Controverse over de opwarming van de Aarde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De controverse over de opwarming van de Aarde, ook wel het klimaatdebat of de klimaatcontroverse genoemd, is de verscheidenheid van geschillen over de aard, oorzaken en gevolgen van opwarming van de Aarde (de recente klimaatverandering).

Klimaatscepsis[bewerken]

Klimaatscepsis of klimaatontkenning is het betwijfelen, afwijzen of ontkennen van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Het fenomeen kwam vanaf 1988 op in de Verenigde Staten als reactie van het bedrijfsleven tegen een groeiende politieke consensus rond klimaatbeleid.[1] Het heeft sindsdien ook in andere landen de kop opgestoken. Achterdocht tegen de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering kan verschillende vormen aannemen: ontkennen of betwijfelen van de opwarming zelf; van de omvang ervan, in vergelijking met eerdere schommelingen in het klimaat; van de menselijke invloed op de opwarming; of van de gevolgen van de opwarming en de noodzaak om er wat aan te doen.

Mensen die de gangbare kennis over klimaatverandering in twijfel trekken noemen zich zelf soms ‘klimaatscepticus’ of ‘klimaattwijfelaar’, waarbij ze hun benadering presenteren als een vorm van wetenschappelijk scepticisme. Hun tegenstanders zien dit echter eerder als pseudoscepticisme, zij wijzen erop dat vaak dezelfde, eerder ontkrachte argumenten worden ingebracht en dat detailkritiek op klimatologische kennis wordt uitvergroot. Daarom gebruiken zij soms liever een term als ‘klimaatveranderingsontkenner’, dikwijls verkort tot ‘klimaatontkenner’ (climate change denier of climate denier), een meer pejoratieve term die refereert aan andere vormen van negationisme.

Klimaatveranderingsontkenning kan ook in impliciete vorm aanwezig zijn, wanneer individuen of groepen het wetenschappelijk bewijs wel aanvaarden, maar dit niet omzetten in daadwerkelijke actie.[2] Ook is de aanduiding controversieel.[3]

In 2018 zou volgens een opinieonderzoek van EenVandaag de twijfel over klimaatverandering zijn gegroeid onder Nederlanders, waarbij drie op de tien mensen niet gelooft dat de verandering van het klimaat door de mens zou worden veroorzaakt. Volgens psychologen zou het struisvogelgedrag zijn en te maken hebben met een innerlijk conflict tussen het rationele en emotionele deel in de hersenen, ook wel cognitieve dissonantie.[4]

In 2019 was klimaatscepsis, althans in Nederland, echter duidelijk op zijn retour.[5] Hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman van NU.nl gaf in februari 2019 aan dat reacties op NUjij die klimaatverandering een hoax noemen of dat koolstofdioxide geen invloed heeft op de opwarming van de aarde verwijderd zullen worden. Volgens Hoekman worden er in de reacties vooral onwaarheden verkondigd en moest er na het uitkomen van recent nieuws de eigen huisregels worden nageleefd.[6][7] In dit nieuwsbericht zouden wetenschappers hebben vastgesteld dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens.[8]

Morele ontkoppeling[bewerken]

Klimaatontkenning kent meerdere mechanismes van morele ontkoppeling. Zo worden de gevolgen wel gebagatelliseerd, genegeerd of vertekend door een overdreven optimisme. Cognitieve dissonantie maakt het negeren van schadelijke effecten makkelijker. Ook kan morele rechtvaardiging gevonden worden door slecht gedrag goed te praten door eerder goed gedrag aan te halen. Deze zelftoestemming of self-licensing is gevoelig voor de single act bias waarbij een enkele goede daad voldoende wordt geacht. Het omstandereffect kan door verspreiden en verplaatsen van verantwoordelijkheid tot gevolg hebben dat er geen persoonlijke verantwoordelijkheid gevoeld wordt om actie te ondernemen. Verzachtende vergelijkingen kunnen leiden tot het dilemma van de collectieve actie en kuddegedrag waarbij vooral gewezen wordt naar anderen. Het inperken van vrijheden – zowel vermeend als werkelijk – kan reactantie tot gevolg hebben waarbij de druk om een bepaalde attitude aan te nemen het tegenovergestelde effect heeft.[9]

Wetenschappelijke consensus[bewerken]

