Energietransitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Energietransitie is een beleidsdoel van de internationale gemeenschap, neergelegd in het Klimaatakkoord van Parijs, om van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne-, en windenergie over te stappen. In de 'overgangsperiode' wordt het aandeel conventionele energiebronnen, zoals kolencentrales, steeds verder verkleind, en wordt tegelijkertijd gewerkt om zo veel mogelijk energie te besparen. Energietransitie omvat niet alleen het bouwen van windmolens en dergelijke, maar ook onderzoek naar duurzame technologie, zoals opvang en afvang van CO2 (CCS) en elektrisch vervoer.

Andere brandstoffen[bewerken]

Er zijn enkele redenen om over te schakelen op alternatieven. Ten eerste zijn fossiele brandstoffen schadelijk voor het milieu door de CO2 die uitgestoten wordt bij verbranding. Ten tweede raken deze fossiele brandstoffen langzaam uitgeput, en bovendien moeten ze geïmporteerd worden uit veelal politiek instabiele landen zoals Rusland en Algerije. Dit argument weegt voor veel West-Europese landen vooral zwaar sinds Rusland begin 2006 en 2009 de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide na wanbetalingen.

Opslag[bewerken]

energieopslagtechnieken worden gebruikt om vraag en aanbod van elektriciteit in een elektriciteitsnetwerk te balanceren. De alternatieve energiebronnen zon en wind zijn onregelmatig beschikbaar, en moeten in grote hoeveelheden worden opgeslagen. Hiervoor zijn reuzenbatterijen nodig: zo werd in het Noord-Duitse Jardelund op 31 mei 2018 de grootste stroombatterij (50 megawatt) van Europa in gebruik genomen.[1]

EnergieTransitie in Nederland[bewerken]

Volgens het plan van de Nederlandse regering moet Nederland in 2020 een van de duurzaamste landen van Europa zijn.[2] De uitvoering van het programma was in handen van SenterNovem, later overgegaan in Agentschap NL en inmiddels overgegaan in de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het is een beleidsplan, gericht op de middellange termijn. De details van de praktische uitvoering kunnen niet geheel voorzien worden, doordat er nog vele vragen zijn, zowel op maatschappelijk als op technisch gebied.

Windenergie is bijvoorbeeld geen constante bron; wanneer het niet waait wordt er immers geen energie geproduceerd - een argument dat ook voor zonnepanelen geldt. Daarnaast zorgen tijdrovende vergunningaanvragen ervoor dat veel tijd nodig is om bijvoorbeeld een groot windmolenpark te realiseren. Ook de kosten per opgewekte MWh van windturbines en zonnecellen waren vele malen hoger dan bij fossiele brandstoffen, maar zijn nu concurrerend.[3]

In februari 2018 besloot het kabinet-Rutte III om de winning van aardgas in Noordoost-Groningen af te bouwen en rond 2030 te staken. Daarnaast bepaalde het op 18 mei 2018, dat de twee oudste kolengestookte elektriciteitscentrales in het land, de Amercentrale en de Hemwegcentrale, uiterlijk in 2024 moeten overschakelen op een duurzame brandstof, bijvoorbeeld houtsnippers. Voor de nieuwgebouwde kolencentrales op de Maasvlakte en in de Eemshaven geldt hetzelfde per 2029.[4]

Energietransitie in België[bewerken]

Zie artikel Zie voor de situatie in België Hernieuwbare energie in België.

België heeft zich geëngageerd om tegen 2020 13% van alle energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Voor de jaren daarna werkt de regering-Michel aan een Energiepact. Daarin moet ook de voorgenomen kernuitstap een plaats krijgen. Maar regeringspartij de Nieuw-Vlaamse Alliantie verzet zich tegen de sluiting van de jongste kerncentrales.

Momenteel (2018) zijn voor de Noordzeekust vier windparken met samen 274 turbines op speciaal aangelegde eilanden in bedrijf. Zij leveren stroom aan een miljoen huishoudens. Nog eens drie zulke parken zijn in aanleg of voorbereiding.[5]

Energietransitie in Duitsland[bewerken]

De energietransitie in Duitsland, ook wel de Energiewende genoemd, is het plan om in Duitsland over te schakelen op betaalbare hernieuwbare energie. Hierbij worden ook alle kerncentrales uiterlijk tegen 2022 buiten dienst gesteld.

Zie ook[bewerken]