemaakt ten koste van eigenaren van kleine installaties voor duurzame energie.[25]

in Spanje[bewerken | brontekst bewerken]

De uitstoot van kooldioxide in Spanje daalde in de periode 2005-2017 van 370 naar 280 megaton (6 ton per persoon) per jaar.[6]p.204 Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 46% fossiel, 21% nucleair, 7% waterkracht en 26% overig duurzaam.[5]p.196

Zonnestroom werd goedkoop in 2015 en in eigen beheer gebruikt en opgeslagen omdat levering aan het elektriciteitsnet zwaar belast werd. Deze "sun tax" is eind 2018 afgeschaft.[26] Het doel is 42% hernieuwbare energie in 2030.[27]

in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Energietransitie in Nederland

In de periode 2005-2017 bleef in Nederland de kooldioxide-emissie rond 180 megaton per jaar (10 ton per persoon). In 1990 was het minder, 160 Mt.[6]p.161 In 2020 moet 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komen, in 2023 moet dat 16% zijn, maar in 2017 was het pas 7%, het na Luxemburg laagste percentage in de Europese Unie.[28] Het Urgenda doel (25 procent minder uitstoot van broeikasgassen) zal naar verwachting niet gehaald worden. De Klimaatwet (mei 2019) bepaalt dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 minstens 49% en in 2050 95% vermindert ten opzichte van 1990.[2][29] Ook de 49% reductie zal niet gehaald worden volgens het PBL.[30] In april 2020 voert het kabinet een uitstootplafond in voor kolencentrales.[31]

Windenergie is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen. In 2019 stond circa 1 GW windturbine-capaciteit in zee. Voor de Zuid-Hollandse kust komen in 2023 windparken die zonder subsidie geëxploiteerd worden door Vattenfall.[32] Er moet dan voor minimaal 4,5 GW vermogen aan windparken op zee staan die dan 3,3% van alle energie leveren. In 2030 zal dit groeien tot ca 11 GW. De bijdrage van de windturbines in zee is dan substantieel, namelijk ca 8,5% van alle energie en ca 40% van het huidige elektriciteitsverbruik.[33]

Zonne-energie groeit ook sterk. In 2018 werd 1,4 GW PV panelen geïnstalleerd waarmee het totale vermogen toenam tot 4,3 GW. In dat jaar werd 3,15 TWh PV energie geproduceerd, [34] 3% van het totale elektriciteitsgebruik.

In febr. 2018 besloot het kabinet-Rutte III om de winning van aardgas in Noordoost-Groningen af te bouwen en rond 2030 te staken. Daarnaast bepaalde het op 18 mei 2018, dat de twee oudste kolengestookte elektriciteitscentrales in het land, de Amercentrale en de Hemwegcentrale, uiterlijk in 2024 moeten overschakelen op een duurzame brandstof, bijvoorbeeld houtsnippers. Voor de nieuwgebouwde kolencentrales op de Maasvlakte en in de Eemshaven geldt hetzelfde per 2029. Op 21 dec. 2019 werd bekend dat de Centrale Hemweg 8 binnen enkele dagen wordt gesloten.[35]

Volgens het nationale Klimaatakkoord[36] (juni 2019) wil de regering in Europa pleiten voor 55% minder broeikasgas uitstoot in 2030, meer dan volgens het 49% basispakket. Dit betekent dat deze emissie dan niet 165 Mt maar 123 Mt zal zijn inclusief indirecte uitstoot, als volgt verdeeld per sector:[37]Tabel 3.2

Voor gebouwen is het doel in 2030 de uitstoot van broeikasgas te reduceren tot 16 Mt door betere isolatie en vervanging van aardgas door warmtepompen, aardwarmte of industriële restwarmte. In het verkeer is het streven naar 26 Mt uitstoot: uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos, elektrisch of op waterstof. Voor de industrie is het doel 40 Mt emissie. Daarvoor komt een CO2-heffing die weer benut wordt voor vergroening van de industrie. In de landbouw zal het 28 Mt worden. Bij elektriciteitsproductie wordt gestreefd naar 13 Mt uitstoot. Daarvoor moet 120 TWh duurzaam opgewekt worden (gelijk aan het totale elektriciteitsgebruik in 2015).

in België[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Hernieuwbare energie in België.