Twijfel over de klimaatverandering wordt significant meer aan de orde gesteld in de populaire media door enkele spraakmakende critici, dan in de wetenschappelijke literatuur.[10][11]

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ongeveer 97% van de klimaatwetenschappers zegt dat het klimaat verandert en dat dit wordt veroorzaakt door invloed van de mens.[12] De overige 3% publiceert gemiddeld minder en wordt als minder prominent beschouwd.[13][14] Uit het onderzoek van Cook et al. bleek dat de consensus in de periode 1991-2011 langzaam toenam.[15] De consensus lag in 2019 dichter bij 99%.[16]

Slechts een beperkt deel van de kritiek is gepubliceerd in peer reviewed tijdschriften, waardoor de wetenschappelijke waarde ervan onduidelijk is. Erger nog, bewezen beïnvloeding door grote belanghebbenden[17] doet de vraag rijzen of de 'controverse' niet kunstmatig tot stand gebracht is.

Wetenschappelijke argumenten[bewerken]

De betwiste kwesties omvatten de oorzaken van de toegenomen mondiale gemiddelde luchttemperatuur, vooral sinds het midden van de 20e eeuw, of deze opwarmingstrend ongekend is of binnen de normale klimaatschommelingen valt, of de mensheid aanzienlijk heeft bijgedragen, en of de stijging geheel of gedeeltelijk een artefact is van slechte metingen. Andere geschillen hebben betrekking op schattingen van de klimaatgevoeligheid, voorspellingen van extra opwarming, en wat de gevolgen van de opwarming van de Aarde zal zijn.

Waarnemingen[bewerken]

Kritiek op waarnemingen richt zich vooral op het effect van het hitte-eilandeffect, het effect van slechte meetstations en op vermeend gesjoemel met de globale datasets.

In 2005 ontstond er controverse over de statistische methodes gebruikt het in derde rapport van het IPCC.[18] Deze kritiek werd in de wetenschappelijke literatuur weerlegd.[19]

Regelmatig worden temperatuurreeksen aangepast. Dit bijvoorbeeld om de effecten van een veranderde meetmethode te compenseren. Wanneer je je thermometer bijvoorbeeld hoger hangt, zul je andere resultaten krijgen dan voorheen. Dit wordt vervolgens met enige regelmaat aangehaald als "bewijs" van vermeend gesjoemel.

In 2010 werd Berkerley Earth opgericht door een aantal wetenschappers die sceptisch stonden tegenover de temperatuurmetingen van NASA en andere nationale instituten. Ze onderzochten veelgehoorde kritiek op de temperatuurreeksen, zoals het effect van het hitte-eilandeffect en lage kwaliteit van verschillende temperatuurstations. Tot hun verbazing waren de uitkomsten van hun analyse vergelijkbaar met de standaardtemperatuurreeksen.[20][21]

Vertraagde opwarming 1998-2012[bewerken]

In het vijfde IPCC-verslag stond dat in de periode tussen 1998 en 2012 de gemiddelde temperatuur ongeveer 0,055 °C per decennium steeg, vergeleken met een stijging van 0,12 °C per decennium in de periode ervoor. Er werd gesteld dat dit consistent is met de natuurlijke variabiliteit van het klimaat. Bovendien was het jaar 1998 een extreem warm El Niño-jaar en dus geen goed referentiejaar.[22] Deze vertraging in de opwarming werd ook wel een hiatus genoemd en voor enkelen de aanleiding om te beweren dat de opwarming van de Aarde gestopt was.

Uit verschillende onderzoeken van 2015 bleek dat deze hiatus een artefact was van de kleine hoeveelheid metingen in het noordpoolgebied en een gevolg van de overstap naar een nauwkeurigere methode van metingen van schepen.[23] De verklaring van deze vertraagde opwarming kan niet gevonden worden in een zwakker broeikaseffect: er komt consistent meer straling binnen dan er wordt uitgezonden door de aarde. Er werden een aantal mogelijke oorzaken aangedragen: extra warmte opgenomen is door de Stille Oceaan of meer weerkaatsing van zonlicht door luchtvervuiling (aerosolen) in China.[24]

Oorzaak van de opwarming[bewerken]

