Regering-Michel II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regering-Michel II
Zetelverdeling in de Kamer van volksvertegenwoordigers tot aan de federale verkiezingen van 26 mei 2019.
Zetelverdeling in de Kamer van volksvertegenwoordigers tot aan de federale verkiezingen van 26 mei 2019.
Coalitie MR
CD&V
Open Vld
Zetels Kamer 38 van 150[noot 1]
Premier Charles Michel
Aantreden 9 december 2018
Ontslagnemend 21 december 2018
Einddatum 27 oktober 2019
Voorganger Michel I
Opvolger Wilmès
Portaal  Portaalicoon   België

De regering-Michel II was de Belgische federale regering tussen 9 december 2018 en 27 oktober 2019. Ze was ontslagnemend vanaf 21 december 2018. De regering bestond uit CD&V, Open Vld en MR, onder leiding van premier Charles Michel (MR). De coalitie wordt door de regeringspartijen zelf omschreven als oranje-blauw, waarbij oranje staat voor de christendemocraten, en blauw voor de liberalen.

Michel II is een doorstart van de regering-Michel I, maar zonder de N-VA-ministers en -staatssecretarissen, die de regering verlieten na de politieke crisis omtrent het VN-migratiepact. Hierdoor is deze regering een minderheidsregering, wat uitzonderlijk is in de Belgische politiek.[1] De regering telt slechts dertien regeringsleden, allen ministers; ze is daarmee de kleinste regering sinds de regering-Pierlot IV, d.i. het kabinet in Londen tijdens de Duitse bezetting van België.

De regering viel al na tien dagen, op 18 december 2018, toen premier Michel in de Kamer geen meerderheid kon vinden voor zijn plannen en de oppositie dreigde met een stemming over een motie van wantrouwen. Na consultaties met de partijvoorzitters aanvaardde koning Filip het ontslag op 21 december, waardoor de regering-Michel II een regering van lopende zaken werd.

Tot aan de federale verkiezingen van 26 mei 2019 beschikte deze regering over 52 van de 150 zetels in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Na de verkiezingen zakte dit aantal weg tot 38, waarmee ze sindsdien nog een vierde van de Kamerzetels vertegenwoordigt.

Doorstart van regering-Michel I[bewerken]

VN-migratiepact[bewerken]

Na de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 en de weigering van de Oostenrijkse regering om het VN-migratiepact nog langer te steunen, maakte N-VA-voorzitter Bart De Wever bekend dat de inhoud van dat Global Compact for Migration "zeer problematisch" was.[2] Dit was het begin van de regeringscrisis omtrent het VN-pact, die een hoogtepunt bereikte begin december. Op zaterdagavond 8 december 2018 vond er een spoedzitting van de ministerraad plaats in de Wetstraat 16, waar de N-VA-excellenties bij het standpunt bleven dat ze geen ondertekening van het pact konden steunen. Ze verlieten de ministerraad direct bij het einde van de vergadering.[3][4] Dezelfde avond verklaarde De Wever dat zijn partij geen lid meer zou zijn van de regering als Charles Michel zijn steun voor het pact zou bevestigen in Marrakesh op 10 december. Hij zei dat Michel er zou optreden als hoofd van de "Marrakeshcoalitie" in plaats van die van de "Zweedse coalitie", zoals de regering-Michel I soms werd genoemd. Michel bevestigde diezelfde avond nog dat hij het pact wél zou ondersteunen en dat hij zijn regering daarom zou herschikken door de N-VA-leden te ontslaan en te vervangen door de staatssecretarissen. Aangezien die al beëdigd waren, was een formele eedaflegging niet meer nodig.

Doorstart[bewerken]

In de ochtend van zondag 9 december 2018 ging premier Charles Michel naar koning Filip om bij koninklijk besluit de herschikking van zijn regering door te voeren. Hierbij aanvaardde de koning het ontslag van de N-VA-excellenties, terwijl de staatssecretarissen Pieter De Crem en Philippe De Backer tot minister werden benoemd.[5] Dit laatste was nodig op basis van artikel 99, tweede lid van de Belgische Grondwet, dat taalpariteit vereist in de ministerraad. De regering-Michel I telde 7 Nederlandstaligen en 7 Franstaligen (inclusief de premier), de regering-Michel II telt 6 Nederlandstaligen en 6 Franstaligen (de premier niet meegerekend). Volgens de Grondwet kan men immers kiezen om de premier als behorende tot een van beide taalgroepen, dan wel als buiten de taalpariteit vallend te rekenen.