In de periode 2005-2017 daalde de emissie van kooldioxide van 120 naar 104 megaton (9 ton per persoon) per jaar.[6]p.48

België heeft zich geëngageerd om tegen 2020 13% van alle energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Voor de jaren daarna werkt de regering-Michel aan een Energiepact. Daarin moet ook de voorgenomen kernuitstap een plaats krijgen. Maar regeringspartij de Nieuw-Vlaamse Alliantie verzet zich tegen de sluiting van de jongste kerncentrales.

In 2019 stonden voor de Noordzeekust windparken met samen 1556 MW vermogen. In 2020 wordt dit 2262 MW waarmee 8 TWh per jaar wordt opgewekt, ongeveer 10% van de totale elektriciteitsvraag.[38]

Gas moet kernenergie vervangen nadat dit in 2025 is uitgefaseerd. Verwacht wordt dat hernieuwbaar vermogen (exclusief waterkracht) zijn capaciteit zal verdubbelen van 9,5 GW in 2019 tot 18,1 GW tegen 2030.[39]

in Oostenrijk[bewerken | brontekst bewerken]

De Oostenrijkse kooldioxide-uitstoot daalde in de periode 2005-2017 van 80 naar 70 megaton (8 ton per persoon) per jaar.[6]p.41 Elektriciteit-opwekking was in 2015 voor 21% fossiel, 62% waterkracht, 7% wind en 9% overig duurzaam.[5]p.109

De regering streeft naar 100% duurzame elektriciteit in 2030.[40]

in Portugal[bewerken | brontekst bewerken]

De uitstoot van kooldioxide in Portugal daalde in de periode 2005-2017 van 68 naar 57 megaton (5,5 ton per persoon) per jaar.[6]p.178 Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 60% fossiel, 10% waterkracht en 30% duurzaam.[5]p.186

De regering streeft naar 80% duurzame elektriciteit in 2030, en 100% in 2050, met een leidende rol van zonne-energie.[41] Een veiling van 24 licenties brak een wereldrecord, een van de 24 licenties werd verkocht voor 1,5 ct per kWh.[42] Het totale vermogen van zonnepanelen, 572 MW in 2018, zal in 2021 toegenomen zijn tot bijna 1600 MW.[43]

in Zweden[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-uitstoot daalde in de periode 2005-2017 van 56 naar 51 megaton (5 ton per persoon) per jaar.[6]p.209 In 2016 was 54% van het Zweedse energiegebruik hernieuwbaar, het hoogste percentage in de EU. Het land streeft naar 100% hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2040.[44]

Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 1% fossiel, 40% nucleair, 39% waterkracht en 20% overig duurzaam.[5]p.198 De kernreactoren zijn oud; operationeel sinds 1974-1985.[45]

in Finland[bewerken | brontekst bewerken]

De uitstoot van kooldioxide in Finland is in de periode 2005-2017 gedaald van 58 naar 47 megaton (8 ton per persoon) per jaar.[6]p.97 Elektriciteit-opwekking was in 2017 voor 18% fossiel, 33% nucleair, 22% met waterkracht en 26% overig duurzaam.[5]p.131 Turf speelt een belangrijke rol en er is veel discussie over het milieueffect en de classificatie: is turf biomassa of fossiele brandstof of een langzaam hernieuwbare energiebron?[46]

Er zijn vier kerncentrales en er is nationale consensus om door de bouw van twee nieuwe kerncentrales de verbranding van turf uit te faseren. De bouw van kerncentrales is ernstig vertraagd en veel duurder dan verwacht.[47] Het land heeft in zijn granietrotsen een permanente bewaarplaats ingericht voor kernafval.[48] Zie ook Kerncentrale Olkiluoto.