Klimaatsceptici beweren vaker dat er 'hiaten' in de opwarmingstrend zitten of dat de opwarming een tijdlang gestopt is. Dit is echter het resultaat van normale cyclische temperatuurschommelingen bovenop de daadwerkelijke trend, zoals zichtbaar in dit figuur.[25]

Uit ijskernboringen blijkt dat in het geologisch verleden het begin van de temperatuurstijging vaak zo'n 200 à 1.200 jaar vooruit liep op een stijging van de CO2-concentratie.[26] Deze initiële natuurlijke temperatuurstijgingen kunnen verklaard worden door de Milanković-cycli. Vervolgens kwam er CO2 vrij uit de oceanen, die bij warmere temperaturen minder CO2 kunnen bevatten, en als een positieve terugkoppeling diende. Temperatuurstijging en CO2-concentratie nemen nu echter tegelijkertijd toe, dus is het duidelijk dat hier een ander mechanisme aan de gang is.[27] Het algemeen inzicht is nu dat de huidige toename van CO2 voornamelijk wordt veroorzaakt door de mens[28] (zie Broeikaseffect voor een verdere toelichting) en dat een verhoogde hoeveelheid CO2 ook in het verleden heeft bijgedragen aan opwarming van de Aarde.[29]

De veranderende intensiteit van kosmische straling wordt door critici (zoals Henrik Svensmark) als de werkelijke primaire oorzaak van de opwarming gezien. (Zie ook Invloed van zonnevlekken op het klimaat).

Klimaatmodellen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Klimaatmodel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zoals beschreven onder Modellen zijn klimaatmodellen nog niet goed in staat om klimaatveranderingen op sub-continentale schaal te beschrijven. Lange tijd was de gesimuleerde opwarming van de troposfeer in de tropen niet conform de waarnemingen.[30] Er moet worden opgemerkt dat metingen hier erg moeilijk zijn vanwege de hoogte vanaf het aardoppervlak en de grote variabiliteit in temperatuur op die hoogte. Een nieuwe analyse van de meetgegevens uit 2015 was wel in overeenstemming met de klimaatmodellen en de verwachtingen.[31]

De klimaatmodellen gaan voor hun lange-termijnprognoses uit van een aantal uiteenlopende demografische en economische groeiscenario's die de Verenigde Naties (VN) hanteert. Er is geen overeenstemming over de meest betrouwbare prognoses van broeikasgassen.[bron?] Het is onduidelijk hoe de uitstoot van broeikasgassen beïnvloed gaat worden door verstedelijking, de veranderende koolstofintensiteit (de hoeveelheid broeikasgas die wordt uitgestoten per hoeveelheid product) en het effect van de demografische transitie.

Klimaatmodellen zouden te weinig rekening houden met de effecten van de verstoring van ecosystemen op het klimaat. Er is tot op heden nog weinig onderzoek gedaan naar de invloed van interacties tussen het veranderende klimaat en ecosystemen. Met name over de rol die micro-organismen hierin spelen is nog niet veel bekend.[32][33][34][35] Micro-organismen zouden volgens microbiologen 30 tot 50 procent van alle biomassa op Aarde kunnen uitmaken, hetgeen hun belang voor het klimaatonderzoek onderstreept. Het bodemleven zou veel schade oplopen door het gebruik van te veel bestrijdingsmiddelen in de intensieve landbouw.[36]

Klimaatgevoeligheid[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Klimaatgevoeligheid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eén van de factoren waarmee de grootte van de toekomstige temperatuurstijging wordt geschat, is de klimaatgevoeligheid. Dit is de toename van de gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak na een verdubbeling van de concentratie CO2-equivalent in de atmosfeer, waarbij rekening gehouden wordt met terugkoppelingen in het klimaatsysteem.[37] In haar vierde rapport schatte het IPCC de klimaatgevoeligheid tussen de 2,0 en 4,5 °C. In het vijfde rapport van het IPCC werd die schatting bijgesteld naar 1,5 tot 4,5 °C.[38]