Juridisch gezien gaat het niet om een nieuwe regering, maar wel om het ontslag van drie ministers en twee staatssecretarissen en een (grondige) herverdeling van de bevoegdheden van de overblijvende regeringsleden, waarbij de twee overige staatssecretarissen minister werden. Vanwege het grote verschil in samenstelling met de regering-Michel I wordt deze in de pers evenwel steeds als regering-Michel II omschreven.

Naar aanleiding van het verdwijnen van N-VA uit de regering vonden volgende herschikkingen plaats ten opzichte van de regering-Michel I:[6][7][8][9]

  • staatssecretaris Pieter De Crem (CD&V) werd minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid (voorheen: Jan Jambon);
  • staatssecretaris Philippe De Backer (Open Vld) werd minister van Telecom, Post en Digitale Agenda (voorheen: Alexander De Croo) en Administratieve Vereenvoudiging (voorheen: Theo Francken);
  • minister Alexander De Croo (Open Vld) werd minister van Financiën (voorheen: Johan Van Overtveldt), belast met Bestrijding van de fiscale fraude (ook voorheen: Johan Van Overtveldt) en behield zijn bevoegdheid van Ontwikkelingssamenwerking;
  • minister Didier Reynders (MR) werd minister van Defensie (voorheen: Sander Loones), maar behield zijn functie als minister van Buitenlandse Zaken;
  • minister Maggie De Block (Open Vld) werd bijkomend (en opnieuw) bevoegd voor Asiel en Migratie (voorheen: Theo Francken);
  • minister Kris Peeters (CD&V) werd bijkomend bevoegd voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Personen met een Beperking (voorheen: Zuhal Demir) en Buitenlandse Handel (voorheen: Pieter De Crem);
  • minister Sophie Wilmès (MR) werd bijkomend bevoegd voor Wetenschapsbeleid (voorheen: Zuhal Demir) en Ambtenarenzaken (voorheen: Sander Loones);
  • minister Koen Geens (CD&V) werd bijkomend bevoegd voor de Regie der Gebouwen (voorheen: Jan Jambon);
  • minister Denis Ducarme (MR) werd bijkomend bevoegd voor Grootstedenbeleid (voorheen: Zuhal Demir).

Gevolg van deze herschikking is dat voor het eerst sinds de regering-Verhofstadt III in 2008 er geen staatssecretarissen meer zijn in de federale regering. Siegfried Bracke (N-VA) bleef de functie van voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers behouden omdat de voorzitter wordt verkozen door de plenaire vergadering voor de duur van een parlementair jaar.

Regeringsprogramma[bewerken]

Op 9 december werd na de eerste ministerraad van de nieuwe regering bekendgemaakt dat zij zich zou focussen op een sterk sociaaleconomisch beleid, veiligheid en klimaat. Daarvoor wilde ze dossier per dossier steun zoeken in het parlement. Om beslissingen die reeds in de vorige regering werden genomen uit te voeren, rekende ze op de steun van N-VA.

Vertrek Michel[bewerken]

Premier Charles Michel werd tijdens zijn ambtsperiode aangeduid als nieuwe voorzitter van de Europese Raad, waardoor hij vanaf het ingaan van die functie op 1 december 2019 niet langer premier kon blijven. Hij verliet de regering daarom al op 27 oktober 2019. De regering met zijn naam hield daarmee ook op met bestaan en ging over in de regering-Wilmès onder leiding van Michels partijgenoot en minister Sophie Wilmès.