In 2018 produceerde windturbines 6,7% van het elektriciteitsgebruik.[49]

in Noorwegen[bewerken | brontekst bewerken]

Met waterkracht genereert Noorwegen meer elektriciteit dan het zelf gebruikt. In 2015 was het eindgebruik 80% van de totale productie van elektriciteit. Noorwegen exporteert elektriciteit naar o.a. Denemarken en Nederland, en importeert ook voor opslag in pompcentrales.

Het eindgebruik van fossiele brandstof gaat grotendeels naar de transportsector. Het energiegebruik in die sector is voor meer dan 90% fossiel[5]p.182 hoewel bijna 40% van het wagenpark elektrisch kan rijden.[12] Daardoor is de jaarlijkse kooldioxide-uitstoot vrij hoog, 45 miljoen ton (9 ton per persoon).[6]p.168

Noorwegen was het eerste land dat op industriële schaal een koolstofafvang- en opslagproject uitvoerde, op het olieveld Sleipner. Het project is beëindigd in 2002.[50]

in Denemarken[bewerken | brontekst bewerken]

De jaarlijkse kooldioxide-emissie daalde in Denemarken van 51 megaton in 2005 naar 34 Mt (6 ton per persoon) in 2017.[6]p.83

In 1985 werd na hevig debat besloten geen kerncentrales te bouwen in Denemarken. Het land koos in plaats daarvan voor duurzame energie. In 2017 werd 73% van de elektriciteit duurzaam opgewekt, vooral met wind.[5]p.125 Een robuuste verbinding tussen de waterkrachtturbines van Noorwegen en de windturbines van West-Denemarken is de sleutel tot succesvolle exploitatie van wind voor Denemarken. Ook energieuitwisseling met andere buurlanden is van groot belang. 17% van de tijd overtrof windproductie de vraag; het overschot werd geëxporteerd naar Noorwegen, Zweden en Duitsland.[51]

Het land streeft naar 100% duurzame elektriciteit en verwarming in 2035.[52]

Energietransitie in Amerika[bewerken | brontekst bewerken]

in de Verenigde Staten[bewerken | brontekst bewerken]

In de periode 2005-2017 daalde in de VS de kooldioxide-emissie van 6 naar 5 gigaton (16 ton per persoon) per jaar.[6]p.229

Van 2015 tot 2018 is windstroom verder toegenomen van 191 tot 275 TWh en PV stroom van 36 tot 93 TWh.[53] Totaal leverden deze bronnen 9% van het 3946 TWh elektriciteitsgebruik in 2018.[54]

Het energiebeleid van de VS is herhaaldelijk mislukt.[55] De VS heeft het klimaatakkoord opgezegd in 2017 maar veel staten hebben beloofd zich wel aan het akkoord te zullen houden. Deze staten, 24 in getal in juni 2019, hebben zich gebundeld in de United States Climate Alliance.[56] Maar de FEU[3] verwacht dat totdat het 80% aandeel van fossiele brandstoffen in de energiemix van de VS aanzienlijk is verminderd, deze inspanningen het gebrek aan beslissende federale actie om de uitstoot te verminderen niet zullen compenseren.

in Canada[bewerken | brontekst bewerken]

Elektriciteit-opwekking in Canada was in 2017 voor 19% fossiel, 15% nucleair, 60% met waterkracht en 6% overig duurzaam.[5]p.116 Het land exporteert elektriciteit naar de VS.