In 2014 publiceerde Global Warming Policy Foundation (een organisatie die advies geeft over de economische implicaties van de opwarming van de Aarde) een rapport met lagere schattingen van de klimaatgevoeligheid. De auteurs stelden dat studies die het IPCC gebruikte om tot de inschatting te komen ongeschikte data bevatten en een verkeerde statistische basis kennen. Door strengere criteria te hanteren voor de selectie van studies zouden ze tot een lagere klimaatgevoeligheid komen.[39] Klimaatwetenschapper Steven Sherwood stelde dat de auteurs zich schuldig maakten aan selectief winkelen door criteria te nemen die sturen naar een rapport van Piers Forster en Jonathan Gregory. Piers Forster gaf aan zelf niet te denken dat hun uitkomsten robuuster waren, aangezien ze in hun onderzoek grove aannames hadden gemaakt en laagkwalitatieve data hadden gebruikt.[40]

Adaptatie versus mitigatie[bewerken]

Dit kritiekpunt betreft de implicaties van de opwarming van de Aarde. Geoloog Salomon Kroonenberg (naar eigen zeggen geen klimaatscepticus[41]) relativeert de IPCC-conclusies, omdat volgens hem over 10.000 jaar het interglaciaal afloopt en de aarde dan sowieso weer afkoelt. Hij stelt dat we beter kunnen investeren in hogere dijken dan in het terugdringen van broeikasgasemissies. Klimaatscepticus Bjørn Lomborg wijst op de hoge kosten van het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en propageert ook aanpassingen aan klimaatverandering. Volgens de Stern Review en de IPCC is mitigatie wel kosteneffectief.[42][43]

Sommige onderzoekers verwachten al voor de helft van deze eeuw een mondiale voedselcrisis, onder andere door de negatieve gevolgen van klimaatverandering.[44][45]

Politiek en lobbywerk[bewerken]

Kritiek op het IPCC[bewerken]

Voormalige senator in de Verenigde Staten Tom Coburn ontkent de bevindingen van klimaatwetenschappers en modellen op grond van eigen interpretatie.

Het IPCC zou niet onafhankelijk zijn en kritiek van sommige wetenschappers[46] zou niet opgenomen zijn in de eindrapportages. De commissie economische zaken van de House of Lords had in 2005 twijfel of de IPCC emissiescenario's en de samenvattingen wel vrij waren van politieke invloed. Deze twijfels werden later verworpen door de Britse regering.[47][48] Sommige critici hebben daarentegen hun zorgen geuit dat de rapporten van het IPCC de neiging hebben de gevolgen en risico's van klimaatverandering te onderschatten.[49]

Controverse rond gestolen e-mails van klimaatwetenschappers[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Climategate voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eind november 2009, aan de vooravond van de klimaatconferentie van Kopenhagen, werden meer dan duizend vertrouwelijke e-mails van wetenschappers van de afdeling klimaat van de universiteit van East Anglia gehackt en gepubliceerd. Dit incident werd door sommigen climategate gedoopt. De wetenschappelijke communicatie leek te suggereren dat er sprake was van fraude met de interpretatie van meetgegevens en dat de wetenschappers aldus de ernst van het eventuele klimaatprobleem overdreven. De VN liet onderzoek doen naar de handel en wandel van deze wetenschappers en hun instituut.

Vanuit verschillende andere internationale onderzoeken naar de kwestie kwam enige kritiek op de manier waarop de wetenschappers met informatieverzoeken waren omgegaan. In alle gevallen luidde de hoofdconclusie van deze onderzoeken dat losse fragmenten uit de e-mails uit hun verband getrokken waren en dat de onderzoekers geen informatie hadden achtergehouden, vervalst, verdraaid of gemanipuleerd. De hele affaire deed dan ook niets af aan de conclusie dat de mens bijdraagt aan de opwarming van de Aarde.[50][51][52][53][54][55][56][57]

Intimidatie van klimaatwetenschappers[bewerken]