Ontslag[bewerken]

In de avond van 18 december 2018 bood premier Michel het ontslag van zijn regering aan bij koning Filip. Michel kondigde zijn ontslag in het parlement aan nadat hij die dag een ultieme poging had gedaan om de Kamer achter de plannen van zijn minderheidsregering te scharen, maar geen meerderheid had kunnen overtuigen. De dreiging van een motie van wantrouwen deed hem uiteindelijk zijn ontslag indienen. De koning hield het ontslag aanvankelijk in beraad. Op 21 december aanvaardde de koning het ontslag van de regering-Michel II, waardoor ze in lopende zaken ging.[10]

Koninklijke audiënties[bewerken]

Daags nadat premier Michel het ontslag van de regering had aangeboden, startte koning Filip consulaties op met de partijvoorzitters. Hij ontving achtereenvolgens in audiëntie op het Koninklijk Paleis van Brussel:

Begroting van 2019[bewerken]

Op 15 oktober 2018 diende de regering-Michel I het wetsontwerp in van de Middelenbegroting voor het jaar 2019. Deze werd op 6 december 2018 in de Kamercommissie Financiën goedgekeurd door de vier meerderheidspartijen, namelijk door CD&V, Open Vld, MR en N-VA.[11] Nadat de N-VA-ministers en -staatssecretarissen ontslag namen op 9 december, weigerde deze partij om de begroting van 2019 nog langer goed te keuren in de plenaire vergadering van de Kamer van volksvertegenwoordigers, tenzij de minderheidsregering Michel II zou ingaan op enkele voorwaarden. Premier Michel noemde deze voorwaarden "onaanvaardbaar" en weigerde op het voorstel in te gaan.[12] Hierdoor was er in de Kamer echter niet langer een meerderheid om de begroting voor 2019 goed te keuren. Daarom gaf premier Michel aan te willen werken met voorlopige twaalfden, waarbij de federale overheid iedere maand één twaalfde mag uitgeven van wat ze in 2018 heeft uitgegeven.[13] De Kamer van volksvertegenwoordigers keurde op 20 december bijna unaniem de Financiewet[14] goed, die de regering toelaat om drie maanden verder te functioneren met voorlopige twaalfden.[15] Immers vereist artikel 171 van de Belgische Grondwet dat er jaarlijks moet worden gestemd over de begroting en dat die regels slechts één jaar geldig zijn als ze niet worden hernieuwd. Deze grondwettelijke regels werden door het Nationaal Congres ingevoerd in 1831 en zijn een uitloper van het principe van no taxation without representation.

Samenstelling[bewerken]

De regering bestond uit 13 ministers (12 + 1 eerste minister).[16] MR had 7 ministers (inclusief de premier), CD&V 3 en Open Vld ook 3.

Functie en bevoegdheden Naam Termijn Partij
Eerste minister
Algemeen beleid en voorzitter van het kernkabinet en de ministerraad
Charles Michel 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Vicepremier (tot 2 juli 2019) en minister
Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel (tot 3 oktober 2019), Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Personen met een beperking
Kris Peeters 9 december 2018 – 2 juli 2019 CD&V
Wouter Beke 2 juli 2019 – 2 oktober 2019 CD&V
Nathalie Muylle 3 oktober 2019 – 27 oktober 2019 CD&V
Vicepremier (vanaf 2 juli 2019) en minister
Justitie, belast met de Regie der Gebouwen
Koen Geens 9 december 2018 – 27 oktober 2019 CD&V
Vicepremier en minister
Ontwikkelingssamenwerking en Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude
Alexander De Croo 9 december 2018 – 27 oktober 2019 Open Vld
Vicepremier en minister
Defensie, Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen
Didier Reynders 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Minister
Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Buitenlandse Handel (vanaf 3 oktober 2019)
Pieter De Crem 9 december 2018 – 27 oktober 2019 CD&V
Minister
Sociale Zaken, Volksgezondheid en Asiel en Migratie
Maggie De Block 9 december 2018 – 27 oktober 2019 Open Vld
Minister
Pensioenen
Daniel Bacquelaine 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Minister
Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling
Marie-Christine Marghem 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Minister
Begroting en Ambtenarenzaken, belast met de Nationale Loterij en Wetenschapsbeleid
Sophie Wilmès 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Minister
Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
François Bellot 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Minister
Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid
Denis Ducarme 9 december 2018 – 27 oktober 2019 MR
Minister
Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve vereenvoudiging, Bestrijding van de Sociale Fraude, Privacy en Noordzee
Philippe De Backer 9 december 2018 – 27 oktober 2019 Open Vld

Herschikkingen[bewerken]