In de periode 2005-2017 steeg de kooldioxide-emissie van 580 naar 620 megaton (17 ton per persoon) per jaar.[6]p.64 Er is gebrek aan consistentie in de energie- en klimaatstrategie.[57]

in Mexico[bewerken | brontekst bewerken]

Elektriciteit opwekking was in 2017 voor 81% fossiel, 3% nucleair, 10% met waterkracht en 6% overig duurzaam.[5]p.172 In 2030 zou Mexico 46% van zijn elektriciteit duurzaam kunnen opwekken maar er is weinig ontwikkeling in deze richting.[58]

In de periode 2005-2017 steeg de kooldioxide emissie iets van 0,45 naar 0,51 gigaton (3,9 ton per persoon) per jaar.[6]p.153

in Brazilië[bewerken | brontekst bewerken]

In Brazilië steeg in de periode 2005-2017 de kooldioxide-emissie van 0,38 gigaton naar 0,49 Gt (2,3 ton per persoon) per jaar.[6]p.56

Volgens het Plano Decenal de Expansão de Energia (Tien jaar energie-uitbreidingsplan) genereerden niet-fossiele bronnen in 2016 80% van de elektriciteit: waterkracht 65%, andere duurzame bronnen 12% en kerncentrales 3%. In de periode 2016-2026 groeit zonne- en windstroom van 6% naar 14%.[59]

Energietransitie in Azië[bewerken | brontekst bewerken]

In Azië is sinds 2000 het energiegebruik verdubbeld en elektriciteit opwekking bijna verdrievoudigd. In 2017 werd elektriciteit voor 76% met fossiele brandstof en 20% hernieuwbaar gegenereerd.[5]p.66

in China[bewerken | brontekst bewerken]

In China is sinds 2000 het energiegebruik meer dan verdubbeld en elektriciteit opwekking vervijfvoudigd. In 2017 werd elektriciteit voor 68% met kolen en 18% met waterkracht gegenereerd. China investeert veel in zonne- en windenergie, het aandeel van deze bronnen in het elektriciteitsgebruik stijgt snel, maar het was in 2016 pas 6%.[5]p.98

De kooldioxide emissie steeg van 6 gigaton in 2005 naar 11 Gt in 2017 (7,7 ton per persoon) per jaar. In 1990 was het nog maar 2,4 Gt.[6]p.70

Volgens de Energie Productie en Consumptie Revolutie Strategie 2016-2030 zal tegen 2030 de helft van de elektriciteit opgewekt worden door niet-fossiele bronnen, duurzame en nucleaire. In 2017 werd RMB 765 miljard (USD 113 miljard) geïnvesteerd in de elektriciteitssector waarvan 85% in duurzame energie, grotendeels in zonne-energie.[60] Maar een groot deel van de daarmee op te wekken elektriciteit werd dat jaar niet gebruikt door gebrekkige regelgeving.[61]

Volgens de FEU[3] zal de CO2-emissie tot 2030 blijven toenemen door economische groei en gebrek aan actie om het kolenverbruik te verminderen.

in India[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 2000 is het energiegebruik in India verdubbeld en elektriciteit opwekking bijna verdrievoudigd. In 2017 werd elektriciteit voor 74% met kolen en 9% met waterkracht gegenereerd. India investeert veel in zonne- en windenergie, het aandeel van deze bronnen in het elektriciteitsgebruik stijgt snel, maar het was in 2017 pas 5%.[5]p.222

De kooldioxide-emissie steeg van 1,2 gigaton in 2005 naar 2,5 Gt in 2017 (1,8 ton per persoon) per jaar veroorzaakt door stijgend gebruik van kolen en gas. In 1990 was het nog 0,6 Gt.[6]p.120

Van 2015 tot 2018 is het geïnstalleerde windvermogen gestegen van 23 tot 34 GW en het PV vermogen van 4 tot 22 GW.[62] India wil 175 GW duurzaam elektrisch vermogen hebben in 2022 en 500 GW in 2030, dat is dan 40% van het totale geïnstalleerde vermogen.[63]

Volgens de FEU[3] zal de CO2-emissie tot 2030 niet afnemen door economische groei.

in Japan[bewerken | brontekst bewerken]

