Energietransitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Energietransitie[1] is een beleidsdoel van de internationale gemeenschap, neergelegd in het Klimaatakkoord van Parijs, om van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne-, en windenergie over te stappen. In de 'overgangsperiode' wordt het aandeel conventionele energiebronnen, zoals kolencentrales steeds verder verkleind, en wordt tegelijkertijd gewerkt om zo veel mogelijk energie te besparen. Het doel is om uiteindelijk tot een volledig duurzame energievoorziening te komen. Energietransitie omvat niet alleen het bouwen van windmolens en dergelijke, maar ook onderzoek naar duurzame technologie, zoals opvang en afvang van CO2 (CCS) en elektrisch vervoer.

Andere brandstoffen[bewerken]

Er zijn enkele redenen om over te schakelen op alternatieven. Ten eerste zijn fossiele brandstoffen door de CO2 die uitgestoten wordt bij verbranding schadelijk voor het milieu. Ten tweede raken deze fossiele brandstoffen langzaam uitgeput, en bovendien moeten ze geïmporteerd worden uit veelal politiek instabiele landen zoals Rusland en Algerije. Import uit dergelijke landen wordt als onwenselijk beschouwd, aangezien afhankelijkheid groeit terwijl de onberekenbaarheid van deze overheden vaak hoog is. Dit argument weegt voor veel West-Europese landen vooral zwaar sinds Rusland begin 2006 en 2009 de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide na wanbetalingen.

EnergieTransitie Nederland[bewerken]

Volgens het plan van de Nederlandse regering moet Nederland in 2020 één van de duurzaamste landen van Europa zijn.[2] De uitvoering van het programma was in handen van SenterNovem, later overgegaan in Agentschap NL en inmiddels overgegaan in RVO. Het is een beleidsplan, gericht op de middellange termijn. De details van de praktische uitvoering kunnen niet geheel voorzien worden, doordat er nog vele vragen zijn, zowel op maatschappelijk als op technisch gebied. NB. op 1 januari 2014 fuseerde het Agentschap NL met de Dienst Regelingen. Samen zijn zij verdergegaan onder de naam Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Windenergie is bijvoorbeeld geen constante bron; wanneer het niet waait wordt er immers geen energie geproduceerd - een argument dat ook voor zonnepanelen geldt. Daarnaast zorgen tijdrovende vergunningaanvragen ervoor dat veel tijd nodig is om bijvoorbeeld een groot windmolenpark te realiseren. Ook de kosten (per opgewekte MWh) van windturbines en zonnecellen waren vele malen hoger dan bij fossiele brandstoffen maar zijn nu concurrerend.[3]

In februari 2018 besloot het kabinet-Rutte III om de winning van aardgas in noord-oost Groningen af te bouwen en rond 2030 te staken. Daarnaast bepaalde het op 18 mei 2018, dat de twee oudste kolengestookte elektriciteitscentrales in het land, de Amercentrale en de Hemwegcentrale, uiterlijk in 2024 moeten overschakelen op een duurzame brandstof, bijvoorbeeld houtsnippers. Voor de nieuwgebouwde kolencentrales op de Maasvlakte en in de Eemshaven geldt hetzelfde per 2029.[4]

Energietransitie in België[bewerken]

Zie artikel Zie voor de situatie in België Hernieuwbare energie in België.

België heeft zich geëngageerd om tegen 2020 13% van alle energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Voor de jaren daarna werkt de regering-Michel aan een Energiepact. Daarin moet ook de voorgenomen kernuitstap een plaats krijgen. Maar regeringspartij de Nieuw-Vlaamse Alliantie verzet zich tegen de sluiting van de jongste kerncentrales.

Energietransitie in Duitsland[bewerken]

De energietransitie in Duitsland, ook wel de Energiewende genoemd, is het plan om in Duitsland over te schakelen op betaalbare hernieuwbare energie. Hierbij worden ook alle kerncentrales uiterlijk tegen 2022 buiten dienst gesteld. Zie: Energietransitie in Duitsland.

Zie ook[bewerken]