Pogingen om klimaatwetenchappers in een ongunstig daglicht te stellen, namen vooral toe na Climategate, een controverse uit 2009, waaruit moest blijken dat klimaatwetenschappers gegevens zouden hebben gemanipuleerd.[58][59] Hoewel geen bewijs werd gevonden,[60] hebben klimaatontkenners sedertdien de Amerikaanse wetgeving rond openbaarheid van bestuur gebruikt om klimaatwetenschappers te dwingen hun email-correspondentie publiek te maken, in de hoop daaruit bezwarend materiaal te kunnen putten. Klimaatwetenschappers zijn van oordeel dat deze vorderingen weliswaar ongefundeerd zijn, maar intussen wel kostbare tijd en middelen opslorpen. Federale wetenschappelijke ambtenaren zijn hiertegen beter gewapend.[59] Maar met name de universitaire klimaatwetenschapper Michael Mann had herhaaldelijk te kampen met rechtszaken, niet alleen om zijn email-correspondentie op te vragen, maar ook om hem te kunnen beschuldigen van fraude bij het aanvragen van subsidies.[58] Sommige klimaatwetenschappers vrezen voor een hetze in de stijl van het mccarthyisme uit de jaren '50, nog versterkt door de anti-(klimaat)wetenschappelijke attitude van de regering-Trump.[61][62] In de Verenigde Staten is zelfs een fonds opgericht om wetenschappers te ondersteunen in gerechtelijke procedures.[63][64]

Financiering van klimaatsceptici[bewerken]

Verschillende bedrijven actief in de fossiele sector hebben zich actief ingezet om klimaat- en energiebeleid tegen te werken of af te zwakken. Daartoe werden PR-campagnes gevoerd,[65] en wetenschappers betaald om resultaten te publiceren die in hun voordeel werken. Zo betaalde Koch Industries grote bedragen aan Willie Soon om onderzoek te publiceren waaruit zou blijken dat de zon de belangrijkste oorzaak is van klimaatverandering. Ook ExxonMobil en de American Petroleum Institute sponsorden hem. Er ontstond controverse omdat Soon deze sponsoring geheim hield bij zijn publicaties.[66]

De precieze bronnen van financiering blijven vaak onduidelijk vanwege het Amerikaanse recht. Je kan als bedrijf je geld doorspelen aan een fonds dat geregistreerd staat als een goed doel en daarbij anoniem blijven. Veel conservatieve denktanks staan zo geregistreerd. Tussen 2000 en 2010 werd er $120 miljoen gedoneerd via zulke goede doelen aan groepen die twijfel zaaien over mensveroorzaakte klimaatverandering.[67] Andere denktanks en prominente conservatieven die zich verzetten tegen een ingrijpend klimaatbeleid zijn, in de VS, The Heartland Institute, Committee for a Constructive Tomorrow (CFACT), Competitive Enterprise Institute (CEI), en Breitbart News; in Europa pro-Brexit sponsor Arron Banks, European Institute for Climate and Energy (EIKE), en de Britse Global Warming Policy Foundation.[68]

Door twijfelaars aan mensveroorzaakte klimaatverandering wordt regelmatig beweerd dat ze geen financiering voor onderzoek kunnen krijgen vanwege hun opvattingen.

Voorkennis in de olie- en energiesector[bewerken]

In 2015 kwamen twee onderzoeken uit naar hoe ExxonMobil het publieke debat over klimaatverandering beïnvloedde. Hieruit bleek dat hun eigen wetenschappers al 40 jaar lang het bestaan van mensveroorzaakte klimaatverandering erkenden en actief misinformatie verspreidden om hun bedrijfsmodel niet in gevaar te brengen.[17] Hetzelfde jaar startte een gerechtelijk onderzoek naar deze beschuldigingen.

Uit meerdere onderzoeken[69] is intussen gebleken dat de olie- en energiesector zelf al sedert de jaren 1950 door eigen onderzoek goed op de hoogte was van de nakende klimaatverandering:

  • 1957: het onderzoek Radiocarbon Evidence on the Dilution of Atmospheric and Oceanic Carbon by Carbon from Fossil Fuels van Humble Oil, een voorloper van ExxonMobil, toont het verband aan tussen de uitstoot van koolstofdioxide door verbranding van fossiele brandstoffen en het klimaat.[69][70]
  • 1959: op 4 november waarschuwde kernfysicus Edward Teller op een conferentie van het American Petroleum Institute ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Amerikaanse olie-industrie dat de uitstoot van koolstofdioxide door verbranding van fossiele brandstoffen tegen de eeuwwisseling zou leiden tot opwarming van de Aarde, met als mogelijk gevolg het smelten van de ijskappen aan de pool.[71]
  • 1968: een door de olie-industrie zelf bestelde wetenschappelijke studie van het Stanford Research Institute bevestigde de waarschuwingen van Edward Teller uit 1959.[71][72]
  • 1968: op de jaarlijkse conferentie van het Edison Electric Institute, de koepelorganisatie van de Amerikaanse energiebedrijven, waarschuwde Dr. Donald F. Hornig, wetenschappelijk adviseur van toenmalig president Lyndon B. Johnson voor de mogelijk catastrofale gevolgen van de massale verbranding van fossiele brandstoffen.[73][74]
  • 1977: in juli wees James Black, chef-wetenschap van ExxonMobil, het directiecomité van de onderneming op de groeiende wetenschappelijke consensus rond de impact van de mens op de klimaatverandering, meer bepaald door het verbranden van fossiele brandstoffen.[17] Pas nadien startte de onderneming een campagne van desinformatie om de aandacht af te leiden. De onthullingen leidden in de VS tot een gerechtelijk onderzoek
  • 1979 tot 1983 verzamelde het American Petroleum Institute een werkgroep van topwetenschappers uit de grote olie- en gasondernemingen zoals ExxonMobil, Texaco, Shell, en de voorlopers van wat later BP, ConocoPhillips en Chevron zou worden, om het wetenschappelijk onderzoek rond de klimaatopwarming op te volgen en intern door te geven.[75] Het team kreeg aanvankelijk de toepasselijke naam CO2 and Climate Task Force.[76]
  • 1991: in de film "Climate of Concern", waarvan het bestaan werd onthuld door De Correspondent, "legde Shell haarfijn uit hoe verbranding van fossiele brandstoffen de wereld verwarmde en dat dit ernstige gevolgen kon hebben".[77] De film steunde wellicht op een reeds in 1988 gepubliceerd intern document van Shell, The Greenhouse Effect.[78]

Zie ook[bewerken]

Algemeen:broeikasgas · klimaatverandering · systeem Aarde · koolstofdioxide · stikstofoxiden · methaan
Fenomenen:verwoestijning · zeespiegelstijging · klimaatvluchteling · terugtrekking van gletsjers sinds 1850 · waterschaarste · global dimming · gat in de ozonlaag · massa-extinctie
Internationaal overleg:Akkoord van Kopenhagen · Akkoord van Parijs · Desertificatieverdrag · Europees systeem voor emissiehandel · Forests Now Declaration · Green Climate Fund · Intergovernmental Panel on Climate Change · Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 · Klimaatconferentie van Lima 2014 (COP-20) · Klimaatconferentie van Parijs 2015 (COP-21) · Klimaatconferentie van Marrakesh 2016 (COP-22) · Klimaatconferentie van Bonn 2017 (COP-23) · Klimaatconferentie van Katowice 2018 (COP24) · Klimaatconferentie Chili 2019 (COP25) · Klimaatverdrag (UNFCCC) · Kyoto-protocol
Maatregelen:adaptatie · bebossing · BECCS · CO2-afvang en -opslag · CO2-belasting · duurzame ontwikkeling · emissiehandel · energiebesparing · energietransitie · geo-engineering · Green New Deal · klimaatneutraal · klimaatrechtspraak · koolstofput · mitigatie · zonnestralingsbeheer
Metingen:Hockeystickcurve · Keelingcurve · Mauna Loa Observatorium · Ny-Ålesund · State of the Climate · Temperatuurstijging in het noordpoolgebied · Wereld Meteorologische Organisatie
Onderzoek:Algemeen circulatiemodel (ACM, GCM) · Climate Change Performance Index · Climate Action Tracker · Gaia-hypothese · IPCC-rapport 2014 · Lijst van klimaatwetenschappers · Planetaire grenzen · RCP scenario's · Stern Review · Tellus Institute
Overheidsprogramma's:Deltaprogramma‎ · Sigmaplan · Energiebox · Klimaatbos · Nationaal emissieplafond · Nederlandse Emissieautoriteit · Energieakkoord voor duurzame groei · Green New Deal
Opinie en controverse:Climategate · Controverse over de opwarming van de Aarde · Koch Industries
Sociale actie & media:An Inconvenient Truth · Dikketruiendag / Warmetruiendag · Earth Hour · Energy Survival · Klimaatactivist in de politiek (boek) · Klimaatrechtvaardigheid · Live Earth · pooljaar (2007-2009) · Vleesloze dag · Klimaatbeweging · Schoolstaking voor het klimaat · Greta Thunberg · Anuna De Wever