In Japan daalde het nucleaire aandeel in de elektriciteitsopwekking in 2011-2013 van 25% naar 1% als gevolg van de kernramp van Fukushima. In 2017 werd elektriciteit voor 71% met kolen en gas en 8% met waterkracht gegenereerd.[5]p.156

De kooldioxide emissie is ongeveer 1,3 gigaton (10 ton per persoon) per jaar.[6]p.128 Japan bevordert zonne-energie en investeert in drijvende windturbines op zee. Volgens het Energieplan 2015 zal in 2030 na herstart van kerncentrales elektriciteit 21% nucleair en 23% duurzaam zijn.[64]

in Zuid-Korea[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-emissie in Zuid-Korea was in 1990 nog 270 megaton (6,3 ton per persoon). Het steeg van 510 Mt in 2005 naar 670 Mt in 2017 (13 ton pp).[6]p.203 Toen genereerde hernieuwbare bronnen nog maar 3% van het elektriciteitsgebruik.[5]p.160

De regering wil het aandeel duurzame elektriciteit verhogen tot 20% in 2030 en 35% in 2040, en stoppen met het verlengen van de levensduur van verouderde kerncentrales.[65]

in Indonesië[bewerken | brontekst bewerken]

In 1990 was de kooldioxide-emissie in Indonesië nog 160 megaton (0,9 ton per persoon). Het steeg van 360 Mt in 2005 naar 510 Mt in 2017 (1,9 ton pp).[6]p.121 Toen genereerde hernieuwbare bronnen 13% van het elektriciteitsgebruik.[5]p.226 Steenkool levert het grootste deel van de Indonesische energie en dat lijkt zo te blijven tot minstens 2025, ook al heeft het land een enorm onbenut potentieel om energie op te wekken uit geothermie, zon, wind en golven. Het parlement stelt in 2020 een wetsvoorstel op over hernieuwbare energie.[66]

in het Midden-Oosten[bewerken | brontekst bewerken]

In het Midden-Oosten bevinden zich de Perzische Golfstaten en Jordanië, Libanon, Syrië, Oman en Jemen.

De energie vraag is snel toegenomen van 365 Mtoe in 2000 tot 763 Mtoe in 2018, en zal verder groeien tot 1206 Mtoe in 2040 volgens bekendgemaakt beleid.[67]

Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten zijn begonnen met grote zonne-energie projecten.[68] In de afgelopen zes jaar zijn in Saoedi-Arabië investeringen aangekondigd van meer dan $ 350 miljard, gericht op hernieuwbare energie. Maar er is nog vrijwel geen constructie begonnen.[69]

Energietransitie in Afrika[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide emissie was in 2018 maar 1,4 gigaton (1,1 ton pp).[70] De enorme natuurlijke hulpbronnen van Afrika betekenen dat goedkope schone energietechnologieën genoeg potentieel hebben. In Noord-Afrika heeft bijna iedereen elektriciteit maar ten zuiden van de Sahara hebben 600 miljoen mensen, de helft van de bevolking in dit continent, geen elektriciteit. De verwachting is dat dit aantal in 2030 zal afnemen tot 530 miljoen en daarna weer zal toenemen door sterke bevolkingsgroei.[67]

In 2017 genereerde waterkracht 15% en andere hernieuwbare bronnen 3% van de elektriciteit. Biomassa en afval leverden 60% van het brandstofgebruik.[5]p.63

De Wereldbank financiert mini-grids: kleine zonne- en windenergie projecten.[71]

in Zuid-Afrika[bewerken | brontekst bewerken]

In Afrika stoot Zuid-Afrika de meeste kooldioxide uit per jaar: 0,45 Gt, 8 ton per persoon. Van 2005 tot 2017 is dat weinig veranderd.[6]p.202 Oorzaak is elektriciteitsopwekking, voor meer dan 90% met kolen[5]p.235 door Eskom, eigendom en de grootste onderneming van de staat. De overheid moedigt ontwikkeling van zonne- en windenergie aan, maar is ook afhankelijk van de inkomsten van Eskom dat bijna bankroet is.[72] Het streven is naar veel meer waterkracht en CSP (Concentrating solar power) in 2040.[67]section 12.11

in Egypte[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-emissie in Egypte groeide van 0,18 gigaton in 2005 tot 0,26 Gt in 2017 (2,7 ton per persoon).[6]p.88 Elektriciteit werd in 2017 voor 9% hernieuwbaar opgewekt, grotendeels met waterkracht.[5]p.301 Het doel is het percentage duurzame stroom in 2025 te verhogen tot 42% door in de woestijn van 's werelds grootste PV zonnepark te bouwen.[73]

in Marokko[bewerken | brontekst bewerken]

In Marokko groeide de kooldioxide-emissie van 44 megaton in 2005 tot 62 Mt in 2017 (1,7 ton per persoon).[6] Elektriciteit werd in 2015 voor 15% hernieuwbaar opgewekt.[5] Marokko is van plan om in 2020 42% van zijn elektriciteit hernieuwbaar te genereren, en in 2030 52%, waarbij zon, wind en waterkracht elk een derde van het totaal leveren. Bij Ouarzazate kwam in 2018 de 580 MW CSP (Concentrating solar power) zonnecentrale in bedrijf, kosten $9 miljard.[74]

Energietransitie in Australië[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-emissie in Australië was in 1990 nog 0,28 gigaton. In de periode 2005-2017 bleef het ongeveer constant 0,4 Gt (16 ton per persoon).[6]p.40 In 2017 genereerde waterkracht 6% en andere hernieuwbare bronnen 10% van het elektriciteitsgebruik.[5]p.107

Het nationale energiebeleid is een mislukking.[75] De meeste regeringen van de deelstaten hebben echter gezorgd dat Australië in 2019 21% van zijn elektriciteit uit duurzame bronnen krijgt.[76] De ontwikkeling van zonne- en windenergie gaat snel. Met dit tempo ligt Australië op schema om 50% hernieuwbare elektriciteit te bereiken in 2024 en 100% in 2032. Inzet van opslag (pompcentrales en accu's) en sterkere hoogspanningsleidingen tussen deelstaten kunnen worden gebruikt om een 100% hernieuwbaar energienet te stabiliseren tegen bescheiden kosten.[77]

Energietransitie in lucht- en scheepvaart[bewerken | brontekst bewerken]

De kooldioxide-uitstoot van lucht- en scheepvaart wordt niet meegenomen in de uitstootstatistiek van landen en regio's. Wereldwijd was het voor de scheepvaart 0,7 Gt en voor luchtvaart 0,5 Gt in 2017.[6]p.27/28 Dat zijn maar enkele procenten van de totale uitstoot van kooldioxide, maar verwacht wordt dat het tegen 2050 zal oplopen tot bijna 40%, tenzij verdere mitigerende maatregelen worden genomen.[78]

Elektrificering en het gebruik van biobrandstof zijn nog in de ontwikkelingsfase.[12][79]

Redersverenigingen willen dat er via een toeslag op de brandstofprijs een innovatiefonds komt voor verduurzaming van de zeescheepvaart.[80] Volgens critici is dit plan zonder doelstelling betreffende de uitstootreductie niet effectief.[81]

Energietransitie scenario's[bewerken | brontekst bewerken]

IEA scenario's[bewerken | brontekst bewerken]

Het Stated Policies (Verklaard beleid) Scenario is "extrapolatief": het IEA gaat na waarheen aangekondigd beleid, zoals uitgedrukt in officiële doelstellingen en plannen, het energiesysteem zal leiden. Tegen 2040 zal de wereldwijde vraag naar energie een kwart toenemen. Wereldwijde energiegerelateerde CO2 emissies zullen blijven stijgen, voortijdige sterfgevallen als gevolg van luchtvervuiling zullen toenemen en in 2030 zouden er nog steeds ongeveer 620 miljoen mensen zijn zonder toegang tot elektriciteit. Dit scenario zou een grote druk leggen op alle aspecten van het wereldwijde energiesysteem.

Het Sustainable Development (Duurzame Ontwikkeling) Scenario is "normatief": het gaat na hoe universele toegang tot energie voor 2030, sterke vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, en wereldwijde klimaatdoelstellingen in overeenstemming met het Akkoord van Parijs bereikt kunnen worden.[67] (See section 2.1).

In 2030 kan de totale vraag naar primaire energie onder het huidige niveau worden gehouden door verhoging van de efficiëntie, koolstofarme bronnen (hernieuwbaar en nucleair) kunnen hun aandeel tot 30% verhogen, aardgas en olie nemen toe, steenkool daalt snel (zie tabel 2.1, 3.1, 4.1 en 5.1). De uitstoot van CO2 kan worden gereduceerd tot 25 Gt, voornamelijk door de efficiëntie en het aandeel van hernieuwbare energie te vergroten. In 2040 kan 67% van de elektriciteit duurzaam worden opgewekt, 11% nucleair en 21% met olie en gas, waarvan 5% met behulp van koolstofafvang (zie figuur 6.4). In 2050 zou het aandeel van koolstofarme bronnen in de primaire energievoorziening 60% kunnen bedragen en de CO2 uitstoot 10 Gt (tabel 2.1).

De wereldwijde gemiddelde jaarlijkse energie investering in de periode 2020-40 zou kunnen stijgen van $2,7 tot $3,9 biljoen, waarvan $0,5 tot $0,7 biljoen voor hernieuwbare energiebronnen (tabel 1.7).

In eerdere IEA scenario’s uit de jaren 2010-2017 heette het Stated Policies scenario New Policies Scenario. Volgens critici werd dit beschouwd als de belangrijkste gids voor beslissingen over energiebeleid en misbruikt door overheden om alsnog nieuwe projecten voor fossiele energie te verantwoorden om te voorzien in de stijgende energiebehoefte, in weerwil van de doelstellingen van het Akkoord van Parijs.[82]

Alternatieve scenario's[bewerken | brontekst bewerken]

Onder redactie van Sven Teske zijn scenario's gemaakt door een team van 20 wetenschappers aan de University of Technology Sydney, het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt, en de University of Melbourne[7] met IEA data, maar gericht op overgang naar bijna 100% duurzame energie in 2050, en met o.a. herbebossing, maar zonder de risico's van kernenergie, kooldioxide-afvang en niet-duurzaam biomassagebruik (Chapter 1). De kosten zouden veel minder zijn dan de 5 biljoen dollar per jaar die regeringen nu besteden aan subsidies voor de fossiele brandstof industrie die verantwoordelijk is voor klimaat verandering (blz.ix).

In het +2.0 C (opwarming) Scenario kan de wereldwijde primaire energie productie in 2040 450 EJ = 10.800 Mtoe zijn, of 400 EJ = 9560 Mtoe in het +1.5 C Scenario, veel lager dan nu. Duurzame bronnen kunnen hun aandeel vergroten tot 300 EJ in het +2.0 C Scenario of 330 PJ in het +1.5 Scenario in 2040. In 2050 kan duurzame energie bijna alle energievraag dekken. Niet-energetisch gebruik zal nog fossiele grondstof nodig hebben. Zie Fig.5 op p.xxvii in het Executive Summary.

Duurzame energie bronnen zullen in de wereld 88% van de elektriciteit opwekken in 2040 en 100% in 2050 in de alternatieve scenarios. “Nieuwe” duurzamen — grotendeels wind, zon en geothermie — zullen 83% bijdragen aan alle electriciteitsopwekking (p.xxiv).

Verschuivingen zijn nodig van de binnenlandse luchtvaart naar het spoor en van weg naar spoor. Personenauto gebruik moet in de OESO-landen na 2020 afnemen (maar zal toenemen in ontwikkelingslanden). De afname van personenauto gebruik zal gedeeltelijk worden gecompenseerd door een sterke toename van het openbaar vervoer per spoor en bussystemen. Zie Fig.4 op p.xxii.

CO2 emissie kan verminderen van 32 Gt in 2015 tot 7 Gt (+2.0 Scenario) of 2.7 Gt (+1.5 Scenario) in 2040, en tot nul in 2050 (p.xxviii).

Deze scenario's zijn, eveals die van het IEA, gebaseerd op uitgebreide computersimulaties.

Vele scenario's zijn mogelijk. De acties van regeringen zullen beslissend zijn voor het te volgen pad. Vanaf 2019 is er nog steeds een kans om de opwarming van de aarde onder de 1,5 ° C te houden als er geen fossiele brandstofcentrales meer worden gebouwd en sommige bestaande fossiele brandstofcentrales vroegtijdig worden gesloten, samen met andere maatregelen zoals herbebossing.[83]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Algemeen:broeikasgas · klimaatverandering · systeem Aarde · koolstofdioxide · stikstofoxiden · methaan
Fenomenen:verwoestijning · zeespiegelstijging · kantelpunten in het klimaat · klimaatvluchteling · terugtrekking van gletsjers sinds 1850 · waterschaarste · global dimming · gat in de ozonlaag · massa-extinctie
Internationaal overleg:Akkoord van Kopenhagen · Akkoord van Parijs · Desertificatieverdrag · Europees systeem voor emissiehandel · Forests Now Declaration · Green Climate Fund · Intergovernmental Panel on Climate Change · Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 · Klimaatconferentie van Lima 2014 (COP-20) · Klimaatconferentie van Parijs 2015 (COP-21) · Klimaatconferentie van Marrakesh 2016 (COP-22) · Klimaatconferentie van Bonn 2017 (COP-23) · Klimaatconferentie van Katowice 2018 (COP24) · Klimaatconferentie van Madrid 2019 (COP25) · Klimaatverdrag (UNFCCC) · Kyoto-protocol
Maatregelen:klimaatadaptatie · bebossing · BECCS · CO2-afvang en -opslag · CO2-belasting · duurzame ontwikkeling · emissiehandel · energiebesparing · energietransitie · geo-engineering · Green New Deal · klimaatneutraal · klimaatrechtspraak · klimaatwet · koolstofput · klimaatmitigatie · zonnestralingsbeheer
Metingen:Hockeystickcurve · Keelingcurve · Mauna Loa Observatorium · Ny-Ålesund · State of the Climate · Temperatuurstijging in het noordpoolgebied · Wereld Meteorologische Organisatie
Onderzoek:Algemeen circulatiemodel (ACM, GCM) · Climate Change Performance Index · Climate Action Tracker · Gaia-hypothese · IPCC-rapport 2014 · Lijst van klimaatwetenschappers · Planetaire grenzen · RCP scenario's · Stern Review · Tellus Institute
Overheidsprogramma's:Deltaprogramma‎ · Energieakkoord voor duurzame groei · Energiebox · Green New Deal · Klimaatbos · Klimaatnoodtoestand · Nationaal emissieplafond · Nederlandse Emissieautoriteit · Sigmaplan
Opinie en controverse:Climategate · Controverse over de opwarming van de Aarde · Koch Industries
Sociale actie & media:An Inconvenient Truth · Dikketruiendag / Warmetruiendag · Earth Hour · Energy Survival · Klimaatactivist in de politiek (boek) · Klimaatrechtvaardigheid · Klimaatvisualisatie · Live Earth · pooljaar (2007-2009) · Vleesloze dag · Klimaatbeweging · Schoolstaking voor het klimaat · Greta Thunberg · Anuna De Wever